|
| |
Inhoudsopgave Beleidsplan Kinderdagopvang (KDV)
VERSIE2.0 JANUARI 2012
A.1 INLEIDING
In dit beleidsplan maken wij duidelijk waar de kinderdagopvang van Kindercentrum
’t Kasteeltje voor staat . Goede, pedagogisch verantwoorde kinderdagopvang is
veel meer dan alleen het opvangen van kinderen op die momenten dat ouders andere
bezigheden hebben en daarom hun kinderen toevertrouwen aan de opvang.
Naast het primaire doel om goede verzorging,
opvoeding, spel- en ontwikkelingsmogelijkheden aan de kinderen aan te bieden,
vinden wij het belangrijk dat volwassenen en kinderen, zowel onderling als met
elkaar, respectvol omgaan. Groepsleiding kijkt naar de mogelijkheden van ieder
kind en gaat sociaal emotionele relaties met de kinderen aan die zowel recht
doen aan ieder individueel kind als aan de groep. Het voornaamste hierbij is dat
de kinderen veiligheid en geborgenheid geboden wordt. We kijken ook steeds naar
de mogelijkheden en de kwaliteiten van de kinderen. Alle kinderen hebben
kwaliteiten die door ons, volwassenen, maar ook door het samen zijn met andere
kinderen worden herkend, ontwikkeld en bevestigd. De meerwaarde van
kinderdagopvang is in onze ogen dan ook het samen zijn met anderen, het leren
van en met elkaar, waarbij tevens het individuele kind gezien wordt.
Om deze pedagogische visie te kunnen waarborgen
dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Deze vindt u in ons beleid
betreffende de groepsleiding, veiligheid en gezondheid, accommodatie en
inrichting en hoe wij omgaan met de groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio.
Verder staat in het eerste deel de meer praktische informatie beschreven en
willen wij u op deze manier zo volledig mogelijk informeren over de gang van
zaken binnen ons Kindercentrum.
Dit is een herziene versie van het beleidsplan van
2011. Mocht u na het lezen van dit beleidsplan nog vragen en / of opmerkingen
hebben dan horen wij dat graag. Via de (lokale) oudercommissie kunt u een
bijdrage leveren en meedenken over het beleidsplan en andere inhoudelijke
onderwerpen.
Met vriendelijke groet,
Jennie Tasseron, 01-01-2012
Terug naar begin
A.2 ZAKELIJKE GEGEVENS KINDERDAGOPVANG ’T KASTEELTJE
Kinderdagopvang ’t Kasteeltje is een onderdeel van Kindercentrum Tasseron B.V.
Iedere locatie heeft een eigen telefoonnummer om de groepsleiding direct te
kunnen bereiken (zie
“Locaties”)
Terug naar begin
A.3
LOCATIES KINDERDAGOPVANG ‘T KASTEELTJE
|
LOCATIE |
STRAAT |
PC |
PLAATS
|
TELEFOON |
LRK-nummer |
|
Hoogstraat |
Hoogstraat 58 |
5261LA |
Vught |
Narretjes |
073-6578835 (1) |
112796369 |
|
Hoogstraat |
Hoogstraat 58 |
5261LA |
Vught |
Draakjes |
073-6578835 (2) |
112796369 |
|
Hoogstraat |
Hoogstraat 58 |
5261LA |
Vught |
Lakeien |
073-6578835 (3) |
112796369 |
|
Hoogstraat |
Hoogstraat 58 |
5261LA |
Vught |
Torentjes |
073-6578835 (4) |
112796369 |
|
Hoogstraat |
Hoogstraat 58 |
5261LA |
Vught |
Kroontjes |
073-6578835 (5) |
112796369 |
|
Kempenland |
Kempenlandstraat 1 |
5262GK |
Vught |
Herautjes |
073-6841234 (1) |
192485878 |
|
Kempenland |
Kempenlandstraat 1 |
5262GK |
Vught |
Koningskinderen |
073-6841234
(2) |
192485878 |
|
Kempenland |
Kempenlandstraat 1 |
5262GK |
Vught |
Robin Hoodjes |
073-6841234
(3) |
192485878 |
|
Kempenland |
Kempenlandstraat 1 |
5262GK |
Vught |
Harlekijntjes |
073-6841234
(4) |
192485878 |
|
Kempenland |
Kempenlandstraat 1 |
5262GK |
Vught |
Troubadourtjes |
073-6841234
(5) |
192485878 |
|
De Baarzen |
Rouppe van der Voortlaan
1 |
5262HC |
Vught |
073-6110771 |
183416661 |
|
De Globe |
Esschestraat 19 |
5262 BA |
Vught |
073-6573326 |
194777236 |
|
De Wieken |
Moleneindplein 9 |
5262CW |
Vught |
073-6572207 |
177587805 |
|
Heesakkerstraat |
Heesakkerstraat 35 |
5271CA |
St-Michielsgestel |
073-5512260 |
404571426 |
|
Wilgenstraat |
Wilgenstraat 20 |
5271JH |
St-Michielsgestel |
073-5518749 |
204266373 |
Terug naar begin
A.4
OPENINGSTIJDEN - SLUITINGSDAGEN
|
|
MAANDAG |
DINSDAG |
WOENSDAG |
DONDERDAG |
VRIJDAG |
|
|
07.30
13.30 |
13.30
15.00 |
15.00
18.00 |
07.30
13.30 |
13.30
15.00 |
15.00
18.00 |
07.30
13.30 |
13.30
15.00 |
15.00
18.00 |
07.30
13.30 |
13.30
15.00 |
15.00
18.00 |
07.30
13.30 |
13.30
15.00 |
15.00
18.00 |
|
Hoogstraat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Baarzen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Globe |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Wieken |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kempenland |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Heesakkerstraat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Wilgenstraat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De openingstijden van uw locatie vindt u in de tabel hierboven. Tijdens de
broodmaaltijd van 11.45u tot 12.30u kunnen kinderen niet gehaald en
gebracht worden. Ook vragen wij u liever niet te bellen binnen deze tijd, alleen
bij spoed gevallen. Verder kunt u uw kinderen op alle afgesproken tijden halen
en brengen.
Terug naar begin
A.4.1
SLUITINGSDAGEN
Alle locaties voor kinderdagopvang zijn gesloten op
 |
25 en
26 december en 1 januari
|
 |
Tweede Paasdag
|
 |
Koninginnedag
|
 |
5
mei eenmaal per 5 jaren (Eerst volgende 2015).
|
 |
Hemelvaartsdag |
 |
Tweede Pinksterdag |
Terug naar begin
A.5 BEREIKBAARHEID
Kantoor – Administratie KDV
De organisatie en administratie van de kinderdagopvang is iedere werkdag van
07.30u – 18.00u bereikbaar op het kantoor aan de Hoogstraat.
Wij zijn het best bereikbaar tussen 09.00u en 14.00u. Op andere tijden kan het
voorkomen dat u automatisch een andere medewerker aan de telefoon krijgt, of
doorverbonden wordt met een antwoordapparaat. Ingesproken boodschappen worden zo
spoedig mogelijk verwerkt of wij nemen indien gewenst contact met u op.
| Administratie Kinderdagopvang |
| Hoogstraat 58 |
|
| 5261 LA VUGHT |
|
| Telefoonnummer: |
073-5512843 [2] |
| Faxnummer: |
073-6578492 |
| E-mail: |
kdv@t-kasteeltje.nl |
| |
|
| Planning /
Plaatsingsmogelijkheden Kinderdagopvang |
| Kempenlandstraat 1 |
|
| 5262 GK VUGHT |
|
| Telefoonnummer: |
073-6841160 [3] |
| E-mail: |
kdv@t-kasteeltje.nl |
Locaties De verschillende locaties zijn
onder openingstijden telefonisch bereikbaar op het aangegeven nummer (zie
"Locaties")
Wij vragen u vriendelijk om tussen 11.45u en 12.30u alleen voor zeer
dringende zaken te bellen omdat de aandacht van de groepsleiding op die
momenten naar het eten met de kinderen gaat.
U kunt telefonisch contact opnemen met de Locaties voor:
 |
vragen / mededelingen over ziekte. |
 |
ziekmelding van uw kind.
|
 |
als u verwacht wat later te zijn in verband met oponthoud onderweg.
|
 |
als iemand anders dan u zelf uw kind op komt halen.
|
 |
voor incidentele wijzigingen van de dag en / of tijden van opvang.
|
 |
andere zaken die direct verband houden met de opvang van uw kind voor de
betreffende dag dat u belt.
|
U belt altijd met de Administratie KDV voor:
 |
vragen in het algemeen over Kindercentrum ’t Kasteeltje.
|
 |
vragen over automatische incasso / betalingen.
|
 |
aanvragen van extra jaaropgave (Automatisch ontvangt u 1 gratis
exemplaar, voor extra exemplaren wordt €7,50 administratiekosten
gerekend)
|
 |
doorgeven van wijzigingen in adresgegevens / rekeningnummers.
|
U belt altijd met de Planning en
plaatsingsmogelijkheden KDV voor:
 |
doorgeven van structurele wijzigingen in dagen waarop u opvang wilt
(contracten).
|
 |
aanvraag van nieuwe contracten
|
Indien mogelijk vragen wij u voor zaken die via de Administratie KDV verlopen
email te gebruiken, voor ons is de vraag dan schriftelijk vastgelegd en ook u
ontvangt schriftelijk antwoord via de email. Mondelinge afspraken kunnen soms
tot communicatie fouten leiden wat voor beide partijen niet prettig is. Locaties
zijn niet per email bereikbaar, deze contacten verlopen dus altijd mondeling bij
halen en brengen of telefonisch.
Terug naar begin
A.6 WET KINDEROPVANG De wet kinderopvang is op 1 januari 2005 ingegaan en regelt de kwaliteit en de
financiering van kinderopvang. Uitgangspunt is dat kinderopvang een zaak is van ouders, werkgever(s) en
overheid. U sluit zelf een overeenkomst af met het Kindercentrum. U kunt in
aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag van de belastingsdienst. De aanvraag
moet door uzelf ingediend worden bij de belastingdienst. Alle locaties van
Kindercentrum 't Kasteeltje zijn opgenomen in het Landelijk Register
Kinderopvang (LRK)
Meer informatie over de Wet
Kinderopvang kunt u vinden op:
Terug naar begin
Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op de eerste plaats veilig
en thuis voelt. De kinderdagopvang moet een verlengstuk van de thuissituatie
zijn, met extra mogelijkheden zoals het spelen met andere kinderen en met andere
(ontwikkelings-) materialen. Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de
ruimte om zich te ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding
en andere kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee
mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen identiteit
en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op aanpassen. Om dit
alles goed te laten verlopen, wordt veel belang gehecht aan een goede afstemming
tussen ouders en het team van de kinderdagopvang.
We vinden het van belang dat op een evenwichtige, bij de leeftijd passende wijze
aandacht is voor de 5 basisbehoeften van het kind.
Sociaal-emotionele basisbehoeften: De kinderen moeten het gevoel
hebben dat ze gezien en gehoord worden en dat de leidster hen kent. Een veilige,
warme betrouwbare relatie tussen kind en leidster is daarbij van belang. Zij
geven emotionele steun en veiligheid door de omgeving te structureren,
duidelijke regels te hanteren en met vaste gewoontes en rituelen een
voorspelbare en vertrouwde omgeving te creëren. In die omgeving is ook plaats
voor de behoefte aan privacy bij kinderen. Een plekje om even uit te rusten,
zich even terug te trekken of om op te gaan in het eigen spel zonder dat andere
kinderen of leidsters je daarbij storen. Dit wordt bereikt door op een
ontspannen, ongedwongen manier met de kinderen om te gaan en de kinderen te
leren zo ook met elkaar om te gaan. Per groep zijn vaste leidsters aanwezig,
zodat er een goede vertrouwens- en hechtheidsrelatie met de kinderen (en hun
ouders) opgebouwd kan worden. Verder proberen we de samenstelling van de groep
zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar beter te
leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
Morele basisbehoefte: Op het gebied van de morele ontwikkeling streven
wij er naar steeds dezelfde regels, waarden en normen te hanteren en voor te
leven, zonder daarin te star te willen zijn. We kijken daarbij steeds naar de
groep, het individuele kind en de mogelijkheden van het moment. Waar mogelijk
nodigen we de kinderen uit om waarden en normen samen te bepalen, waar nodig
bieden we duidelijkheid en structuur door ze vast te leggen en te bespreken met
het kind.
Lichamelijke basisbehoefte: Naast de goede lichamelijke verzorging zoals
eten, drinken, slapen en hygiëne is ook de basisbehoefte van bewegen en
bewegingsvrijheid belangrijk in het dagelijkse handelen op onze kinderdagopvang.
Het vaste ritme van samen spelen, begeleide activiteiten, eten, drinken, slapen,
verschonen en naar het toilet gaan wordt afgewisseld met vrij bewegen en
buitenspelen om zo een balans te bieden tussen rust en activiteiten. Daarbij
wordt ook gekeken naar het individuele kind, zijn ontwikkeling en behoeften.
Cognitieve basisbehoefte: In die ontwikkeling kijken we ook naar de
cognitieve basisbehoeften van het kind. Kinderen leren actief met hun hele lijf
en hoofd; ze leren vanuit emotionele betrokkenheid. In het leren door doen en
spelen staat plezier voorop, door te zorgen voor een uitdagende omgeving en
passende activiteiten proberen we het kind te stimuleren.
Communicatieve en creatieve basisbehoefte: Contact maken met elkaar,
jezelf uit kunnen drukken, zingen, dansen, muziek maken, doen-als-of-spel,
verven, kleien en andere vormen van creatieve expressie maken deel uit van het
dagprogramma. Ook hier heeft ieder kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden
waar leidsters hun benaderingswijze op aan passen. We stimuleren kinderen
regelmatig door voor hen nog onbekende dingen te ondernemen, maar bieden ze ook
de mogelijkheid om voor het vertrouwde en veilige te kiezen. Door dit op een
uitnodigende manier te presenteren willen we kinderen aanmoedigen samen op
onderzoek uit te gaan.
Kernbegrippen in onze pedagogische taak zijn:
Relatie: het gevoel welkom te zijn en kunnen rekenen op hulp en steun als
dat nodig is. Zowel tussen leidsters en het kind, kinderen onderling, leidsters
onderling en de relatie met ouders. We willen kinderen laten ervaren dat ze
erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met hen willen spelen. Een goede
relatie tussen leidsters en ouders is belangrijk voor een open communicatie over
het kind. De breng- en haalgesprekken van iedere dag zijn hiervoor van groot
belang. Indien de ouder behoefte heeft aan het verkrijgen van meer informatie
over haar/zijn kind, kan vanzelfsprekend een afspraak gemaakt worden met de
desbetreffende groepsleidster
Competentie: voor vol worden aangezien. We willen kinderen laten ervaren
wat ze kunnen door de activiteiten en situaties af te stemmen op hun leeftijd en
mogelijkheden.
Autonomie: om zich veilig te voelen krijgen de kinderen ook eigen ruimte om
te experimenteren en hun gang te gaan. ‘Zelf doen’ is een basale basisbehoefte
van kinderen. Leidsters geven kinderen daarom de kans om dingen zelf te doen en
te leren. Dreumesen leren naar de wc te gaan en hun handen te wassen, peuters
willen zelf hun boterham smeren en eten; jonge kinderen willen alles graag zelf
leren doen, het verlangen naar zelfredzaamheid.
Terug naar begin
C.1 Aanmelden - Inschrijfgeld
Het aanmelden van kinderen voor kinderdagopvang kan op ieder gewenst moment, dus
ook als het kind nog niet geboren is. Wel vragen wij de te verwachten
geboortedatum als u besluit uw ongeboren kind in te schrijven. In het eerste
contact wordt samen gekeken naar de meest geschikte locatie en vorm van opvang.
Dit kan onder andere afhankelijk zijn van de dagen waarop de opvang gewenst is
en of er broertjes / zusjes zijn die ook naar de kinderdagopvang of
buitenschoolse opvang gaan. Het is altijd mogelijk om eerst de locaties te
bezoeken en / of kennis te maken met de groepsleiding van de betreffende
locatie. Ouders die een kind willen aanmelden ontvangen een
begeleidende brief,
een
aanmeldingsformulier en de
Algemene Voorwaarden die van toepassing zijn op
alle vormen van kinderdagopvang bij Kindercentrum ’t Kasteeltje. Het beleidsplan
is te downloaden via onze website. Hier vindt u altijd de meest recente versie.
Op aanvraag kunnen wij een papieren versie toesturen. Door het
aanmeldingsformulier in te vullen, in te sturen en het inschrijfgeld te betalen,
is uw kind aangemeld.
Inschrijfgeld
Het inschrijfgeld (€22,- inschrijfgeld 2012) wordt per inschrijfformulier
gerekend. U kunt op 1 formulier meerdere kinderen tegelijkertijd inschrijven.
Indien u gelijktijdig 1 formulier voor het KDV en 1 formulier voor de BSO
instuurt, dient u dus 2 keer inschrijfgeld te betalen. Indien u meerde kinderen
in 1 keer opgeeft voor alleen KDV of BSO, dus 1 inschrijfformulier, hoeft u maar
1 keer inschrijfgeld te betalen. Indien u al kinderen op het KDV of BSO hebt, en
u schrijft op een later tijdstip een nieuw kind in, wordt hiervoor opnieuw
inschrijfgeld gevraagd.
Terug naar begin
C.1.2 Plaatsingsbeleid
De datum van betaling van het inschrijfgeld is bepalend voor de datum van
inschrijving.
Uiterlijk 1 maand voor de ingangsdatum van het contract wordt, indien plaatsing
mogelijk is op de aangevraagde locatie en opvangtijden, het definitieve contract
opgesteld. U ontvangt van ons het contract in tweevoud met de
Algemene Voorwaarden. Nadat door u het contract
en de
Algemene Voorwaarden zijn getekend en op onze administratie aanwezig zijn,
wordt uw kind definitief geplaatst.
Indien plaatsing niet mogelijk is krijgt u uiterlijk 2 maanden voor de
ingangsdatum bericht. Indien mogelijk stellen wij alternatieven voor op andere
locaties van Kindercentrum ’t Kasteeltje. U bent niet verplicht dit aanbod te
accepteren, in dat geval wordt er geen contract opgesteld. U blijft dan op de
wachtlijst staan. Indien het wel een werkbare situatie oplevert, wordt alsnog
een contract opgesteld. U kunt er voor kiezen om wél op de wachtlijst te blijven
voor uw voorkeurslocatie en / of voorkeursdagen. Indien plaatsing daar mogelijk
is, ontvangt u bericht en kunt u van plaats wisselen.
Tweede en volgende kinderen uit een geplaatst gezin krijgen voorrang op
nieuwe plaatsen,
mits zij minimaal zes maanden voor de datum van plaatsing zijn aangemeld.
Terug naar begin
C.2.1 Dagopvang
Voor wie?
Als u op vaste dagen gedurende een langere periode gebruik wilt maken van de
kinderdagopvang tussen 07.30u en 18.00u kiest u voor deze optie. U geeft aan op
welke dag(-en) van de week u opvang wilt. Dit geldt dan voor alle weken tijdens
de looptijd van het contract.
Berekening van uren.
Wij berekenen in een kalenderjaar 52 weken. Voor 1 dag opvang per week wordt
10,5 uur gerekend (07.30u-18.00u). Op jaarbasis wordt voor 1 dag 546 uur
gerekend. Dit aantal uren wordt door 12 gedeeld. Dit is dan 45,5 uur per maand.
Dagen die u vastlegt in het contract, maar die door welke reden dan ook niet
door u opgenomen worden, worden wel gefactureerd. Hiervoor is een compensatiedag
regeling getroffen. Zie hiervoor
punt C.2.6. Indien er een feestdag op uw vaste
dag valt, waardoor het Kindercentrum gesloten is, wordt deze dag niet opgenomen
in het contract. Deze dagen worden dus niet gefactureerd.
Looptijd.
Een contract wordt gesloten van ingangsdatum tot de dag dat het kind
4 jaar is geworden. Uiterlijk 2 maanden voordat een prijswijziging in gaat,
ontvangt u van ons bericht. Indien u wijzigingen wilt aanbrengen in het contract
of (een deel van) het contract wilt beëindigen dient u dit schriftelijk door te
geven aan de Administratie KDV. Dit mag ook per email aan
kdv@t-kasteeltje.nl.
In alle gevallen geldt een opzegtermijn van 2 maanden. Zie verder
Algemene Voorwaarden, Artikel 7- Duur, wijziging en beëindiging van het contract en
Artikel 9 – De prijs en prijswijzigingen.
Wijze van betaling en facturen
De betaling geschiedt altijd
achteraf per automatische incasso rond de 15e van de volgende maand.
In de maand van de eerste incasso ontvangt u van ons een factuur. Daarna krijgt
u geen maandelijkse facturen. Na een prijswijziging ontvangt u in de maand van
de eerste incasso eenmalig een nieuwe factuur waarop u alle gegevens kunt
controleren.
Jaaropgave
U ontvangt van ons voor eind februari eenmalig een jaaropgave van het
aantal door u gebruikte uren kinderopvang in het afgelopen kalenderjaar (mits
alle betalingen van het afgelopen jaar zijn voldaan). Deze is nodig voor de
aanvraag van kinderopvangtoeslag. Zie daarvoor
punt I Kinderopvangtoeslag
Terug naar begin
C.2.2
Ochtendopvang (alleen Locatie Wilgenstraat en Locatie De Baarzen)
Voor wie?
Als u op vaste dagen gedurende een langere periode gebruik wilt maken van de
kinderdagopvang tussen 07.30u en 13.30u kiest u voor deze optie. U geeft aan op
welke ochtend(-en) van de week u opvang wilt. Dit geldt dan voor alle weken
tijdens de looptijd van het contract.
Berekening van uren.
Wij berekenen in een kalenderjaar 52 weken. Voor 1 dag ochtendopvang wordt 6 uur
gerekend (07.30u-13.30u). Op jaarbasis wordt voor 1 ochtend per week 312 uur
gerekend. Dit aantal uren wordt door 12 gedeeld. Dit is dan 26 uur per maand.
Ochtenden die u vastlegt in het contract, maar die door welke reden dan ook niet
door u opgenomen worden, worden wel gefactureerd. Hiervoor is een compensatiedag
regeling getroffen. Zie hiervoor
punt C.2.6. Indien er een feestdag op uw vaste
ochtend valt, waardoor het Kindercentrum gesloten is, wordt deze dag niet
opgenomen in het contract. Deze dagen worden dus niet gefactureerd.
Looptijd.
Een contract wordt gesloten van ingangsdatum tot de dag dat het kind 4 jaar is
geworden. Uiterlijk 2 maanden voordat een prijswijziging in gaat, ontvangt u van
ons bericht. Indien u wijzigingen wilt aanbrengen in het contract of (een deel
van) het contract wilt beëindigen dient u dit schriftelijk door te geven aan de
Administratie KDV. Dit mag ook per email aan
kdv@t-kasteeltje.nl In alle
gevallen geldt een opzegtermijn van 2 maanden. Zie verder
Algemene Voorwaarden,
Artikel 7- Duur, wijziging en beëindiging van het contract en Artikel 9 – De
prijs en prijswijzigingen.
Wijze van betaling en facturen.
De betaling geschiedt altijd achteraf per automatische incasso rond de 15e van
de volgende maand. In de maand van de eerste incasso ontvangt u van ons een
factuur. Daarna krijgt u geen maandelijkse facturen. Na een prijswijziging
ontvangt u in de maand van de eerste incasso eenmalig een nieuwe factuur waarop
u alle gegevens kunt controleren.
Jaaropgave
U ontvangt van ons voor eind februari eenmalig een jaaropgave van het
aantal door u gebruikte uren kinderopvang in het afgelopen kalenderjaar (mits
alle betalingen van het afgelopen jaar zijn voldaan). Deze is nodig voor de
aanvraag van kinderopvangtoeslag. Zie daarvoor
punt I Kinderopvangtoeslag
Terug naar begin
C.2.3 Verlengde ochtendopvang
(Alleen Locatie Wilgenstraat en Locatie De Baarzen)
Voor wie?
Als u op vaste dagen gedurende een langere periode gebruik wilt maken van de
kinderdagopvang tussen 07.30u en 15.00u kiest u voor deze optie. U geeft aan op
welke ochtend(-en) van de week u opvang wilt. Dit geldt dan voor alle weken
tijdens de looptijd van het contract.
Berekening van uren.
Wij berekenen in een kalenderjaar 52 weken. De kinderdagopvang werkt niet met
vakantieweken zoals op een basisschool en de buitenschoolse opvang. Voor 1 dag
ochtendopvang wordt 7,5 uur gerekend (07.30u-15.00u). Op jaarbasis wordt voor 1
verlengde ochtend per week 390 uur gerekend. Dit aantal uren wordt door 12
gedeeld. Dit is dan 32,5 uur per maand Ochtenden die u vastlegt in het contract,
maar die door welke reden dan ook niet door u opgenomen worden, worden wel
gefactureerd. Hiervoor is een compensatiedag regeling getroffen. Zie hiervoor
punt C.2.6. Indien er een feestdag op uw vaste ochtend valt, waardoor het
Kindercentrum gesloten is, wordt deze dag niet opgenomen in het contract. Deze
dagen worden dus niet gefactureerd.
Looptijd. Een contract
wordt gesloten van ingangsdatum tot de dag dat het kind 4 jaar is geworden.
Uiterlijk 2 maanden voordat een prijswijziging in gaat, ontvangt u van ons
bericht. Indien u wijzigingen wilt aanbrengen in het contract of (een deel van)
het contract wilt beëindigen dient u dit schriftelijk door te geven aan de
Administratie KDV.
Dit mag ook per email aan
kdv@t-kasteeltje.nl. In alle gevallen geldt een
opzegtermijn van 2 maanden.
Zie verder
Algemene Voorwaarden,
Artikel 7- Duur, wijziging en beëindiging van het contract en Artikel 9 – De
prijs en prijswijzigingen.
Wijze van betaling en facturen.
De betaling geschiedt altijd achteraf per automatische incasso rond de 15e van
de volgende maand. In de maand van de eerste incasso ontvangt u van ons een
factuur. Daarna krijgt u geen maandelijkse facturen. Na een prijswijziging
ontvangt u in de maand van de eerste incasso eenmalig een nieuwe factuur waarop
u alle gegevens kunt controleren.
Jaaropgave
U ontvangt van ons voor eind februari eenmalig een jaaropgave van het
aantal door u gebruikte uren kinderopvang in het afgelopen kalenderjaar (mits
alle betalingen van het afgelopen jaar zijn voldaan). Deze is nodig voor de
aanvraag van kinderopvangtoeslag. Zie daarvoor
punt I Kinderopvangtoeslag
Terug naar begin
C.2.4 Extra afname (alleen van toepassing in combinatie met C.2.1 - C.2.2 - C.2.3)
Voor wie?
Het is mogelijk om extra opvang af te nemen op
dagen / ochtenden die u niet heeft vastgelegd. Voorwaarde hierbij
is wel dat:
 |
op de kinderdagopvang-groep ruimte moet zijn om deze extra opvang te
bieden. |
 |
er op de hele daggroep alleen een hele dag extra mogelijk is, de
ochtendgroep biedt alleen mogelijkheden voor een ochtend of
verlengde ochtend extra. Alleen middagopvang is niet mogelijk,
hiervoor wordt altijd een hele dag gerekend. |
 |
u
dient een extra dag minimaal 24 uur vóór de extra dag in gaat aan te
vragen. Hierover kunt u telefonisch contact opnemen met de
groepsleiding van uw locatie. Als u daar bevestigd krijgt dat de
aangevraagde extra opvang mogelijk is, kunt u rekenen op een plaats.
|
 |
tijdig aanvragen verhoogd de kans op het vinden van een passende
oplossing. |
 |
Kindercentrum ‘t Kasteeltje is niet aansprakelijk voor schade die
ontstaat uit het niet kunnen bieden van diensten. |
Annuleren van een aangevraagde dag.
Als u dit het aangevraagde dag(deel) om wat voor reden dan ook wilt annuleren
dient u dit 24 uur vóór dat de opvang daadwerkelijk plaatsvindt aan te kondigen,
anders wordt deze toch in rekening gebracht.
Berekening van uren.
Extra opvang wordt gefactureerd volgens het geldende tarief en kan alleen in overleg met de
groepsleiding per dag of dagdeel worden afgenomen, dus niet per uur.
Wijze van betaling
en facturen.
De extra afgenomen uren worden apart gefactureerd. De betaling geschiedt altijd
achteraf per automatische incasso rond de 15e van de volgende maand,
gelijktijdig met de automatische incasso van de vaste contractdagen. Alleen van
de extra afgenomen uren ontvangt u een factuur.
Terug naar begin
C.2.5 Incidenteel ruilen van dagdelen
Voor wie?
Gewoonlijk brengt u uw kind op vaste dagen,
incidenteel kan het voorkomen dat u hiervan wilt afwijken. Het is
mogelijk om een vast dag te wisselen voor een dag dat uw
kind gewoonlijk niet komt. Voorwaarde hierbij is wel dat:
 |
op de kinderdagopvang-groep
ruimte moet zijn om deze opvang te bieden. |
 |
u het ruilen van te voren aangeeft. Achteraf een dag ruilen
die u niet gebruikt heeft in de periode die al voorbij is kan dus niet!
Hiervoor is de Regeling Compensatiedagen.
U kunt alleen dagen ruilen die nog moeten komen. |
 |
u mag een dag die u volgens contract af zou nemen tot 5
werkdagen vóór of 5 werkdagen na de contractdag verschuiven.
Voorbeeld:
U kunt vandaag dus bellen met het verzoek om een contractdag die over
twee weken gepland is tot 5 werkdagen vóór of 5 werkdagen na de
geplande vaste dag af te nemen. |
 |
als uw locatie alleen met hele dagen werkt, kan een dag niet
gesplitst worden in twee ochtenden. |
 |
een hele dag splitsen in twee middagen kan nooit.
|
 |
u dient het ruilen van dagen
minimaal 24 uur vóór de vaste dag in gaat aan te vragen. Dit vanwege
organisatorische aspecten die voor ons vast zitten aan uw verzoek om te
wisselen. |
 |
over het incidenteel ruilen
van dagen kunt u telefonisch contact opnemen met de groepsleiding op uw
locatie. |
 |
als u bevestigd krijgt dat de
aangevraagde wisseling van dag mogelijk is, kunt u rekenen op een
plaats. |
 |
tijdig aanvragen verhoogd de
kans op het vinden van een passende oplossing. |
 |
Kindercentrum ‘t Kasteeltje
is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat uit het niet kunnen
bieden van diensten. |
Berekening van uren.
Bij het wisselen van dagdelen
worden geen extra uren berekend, behalve wanneer het een wisseling van ochtend
naar verlengde ochtend of hele dag betreft. Wij brengen in dat geval alleen het
aantal extra gebruikte uren in rekening.
Wijze van betaling en facturen.
De extra afgenomen uren worden apart gefactureerd. De betaling geschiedt altijd
achteraf per automatische incasso rond de 15e van de volgende maand,
gelijktijdig met de automatische incasso van de vaste contractdagen. Alleen van
de extra afgenomen uren ontvangt u een factuur.
Terug naar begin
C.2.6
Regeling Compensatiedagen Voor wie?
Op het moment dat niet alle dagen kinderdagopvang zijn gebruikt waar wel
een contract voor is afgesloten, bestaat de mogelijkheid om 2 dagen per
jaar te compenseren.
Voorwaarde hierbij is wel dat:
 |
deze compensatiedagen alléén op woensdag
of vrijdag ingezet kan worden.
Voorbeeld: u kunt uw dinsdag wisselen
voor een woensdag of vrijdag. U kunt géén vrijdag wisselen voor een
dinsdag, maandag of donderdag. |
 |
indien woensdag én vrijdag uw vaste
contractdagen zijn, wordt in overleg een passende oplossing gezocht. |
 |
om dit organisatorisch goed te laten
verlopen vragen wij u de compensatiedag uiterlijk 14 dagen van te
voren aan te vragen op de groep. De groep kan bekijken of de
plaatsing van de dag mogelijk is en administratief noteren dat het
een compensatiedag is. Het maximaal aantal kinderen van de locatie
mag daarbij niet overschreden worden. Inzet van extra leidsters is
in het geval van een compensatiedag niet van invloed, uw kind kan
dan gewoon komen. |
 |
de dag die u niet gebruikt heeft en
wilt compenseren moet op de compensatiedag zelf al voorbij zijn.
Een voorbeeld voor het gebruik van een compensatiedag:
Uw kind kan een dag niet naar de kinderdagopvang gaan. U belt de groep om uw kind af
te melden, en geeft aan dat u deze dag later in het jaar graag wilt gebruiken
als compensatiedag. De groepsleidster en u noteren de datum. Later in het jaar
vraagt u een compensatiedag aan op een woensdag of vrijdag. U geeft aan de
groepsleiding de datum door van de dag die in het verleden niet gebruikt is, en
de dag die u graag wel wilt gebruiken.
|
Berekening van uren.
Bij het gebruik van compensatiedagen worden geen extra uren berekend.
Wijze van betaling.
Niet van toepassing.
Terug naar begin
C.3 Duur van het contract
- Als uw kind (bijna) 4 wordt...
Het contract voor kinderdagopvang is mogelijk tot de
dag waarop voor het kind de basisschool begint. Standaard loopt een contract bij
Kindercentrum ’t Kasteeltje tot de dag waarop het kind 4 jaar wordt. Voor de
periode tussen het bereiken van de 4 jarige leeftijd en de dag waarop het kind
naar school gaat dient dan een apart contract opgemaakt te worden. Dit gebeurt
altijd in overleg met de ouders en moet ten minste 3 maanden voor ingangsdatum
bij de Administratie KDV bekend zijn. In de laatste twee maanden voor de
beëindiging van uw contract wordt de plaats namelijk toegewezen aan iemand
anders en dit is na toezegging niet meer terug te draaien. Geef uw wensen dus
tijdig door wanneer u gebruik gaat maken van de overbrugging tussen het bereiken
van de 4-jarige leeftijd en daadwerkelijke beëindiging van uw contract.
Als u al bij voorbaat kunt voorzien dat uw kind op
een bepaalde datum naar school gaat, kunt u dit direct opnemen in het normale
contract (er is dan geen overbruggingscontract nodig!) Dit is in de praktijk met
name van belang voor kinderen die in april / mei / juni 4 jaar worden. Deze
kinderen gaan vaak pas na de zomervakantie naar school.
Wij verwijzen hier verder naar onze Algemene
Voorwaarden die hierop van toepassing zijn.
Let op: kinderen gaan niet automatisch over van onze kinderdagopvang naar de
Buiten Schoolse Opvang. U moet uw kind hier zelf voor aanmelden! Voor de
overbrugging van de dag waarop uw kind 4 jaar wordt, en de dag dat uw kind
daadwerkelijk naar school / de BSO gaat dient u 3 maanden van te voren een
contract te laten maken!
Terug naar begin
C.4 Opzegging en gedeeltelijke
opzegging van het contract
Er geldt bij alle vormen van opvang die door Kindercentrum ’t Kasteeltje geboden
worden een opzegtermijn van 2 maanden. Dit geldt zowel voor volledige
beëindiging van het contract, als voor het opzeggen van 1 of meerdere dagen
binnen uw contract. Opzeggen dient schriftelijk te gebeuren op de Administratie
KDV. Dit kan ook per e-mail via
kdv@t-kasteeltje.nl In enkele gevallen heeft
Kindercentrum ‘t Kasteeltje het recht de door u gehuurde kindplaats te weigeren c.q. zonder 2 maanden opzegging de plaatsingsovereenkomst te beëindigen: Wij
verwijzen hier dan ook nadrukkelijk naar de
Algemene Voorwaarden, Artikel 7 en
Artikel 8
Terug naar begin
Het eerste bezoek aan de kinderdagopvang is voor een kind en ouder een bijzondere belevenis.
Tijdig voor de eerste keer dat uw kind op de kinderdagopvang komt kunt u een intakegesprek aanvragen. Hierin kunnen wij meer informatie geven over de verschillende mogelijkheden binnen het
Kindercentrum. U kunt de sfeer proeven op de groep en uw vragen stellen. Bij voorkeur vinden deze gesprekken plaats op de groep van uw keuze. Omdat de groepsleiding overdag hun aandacht aan de kinderen wil geven, worden deze gesprekken vaak overdag in de slaaptijden gepland. Dit is tussen 13.30u en 14.30u. Mocht dit echter niet mogelijk zijn, kan in overleg ook gekozen worden voor een intake gesprek met een van de medewerkers op het kantoor, eventueel gevolgd door een kort bezoek aan de groep om de sfeer te proeven. De groepsleiding is dan echter met de kinderen actief.
Op het moment dat er een contract voor uw kind is opgesteld en bekend is op welke groep uw kind is geplaatst, krijgt u vanuit de groep een uitnodiging om samen met uw kind kennis te komen maken. Dit is meestal ongeveer 2 weken voor de start van de kinderdagopvang.
In het kennismakingsgesprek wordt gevraagd naar voor de opvang benodigde specifieke gegevens van uw kind zoals eventuele allergieën, diëten, medische informatie en
/ of extra zorg op het sociaal-emotionele vlak.
Door het invullen van een
Kennismakingsformulier worden alle belangrijke zaken over uw kind vastgelegd. Denk hierbij aan slaap, eet- en drinktijden, maar ook aan gezinssamenstelling en gewoontes bij het slapen gaan.
Indien u dat wenst kunt u een wenochtend of middag aanvragen. Uw kind komt dan 3 uur op de groep spelen en raakt zo vertrouwd met het afscheid nemen en spelen met de andere kinderen en groepsleiding.
In de beginperiode kunnen kind en ouders rekenen op extra aandacht van de leiding om zo snel mogelijk vertrouwd te raken met de andere kinderen in de groep en de activiteiten die ze kunnen ondernemen.
Ouders kunnen tussendoor altijd de groep bellen (liefst niet tussen 11.45u en 12.30u) voor informatie.
Dreumesen en peuters krijgen extra begeleiding in het ontdekken van de groepsgenoten en groepsruimtes met de vaste gewoontes. Afhankelijk van het veilig voelen van de kinderen blijft de groepsleiding extra ondersteuning geven, totdat de kinderen zich vrij in de groep voelen. Bij de baby’s is het belangrijk zo snel mogelijk een vertrouwensband te krijgen, zodat de kinderen zich veilig voelen bij de leiding. De overdracht en goede communicatie tussen ouders en groepsleiding is hierin van groot belang en heeft in de eerste periode onze extra aandacht.
Terug naar begin
Indien uw kind door ziekte of om een andere reden niet naar de kinderdagopvang kan komen, verzoeken wij u dit door te geven aan de groepsleiding op uw locatie. De dagen waarop wij voor uw kind een plaats gereserveerd hebben volgens vast contract of afspraak worden ook bij ziek- of afmelding normaal gefactureerd en kunnen alleen verplaatst worden indien u dit 24 uur voor de dag van geplande opvang kunt melden en ruilen op de groep mogelijk is (Zie punt C.2.5). U kunt een dag waarop uw kind door ziekte niet op de kinderdagopvang aanwezig kon zijn wel compenseren door gebruik te maken van de Regeling Compensatiedagen (Zie punt C.2.6)
Hoe gaan wij om met ziekte bij kinderen?
De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan komen / blijven wordt in principe genomen
door de groepsleiding. Hierbij hanteren wij de richtlijnen die de
GGD hiervoor aangeeft, en bij twijfel wordt de GGD om advies
gevraagd. Het belang van het zieke kind staat hierbij voorop, maar
er moet ook rekening worden gehouden met het belang van de andere
kinderen en de groepsleiding zelf. Een kind dat zich ziek voelt en
niet met het normale dagprogramma mee kan doen, kan beter niet op
het Kindercentrum blijven. Er zijn op het Kindercentrum nauwelijks
mogelijkheden om aan een ziek kind de noodzakelijke extra aandacht
te geven. Ook de belasting voor de groepsleidsters kan een reden
zijn om het kind te laten ophalen. Als een kind met diarree zich
verder wel goed lijkt te voelen maar elk uur compleet verschoond moet worden inclusief bad en schone kleren geeft dit de groepsleidster zoveel extra werk dat het normale programma voor de andere kinderen in het gedrang komt.
Tot slot kan bij besmettelijke ziekten de bescherming van de gezondheid van de groepsgenoten een reden zijn om het kind niet toe te laten. Het om deze reden weren van zieke kinderen gebeurt echter alleen bij enkele zeer ernstige infectieziekten en altijd in overleg met de GGD.
Wanneer mag uw kind de kinderdagopvang niet bezoeken
 |
Koorts is niet de enige maatstaf. Hierbij spelen ook factoren een rol zoals hoe het kind zich voelt, of het reageert op medicatie, hoe lang de koorts zich al voor doet. Wanneer uw kind ‘s morgens thuis 38 graden of hoger koorts heeft, adviseren wij u maatregelen te treffen zodat uw kind te allen tijde door u of een bekende opgehaald kan worden. De praktijk wijst uit dat de koorts in de loop van de dag vaak oploopt.
Vanaf 38,5 graden koorts nemen wij altijd contact met u op en adviseren u met
klem uw kind op te (laten) halen.
Vanaf 39,5 graden koorts achten wij het onverantwoord de zorg van het kind op ons te nemen. |
 |
Wanneer uw kind hangerig en / of lusteloos is en daardoor niet meer kan deelnemen aan het groepsproces en uw kind daar ook zelf zichtbaar last van ondervindt. |
 |
Wanneer uw kind dusdanige extra zorg nodig heeft dat daardoor de opvang van uw kind en andere kinderen in het gedrang komt. |
 |
Bij besmettelijke kinderziekten, waarbij andere kinderen of volwassenen gevaar lopen. De ziekten waarbij dit van toepassing is, zijn opgenomen in de gezondheidswijzer. In geval van twijfel zal de leidster contact opnemen met de GGD. In enkele gevallen hebben wij een meldingsplicht over de aard van de ziekte aan de GGD.
|
Wat doen wij in geval van ziekte tijdens het verblijf
 |
Wanneer u uw kind ziek komt brengen informeren wij naar de aard van de ziekte. Tevens vragen wij wie het kind op kan komen halen als het onverantwoord is om de zorg voor het kind langer op ons te nemen. |
 |
Wanneer uw kind ziek wordt tijdens de kinderdagopvang zal de groepsleidster telefonisch contact met u opnemen. Afhankelijk van de mate van ziek zijn, spreekt de groepsleidster met u af of uw kind opgehaald moet worden. |
 |
Wanneer uw kind op de kinderdagopvang kan blijven, maakt de groepsleidster afspraken met u over de wijze van contact houden. |
 |
Wanneer uw kind een infectieziekte heeft en er zijn voorzorgsmaatregelen te treffen, verwachten wij dat u die treft. Bijvoorbeeld door het afplakken van smetplekken. Bij een schimmelinfectie vragen wij u om een arts te raadplegen. |
 |
Voor ziekten veroorzaakt door parasieten (mijten, luizen, wormpjes) vragen wij u om uw kind te behandelen. Mochten wij dit op het dagverblijf ontdekken dan bellen wij u op en vragen wij u om uw kind thuis te behandelen. Uw kind mag in principe daarna weer terug komen, mits hij of zij geen andere kinderen meer kan besmetten. Bijvoorbeeld bij krentenbaard is het besmettingsgevaar bij gebruik van antibiotica na twee dagen voorbij en zijn de kinderen weer welkom.
|
 |
Wanneer er een besmettelijke ziekte geconstateerd is brengen wij u op de hoogte door een brief op de deur(en) te hangen met daarop informatie over de ziekte.
|
 |
Hoe wij omgaan met het toedienen van medicijnen en medisch handelen leest u in
punt 3.2.6 van het gezondheidsbeleid.
|
Wat verwachten wij van de ouders
 |
Dat kinderen het inentingsprogramma volgen. Wanneer dit niet het geval is dient u dit aan te geven op het inschrijfformulier.
|
 |
Wij vragen u om telefoonnummers door te geven waar we u kunnen bereiken. Ook vragen wij om een extra nummer in geval van nood. Daarnaast vragen wij om aan te geven wie de huisarts is, zodat wij in geval van nood altijd de eigen huisarts kunnen raadplegen.
|
 |
Wanneer uw kind “ziek” is, maar zich goed genoeg voelt om naar de kinderdagopvang te komen, is uw kind welkom. Bijvoorbeeld bij waterpokken, daar hoeft een kind niet ziek van te zijn, de incubatietijd is al verstreken wanneer de ziekte zich openbaart. Uw kind mag dan gewoon komen. Wel observeren wij uw kind, zoals hieronder staat omschreven.
|
Kijken naar het hele kind
Bij (vermoeden van) ziekten en om een inschatting te maken over de mate van ziek zijn zal de groepsleidster kijken naar de algehele toestand van het kind en niet uitsluitend naar een enkel symptoom. Daardoor is het toch mogelijk om licht zieke kinderen op te vangen, op een verantwoorde en werkbare manier en kan de groepsleidster een juiste beslissing nemen als opvang op de kinderdagopvang niet meer verantwoord is.
De leidster observeert o.a.:
 |
eet, drink en slaapgedrag. |
 |
of er sprake is van verhoging, ze maakt daarbij gebruik van een rectaalthermometer. |
 |
speelgedrag, sociale contacten en deelname aan het groepsgebeuren, bij baby’s zal de groepsleidster extra goed letten op lichaamstaal zoals huilen, contact en beweeglijkheid. |
 |
klachten die een kind aangeeft zoals buik en hoofdpijn. |
 |
of er sprake is van diarree en / of overgeven.
|
Wanneer wordt er een huisarts ingeschakeld?
In principe is bij ziekte van een kind de ouder degene die de huisarts inschakelt.
Alleen als er acuut gevaar dreigt schakelen we vanuit het Kindercentrum direct een arts in.
Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:
 |
een kind dat het plotseling benauwd krijgt. |
 |
een kind dat bewusteloos raakt of niet meer op je reageert. |
 |
een kind met plotselinge erg hoge koorts. |
 |
ongevallen. |
Terug naar begin
F.1 BRENGEN
U kunt uw kind vanaf 07.30u op ieder gewenst tijdstip brengen, behalve tussen 11.45u en
12.30u in verband met het eten.
U bent bij het brengen verantwoordelijk voor uw
kind tot uw vertrek, wij wijzen u erop dat wij de verantwoordelijkheid
pas over kunnen nemen nadat we er redelijkerwijs van mogen
uitgaan dat de overdracht van verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk
heeft plaats gevonden.
Terug naar begin
F.2 OPHALEN U kunt uw kind bij ons op ieder gewenst moment tot 18.00u ophalen.
Indien u uw kind door iemand anders op laat halen, moet u dat van te voren
kenbaar maken.
Wij mogen uw kind niet meegeven aan een bij ons onbekende persoon, als dat niet
nadrukkelijk bij ons gemeld is.
Wanneer er regelmatig een andere, vaste, persoon uw kind komt ophalen, dient u
het formulier
“Toestemming Ophalen Kinderen” in te vullen en af te geven
bij de groepsleiding.
Dit formulier kunt u downloaden op onze website
www.t-kasteeltje.nl onder [formulieren] of vraag ernaar bij de
groepsleiding.
Mocht u desondanks toch in een onverwachte situatie komen waardoor u uw kind
niet zelf op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van uw
kind te bellen (zie telefoonnummers bij
punt A.3) om door te geven wie uw kind
wel op komt halen. Ook als u in een onverwachte situatie komt waardoor u uw kind
niet op tijd op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van
uw kind te bellen (zie telefoonnummers bij
punt A.3)
Terug naar begin
De peuters die ons
Kindercentrum bezoeken gaan soms mee op kleine uitstapjes in de
buurt van hun locatie. In principe is dat altijd op loopafstand en
gaat de bolderkar mee. Denk hierbij aan een bezoek aan het
bejaardenhuis voor een speel uurtje, naar de beestjes in het
hertenparkje of kleine boodschappen doen in een winkel vlakbij het
Kindercentrum. Het kan voor komen dat door slecht weer vervoer in
auto’s / bussen nodig is. Vandaar dat wij hier onze vervoersregeling
toelichten. De vervoersregeling is van toepassing op alle situaties
waarin wij uw kind vervoeren.
Het vervoer kan op 2 manieren plaats vinden:
-Vervoer met auto’s van medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje
-Vervoer in bussen van Kindercentrum ’t Kasteeltje
In alle gevallen geldt dat:
 |
de chauffeur een medewerker van
Kindercentrum ’t Kasteeltje is en in bezit is van een Verklaring
Omtrent Gedrag. |
 |
er een inzittendenverzekering
is voor alle inzittenden. |
 |
het vervoer voldoet aan de
wettelijke regels en voorschriften. |
Uiteraard houden wij
ons aan de wettelijke regels, waaronder:
 |
alle inzittenden zijn verplicht
een gordel te dragen. |
 |
er worden nooit meer kinderen
in een voertuig vervoerd dan dat er zitplaatsen met gordel zijn. |
 |
bij voorkeur zitten de kinderen
achter in de auto, indien alle zitplaatsen nodig zijn zitten de
grootste kinderen voorin. |
 |
kinderen kleiner dan 1,35 m moeten een
autostoeltje of zittingverhoger gebruiken. |
Terug naar begin
Het uurtarief voor de kinderdagopvang is € 5,70 per
uur (prijspeil 2012.) De betaling geschiedt altijd achteraf per automatische
incasso rond de 15e van de volgende maand. Op welke wijze het
(maandelijkse-)bedrag tot stand komt en de hoogte daarvan wordt uitgebreid
beschreven onder punt C Aanmelden, contractvormen en opzegging van dit
beleidsplan en is afhankelijk van het type opvang waar u voor kiest. Wij wijzen
u hier ook op onze
Algemene Voorwaarden, in het bijzonder op artikel 9 (De prijs
en prijswijzigingen) en Artikel 13 (De betaling / Niet-tijdige betaling) In de
maand van de eerste incasso ontvangt u van ons een factuur. Daarna krijgt u geen
maandelijkse facturen. Alleen van de extra afgenomen uren ontvangt u een
factuur. Na een prijswijziging ontvangt u in de maand van de eerste incasso
eenmalig een nieuwe factuur waarop u alle gegevens kunt controleren
Terug naar begin
Kan ik kinderopvangtoeslag krijgen?
Om kinderopvangtoeslag te krijgen, moeten u en uw eventuele toeslagpartner
allebei werken of een opleiding volgen. U kunt de toeslag ook krijgen als u niet
werkt, maar uw kansen op werk vergroot door bijvoorbeeld een reïntegratietraject
te volgen via UWV of de gemeente. Verder moet uw kind naar een geregistreerde
kinderopvanginstelling gaan. Lees meer over de precieze voorwaarden op de
website van de belastingsdienst:
www.toeslagen.nl/particulier/kinderopvangtoeslag.html
Jaaropgave
U ontvangt medio januari
eenmalig een jaaropgave van Kindercentrum ’t Kasteeltje. Hierop staat het totaal
aantal uren kinderopvang over het afgelopen kalenderjaar. U kunt een extra
exemplaar (of een overzicht van voorgaande jaren) aanvragen via de Administratie
KDV. Hiervoor wordt €7,50 administratiekosten in rekening gebracht.
Hoe werkt kinderopvangtoeslag?
Uw kinderopvangtoeslag kunt u eenvoudig aanvragen met het Aanvraag- en
wijzigingsprogramma kinderopvangtoeslag.
Het Aanvraag- en wijzigingsprogramma
kinderopvangtoeslag kunt u downloaden op
www.toeslagen.nl/particulier/kinderopvangtoeslag.html
Wilt u liever een papieren formulier invullen? Vraag dit dan aan bij de
Belastingtelefoon: 0800 – 0543
U hoeft maar 1 keer kinderopvangtoeslag aan te vragen. Daarna krijgt u de
toeslag elk jaar vanzelf.
Binnen 2 maanden na uw aanvraag bij de belastingsdienst krijgt u bericht over de
hoogte van uw kinderopvangtoeslag.
Vanaf dan krijgt u ook kinderopvangtoeslag.
 |
Kindercentrum ’t Kasteeltje
schrijft per automatische incasso rond de 15e van de maand het verschuldigde
bedrag van de afgelopen maand af. |
 |
U krijgt rond de 20e van de
maand uw kinderopvangtoeslag voor de volgende maand. |
 |
Denk er aan, dat als u lopende het jaar meer of minder dagen gaat
gebruiken, u dit zelf door moet geven bij de belastingsdienst. Geeft u een wijziging door?
Dan krijgt u een nieuwe voorschotbeschikking. |
 |
Aan het einde van het
kalenderjaar krijgt u automatisch de voorschotbeschikking voor het volgende
kalenderjaar. Opnieuw aanvragen is dus niet nodig. |
 |
In de loop van dat jaar
krijgt u de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag van het
afgelopen jaar, de 'beschikking definitieve berekening'. |
 |
Hiervoor heeft u een
jaaropgave van het werkelijk aantal uren kinderopvang nodig. Deze ontvangt u
medio januari van Kindercentrum ’t Kasteeltje. Hierop staat het totaal
aantal uren kinderopvang over het afgelopen kalenderjaar. |
 |
LET OP:
Indien u dus TEVEEL uren heeft opgegeven aan de belastingsdienst
moet u de belastingsdienst terugbetalen. Indien u TE WEINIG uren heeft
opgegeven aan de belastingsdienst ontvangt u van de belastingsdienst uw tegemoetkoming
alsnog. |
Terug naar begin
Aansprakelijkheidsverzekering:
Kindercentrum ‘t Kasteeltje heeft voor alle kinderdagopvang activiteiten
de wettelijk verplichte aansprakelijkheids verzekering.
Uw kind is in tweede
instantie verzekerd, dat wil zeggen dat bij een schade gebeurtenis in eerste
instantie de
verzekering van de ouders wordt aangesproken.
Iedere ouder dient dus zelf een
WA-verzekering te hebben.
Behalve in het geval van opzet of grove schuld draagt Kindercentrum ‘t
Kasteeltje op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor enige schade, als deze
schade niet door de aansprakelijkheidsverzekering van Kindercentrum ’t
Kasteeltje wordt gedekt of hoger is dan wat de verzekering dekt.
De aansprakelijkheidsverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje geldt voor de
duur van de opvang en is afgesloten tegen de risico’s die zijn verbonden aan de
opvang van het kind. De originele polis ligt ter inzage op het kantoor.
Kindercentrum
’t Kasteeltje is niet aansprakelijk voor diefstal of verlies van eigendommen van
kinderen en / of ouders.
Zie verder de
Algemene Voorwaarden, in het bijzonder Artikel 14.
Ongevallenverzekering:
Er is ook een
school (lees kinderdagopvang) ongevallenverzekering Uw kind is in tweede instantie
verzekerd, dat wil zeggen dat bij een ongeval in eerste instantie de verzekering
van de ouders wordt aangesproken. Iedere ouder dient dus zelf een ziektekosten
verzekering te hebben.
Behalve in het geval van opzet of grove schuld draagt Kindercentrum t Kasteeltje
op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor enige schade, als deze schade niet
door de ongevallenverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje wordt gedekt of
hoger is dan wat de verzekering dekt.
De ongevallenverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje geldt voor de duur van
de opvang en is afgesloten tegen de risico’s die zijn verbonden aan de opvang
van het kind. De originele polis ligt ter inzage op het kantoor.
Terug naar begin
1.1 Oudercommissie
In het kader van de Wet Kinderopvang heeft
iedere locatie een eigen oudercommissie.
Het reglement heeft op alle locaties dezelfde inhoud en is op verzoek in te zien
bij de Administratie KDV.
Doelstelling
De oudercommissie stelt zich ten doel:
 |
de
belangen van de kinderen en de ouders van het Kindercentrum waar de
oudercommissie aan verbonden is zo goed mogelijk te behartigen en de ouders te
vertegenwoordigen. |
 |
te
adviseren ten aanzien van kwaliteit. |
 |
het behartigen van de belangen van de
ouders van het Kindercentrum bij de directie en het managementteam en middels de
centrale oudercommissie. |
Samenstelling
 |
Uitsluitend ouders, zoals omschreven in artikel 1 van het reglement kunnen lid
zijn van de oudercommissie. |
 |
Maximaal
één ouder per huishouden kan lid zijn van de oudercommissie.
|
 |
Personeelsleden, leden van de directie en leden van het managementteam van
Kindercentrum ‘t Kasteeltje kunnen geen lid zijn van de oudercommissie, ook niet
indien zij ouder zijn van een kind dat het Kindercentrum bezoekt.
|
 |
De
oudercommissie bestaat uit minimaal drie personen. |
 |
Bij de
samenstelling wordt gestreefd naar een zo evenredig mogelijke vertegenwoordiging
van alle stamgroepen. |
Overige taken
en bevoegdheden van de oudercommissie
De
oudercommissie
 |
fungeert
als aanspreekpunt voor ouders. |
 |
heeft de
bevoegdheid de vestigingsmanager drie keer per jaar, of zoveel vaker als zij in
onderling overleg overeenkomen, te verzoeken deel te nemen aan (een gedeelte
van) de vergadering van de oudercommissie. |
 |
de oudercommissie ontvangt 1
exemplaar van het inspectierapport van de GGD. |
 |
voert
regelmatig overleg (uitgevoerd door de voorzitter) met de vestigingsmanager over
het interne beleid van het Kindercentrum binnen de randvoorwaarden van de
kinderopvangorganisatie. |
 |
levert op
verzoek een inbreng op ouderavonden en themabijeenkomsten.
|
 |
zorgt
voor goede en heldere informatieverstrekking aan de ouders over de activiteiten
van de oudercommissie. |
 |
heeft de
bevoegdheid leden van de centrale oudercommissie te kiezen.
|
 |
zorgt
voor een goede communicatie met de centrale oudercommissie.
|
 |
heeft de
bevoegdheid, samen met minimaal 25% van het aantal oudercommissies, een
bijzondere vergadering bijeen te roepen, om het functioneren van de centrale
oudercommissie aan de orde te stellen.
|
Indien u
belangstelling heeft voor de oudercommissie
Meer informatie over de oudercommissie kunt u opvragen op het kantoor van
Kindercentrum ’t Kasteeltje of rechtstreeks bij een van de leden van de
oudercommissie.
Op het prikbord bij uw locatie vindt u een
overzicht van de leden van de Oudercommissie en contact informatie.
Centrale oudercommissie
De centrale oudercommissie bestaat uit een
of twee afgevaardigden van iedere lokale oudercommissie.
Een aantal keer per jaar komt de centrale
oudercommissie bij elkaar, vanuit het huishoudelijk reglement van iedere lokale
oudercommissie wordt een mandaat afgegeven. Ieder jaar worden de te mandateren
onderwerpen vastgelegd. Het betekent dat de centrale oudercommissie beslissingen
kan nemen over de onderwerpen waar mandaat over verleend is.
Terug naar begin
1.2 Informatie en
informatie-uitwisseling
Beleidsplan
Alle informatie over het beleid op de kinderdagopvang van Kindercentrum ’t
Kasteeltje vindt u in dit document terug.
Wij hopen u zo een gedetailleerd en adequaat mogelijk beeld van de praktijk te
geven. Het Beleidsplan wordt indien nodig of wenselijk aangepast en actueel
gehouden. Iedere wijziging wordt besproken binnen de organisatie en ter
goedkeuring voorgelegd aan de centrale oudercommissie. Na goedkeurig wordt een
nieuwe versie gepubliceerd. U ontvangt daarvan automatisch bericht.
 |
Het beleidsplan wordt in tekst
gepubliceerd op onze website www.t-kasteeltje.nl. (klik op Beleidsplan in het
menu). |
 |
Tevens is het hele document te
downloaden als PDF-bestand en door u uit te printen.
|
 |
Op alle locaties ligt op de groepen de
meest actuele versie van het beleidsplan ter inzage.
|
 |
Natuurlijk kunt u het beleidsplan ook
in een papieren versie aanvragen op de Administratie KDV. Deze wordt dan
direct meegegeven of per post naar u opgestuurd. |
Terug naar begin
Informatie over de groep waar uw kind in
zit
Tijdens het intake gesprek en de rondleiding op de locatie waar uw kind naar toe
gaat krijgt u van ons de informatie over de specifieke kenmerken van de
basisgroep.
Denk hierbij aan:
 |
het maximale aantal kinderen wat op de
groep aanwezig kan zijn. |
 |
het te verwachten aantal kinderen op
die groep gezien de actuele samenstelling van de groep.
|
 |
de samenstelling van de groep qua
leeftijd.
|
 |
welke leidsters op die groep aanwezig
zijn tijdens de dag(-en) van uw keuze. |
De locatiespecifieke informatie met
betrekking tot de samenstelling van de groep, maximale aantal kinderen,
het gebouw, de binnen- en buitenruimte
en de omgeving waarin de locatie staat kunt u lezen bij
punt 4.2 Specifieke
informatie over het gebouw, binnen- en buitenruimte en ligging per locatie.
Tijdens het intake gesprek en de rondleiding is natuurlijk ook alle ruimte om
vragen te stellen.
Terug naar begin
Inzage in inspectierapporten van de GGD
De rijksoverheid stelt aan kindercentra
kwaliteitseisen op het gebied van ouderinspraak, personeel, veiligheid en
gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio, pedagogisch beleid en pedagogische praktijk en
klachten.
Het Kindercentrum is verantwoordelijk voor
het leveren van kwalitatief goede kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk
voor het toezicht op die kwaliteit en schakelt voor het uitvoeren van de
inspectie de GGD als toezichthouder in. In opdracht van de gemeente beoordeelt
de GGD de kwaliteit van het Kindercentrum. Om de kwaliteit te kunnen beoordelen
heeft de rijksoverheid regels in de Wet kinderopvang en in de Beleidsregels
kwaliteit kinderopvang geformuleerd. Om te kunnen beoordelen of aan deze regels
wordt voldaan, is een toetsingskader opgesteld. Hierin staan alle zaken waarover
de toezichthouder informatie verzamelt én een oordeel geeft. De bevindingen van
het inspectiebezoek staan in dit inspectierapport. De GGD overlegt eerst met de
houder van het Kindercentrum over de inhoud van het conceptrapport. De GGD
vermeldt de zienswijze van de houder in het rapport.
De rapportages van de uitgevoerde
inspecties zijn openbaar. U kunt de inspectierapporten met betrekking tot
Kindercentrum ’t Kasteeltje op de locatie inzien of ernaar vragen op de
Administratie KDV.
Terug naar begin
Informatie over actuele zaken per locatie
Natuurlijk zijn er lopende het jaar tal van zaken waarover u graag geïnformeerd
wilt worden. Informatie over thema’s waarmee de kinderen op de kinderdagopvang
werken, nieuwe leidsters, veranderingen in de groep of leuke activiteiten die
gedaan zijn of in de komende weken gedaan worden.
Op alle locaties is op een vaste plaats
een prikbord waarop u deze informatie kunt lezen. Bij het brengen en / of halen
van uw kind kunt u hier dus helemaal op de hoogte blijven.
Belangrijke informatie ontvangt u per nieuwsbrief. Deze wordt aan uw kind
meegegeven.
Er is geen vaste nieuwsbrief op gezette tijden.
Op de website vindt u een kopje Actuele Informatie. Hier publiceren wij
informatie die voor iedereen leuk en / of interessant kan zijn.
Terug naar begin
Informatie over uw kind
Voor de baby is het van belang dat de relatie tussen ouder en dagelijkse leidster optimaal is. Kinderen zijn afhankelijk van de communicatie tussen ouder en leidster, omdat ze zelf nog niet veel kunnen aangeven. Alle bijzonderheden voor de komende dag die de ouder aangeeft worden genoteerd op de daglijsten die van de kinderen van 0 tot 1 jaar worden bijgehouden. De leidsters noteren hier gedurende de dag de informatie over ieder kind waaronder slapentijden, wat er aan voeding is gedronken en verder alle bijzonderheden die er te melden zijn. Op het einde van de dag vindt er een kort gesprekje plaats over hoe de dag verlopen is en wat voor gebeurtenissen er zijn geweest.
Voor de kinderen van 1 tot 4 jaar worden de slaaptijden bijgehouden. Alle activiteiten die er door de dag heen gedaan zijn worden op het informatiebord per groep beschreven. U kunt op het eind van de dag altijd lezen hoe de dag is verlopen.
Als u vragen heeft of ergens iets meer van wilt weten, is er altijd tijd voor een kort gesprek.
Er worden observatieformulieren gebruikt waarmee wij gericht kijken hoe uw kind zich in de groep ontwikkeld en waar voor de groepleiding
aandachtspunten liggen in de begeleiding van uw kind.
Eenmaal per jaar wordt de
gelegenheid geboden voor een 10 minuten gesprek. Als ouder(s) en / of leidsters
daar behoefte aan hebben wordt een gesprek gepland. Dit gesprek is naar
aanleiding van de peilpunten op de Pravoo-lijsten (zie hieronder bij
Pravoo-volgsysteem). U kunt hier gebruik van maken. Mocht u zelf op ieder ander
tijdstip wensen hebben om over uw kind in gesprek te gaan kan daar altijd een
afspraak voor worden gemaakt
Terug naar begin
Overdrachtsformulier
In verband met de overdracht van informatie over de ontwikkeling van uw kind richting de basisschool zal op de kinderdagopvang een observatie gemaakt worden door de groepsleidsters.
Hierbij maken we gebruik van het Pravoo-volgsysteem.
Terug naar begin
Pravoo-volgsysteem
De kinderdagopvang in de gemeente
Sint-Michielsgestel en Vught werkt met het Pravoo-peutervolgsysteem. In het kort
houdt het Pravoo-peutervolgsysteem het volgende in: Elk kind heeft zijn of haar
eigen ontwikkelingsboekje met daarin in één oogopslag de gehele ontwikkeling van
de peuter vanaf de binnenkomst tot de overgang naar groep 1 van de basisschool.
Het peutervolgsysteem is een gerenommeerd systeem waarmee de ontwikkeling van de
peuter zeer goed in kaart gebracht kan worden. De score lijsten bestaan uit 9
hoofdcategorieën: Binnenkomst – Spelen – Werken – Kringactiviteiten -
Sociaal-emotioneel gedrag - Taal - Motoriek - Zintuiglijke waarneming –
Zelfredzaamheid. Heeft u vragen over het peutervolgsysteem dan kunt u altijd bij
ons om nadere informatie vragen.
De observaties worden gedaan als uw kind 2 jaar, 3 jaar en 3 jaar en 10 maanden
is. De scorelijst wordt gedurende het verblijf van uw kind zoveel mogelijk door
dezelfde leidster ingevuld.
Terug naar begin
Warme overdracht
Sint-Michielsgestel kent ook een warme overdracht, dit betekent dat er over ieder kind vanuit de kinderdagopvang naar de basisschool gaat een gesprek plaats vindt tussen de leidster van de kinderdagopvang en de interne begeleider van de basisschool. Het initiatief hiervoor ligt bij de basisschool. Bij inschrijving op de basisschool wordt u gevraagd toestemming te geven voor de warme overdracht om zo goed mogelijk bij uw kind aan te sluiten op het moment dat uw kind naar de basisschool gaat. Alleen als u daar toestemming voor heeft gegeven zal de informatie zoals met u besproken en beschreven op het Pravoo observatie formulier overgedragen worden aan de Intern Begeleider van de basisschool.
Wij melden aan u wanneer bij ons bekend is dat uw kind besproken gaat worden.
Terug naar begin
1.3 Samenwerking Consultatiebureaus Vught en Sint-Michielsgestel
Vanuit de consultatiebureaus zijn er zorgteams gemaakt. Met het vormen van een
zorgteam wordt er ook gestreefd naar een betere samenwerking tussen de diverse
kindercentra en consultatiebureaus. Kindercentrum ’t Kasteeltje heeft een
samenwerking met de bureaus in Vught en Sint-Michielsgestel.
Doel van het zorgteam Het doel van het zorgteam 0-4
is te komen tot vroegtijdige signalering van kinderen met cognitieve, emotionele
en/of psychosociale problematiek. Daarnaast heeft het zorgteam ten doel het kind
naar de juiste instantie door te verwijzen waar hulp geboden kan worden.
Leidsters en pedagogisch medewerkers zijn voldoende vaardig in de signalering
van problematiek en kunnen daarnaar handelen. Uitgangspunt is dat alle kinderen
zich optimaal kunnen ontwikkelen, ondersteuning en hulp krijgen bij
belemmeringen in de ontwikkeling en dat kinderen en hun ouders passende hulp
krijgen bij problemen. Het zorgteam bereikt dit door samenwerking en het
uitgangspunt is zorg aan te bieden onder het motto ‘zoveel als nodig, niet meer
dan noodzakelijk’.
Werkwijze van het zorgteam Een zorgteam bestaat
altijd uit de jeugdverpleegkundige (verpleegkundige in de jeugdgezondheidszorg)
en een leidster / pedagogisch medewerker. Het zorgteam kan richting andere
professionals adviseren. Kinderen kunnen aangemeld worden vanuit de
peuterspeelzaal / het kinderdagverblijf of vanuit de jeugdverpleegkundige.
In de praktijk In de praktijk van ’t Kasteeltje
betekent dit dat de leidsters met de ouders de zorgen van hun kind zullen
bespreken. Ook zullen de leidsters bij de kwaliteitsmedewerker aangeven wanneer
ze zich zorgen maken. De kwaliteitsmedewerker zal samen met de leidsters kijken
wat de leidsters op de groep nog meer / anders kunnen aanbieden aan het kind
zodat het gestimuleerd wordt om zich te ontwikkelen. Mocht dit nog te weinig
vooruitgang bieden dan wordt er aan ouders toestemming gevraagd om de zorgen ook
bij het consultatiebureau neer te leggen. Deze informatie uitwisseling gebeurt
dan in eerste instantie via de kwaliteitsmedewerker. Zodra de
jeugdverpleegkundige verdere acties wil ondernemen (na afstemming met de ouders)
zal dit weer via de vaste leidsters op de groep gaan. Ouders worden door de
leidsters altijd op de hoogte gehouden over de voortgang, adviezen of andere
relevante informatie over hun kind. Bij deze vorm van samenwerking met het
consultatiebureau is altijd toestemming van de ouders nodig.
In de praktijk zal het ook voorkomen dat we als
leidsters en kwaliteitsmedewerker ontoereikende kennis hebben om een kind in een
bepaalde situatie verder kunnen stimuleren in zijn / haar ontwikkeling. Dit zal
ook met ouders gecommuniceerd worden. In dit geval kunnen we de casus anoniem
(zonder persoonsgegevens) inbrengen bij het zorgteam. Dit is dan voor advies hoe
als leidsters om te gaan met een dergelijke situatie. Het zorgteam kan dan
hierin ook alleen maar adviserend zijn. Voor deze informatie inwinning is geen
toestemming nodig van ouders.
Mocht u nog vragen hebben over deze samenwerking,
kunt u zich richten tot:
Marlies Welvaarts
073-5512843 [3] (di-wo-do)
marlies@t-kasteeltje.nl
Terug naar begin
1.4 Samenwerking Fysiotherapie en Logopedie
Kindercentrum ’t Kasteeltje is een samenwerking aangegaan met vaste
Fysiotherapeuten en Logopedisten. De contacten die we nu hebben lopen is met de
praktijk Kinderfysiotherapie/kinderlogopedie Vught. De vraag voor samenwerking
is van twee kanten gekomen, enerzijds vanuit kindercentrum ’t Kasteeltje en
anderzijds vanuit Kinderfysiotherapie/logopedie Vught.
Vanuit ’t Kasteeltje is de vraag tot meer
samenwerking gekomen omdat we merken dat we op deze gebieden kennistekort
hebben. We signaleren wel vaak motorische of spraaktaal achterstanden /
opvallendheden maar hebben niet de kennis in huis om dit goed te stimuleren.
Hiervoor willen we de expertise van deze disciplines gebruiken, zij komen dan op
onze vraag om ons tips en adviezen te geven met betrekking tot dat kind. Hierbij
kan dan eventuele vroegsignalering zijn door de fysiotherapie / logopedie wat
kan leiden tot een doorverwijzing.
Daarnaast willen wij als kindercentrum ook
mogelijkheden bieden voor ouders en kinderen om kinderen op een van de locaties
te behandelen, hierdoor hoeven behandelingen niet altijd op de vrije dagen van
ouders plaats te vinden en kunnen de leidsters ook nog kennis en specifieke
oefeningen bijgebracht worden die ze met dat kind spelenderwijs kunnen doen op
de dagen dat zij op het dagverblijf zijn. Daarbij vinden fysiotherapeuten /
logopedisten het ook vaak fijn om het kind in een omgeving te kunnen observeren
waarbij andere kinderen aanwezig zijn. Het blijkt toch dat kinderen op de
kinderdagopvang het anders doen dan thuis of in de praktijk van de fysiotherapie
/ logopedie.
We willen dus graag laagdrempelig gebruik kunnen
maken van hun expertise. Op het moment dat leidsters vragen hebben over een kind
met motorische opvallendheden en of spraak / taal opvallendheden worden deze
besproken met Marlies (kwaliteitsmedewerkster). Op het moment dat alle ideeën /
aanpakken / stimulaties zijn geprobeerd, die binnen onze kennis en kunde liggen,
geen tot weinig effect hebben, raadplegen we de fysiotherapeute / logopediste.
Afhankelijk van de vraag kunnen deze disciplines beslissen om mondeling /
telefonisch advies te komen geven, of naar de locatie te komen om het kind te
zien en na observatie een passend advies aan de leidsters te geven. De
fysiotherapeute / logopediste komt dan echt voor ondersteuning van de leidsters,
hiervoor is geen toestemming van de ouders nodig.
In deze beschreven situatie worden ouders vanaf het
begin betrokken, ouders worden op de hoogte gehouden van de observaties maar ook
van de manieren die zijn geprobeerd, ook wanneer de leidsters de expertise
inroepen van Marlies en van de fysiotherapeute / logopediste. Mocht de
fysiotherapeute / logopediste doorverwijzing nodig achten dan zullen wij de
ouders dit mededelen met de motivatie van, en hoe in contact te komen met de
fysiotherapeute en logopediste. Het blijft dan natuurlijk de keus van ouders wat
zij met deze informatie doen.
Om een goede samenwerking te kunnen bewerkstelligen
is het prettig als ouders aangeven wanneer hun kind bij de fysiotherapie /
logopedie bekend is. Maar fysiotherapie / logopedie overlegt ook met ouders of
zij de betreffende locatie mogen bellen dat het kind bij hen bekend is. Dit kan
de samenwerking en daardoor ook de ontwikkeling van het kind alleen maar ten
goede komen.
Vanuit de praktijk is ook de behoefte om
laagdrempelig bereikbaar te zijn voor ouders en kinderen, zij zijn hierdoor op
zoek gegaan naar een passende manier. Samen denken we nu een passende oplossing
gevonden te hebben door de mogelijkheden zoals hierboven beschreven en het
houden van een inloopspreekuur.
We willen een pilot gaan draaien op locatie de
Kempenlandstraat waarin de fysiotherapeute / logopediste een inloopspreekuur
hebben op een vaste dag en vast tijdstip. Dit om ouders die mogelijk vragen
hebben over hun kind makkelijk kennis te laten maken met fysiotherapie /
logopedie. Ouders kunnen tijdens het inloopspreekuur vrijblijvend binnen lopen
en hun vraag neerleggen bij de fysiotherapeute / logopediste. Vanuit daar wordt
dan een passend advies gegeven. Dagen en tijden waarop dit gebeurt worden op de
locatie bekend gemaakt. Als we meer ervaring op hebben gedaan met deze vorm van
samenwerking wil kinderfysiotherapie / logopedie Vught deze samenwerking voor
het totale kindercentrum doen, dus ook voor de locaties in Sint-Michielsgestel.
Mocht u nog vragen hebben over deze samenwerking,
kunt u zich richten tot:
Marlies Welvaarts
073-5512843 [3] (di-wo-do)
marlies@t-kasteeltje.nl
Terug naar begin
2.1 Verklaring omtrent gedrag
Alle medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje zijn in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag.
Zo’n VOG heet in de volksmond ook wel ‘bewijs van goed gedrag’. Het is een verklaring, uitgegeven door het Ministerie van Justitie, waaruit blijkt dat het gedrag van de medewerker geen bezwaar oplevert voor een baan in de kinderdagopvang.
Terug naar begin
2.2 Opleidingseisen
Alle medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen.
Een medewerker die met kinderen werkt, heeft minstens een middelbare beroepsopleiding op sociaal- of pedagogisch gebied afgerond. De meest voorkomende opleiding in de kinderdagopvang is SPW 3.
Daarnaast worden een aantal opleidingen vermeld waarvan in de CAO is bepaald dat die ook geschikt zijn voor de functie van groepsleidster. Enkele voorbeelden zijn de Brancheopleiding Ervaren Peuterspeelzaalleidster (BEP), Kinderverzorging
/ Jeugdverzorging, Leidster kindercentra van de OVDB, vakopleiding Leidster kindercentra, conform de WEB, Onderwijsassistent (kwalificatieniveau 4) of Pedagogische Academie.
Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL)
Een leidster die in een Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) zit, hoeft nog geen diploma te hebben om te mogen werken in een
Kindercentrum. Een BBL’er is een student die het onderdeel beroepspraktijkvorming van haar studie vervult door te werken in een
Kindercentrum. Meer informatie over de inzet van gediplomeerde beroepskrachten en BBL-leerlingen vindt u in
punt 5.2 Beroepskracht-kind-ratio.
Terug naar begin
3.1 Veiligheidsbeleid
Kinderen ontwikkelen zich snel, zijn nieuwsgierig en willen de wereld om zich heen ontdekken. Daarbij zien ze geen gevaar. Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze leren wat wel en niet mag en wat wel en niet gevaarlijk is. Leidsters oefenen veilig gedrag met de kinderen. Omdat het voor de leidsters onmogelijk is om elke minuut van de dag alle kinderen in de gaten te houden, is een veilige omgeving van groot belang. Hierbij is een spanningsveld tussen veiligheid en pedagogische aspecten. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen het bieden van veiligheid en het bieden van voldoende uitdaging en leermomenten. Om de veiligheid te waarborgen wordt gewerkt met een veiligheidsbeleid. Dit houdt in dat we steeds knelpunten en verbeterpunten inventariseren, maatregelen nemen en evalueren hoe het met de veiligheid op de verschillende locatie gesteld is. Op iedere locatie wordt gewerkt met een risco-inventarisatielijst en zijn er huisregels opgesteld.
Die regels zijn op 3 manieren geformuleerd:
 |
Regels voor leidsters.
|
 |
Regels voor kinderen.
|
 |
Regels voor ouders.
|
Samen zorgen deze regels ervoor dat
we onveilige situaties zoveel als mogelijk inperken en waar mogelijk uitsluiten.
In de regels voor de leidsters staat vaak vernoemd wat we de kinderen aan willen
leren als veilig gedrag, daarnaast staan er veel zaken beschreven die
(dagelijks) gecontroleerd dienen te worden. Natuurlijk is het ook van belang dat
u als ouder op de hoogte bent van een aantal afspraken die de veiligheid van uw
en andere kinderen verhoogt.
Daarom staat hieronder een overzicht van de
huisregels waarbij we u om uw medewerking vragen:
-
Indien u uw kind met de auto komt brengen
/ halen, ben dan extra alert op
(kleine) kinderen die op de parkeerplaats lopen.
-
Probeer uw auto dusdanig te parkeren dat de verkeerssituatie
overzichtelijk blijft.
-
Laat uw kinderen niet alleen naar binnen lopen
/ naar de auto lopen.
-
U bent verantwoordelijk voor uw kind totdat de overdracht in de groep
heeft plaats gevonden.
-
U bent vanaf
7.30 uur welkom, voor die tijd zijn leidsters vaak bezig om nog even spullen
klaar te zetten.
Vanaf 7.30 uur nemen wij de verantwoordelijkheid van uw kind
over.
-
U bent zelf verantwoordelijk voor uw kind als u voor of na de opvangtijd
met uw kind in de het Kindercentrum speelt.
-
Ben met het openen van deuren op het
Kindercentrum altijd voorzichtig;
let op dat er geen kind achter de deur zit.
-
U dient deuren
/ poorten na gebruik altijd te sluiten.
-
Huisdieren mogen niet mee naar binnen in het
Kindercentrum, eveneens
mogen zij niet aangelijnd direct naast de toegang blijven wachten.
-
U dient de
jassen, tassen en eventuele maxi-cosi's op te hangen op de daarvoor aangewezen plaats
(wilt u deze ook van naam voorzien?)
Kinderwagens kunnen niet op het Kindercentrum blijven als u weer weg gaat.
-
In de tassen / jassen
van uw kind die u op hangt mogen geen medicijnen / gevaarlijke
voorwerpen zitten. Deze levert u altijd in bij de groepsleiding.
-
U mag geen
jassen / tassen van u zelf binnen het bereik van kinderen onbeheerd achter
laten.
-
Voorkeur heeft dat u uw oudste kind eerst weg brengt, hierna pas uw baby,
dit in verband met de onrust op de babygroep met (veel) broertjes / zusjes. Als u
eerst uw baby brengt, blijf dan letten op uw andere kinderen en laat ze niet
alleen in de centrale hal spelen met materialen die bedoeld zijn voor de
baby's / peuters.
-
Bij het ophalen vragen wij u eerst uw baby, daarna het oudste kind op te
halen.
-
U dient uw kind altijd af te melden bij de leiding,
dit om de lijst van aanwezige kinderen te allen tijde actueel te houden (in
geval van calamiteiten).
-
Let er bij het naar buitengaan op of er geen andere kinderen alleen mee naar
buiten lopen.
-
Indien u uw kind niet om 18.00 uur kunt ophalen en er een andere
persoon die niet bekend is bij de opvang uw kind komt ophalen, moet u dit
(telefonisch) melden.
Dit
kunt u ook opgeven d.m.v. het formulier
“Toestemming ophalen kinderen” als de
situatie zich vaker voor zal doen.
2.
Eten, drinken, speelgoed, spenen en kleding
-
Indien uw kind speciale voeding heeft, dient u dit zelf mee te
nemen naar
het Kindercentrum.
-
In geval van een (voedsel-)allergie dient u het formulier
“Allergische
Reacties” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding.
-
Als er bijzonderheden te melden zijn voor de dag waarop uw kind het
Kindercentrum bezoekt, dient u dit even te melden bij de groepsleiding.
-
Knuffels,
spenen en eventueel slaapzak kunt u in het mandje van uw eigen kind leggen.
-
Wilt u spenen
thuis controleren op slijtage / kleine scheurtjes en op tijd vervangen
-
Wij vragen u
ervoor te zorgen dat een set schone kleren in de tas aanwezig is.
-
Voor meegebracht speelgoed
kunnen wij geen verantwoordelijkheid dragen, wij vragen u dan ook speelgoed
thuis te laten.
-
Zorg dat de groep altijd een telefoonnummer heeft waar u die dag te
bereiken bent.
-
U bent zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen in
telefoonnummers etc. Hiervoor gebruikt u het formulier
“Wijzigingsformulier
Kinderdagopvang”
of u stuurt een duidelijke email naar
kdv@t-kasteeltje.nl.
-
Zorg dat in uw (mobiele) telefoon het juiste nummer van het
Kindercentrum
staat. U vindt een overzicht op www.t-kasteeltje.nl bij [contact].
4.
Buitenspelen in de zon
-
Op het
Kindercentrum is bij zonnig weer altijd een zonnebrandcrème met
hoge beschermingsfactor aanwezig waarmee de groepsleiding de kinderen in smeert.
Indien u liever een eigen crème gebruikt dient u deze zelf mee te geven.
-
Geef bij zonnig weer beschermende kleding mee (petje, hoedje,
extra t-shirt).
-
Wilt u de
kinderen bij zonnig weer thuis alvast insmeren zodat we 's morgens meteen
buiten kunnen spelen?
5.
Formulieren die voor u van toepassing kunnen zijn
-
Voor verschillende voorkomende situaties zijn formulieren ontworpen.
Deze
kunt u bij de groepsleiding krijgen of zelf downloaden via onze website; www.t-kasteeltje.nl. [formulieren].
U dient er zelf voor te zorgen dat deze informatie actueel bij de
groepsleiding bekend is.
-Toestemming
Gebruik Geneesmiddel (Indien uw kind medicijnen gebruikt) -Actieplan bij Allergisch Reacties -Toestemming Ophalen Kinderen
Terug naar begin
3.1.1 Risico-inventarisatie
Op de kinderdagopvang groep is een risico-inventarisatielijst, om de ruimte op veiligheid en hygiëne te controleren. Dit gebeurt éénmaal per jaar door de groepsleiding soms in combinatie met de leden van de oudercommissie.
De GGD controleert jaarlijks of het Kindercentrum voldoet aan de kwaliteitseisen zoals deze zijn gesteld in de
Wet Kinderopvang en de bijbehorende beleidsregels kwaliteit kinderopvang.
De controle voor veiligheid vindt plaats op de volgende thema’s: risico op verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verstikking, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden. Voor zaken die daarbij naar voren komen als potentieel gevaarlijk wordt een actieplan opgesteld. Huishoudelijke regels worden indien nodig bijgesteld, gebreken worden zo spoedig mogelijk aangepakt of indien nodig tijdelijk buiten gebruik gesteld.
Terug naar begin
3.1.2 Calamiteiten
Voor calamiteiten is er op alle locaties een noodplan / ontruimingsplan
aanwezig, dat regelmatig geactualiseerd wordt. Er is altijd een Bedrijfs Hulp
Verlener aanwezig. Het noodplan / ontruimingsplan hangt op een zichtbare plek op
iedere locatie bij de ingang. Iedere leidster wordt door een BHV-er op locatie
getraind voor een ontruiming zodat iedereen weet wat van hem / haar verwacht
wordt bij een calamiteit. Het noodplan / ontruimingsplan wordt ten minste twee
keer per jaar geactualiseerd en geoefend.
Terug naar begin
3.1.3 Algemene
Huisregels Veiligheid
Iedere locatie heeft huisregels
veiligheid die opgesteld zijn voor de betreffende locatie, deze liggen ter
inzage op de groep. Algemene regels die op alle locaties gelden zijn:
3.1.4 Halen en brengen
Binnenkomst kinderdagopvang
Op de groep ligt per dag een aanwezigheidslijst klaar, als kinderen binnen komen worden ze genoteerd.
Hierdoor is er altijd een actuele lijst van kinderen die aanwezig zijn op de groep. Bij een calamiteit kan er zo altijd meteen controle plaats vinden.
Ophalen
Wanneer kinderen opgehaald worden, wordt dit ook genoteerd op de aanwezigheidslijst zodat er ieder moment van de dag een actuele aanwezigheidslijst is.
Indien u uw kind door iemand anders op laat halen, moet u dat van te voren kenbaar maken.
Wij mogen uw kind niet meegeven aan een bij ons onbekende persoon, als dat niet nadrukkelijk bij ons gemeld is.
Wanneer er regelmatig een andere, vaste, persoon uw kind komt ophalen, dient u het formulier
“Toestemming Ophalen Kinderen” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding.
Dit formulier kunt u downloaden op onze website www.t-kasteeltje.nl onder [formulieren] of vraag ernaar bij de groepsleiding.
Mocht u desondanks toch in een onverwachte situatie komen waardoor u uw kind niet zelf op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van uw kind te bellen (zie telefoonnummers bij
punt A.3) om door te geven wie uw kind wel op komt halen. Ook als u in een onverwachte situatie komt waardoor u uw kind niet op tijd op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van uw kind te bellen (zie telefoonnummers bij
punt A.3)
Terug naar begin
3.1.5 Gebruik van gangen, toilet en
garderobe
Gangen zijn bedoeld om door te lopen en niet om in te spelen. In principe wordt in deze ruimtes niet gespeeld.
In een speelhal wordt niet gespeeld tijdens de drukke haal en brengtijden.
Voor kinderwagens is per locatie, indien de ruimte het toelaat, een plaats aangegeven waar deze tijdens het halen
/ brengen even gestald kunnen worden. Er is geen plaats waar kinderwagens gedurende de opvang achter gelaten kunnen worden, u dient deze dus zelf mee te nemen.
In de garderobe is op de meeste locaties een ruimte gereserveerd voor het plaatsen van maxi-cosi‘s. Er mogen geen maxi-cosi’s of andere grote objecten in de garderobe op de grond achter gelaten worden.
Terug naar begin
3.1.6 Leefruimte
Deuren / ramen beleid
De deuren binnen het gebouw zijn dicht tijdens de kinderdagopvang, kinderen mogen niet met deuren spelen. Alle deuren zijn voorzien van beveiligingsstrips, deurhaken of deurdrangers om beknelling te voorkomen.
De kinderen mogen niet zonder toezicht in de hal of bij de voordeur spelen, kinderen worden erop gewezen dat ze niet door de voordeur naar buiten mogen zonder ouders
/ begeleiders.
Kinderen mogen nooit zelf ramen open of dicht doen.
Vloeren
Er wordt bij de kinderdagopvang veel gespeeld op de vloeren. Er worden met de groepsleiding goede afspraken gemaakt over plaatsen die vrijgehouden moeten worden om te lopen en waar gespeeld mag worden. Na het spelen moeten de kinderen het gebruikte materiaal weer opruimen op de daarvoor aangewezen plaats. In principe liggen alle materialen na gebruik opgeruimd in kasten en
/ of planken en is de vloer vrij.
Eten / drinken
Er wordt gelet op het gevaar van hete thee op een aanrecht of op de tafel. Kinderen en leiding lopen niet met drinken. Ook eten gebeurt zittend aan tafel. Bij het uitdelen van fruit en
/ of snoepjes is de leiding extra alert. Kinderen worden gewezen op het gevaar van verslikking bij spelen met iets in je mond. Kinderen mogen dan ook niet van tafel met een snoepje of stukje fruit.
Gebruik van loopkarren / groot speelgoed binnen
Op alle groepen is groot spelmateriaal voor binnen aanwezig. Ook voor het gebruik van dit spelmateriaal zijn regels opgesteld. Zo zijn loopkarren niet bedoeld om mee te botsen, mag je niet met speelgoed in de hand van de glijbaan en wordt er binnen met de bal alleen gerold. Gooien of schoppen met de bal is voor buiten.
Terug naar begin
3.1.7 Slaap en verschoonruimte
Er wordt gelet op losliggende materialen en speelgoed. Deze worden verwijderd uit de ruimte als de kinderen gaan slapen. Er zijn geen touwtjes of andere losse attributen in de kamer of aan kleding aanwezig als kinderen naar bed gaan.
Speentjes worden altijd gecontroleerd op slijtage. Een knuffel mag uiteraard wel mee in het bedje.
Het inbakeren, kinderen vastleggen zodat zij geen bewegingsvrijheid hebben in bed, wordt door ons om veiligheidsredenen niet gedaan. Indien er slaapproblemen bij uw kind zijn, wat u met inbakeren tracht te verlichten, zullen wij daar aandacht en zorg aan besteden. Hiermee willen wij het kind leren rustig te gaan slapen.
Baby’s worden altijd op de rug in bed gelegd, en tijdens de slaap terug op de rug gedraaid zodra de leidster opmerkt dat het kind op de buik is gaan slapen. Ook dit is een beleidspunt waarbij gekozen wordt voor de veiligheid van uw kind in verband met adviezen rondom de voorkoming van wiegendood. Het kan echter zo zijn dat uw kind steeds in een andere houding blijft draaien, en vastleggen op de rug is geen optie. Indien uw kind gewend is op een andere manier dan op de rug in slaap te vallen, kunt u een formulier tekenen waarin u zich bekend verklaard met de verhoogde risico’s en toestemming geeft uw kind in een andere houding te laten slapen.
Terug naar begin
3.1.8 Keuken
Wij zien er op toe dat er geen losse kabels en snoeren hangen. Elektrische apparaten zijn zo opgesteld dat kinderen er niet per ongeluk aan kunnen trekken.
De peuters mogen alleen de voorbereidingen bij kookprogramma’s mee maken buiten de keuken.
Schoonmaakmiddelen en scherpe voorwerpen worden zodanig opgeborgen dat de kinderen daar niet bij kunnen.
Terug naar begin
3.1.9 Buitenruimte
Alle buitenterreinen zijn op een deugdelijke manier omheind. Deze wordt regelmatig gecontroleerd en bij gebreken wordt dit zo spoedig mogelijk gerepareerd. Speeltoestellen worden jaarlijks aan een inspectie onderworpen. Eventuele gebreken die door het jaar heen geconstateerd worden en een gevaar op kunnen leveren voor de kinderen worden zo spoedig mogelijk hersteld. Indien nodig worden de toestellen tijdelijk buiten gebruik gesteld door de groepsleiding.
Kinderen spelen buiten altijd onder begeleiding van groepsleiding. Bij de eventueel aanwezige speeltoestellen wordt kinderen ook geleerd dat zij rekening moeten houden met elkaar als ze met meerdere kinderen een toestel gebruiken. Kinderen zijn heel creatief in het bedenken van nieuwe varianten om het speeltoestel te gebruiken. Omdat het leeftijd verschil tussen kinderen groot is, kan een kind het wel en voor de ander is het gevaarlijk. Wij passen de begeleiding ook aan op mogelijkheden van de kinderen. Willen kleine kinderen wat proberen op de klimtoestellen waarvan de moeilijkheidsgraad misschien wat te hoog is, gaan wij erbij staan en proberen we het samen.
Indien er buiten spelmateriaal gebruikt wordt wat eventueel gevaar op kan leveren voor andere spelende kinderen, denk hierbij aan balspelen of gebruik van fietsjes
/ loopkarren, wordt daarvoor een gebied aangewezen waarbinnen gespeeld mag worden met die materialen. Ook worden bijbehorende afspraken met de kinderen besproken. Denk hierbij aan het gebruik van schepjes, het niet botsen met rijdend materiaal, rekening houden met elkaar tijdens het spel.
In de zomer wordt er gezorgd voor voldoende schaduwplekken. Kinderen worden voordat ze naar buiten gaan ingesmeerd, er wordt gezorgd voor voldoende drinken en wij trekken kinderen beschermende kleding aan indien nodig.
In de zomer worden soms zwembadjes op de buitenruimte geplaatst voor een lekkere afkoeling. Het water daarvan wordt dagelijks ververst. Zodra er water in het badje zit en er kinderen buiten zijn, is 1 leidster belast met het toezicht op het badje. Zij let er op dat er geen gevaarlijke voorwerpen mee in het badje gaan, de kinderen geen badwater drinken en er niet teveel kinderen gelijktijdig in het badje gaan zodat het overzichtelijk blijft. Badjes worden altijd direct leeg gemaakt zodra er geen toezicht meer is en kinderen wel toegang hebben tot de buitenruimte waar het badje staat. Het niveau van het water in het badje is afhankelijk van de leeftijden van de kinderen die er gebruik van maken, maar nooit meer dan 30 centimeter.
Terug naar begin
3.2 Gezondheidsbeleid
Kinderen komen in aanraking met ziekteverwekkers waar tegen zij nog geen weerstand hebben opgebouwd. Het doormaken van een aantal veel voorkomende infectieziekten hoort bij de normale ontwikkeling van een kind. Tijdens het verblijf op de kinderdagopvang komen zij via andere kinderen en
/ of de groepsleiding vaker in contact met allerlei ziekteverwekkers. Om de gezondheid te waarborgen wordt gewerkt met een gezondheidsbeleid. Dit houdt in dat we steeds knelpunten en verbeterpunten inventariseren, maatregelen nemen en evalueren hoe het met de gezondheidsrisico’s op de verschillende locatie gesteld is. Op iedere locatie wordt gewerkt met een risco-inventarisatielijst.
Die regels zijn op 3 manieren geformuleerd:
 |
Regels voor leidsters.
|
 |
Regels voor kinderen.
|
 |
Regels voor ouders.
|
Samen zorgen deze regels ervoor dat
we gezondheidsrisico's zoveel als mogelijk inperken en waar mogelijk uitsluiten.
In de regels voor de leidsters staat vaak vernoemd wat we de kinderen aan willen
leren, daarnaast staan er veel zaken beschreven die
(dagelijks) gecontroleerd dienen te worden. Natuurlijk is het ook van belang dat
u als ouder op de hoogte bent van een aantal afspraken die de
gezondheidsrisico's van uw
en andere kinderen verlagen. Daarom staat hieronder een overzicht van de
huisregels waarbij we u om uw medewerking vragen:
-
Wij mogen
alleen medicijnen verstrekken aan een kind indien daarvoor een formulier
“Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” door de ouders is ingevuld.
-
Ouders
verstrekken altijd zelf de medicijnen per dag in de originele verpakking met
bijsluiter.
-
Ouders
controleren de houdbaarheidsdatum van de medicijnen.
-
Onder
medicijnen verstaan wij zowel op recept verkregen medicijnen als alle
zelfzorgmiddelen waar een bijsluiter bij zit.
(Zie de uitgebreide beschrijving in het beleidsplan onder
punt
3.2.6
Medicijnen en medisch handelen).
-
Medicijnen
worden altijd op een daarvoor aangewezen plaats, buiten het bereik van
kinderen, door de leiding bewaard.
-
Als uw kind een
ziekte heeft, moet u dit altijd melden bij de groepsleiding.
-
Allergieën / voedselallergie en diëten moet u altijd melden bij de groepsleiding. Ook hiervoor is een formulier te verkrijgen via de groepsleiding en
/ of via
de website www.t-kasteeltje.nl [formulieren].
2.
Voeding (ontbijt / lunch / fruit / kookactiviteit)
-
U kunt de
voeding die gekoeld bewaard moet blijven (flessen) direct in de koelkast
zetten.
-
Bij alle
voeding die u meegeeft, vragen wij u dat te doen in een deugdelijke,
afsluitbare verpakking voorzien van naam van uw kind.
-
Bij gekolfde
borstvoeding vragen wij u deze bevroren mee te brengen, voorzien van naam
van uw kind. Op het dagverblijf wordt deze in de koeling geplaatst.
-
Indien u kiest
voor voeding uit een potje moet deze ongeopend zijn.
-
Indien een kind
speciale voeding / dieet heeft, dienen ouders dit zelf mee te geven naar het
Kindercentrum.
-
In geval van
een voedselallergie dienen ouders het formulier
“Allergische Reacties” in
te vullen en af te geven bij de groepsleiding.
-
Wij gaan er van
uit dat het uitkoken van flessen en speentjes thuis gebeurt.
-
Kinderen die
overgevoelig zijn voor stuifmeel allergie, worden binnen gehouden in een
actieve stuifmeel periode als ze er last van hebben.
Deuren en ramen worden dan dicht gehouden. U moet wel zelf aangeven dat uw
kind hiervoor gevoelig is.
-
In de zomer
worden kinderen ingesmeerd als zij in de zon spelen met crème met een hoge beschermingsfactor.
Als u dat wilt
kunt u een eigen merk zonnebrandcrème zelf meegeven op zonnige dagen.
-
Kinderen met
gevoelige huid moeten bij zonnig weer kleding aan houden (minimaal een
t-shirt over de zwemkleding) en een pet op als u die meegeeft.
U moet wel zelf aangeven dat uw kind extra gevoelig is voor de zon.
-
Indien uw kind
een allergische reactie krijgt van insectenbeten / wespen steken dient u dit
kenbaar te maken via het formulier
“Allergische reacties”.
-
Er mogen geen
(huis-)dieren binnen het Kindercentrum zijn. Uitzondering hierop zijn
schilpadden en vissen. U mag uw huisdier dus niet meenemen in het
Kindercentrum.
Terug naar begin
3.2.1 Risco-inventarisatie
Op de kinderdagopvang groep is een risico-inventarisatielijst, om de ruimte op veiligheid en hygiëne te controleren. Dit gebeurt éénmaal per jaar door de groepsleiding soms in combinatie met de leden van de oudercommissie.
De GGD controleert jaarlijks of het Kindercentrum voldoet aan de kwaliteitseisen zoals deze zijn gesteld in de
Wet Kinderopvang en de bijbehorende beleidsregels kwaliteit kinderopvang.
De controle voor hygiëne vindt plaats op de volgende thema’s: ziektekiemen, binnenmilieu, buitenmilieu en medisch handelen. Voor zaken die daarbij naar voren komen als potentieel gevaarlijk wordt een actieplan opgesteld.
Terug naar begin
3.2.2 Algemene Huisregels Hygiëne / Gezondheid
Door extra aandacht te besteden aan hygiëne kunnen gezondheidsrisico’s op de kinderdagopvang beperkt worden. Om te voorkomen dat kinderen ziek worden is een gezonde leefomgeving (binnen- en buitenmilieu) van belang. Ook door een goede persoonlijke hygiëne en op een verantwoorde manier om te gaan met voeding worden risico’s beperkt. Bij voeding gaat het niet alleen over hygiëne, gezond eten levert ook een belangrijke bijdrage aan een gezond leven. In de onderstaande punten kunt u lezen hoe wij aandacht hebben voor het omgaan met voeding, hygiëne, het binnen- en buitenmilieu en medisch handelen.
Terug naar begin
3.2.3.1 Eten en drinken door u meegegeven
Flesvoeding wordt door u meegebracht. Bij voorkeur gebruiken wij babyvoeding in poedervorm en een lege fles. Wij maken de voeding voor uw kind klaar op het moment dat de voeding gebruikt moet worden.
Bij gekolfde borstvoeding vragen wij u deze bevroren mee te brengen. Op het dagverblijf wordt deze in de koeling geplaatst. De voeding is dan ontdooid op het moment dat deze gebruikt moet worden.
Indien uw baby een groetenhapje nodig heeft, dient u deze zelf mee te brengen. Als u zelf een hapje heeft gekookt met verse groenten, wordt deze door ons gekoeld bewaard. Indien u kiest voor voeding uit een potje moet deze ongeopend zijn.
Vers fruit wordt door ons verstrekt en wordt indien nodig gepureerd aangeboden, indien u kiest voor een potje brengt u dat zelf mee. Bij alle voeding die u meegeeft, vragen wij u dat te doen in een deugdelijke, afsluitbare verpakking. Dit vanuit het oogpunt van hygiëne.
Terug naar begin
3.2.3.1 Eten en drinken door ons verstrekt
Om de gezondheid van kinderen te kunnen waarborgen, is het van belang dat een aantal maatregelen rondom voedingsverzorging wordt getroffen die er toe leiden dat de veiligheid van de in de kinderdagopvang verstrekte voeding gegarandeerd is. Hiervoor volgen wij de richtlijnen van de GGD. Enkele belangrijke punten daaruit zijn dat bij de opslag en bereiding van voedsel hygiënisch en veilig wordt gewerkt. Producten die gekoeld bewaard moeten worden gaan direct na levering door onze groothandel in de koeling op de kinderdagopvang-locatie. Producten die te lang buiten de koeling blijven, of om een andere reden besmet kunnen zijn worden direct weggegooid. Er is uiteraard ook controle op de uiterste houdbaarheidsdatum van alle producten en bij twijfel wordt de veilige weg gekozen. Producten die buiten de koeling bewaard kunnen blijven, liggen op een daarvoor aangewezen plaats los van de grond. Alle materialen en ondergronden die bij de bereiding en gebruik van voeding gebruikt worden zijn hygiënisch schoon en worden na afloop ook zo snel mogelijk gereinigd.
Terug naar begin
Lunch
Gezond eten levert een belangrijke bijdrage aan een gezond leven. Een gezond eetpatroon is ook de basis voor een gezond
gewicht en goede lichamelijke ontwikkeling. Over het algemeen geldt een gevarieerd eetpatroon met weinig verzadigd vet en volop groente en fruit als gezond.
Elk voedingsmiddel levert verschillende voedingsstoffen in verschillende hoeveelheden. Door gevarieerd te eten, is de kans
het grootst dat het lichaam voldoende van alle voedingsstoffen opneemt. Wij hanteren dan ook de richtlijn voor basisvoeding die het Voedingscentrum aanbeveelt. Dit houdt in dat een broodmaaltijd bij ons bestaat uit:
 |
Bruin brood, waarbij we uitgaan van minimaal 1 boterham en maximaal 3 per maaltijd. Uiteraard kijken we daarbij ook naar de leeftijd van het kind en zijn
/ haar behoefte. We willen “tegen elkaar op eten” en “niet eten” uitsluiten. |
 |
Margarine |
 |
Keuze uit 1 soort vlees (gevarieerd), kaas, smeerkaas en leverpastei. |
 |
Keuze uit zoet beleg.
De keuze bestaat over het algemeen uit gestampte muisjes, vruchtenhagel, pindakaas, appelstroop en jam. |
 |
Drinken (minimaal 1 beker) waarbij de keuze bestaat uit melk of water .
|
Indien uw kind i.v.m. een dieet andere producten gebruikt, dient u dit als ouder zelf mee te brengen.
De kinderen eten gezamenlijk met de groepsleiding aan een of meerdere groepstafels. Hiervoor worden eerst de tafels schoongemaakt en gedekt. Als alles klaar staat gaan de kinderen tegelijkertijd aan tafel. Kinderen die nog naar de wc moeten, gaan vooraf zodat er zo min mogelijk gelopen hoeft te worden tijdens het eten. De groepsleiding schenkt vervolgens het drinken in. Bij het drinken stimuleren wij, afhankelijk van de leeftijd van het kind, het gebruik van een beker (eventueel met tuit). Als alle kinderen voorzien zijn gaan de groepsleidsters tussen de kinderen zitten om te helpen met het smeren van boterhammen. Wij stimuleren het oudere kind dit zoveel mogelijk zelf te doen. Bij het eten van een broodmaaltijd wordt een vorkje gebruikt. De groepsleiding eet samen met de kinderen en daarbij is voldoende ruimte en tijd voor sociale contacten. Als iedereen klaar is wordt gezamenlijk opgeruimd. De kinderen helpen daarbij waar mogelijk. Langzame eters krijgen iets meer tijd als dat nodig is. Als alles in de keuken staat en de tafels schoongemaakt zijn is er weer ruimte om te spelen.
Fruit
In de ochtend (rond 10.00u) en middag (rond 15.30) wordt er met de kinderen met vers gesneden fruit gegeten. Voor de kleinsten wordt dit verse fruit gepureerd. Hierbij is steeds een variatie in het aanbod. Te denken valt aan appels, peren, druiven, mandarijnen, banaan en kiwi. In overleg met onze vaste fruitleverancier wordt bekeken welke fruitsoorten in dat seizoen het best gepresenteerd kunnen worden. Er is altijd keuze uit meerdere soorten en kinderen mogen meerdere stukken pakken. Natuurlijk wel steeds eerst je mond leeg eten voordat je opnieuw pakt. Gesneden fruit wat over is wordt daarna weggegooid. Wij vinden het belangrijk dat het fruit fris en in voldoende mate gegeten kan worden.
Op deze momenten krijgen de kinderen ook een beker drinken en een koekje, cracker of rijstewafel.
Snoep, traktaties en andere tussendoortjes
Als er iets te vieren valt wordt
er vaak ook iets getrakteerd. In dat geval krijgen alle kinderen iets van de
traktatie. Wij vragen iedereen dit binnen normale proporties te houden waarbij
te denken valt aan een plakje cake (eventueel wat kinderen nog mogen versieren),
een spekje of iets hartigs. Grote snoeprepen, appelflappen of taart is te groot
en te veel om als tussendoortje uit te delen. Ook het uitdelen van kadootjes aan
alle kinderen uit de groep is niet nodig, en willen wij liever niet! Houd de
traktatie klein, dan zorgen wij voor een groot feest! Het is overigens geen
verplichting voor het kind om zijn / haar verjaardag of andere feestelijke
gebeurtenis te vieren in de groep. Dit gebeurt alleen als de ouders dit zelf
aangeven bij de groepsleiding. U kunt dan tevens overleggen over de traktatie en
het aantal kinderen wat verwacht wordt op de dag dat u het wil vieren. Soms is
er voor de groepsleiding aanleiding om de kinderen op iets extra’s te trakteren.
Dit kan zijn tijdens een uitstapje, een erg warme dag (bijv. een ijsje) of
gezellige feestelijke middag. Als laatste willen we nog vermelden dat er soms
iets gekookt of gebakken wordt door de kinderen als activiteit. Denk hierbij aan
mini worstenbroodjes, koekjes of appelflapjes. Na het koken wordt het resultaat
uitgedeeld in de groep. Ook hierbij letten wij er op dat de hoeveelheid niet
buitensporig groot is en dat alle kinderen die dat willen iets krijgen.
Terug naar begin
3.2.4 Hygiëne
Handen wassen:
Zowel de begeleiding als de peuters worden regelmatig gewezen op een goede handhygiëne. We wijzen daarbij op het gebruik van zeep, goed verdelen en wrijven en afspoelen onder stromend water. Daarna afdrogen met een papieren handdoek. Voor het bereiden van eten, na het buitenspelen, bij zichtbaar vuile handen, voor en na het verschonen, verzorgen van wonden, na hoesten en niezen verder daar waar nodig is worden de handen gewassen.
Hoesthygiëne:
Zowel de begeleiding als de
kinderen wordt regelmatig gewezen op een goede hoesthygiëne. We leren de
kinderen dat je bij het hoesten altijd je hoofd wegdraait en in je elleboog of
hand hoest of niest. Je hoest niet in de richting van anderen en wast na het
hoesten, niezen of snuiten je handen als die vies zijn geworden.
Binnenmilieu
In de groepsruimtes worden dagelijks de vloeren schoongemaakt door vegen, stofzuigen of dweilen. De afvalbakken worden minimaal iedere dag verschoond, indien nodig natuurlijk vaker. De vaat-, hand- en theedoeken worden na gebruik vervangen. De rest van de ruimte, in het lokaal en in de hal wordt wekelijks goed schoongemaakt.
Speelgoed wat vies is wordt direct schoongemaakt, verder wordt iedere week een andere hoek onder handen genomen en de betreffende materialen schoongemaakt, zodat alle materialen regelmatig aan de beurt komen.
Het stoffen speelgoed zoals knuffels en verkleedkleren worden iedere maand gewassen.
Alle binnenruimtes, waaronder dus ook de slaapruimtes, worden dagelijks goed geventileerd. Bij de stoffering en aankleding van onze binnenruimtes wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met mogelijke allergieën.
Uiteraard geldt op alle locaties een rookverbod in alle ruimtes.
Dagelijks worden de toiletten schoongemaakt. Daarbij horen natuurlijk ook de deurklinken en de kranen.
Verschoonkussen wordt na gebruik gereinigd.
Beddengoed gaat eenmaal per week in de was, als er zichtbaar vlekken in zijn gekomen wordt het direct vervangen.
Het onderlaken wordt per kind gebruikt, ieder kind slaapt dus op een ‘eigen’ onderlaken.
Buitenmilieu
De buitenruimte wordt gecontroleerd op afval, als dit er ligt wordt het opgeruimd. De zandbak controleren we op uitwerpselen van dieren, als er uitwerpselen in liggen wordt dit met het zand eromheen verwijderd.
In onze eigen aanplanting wordt rekening gehouden met mogelijke allergische reacties.
Terug naar begin
3.2.5 Allergieën
Indien uw kind overgevoelig of allergisch is voor bepaalde stoffen dient u het formulier
“Actieplan bij Allergie” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding. Standaard wordt hier bij het intake gesprek naar gevraagd, maar het kan natuurlijk zijn dat dit op het moment van de aanmelding nog niet speelde. Denkt u naaste de dagelijkse (voedings-)stoffen waarmee uw kind in aanraking komt ook aan traktaties en uitstapjes?
Stuifmeelallergie
Kinderen die overgevoelig zijn voor stuifmeelallergie, blijven binnen in actieve stuifmeelperiode als ze er last van hebben. Deuren en ramen worden dan dicht gehouden.
Insectenbeten
Als we met de kinderen naar een andere locatie gaan, zorgen we dat kinderen beschermende kleding dragen om zo een teken en
/ of wespensteek zoveel mogelijk kunnen voorkomen. In de actieve wespen periode eten en drinken we niet buiten en laten we kinderen handen en monden wassen voordat zij naar buiten gaan.
Zonne-allergie / verbranding door de zon
In de zomer worden de kinderen regelmatig ingesmeerd, voordat zij in de zon gaan spelen. Op alle groepen is zonnebrandcrème van hoge factor aanwezig. Ook zorgen we voor schaduwplekken. Kinderen met een gevoelige huid houden hun kleren aan en hebben een pet op. Voor schaduwplekken worden parasols en luifels gebruikt.
Huisdieren – planten
Op enkele groepen is een goudvis of schildpad als huisdier, andere huisdieren zijn niet toegestaan. Planten en
/ of bloemen die allergische reacties op kunnen roepen zijn eveneens niet binnen de locaties aanwezig.
Voedselallergie
Indien uw kind voor bepaalde voedingsstoffen overgevoelig is, is het van belang dat de groepsleiding hiervan op de hoogte is. Naast de lunch kunnen die voedingsstoffen ook voorkomen in het drinken, de tussendoortjes, de traktaties van andere kinderen en producten die op de kinderdagopvang als activiteit gekookt of gebakken worden.
Denk bij het doorgeven ook aan het gevaar wat kan ontstaan als producten in aanraking kunnen komen met de voedingsstof waar uw kind allergisch op reageert. Bij het snijden van fruit kan een stukje appel in contact zijn geweest met kiwi. Wij vragen indien nodig dan ook of u een eigen afsluitbaar doosje mee wilt geven met daarin fruit en lunch spullen als daarmee de veiligheid voor uw kind verhoogd wordt.
Terug naar begin
3.2.6 Medicijnen en medisch handelen
Het kan zijn dat uw kind geneesmiddelen
voorgeschreven krijgt door een huisarts of specialist.
Dit zijn dus middelen die
op recept voorgeschreven worden. Als uw kind deze middelen ook nodig heeft
gedurende het verblijf op het Kindercentrum moet u het formulier
"Overeenkomst
gebruik geneesmiddelen" invullen.
Het kan ook voor komen dat u ons vraagt om uw kind geneesmiddelen toe te dienen
die niet op recept verkregen zijn. Deze geneesmiddelen heeft u zelf bij een
apotheek of drogist gekocht. Deze ‘zelfzorgmiddelen’ kunnen echter minder
onschuldig zijn dan men vaak denkt, daarom dient u ook hiervoor een
“Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” in te vullen.
Onder geneesmiddelen worden alle producten verstaan die geregistreerd staan bij het Register van Geneesmiddelen. Dit wordt in de bijsluiter van het product vermeld. Als er in de bijsluiter gewezen wordt op mogelijke bijwerkingen, dient u het toestemmingsformulier ook in te vullen.
Op het Kindercentrum zelf zijn geen medicijnen aanwezig. Dus ook geen
‘zelfzorgmiddelen’ zoals paracetamol. Medewerkers van het Kindercentrum dienen
dan ook nooit op eigen initiatief medicijnen bij kinderen toe zonder de
nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van de ouders.
Nadat u het formulier
“Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” heeft ingevuld,
volgt een gesprek met de groepsleiding als wij onbekend zijn met het
ziektebeeld, de medicatie of wijze van toediening.
Om te kunnen beslissen of een medewerker
geneesmiddelen toe kan dienen, moeten wij weten hoe ze toegediend moeten worden.
In dat gesprek wordt schriftelijk vastgelegd wat de instructie is en welke
medewerkers welke geneesmiddelen in het Kindercentrum toedienen. Niet alle
geneesmiddelen kunnen toegediend worden door de leidsters van ons Kindercentrum.
In de Handleiding Kwaliteitsstelsel
Kinderopvang (VUGA/VOG) staat beschreven wat het kader is waarin geneesmiddelen
toegediend kunnen worden. Daarnaast zijn er diverse medische handelingen die
alleen door gekwalificeerde bevoegde beroepsbeoefenaren ( b.v. arts,
verpleegkundige) uitgevoerd mogen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat het
toedienen van een injectie voorbehouden is aan deze beroepsbeoefenaren,
leid(st)ers mogen dat niet geven, ook als de ouders het zelf wel doen. Dit is
geregeld in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Wij
handelen conform deze richtlijnen en wetten.
Richtlijnen die gehanteerd worden bij het
toedienen van geneesmiddelen op recept en zelfzorgmiddelen zonder recept:
 |
Wij dienen het
geneesmiddel / zelfzorgmiddel alleen toe op specifiek verzoek van
ouders / verzorgers. |
 |
De geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen moeten altijd in de originele verpakking aangeleverd en bewaard
worden ( dus nooit overdoen in een andere verpakking) met daarop voldoende
aangegeven hoeveel van, wanneer en op welke wijze de medicatie toegediend moet
worden. |
 |
Bij medicatie op
doktersvoorschrift: indien er een verschil lijkt te bestaan tussen het
doktersvoorschrift en de bijsluiter, en de ouders geen schriftelijke verklaring
van de arts over de gewenste toediening kunnen overleggen mogen wij het
geneesmiddel niet toedienen! |
 |
Bij zelfzorgmedicatie: indien er
sprake is van een discrepantie tussen bijsluiter en de wijze van toediening die
door de ouders wordt gevraagd, mogen de medewerkers van het Kindercentrum het
zelfzorgmiddel niet toedienen. In het geval van zelfzorg medicatie dient de door
de ouders verzochte wijze van toediening altijd overeen te komen met de tekst
van de bijsluiter. |
 |
Bij medicatie op
doktersvoorschrift: er worden vooraf afspraken gemaakt over wie het
geneesmiddel / zelfzorgmiddel zal toedienen. Alleen de daartoe aangewezen
leid(st)ers mogen de medicatie toedienen. Er wordt schriftelijk vastgelegd wie
verantwoordelijk is voor het uitdelen van de geneesmiddelen en indien - b.v.
i.v.m. parttime werken - meer leid(st)ers met de toediending belast zijn, ook
op welke dag en voor welke groep. |
 |
Er is op het formulier
“Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” een schriftelijke procedure aanwezig hoe
gehandeld moet worden in geval van een calamiteit met een geneesmiddel / zelfzorgmiddel ( als het b.v. verkeerd wordt toegediend, het verkeerde medicijn
wordt gegeven, of het middel fout bewaard is) inclusief telefoonnummers wie in
welk geval gewaarschuwd dient te worden. |
 |
Alle geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen die op enige tijd worden toegediend, worden genoteerd op een
overzichtslijst met de naam van het kind waar het geneesmiddel voor is bedoeld. |
 |
Geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen
worden adequaat bewaard: in de koelkast of in een afgesloten kast, buiten het
bereik van kinderen en / of onbevoegden. Geneesmiddelen waarop niet staat dat ze
in de koelkast moeten worden bewaard, mogen daar ook niet worden opgeslagen.
Overtollige en verlopen geneesmiddelen worden geretourneerd aan de ouders.
|
 |
Als er geneesmiddelen in de
koelkast bewaard moeten worden, wordt het middel alleen voor kortdurend gebruik
uit de koelkast gehaald. De temperatuur wordt bewaakt m.b.v. een min.-max.
thermometer. De temperatuur dient tussen de 4-8ºC te zijn. Deze wordt dagelijks
gecontroleerd. |
 |
Aan ouders wordt gevraagd om voor
te doen hoe het geneesmiddel / zelfzorgmiddel het beste gegeven kan worden.
|
 |
Een nieuw
geneesmiddel / zelfzorgmiddel dienen de ouders altijd eerst thuis te gebruiken
zodat zij als eerste bekend raken met eventuele bijwerkingen. |
 |
Kindercentrum ’t Kasteeltje kan
het toedienen van een geneesmiddel / zelfzorgmiddel weigeren als dit het
dagelijkse ritme van de groep en / of een goede zorg voor de andere kinderen op de
groep belemmerd. |
 |
Medicijnen moeten altijd
ingeleverd worden bij een aangewezen verantwoordelijke leidster. Het
gevaar bestaat immers dat medicatie uit de kleding / tas valt en
ingenomen kan worden door andere kinderen. Dat risico willen wij
uitsluiten. |
Terug naar begin
Medisch handelen, eerste hulp
bij ongevallen
Op iedere locatie is te allen tijde een
Bedrijfs Hulp Verlener aanwezig. Indien er zich een ongeval voordoet, kan eerste
hulp verleend worden. Dit blijft beperkt tot eenvoudige wondverzorging
(voorkomen van verdere infectie), verzorgen van schaafwondjes, een bloedneus,
koelen van lichte verstuikingen en andere “huis- tuin- en keukenongelukjes”.
In geval van twijfel of bij grotere
ongevallen (mogelijk hersenletsel, verwondingen in het aangezicht, verbranding,
zware verstuiking of botbreuk en dergelijke) worden altijd direct de ouders
ingelicht.
Indien niet gewacht kan worden, wordt ook
direct de huisarts ingelicht of een melding gedaan bij 112 voor ambulance
ondersteuning.
Indien er bijzonderheden zijn op medische
gronden en / of geloofsovertuiging die verband houden met medische handelingen
door ons dan wel in het ziekenhuis, dient u dit expliciet en schriftelijk aan te
geven tijdens het intake gesprek, of op een later tijdstip op de Administratie
KDV. Indien u niet expliciet en schriftelijk bij ons bekend maakt dat
u bezwaar heeft tegen medische handelingen, geeft u toestemming om met uw kind
een arts en / of ziekenhuis te bezoeken indien daar aanleiding toe is.
Terug naar begin
3.2.7 Protocol Vermoeden
Kindermishandeling
Op alle locaties van Kindercentrum ’t Kasteeltje wordt gewerkt met een protocol Vermoeden Kindermishandeling.
Kindercentra dragen een eigen verantwoordelijkheid voor het signaleren van
kindermishandeling en voor het ondernemen van actie na het signaleren. De
signalen moeten worden doorgegeven aan de instanties die hulp kunnen bieden aan
het gezin. Kindermishandeling is geen eenduidig begrip. Wat iemand
kindermishandeling noemt, heeft te maken met eigen normen en waarden, de manier
waarop men zelf is opgevoed en de cultuur waarin men leeft. In het protocol
wordt onderscheid gemaakt tussen kindermishandeling en minder gewenste
opvoedingssituaties. Iedere verzorger maakt immers wel eens fouten of is eens
onredelijk richting zijn kind. Bij kindermishandeling is er echter sprake van
structureel, stelselmatig, steeds terugkerend geweld of het ontbreken van zorg
van de verzorger(s) naar zijn / haar kinderen. In het protocol wordt de
onderstaande definitie van kindermishandeling gehanteerd:
Definitie van kindermishandeling
Kindermishandeling is elke vorm van
bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele
aard, die de verzorger(s) of andere personen ten opzichte van wie de
minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief
of passief, opdringen waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te
worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
(Wet op de jeugdzorg, 2005)
Hieronder vallen ook verwaarlozing en
onthouden van essentiële hulp, medische zorg en onderwijs en het getuige zijn
van huiselijk geweld.
Het protocol beschrijft verder waarvoor verschillende personen binnen de
organisatie verantwoordelijk zijn. Ook staat in heldere stappen beschreven hoe
gehandeld wordt in het geval van een vermoeden van kindermishandeling.
Het protocol heeft zowel betrekking op vermoedens van kindermishandeling tussen
kind en ouder, kinderen onderling als kind en medewerker van het Kindercentrum.
Wij handelen in het geval van een vermoeden conform het protocol met
inachtneming van het meldrecht, meldplicht en zorgplicht.
Meldrecht, meldplicht en zorgplicht
In de Wet op de jeugdzorg (2005) is het meldrecht vastgesteld. Dit betekent dat medewerkers van
Kindercentrum ‘t
Kasteeltje wettelijk het recht hebt een melding te doen en daarbij ook alle
relevante gegevens over te dragen aan het AMK. Het belang van het kind gaat
hierbij vóór het belang van de privacy van het gezin.
In de wet op de Jeugdzorg is ook de meldplicht opgenomen:
 |
Wanneer een medewerker het vermoeden heeft
dat een medewerker van dezelfde instelling zich schuldig maakt aan
kindermishandeling moet hij dit direct melden bij zijn leidinggevende en het
bestuur. Deze hebben de plicht direct het AMK hiervan in kennis te stellen.
|
 |
Naast het meldrecht heeft ieder burger in
Nederland een zorgplicht. Dit houdt in dat je de plicht tot zorgen voor het kind
hebt. Aan de ene kant de plicht tot zorgen voor het kind en aan de andere kant
de privacywetgeving in de vorm van de Wet bescherming Persoonsgegevens. Dat
betekent dat wij niet zomaar gegevens zonder toestemming mogen geven aan derden.
|
 |
Dit heet een conflict van belangen. Bij
een conflict van belangen wordt zorgvuldig de belangen die in het geding zijn
afgewogen. Dat wordt gedaan door het protocol te volgen.
|
Het volledige Protocol Vermoeden
Kindermishandeling ligt ter inzage op de Administratie KDV.
Terug naar begin
3.3 Privacybeleid
De algemeen geldende regels voor privacy en registratie worden gehanteerd.
(Op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens). Dit houdt in dat al uw
gegevens vertrouwelijk worden behandeld.
Gegevens die op onze Administratie KDV worden verzameld worden door
Kindercentrum ’t Kasteeltje niet zonder nadrukkelijke toestemming van ouders aan
derden verstrekt.
Ouders worden op de hoogte gesteld indien er over hun kind contact en / of
overleg nodig is met derden, die niet aan de opvang zijn verbonden.(hulpverleende instanties, e.d.)
Hierover is overleg met de ouders en wordt hun toestemming gevraagd.
Indien het voor het bieden van een goede opvang gewenst is om van uw kind
specifieke gegevens in de vorm van een verslag, observatie of dossier vast te
leggen, wordt u daar altijd van op de hoogte gesteld.
Ieder aangelegd dossier is door de ouders te allen tijde in te zien en wordt
zorgvuldig bewaard op een voor derden niet toegankelijke plaats. De inhoud is
alleen toegankelijk voor ouders, direct betrokken leidsters en door de directie
benoemde bevoegde personen binnen de organisatie. Na afloop worden de verzamelde
gegevens zorgvuldig vernietigd. Indien deze procedure op uw kind van toepassing
is wordt u volledig op de hoogte gehouden van het proces.
Foto en / of video-opnames van uw kind
tijdens het verblijf op het Kindercentrum en / of bij activiteiten.
Het maken van video-opnames is binnen het
gehele Kindercentrum niet toegestaan omdat wij van mening zijn dat bewegende
beelden met geluid in grotere inbreuk kunnen vormen op de privacy van kinderen
en leidsters dan foto’s.
Wel worden regelmatig door groepsleiding en eventueel aanwezige ouders foto’s
gemaakt tijdens verschillende gelegenheden, bijvoorbeeld tijdens uitstapjes,
verjaardagen, Kerstmis of Sinterklaas. Deze foto’s zijn nadrukkelijk bedoeld
voor privé-doeleinden en / of publicatie op de website / informatiemateriaal van
Kindercentrum ’t Kasteeltje.
Foto’s die
door ons gepubliceerd worden op onze website, dan wel in informatiemateriaal,
worden vooraf beoordeeld op de inhoud. Wij letten er daarbij op dat er geen
foto’s gepubliceerd worden die volgens algemeen geldende normen belastend kunnen
zijn voor uw kind.
Mocht U ondanks onze zorgvuldige selectie bij publicatie toch beeldmateriaal van
uw kind tegenkomen, waar U het niet mee eens kunt zijn, laat het ons dan DIRECT
weten via info@t-kasteeltje.nl. Wij dragen er dan zorg voor dat dit
beeldmateriaal niet meer gebruikt wordt of, indien mogelijk, zo snel mogelijk
verwijderd wordt.
Indien u
bezwaar heeft dat uw kind op foto’s te zien is, dient u ons dat kenbaar te maken
via het formulier “Foto’s en Privacy”.
Indien er op
het Kindercentrum foto’s of video-opnames gemaakt ten behoeve van bijvoorbeeld
commerciële doeleinden of een documentaire wordt u daarvan door ons op de hoogte
gebracht. Vanzelfsprekend zullen wij u daarvoor apart om toestemming vragen.
Als laatste
kan het zijn dat op uw locatie observatiecamera’s aanwezig zijn. Deze zijn
alleen bedoeld om het toezicht op hoeken, deuren en ruimtes te kunnen houden
vanuit een centrale ruimte waar de groepsleiding aanwezig is. Dit beeldmateriaal
wordt niet langdurig opgeslagen en / of bewaard.
Video-opnames van uw kind tijdens
het verblijf op het Kindercentrum en / of bij activiteiten voor VIB-doeleinden
Het maken van video-opnames is binnen het gehele Kindercentrum
niet toegestaan. Een uitzondering hierop zijn video-opnames die gemaakt worden
door onze eigen organisatie voor de Video-Interactie-Begeleiding, kortweg VIB.
VIB maakt deel uit van het kwaliteits-beleid en
heeft als doel de leidster heel specifiek naar de initiatieven (signalen) van
kinderen te laten kijken en ze daar op in te leren spelen, zodat de leidsters
nog beter kan aansluiten bij de behoeftes van het kind en de interactie tussen
leidster en kind verbeterd wordt.
Een VIB-traject bestaat uit 1 film moment tussen spelende kinderen en 3 film
momenten met een leidster en kind(eren). Dit
kan zijn tijdens de verzorging, het eten of een spelmoment.
Hierna kijkt de begeleidster
(VIB'er) met de leidster de video-opname terug. Ze laat aan de hand van de
beelden zien welke signalen het kind of leidster geeft. Deze signalen zijn soms
zo klein dat ze zonder het stilstaande beeld van de video niet te zien zijn.
Deze trajecten worden altijd begeleid door onze eigen kwaliteits-medewerkster.
Zij maakt de opnames, bespreekt deze met de medewerkster en draagt er zorg voor
dat opnames alleen voor trainingsdoeleinden binnen onze organisatie gebruikt
worden. Opnames worden niet langer opgeslagen dan voor VIB-doelen nodig
zijn.
Terug naar begin
4.1 Algemene omschrijving over
accommodatie en inrichting
Er is op iedere locatie minimaal 3,5 m²
bruto oppervlakte voor spelactiviteiten ingerichte ruimte per kind, de
binnenspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op te vangen
kinderen en is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te
vangen kinderen en het pedagogische beleid. In
punt 4.2 staat alle specifieke informatie per
locatie beschreven.
Terug naar begin
4.2 Specifieke informatie over binnen- en buitenruimte per locatie
|
LOCATIE |
Hoogstraat - Vught |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
De kinderdagopvang
bestaat uit 5 groepen met elk een eigen groepsruimte. Deze groepsruimtes zijn
gesitueerd rondom de centrale speelhal 72 m² Een evenredig deel van de
oppervlaktes van deze speelhal wordt meegenomen bij de berekening van de
beschikbare (groeps)ruimte meegenomen.
Narretjes peutergroep: 43,8 m² + 14,4 m² = 58,2 m²
Draakjes babygroep: 35,4 m² + 14,4 m² = 49,8 m²
Lakeien dreumesgroep: 35,4 m² + 14,4 m² = 49,8 m²
Torentjes verticalegroep: 49,7 m² + 14,4 m² = 64,1m²
Kroontjes peutergroep: 49,7 m² + 14,4 m² = 64,1m² |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
6 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Narretjes 16 kinderen,
Draakjes 9 kinderen, Lakeien 11 kinderen, Torentjes 15 kinderen en Kroontjes 16
kinderen, Bij samenvoeging van groepen 16 kinderen in 1 groep |
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
130m² - 229 m² |
|
     |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
Bij binnenkomst in de hal
komt u uit in een royale speelhal, in deze speelhal bevindt zich de garderobe.
De vijf groepen zijn allemaal bereikbaar via deze speelhal. Iedere groep heeft
een soort gelijke ruimte en is ingericht voor de leeftijd van de kinderen die
daar spelen. Alles kan plaats vinden vanuit de groep. Ieder groep heeft een
eigen keuken, verschoonruimte, slaapkamer en een buitendeur naar de
buitenspeelplaats
Algemeen: Iedere groep heeft een eigen gedeelte van de garderobe, dit is
aangegeven door op het betreffende gedeelte een naambordje van de groep. In de
garderobe is plaats voor de stalling van maxi-cosi’s..De tassen van de kinderen
worden bij de jassen in de garderobe gehangen. In de centrale speelhal staat
verder een ballenbak, een speelhuisje en een speelrups. In deze hal kunnen ook
activiteiten zoals dansen, poppenkast of loopspelletjes georganiseerd worden.
|
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Draakjes:
Deze groep heeft 3 vaste leidsters, waarvan er per dag 2 aanwezig zijn.
Het is een horizontale babygroep waarin kinderen van 0 tot 1,5 jaar aanwezig
zijn.
Er zijn maximaal 9 kinderen tegelijk aanwezig in de groep met twee leidsters.
Torentjes:
Deze groep heeft 4 vaste leidsters, waarvan er per dag 3 aanwezig zijn.
Het is een verticale groep waarin kinderen van 0 tot 3 jaar aanwezig zijn.
Er zijn maximaal 15 kinderen tegelijk aanwezig met drie leidsters.
Op rustige dagen kan het zijn dat er twee leidsters werken met 10 kinderen
afhankelijk van de leeftijden van de kinderen.
Lakeien:
Deze groep heeft 3 vaste leidsters.
Het is een dreumesgroep waarin kinderen van 1 tot 3 jaar aanwezig zijn.
Er zijn maximaal 11 kinderen tegelijk aanwezig op de groep met twee leidsters.
Kroontjes:
Deze groep heeft drie vaste leidsters, waarvan er per dag 2 of 3 aanwezig
zijn.
Het is een peutergroep waarin kinderen van 2 tot 4 jaar aanwezig zijn.
Er zijn maximaal 16 kinderen tegelijk aanwezig met drie leidsters.
Op de dagen dat er 14 kinderen ingepland zijn komen er twee leidsters.
Op rustige dagen werkt er een leidster met 7 kinderen.
Narretjes:
Deze groep heeft drie vaste leidsters, waarvan er per dag 2 of 3 aanwezig
zijn.
Het is een peutergroep waarin kinderen van 2 tot 4 jaar aanwezig zijn.
Er zijn maximaal 16 kinderen tegelijk aanwezig met drie leidsters.
Op de dagen dat er niet meer dan 14 kinderen aanwezig zijn, wordt deze groep
begeleidt door 2 leidsters.
Op rustige dagen werkt
er 1 leidster met 7 kinderen. Op rustige dagen vakantiedagen, woensdag en
vrijdag worden groepen samengevoegd. Dit betekent dat de twee peutergroepen
samenwerken, de verticale groep met de babygroep of de verticale groep met de
dreumesgroep. Wij hanteren daarbij steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals
omschreven bij punt 5 in dit beleidsplan.
Van iedere groep is er
een vaste leidster aanwezig om 7.30 uur om de dag te openen. Om 18.00 uur is er
eveneens een bekende leidster om de dag af te sluiten. Dit met uitzondering van
rustige dagen als er een leidster alleen op de groep werkt. Dan opent of sluit
een collega van een andere groep. In dat geval wordt de specifieke informatie
over uw kind wel eerst doorgesproken met de andere leidster. |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
Draakjes:
Per
kind wordt er een schema bijgehouden van het dagritme, iedere dag ligt er een
lijst klaar waar bijzonderheden of veranderingen op gemeld kunnen worden. De
leidsters gebruiken deze lijsten ook en noteren per dag wat uw kind gegeten
heeft, slaaptijden en bijzonderheden. Zo kan op het einde van de dag altijd een
goede overdracht worden gegeven.
Torentjes:
Voor de kleinste kinderen van 0 jaar tot 1 jaar wordt er een schema
bijgehouden van het dagritme, iedere dag ligt er een lijst klaar waar
bijzonderheden of veranderingen op gemeld kunnen worden. De leidsters gebruiken
deze lijsten ook en noteren per dag wat uw kind gegeten heeft, slaaptijden en
bijzonderheden. Zo kan op het einde van de dag altijd een goede overdracht
worden gegeven. Ieder dag is er een van de drie leidsters verantwoordelijk voor
de allerkleinsten en heeft ook die dag de zorg voor deze kinderen. De andere
twee leidsters zorgen voor het programma van de dreumesen.
Lakeien:
Op deze groep volgen de kinderen het ritme van de groep en zijn er ook
kleine groepsactiviteiten, de meeste kinderen slapen ’s middags na de lunch.
Indien kinderen individueel nog een ander ritme hebben, wordt het eigen ritme
van het kind gevolgd. Elke dag worden de slaaptijden en eventuele bijzonderheden
bij gehouden, deze vindt u op het mededelingenbord in de groep.
Kroontjes en Narretjes:
Op de peutergroep wordt met een vaste dagindeling gewerkt. Iedere avond
staat op het mededelingenbord geschreven wat voor activiteiten er die dag zijn
geweest.
BSO-ruimte:
Boven de kinderdagopvang zijn twee grote ruimtes voor de buitenschoolse opvang.
Hier zijn onder andere een luchtkussen, mogelijkheden om een film te kijken, een
keuken om te bakken en ruimte voor spelactiviteiten. De dreumesen en peuters
gaan soms onder begeleiding boven spelen als de bso geen gebruik maakt van deze
ruimtes. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
|
Iedere groep heeft de
slaapkamer(s) direct aangrenzend in de groepsruimte en een eigen
verschoonruimte. Ook zijn op iedere groep aangepaste toiletten aanwezig voor de
dreumesen en peuters. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
De kinderdagopvang heeft
de beschikking over twee aangrenzende verharde speelplaatsen, gelegen aan beide
zijden van het gebouw. Elke groep beschikt over een buitendeur naar een van de
speelplaatsen. Op iedere speelplaats staat een klimtoestel, zandbak en zijn er
fietsen en rijdend ander materiaal aanwezig. Aan de zuidzijde zijn luifels
gemonteerd. Aan de andere buitenspeelruimte grenst een speeltuin waar de bso
gebruik van maakt. |
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
De locatie Hoogstraat
staat vlakbij twee belangrijke doorgaande wegen in Vught; de Laagstraat en
Repelweg. Aan de achterzijde van het gebouw is de politie gehuisvest, aan de
zijkant is een locatie van Vivent. Links en rechts van de ingang zijn een aantal
parkeerplaatsen, de andere zijde van de straat is bebouwd met woonhuizen. Aan de
kant van de speeltuin is eerst nog een strook gras voordat de straat begint.
Locatie de Hoogstraat is gevestigd in een woonwijk, en kinderen uit deze wijk
spelen dan ook regelmatig samen met de kinderen van de BSO in de speeltuin. Door
de bomen en begroeiing rondom het speelveld oogt de omgeving groen. Op
loopafstand van de kinderdagopvang is een kinderboerderij die af en toe te voet
bezocht wordt. |
Terug naar begin
|
LOCATIE |
Rouppe vd Voortlaan
(Basisschool Baarzen) - Vught |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
Baby groep 45 m²
Dreumes / peutergroep 53,6 m² |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
2 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Babygroep 9 kinderen
Dreumes-peutergroep 14 kinderen
Bij samenvoeging van groepen 16 kinderen
|
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
150 m² |
|
    |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
|
De ruimte voor
kinderdagopvang op De Baarzen zit vast aan de basisschool, maar is door
klapdeuren gescheiden van het deel wat door leerkrachten en leerlingen gebruikt
wordt. De opvang heeft binnen de basisschool zijn eigen ingang die niet door de
school gebruikt wordt. Je komt binnen in een gang wat tevens de garderobe is. De
groepruimtes liggen aan deze gang. Er zijn 2 groepruimtes, deze zijn beide
kleurrijk en ingericht voor de leeftijdsgroep die er speelt. Tijdens het
verblijf van de kleintjes, staat al het speelgoed wat geschikt is voor de bso en
niet voor deze leeftijdsgroep opgeborgen in kasten. Het speelgoed wat in de
ruimte geplaatst is, is zowel geschikt voor de kleinere als iets oudere
kinderen. In een van de twee binnenruimtes is een podium en een speelhuisje
aanwezig wat uitnodigt tot diverse spelactiviteiten. De andere ruimte biedt
mogelijkheden voor kringspelletjes of rustigere activiteiten zoals voorlezen |
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Er
zijn 2 groepen; 1 babygroep (0-2 jaar) en 1 dreumes-peutergroep (1-4jaar).
Er zijn maximaal 9 kinderen tegelijk aanwezig in de baby-groep (0-2 jaar) met 2
leidsters.
Er zijn maximaal 14 kinderen tegelijk aanwezig in de dreumes-peutergroep (2-4
jaar) met 2 leidsters.
Op het moment dat er op de dreumes-peutergroep kinderen van 1-4 jaar zijn, zijn
er 13 kinderen met 2 leidsters.
Op maandag, dinsdag en
donderdag wordt er in 2 groepen gewerkt .
Op woensdag en vrijdag of rustige dagen wordt met 1 groep gewerkt.
Wij hanteren daarbij steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals omschreven bij
punt 5 in dit beleidsplan.
Er wordt geopend en
afgesloten door een vaste leidster. Indien een leidster alleen is op de locatie
heeft het kantoor op dat moment een achterwacht functie en is voor deze groepen
direct beschikbaar om te komen helpen als dit nodig is. |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
|
Op deze locatie is alleen
ochtendopvang of verlengde ochtend opvang mogelijk. Om 15.00 uur is de opvang
voor de kinderen van 0-4 jaar gesloten. Deze groepsruimtes worden dan door de
BSO gebruikt. Op deze locatie is ook voorschoolse opvang voor kinderen van de
basisschool. Dit kan betekenen dat in het eerste uur kinderen van het
dagverblijf zijn samen met de kinderen vanaf vier jaar die naar school gaan.
Hier geldt de norm beroepskracht-kind-ratio 0-12 jaar. De twee binnen ruimtes
zijn dan ook zo ingericht dat ze voor beide doelgroepen gebruikt kunnen worden.
De BSO heeft ook nog een andere ruimte ter beschikking waarin materiaal is
geplaatst dat geschikt is voor deze leeftijdsgroep. Hierin staat onder andere
een luchtkussen. Kinderen van de kinderdagopvang maken soms onder begeleiding
gebruik van dit luchtkussen om met de dreumesen en peuters even lekker te
spelen. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
|
Er is een slaapkamer
direct aangrenzend aan de babygroep, de verschoonruimte in de baby groep is voor
beide groepen te gebruiken. In de verschoonruimte is een aangepast toilet voor
de dreumesen en peuters aanwezig. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
Direct aangrenzend aan de
garderobe is de buitenruimte voor beide groepen, de buitenruimte is d.m.v.
bloembakken afgezet van de speelplaats van de school. Zo hebben de kinderen van
de kinderdagopvang een eigen buitenspeelruimte met ruimte om te spelen, rijden,
kruipen of in de eigen zandbak te spelen. Op de speelplaats van de basisschool
staat een groot klimtoestel. De peuters van de kinderdagopvang kunnen onder
toezicht ook spelen op dit klimtoestel en in de grote zandbak. |
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
In het woongebied van de
Baarzen tegenover een winkelcentrum vind je de basisschool de Baarzen. De
kinderdagopvang is gesitueerd in de school. Het is bereikbaar door tussen de
school en het nieuwe woon-zorg flat naar de achterkant van de school te lopen.
Via de speelplaats bereik je dan op de speelplaats de ingang van de
kinderdagopvang. De ingang en buitenspeelplaats liggen achter een poort aan de
speelplaatszijde van de basisschool. Op loopafstand van locatie De Baarzen ligt
natuurgebied De Kwebbe met wandel en buiten speel mogelijkheden. |
Terug naar begin
|
LOCATIE |
Moleneindplein (basisschool de Wieken) - Vught |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
Baby / dreumes groep 49
m²
Dreumes / peutergroep 49 m² Speelhal 54 m²
Deze wordt ook gebruikt door de BSO.
We berekenen voor het KDV 27 m² |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
3 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Baby-dreumes 14 kinderen
Dreumes-peuter 14 kinderen
Bij samenvoeging van groepen 16 kinderen |
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
200 m² |
|
    |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
Er is een eigen ingang
voor de kinderdagopvang en buitenschoolse opvang aan de Willibrordusstraat.
Bij binnenkomst is er een hal met aangrenzend de speelhal. Hier kunnen tijdelijk
kinderwagens geplaatst worden bij het halen en brengen. Aan de rechterzijde is
de gang voor de buitenschoolse opvang en aan de linkerzijde de gang naar de
kinderdagopvang. Er zijn twee groepsruimtes op deze locatie. Beide ruimtes zijn
aangepast ingericht voor de betreffende leeftijdsgroepen. De groepen worden
verbonden door een verschoonruimte waar beide groepen gebruik van maken. De
speelhal wordt door beide groepen gebruikt. Na drie uur kan het ook zijn dat de
bso er gebruik van maakt. De verschoonruimte die twee groepen verbindt heeft het
voordeel dat je veel contact met de andere kinderen en leidsters hebt. Zo leren
de groepsleidsters de andere kinderen ook goed kennen. Dit is ook erg leuk voor
de kinderen die broertjes / zusjes hebben in de andere groep, de kinderen die
hier behoefte aan hebben kunnen gemakkelijk even bij hun broertjes en zusjes
kijken. In een van de twee ruimtes is een groot speelhuis aanwezig wat uitnodigt
tot verschillend spel; klimmen, glijden maar ook doen-als-of spel.
|
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Er
zijn 2 groepen; 1 baby-dreumesgroep (0-3 jaar) en 1 dreumes-peutergroep
(1-4jaar).
Er zijn maximaal 14 kinderen tegelijk aanwezig in de baby-dreumesgroep (0-3
jaar) met 3 leidsters.
Er zijn maximaal 14 kinderen tegelijk aanwezig in de dreumes-peutergroep (2-4
jaar) met 2 leidsters.
Op het moment dat er op de dreumes-peutergroep kinderen van 1-4 jaar zijn, zijn
er 13 kinderen met 2 leidsters.
Op maandag, dinsdag,
woensdag en donderdag wordt er in 2 groepen gewerkt .
Op vrijdag of rustige dagen wordt met 1 groep gewerkt.
Wij hanteren daarbij steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals omschreven bij
punt 5 in dit beleidsplan.
Er wordt geopend en
afgesloten door een vaste leidster. Indien een leidster alleen is op de locatie
heeft het kantoor op dat moment een achterwacht functie en is voor deze groepen
direct beschikbaar om te komen helpen als dit nodig is. |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
|
Deze locatie is in een
basisschool waar een vleugel van dit gebouw door de kinderdagopvang gebruikt
wordt. In 2008 is dit gedeelte totaal gerenoveerd en aangepast voor de
kinderdagopvang. Zowel de ingang als de binnenruimte met gangen worden niet door
de basisschool gebruikt. De aangrenzende speelplaats wordt wel door de
basisschool gebruikt maar biedt mogelijkheden om onder begeleiding te spelen als
deze niet in gebruik is door bso of school. In hetzelfde gebouw zit ook een
locatie voor buitenschoolse-opvang en voorschoolse-opvang van Kindercentrum ’t
Kasteeltje. In de Willibrordusstraat zijn beperkte parkeer mogelijkheden vlakbij
de ingang, maar iets verder ligt een ruimer parkeerplaats bij een kerkje. Dit is
op loopafstand van de ingang. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
|
Er zijn 3 slaapkamers,
waarvan er twee aan de babygroep grenzen en 1 slaapkamer aan de peutergroep.
Tussen de beide groepen is een verschoonruimte waar beide groepen gebruik van
maken om kinderen te verzorgen. De verschoonruimte is door middel van een glazen
wand gescheiden van de binnenspeelruimte waardoor er toch contact met de groep
kan blijven tijdens het verschonen. De peutergroep heeft daarbij nog een aparte
toiletgroep voor de peuters. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
De buitenruimte is direct
aangrenzend aan de groepen, de gehele speelplaats is omheind en wordt alleen
gebruikt voor de kinderdagopvang. Binnen de omheining is een zandbak en staat er
een speeltoestel voor de kleintjes. De speelplaats grenst aan de speelplaats van
de school. Na 15.00u maakt de buitenschoolse-opvang gebruik van deze speelplaats
van de basisschool. Dit betekent dat de grote broertjes en zusjes de kleintjes
kunnen begroeten. |
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
Deze locatie is gelegen
nabij het winkelcentrum Moleneindplein in een woonwijk in Vught. Voor Vught zuid
is deze locatie heel goed te bereiken. Vlakbij de ingang is op loopafstand een
ruime parkeergelegenheid. Ook in de Willibrordusstraat is bij de ingang van
Kindercentrum ’t Kasteeltje de mogelijkheid te parkeren. |
Terug naar begin
|
LOCATIE |
Esschestraat (Globe) - Vught |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
59 m² |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
1 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Verticale groep 16 kinderen |
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
140 m² |
|
    |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
|
Bij de ingang kom je uit
in een gang waar tevens de garderobe is. Meteen daartegenover is de ingang van
de kinderdagopvang-groep. Het is een groep die zodanig in hoeken ingericht is
dat baby’s, dreumesen en peuters hun eigen activiteiten kunnen doen. In het
speelgoed en materialen-aanbod is aandacht voor alle leeftijdsgroepen.
|
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Er
is hier 1 groep; een verticale groep waar kinderen van 0 tot 4 jaar samen zijn.
Er zijn maximaal 16 kinderen tegelijk aanwezig in de verticale groep (0-4 jaar)
met 3 leidsters.
Op maandag, dinsdag en
donderdag bestaat de groep uit maximaal 16 kinderen.
Op woensdag en vrijdag zijn er 8 tot 11 kinderen en zijn er 2 van de 3 vaste
leidsters aanwezig
Wij hanteren daarbij steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals omschreven bij
punt 5 in dit beleidsplan.
Er wordt geopend en
afgesloten door een vaste leidster. Indien een leidster alleen is op de locatie
heeft het kantoor op dat moment een achterwacht functie en is voor deze groepen
direct beschikbaar om te komen helpen als dit nodig is. |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
|
Locatie de Globe is in
een voormalige basisschool. De Globe is een kleinschalige kinderdagopvang
vlakbij Sportcentrum Ouwerkerk. In 2008 is een ruim groepslokaal met
aangrenzende ruimte verbouwd tot kinderdagopvang. Door de grote raampartij in de
groepsruimte treedt er veel licht binnen. Je kijkt uit over de speelplaats met
iets verderop de weg. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
|
Er is een slaapkamer
aanwezig waarin vijf duo-bedden staan. Deze slaapkamer grenst direct aan de
groep, de verschoonruimte is in een hoek in de groep en wordt afgeschermd door
een half hoge wand waar de groepsleidsters wel steeds contact houden met de
groep tijdens verschoonactiviteiten. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
De buitenspeelplaats is
vlakbij de groepsruimte. De speelplaats is geheel omheind en er staat een
speeltoestel, zandbak en rijdend materiaal voor de kinderen.
|
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
De locatie ligt in een
woonwijk Schoonveld, op loopafstand van een park en een speelweide met een
speeltuin. |
Terug naar begin
|
LOCATIE |
Kempenland - Vught |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
De
kinderdagopvang bestaat uit 5 groepen met elk een eigen groepsruimte. Deze
groepsruimtes zijn gesitueerd rondom de centrale speelhal 100 m² . Deze worden
niet meegenomen in de berekening van de m², maar is extra speelruimte voor de
kinderen.
Herautjes
babygroep
36 m²
Koningskinderen baby / dreumes groep 44,5 m²
Robin Hoodjes dreumes / peutergroep 49,5 m²
Harlekijntjes
dreumes / peutergroep 49.5 m²
Troubadourtjes dreumes / peutergroep
60,5 m² |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
6 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Herautjes 9 kinderen (0-1,5 jaar),
Koningskinderen 12 kinderen (0-3 jaar),
Robin Hoodjes 16 kinderen (1-4 jaar),
Harlekijntjes 16 kinderen (1-4
jaar),
Troubadourtjes 16 kinderen (1-4 jaar).
Bij samenvoeging van groepen maximaal 16 kinderen per groep. |
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
650m² |
  |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
Bij binnenkomst in de hal komt u uit in een
royale speelhal, achter in de speelhal bevindt zich de garderobe. De vijf
groepen zijn allemaal bereikbaar via deze speelhal. Iedere groep heeft een soort
gelijke ruimte en is ingericht voor de leeftijd van de kinderen die daar spelen.
Alles kan plaats vinden vanuit de groep. Ieder groep heeft een eigen keuken,
verschoonruimte, slaapkamer en twee groepen hebben een buitendeur naar de
buitenspeelplaats en de andere groepen kunnen via de speelhal door de zijdeur
naar buiten.
Algemeen: Iedere groep heeft een eigen gedeelte van de garderobe, dit is
aangegeven door op het betreffende gedeelte een naambordje van de groep. In de
garderobe is plaats voor de stalling van Maxi-cosi’s.De tassen van de kinderen
worden bij de jassen in de garderobe gehangen. In de centrale speelhal staat
verder een ballenbak, een speelhuisje en een auto. In deze hal kunnen ook
activiteiten zoals dansen, poppenkast of loopspelletjes georganiseerd worden.
|
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Herautjes:
Deze groep heeft 3 vaste leidsters, waarvan er per dag 2 aanwezig zijn. Het is
een babygroep waarin kinderen van 0 tot 1,5 jaar aanwezig zijn. Er zijn maximaal
9 kinderen tegelijk aanwezig in de groep met twee leidsters.
Konings Kinderen: Deze groep heeft
3 vaste leidsters. Het is een baby / dreumesgroep waarin kinderen van 0 tot 3 jaar
aanwezig zijn. Er zijn maximaal 12 kinderen tegelijk aanwezig op de groep met
drie leidsters.
Robin Hoodjes - Harlekijntjes - Troubadourtjes: Deze groepen hebben drie
vaste leidsters, waarvan er per dag 2 of 3 aanwezig zijn. Het zijn
dreumes / peutergroepen waarin kinderen van 1 tot 4 jaar aanwezig zijn. Er zijn
maximaal 16 kinderen tegelijk aanwezig met drie leidsters. Op rustige dagen
werkt er een leidster met 5-6 kinderen.
Op rustige dagen vakantiedagen, woensdag en vrijdag worden groepen samengevoegd.
Dit betekent dat de dreumes / peutergroepen samenwerken, de babygroep met de
baby / dreumesgroep of de baby / dreumesgroep met de dreumes / peutergroep.
Wij hanteren daarbij steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals omschreven bij
punt 5 in dit beleidsplan.
Van iedere groep is er een vaste leidster aanwezig om 7.30 uur om de dag te
openen. Om 18.00 uur is er eveneens een bekende leidster om de dag af te
sluiten. Dit met uitzondering van rustige dagen als er een leidster alleen op de
groep werkt. Dan opent of sluit een collega van een andere groep. In dat geval
wordt de specifieke informatie over uw kind wel eerst doorgesproken met de
andere leidster. |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
|
Herautjes: Per kind
wordt er een schema bijgehouden van het dagritme, iedere dag ligt er een lijst
klaar waar bijzonderheden of veranderingen op gemeld kunnen worden. De leidsters
gebruiken deze lijsten ook en noteren per dag wat uw kind gegeten heeft,
slaaptijden en bijzonderheden. Zo kan op het einde van de dag altijd een goede
overdracht worden gegeven.
Konings Kinderen: Op deze groep volgen de kinderen het ritme van de groep en
zijn er ook kleine groepsactiviteiten. Indien kinderen individueel nog een ander
ritme hebben, wordt het eigen ritme van het kind gevolgd. Elke dag worden de
slaaptijden en eventuele bijzonderheden bij gehouden, deze vindt u op het
mededelingenbord in de groep.
Robin Hoodjes - Harlekijntjes - Troubadourtjes: Op de dreumes / peutergroep
wordt met een vaste dagindeling gewerkt. Iedere avond staat op het
mededelingenbord geschreven wat voor activiteiten er die dag zijn geweest.
BSO-ruimte: Boven de
kinderdagopvang zijn verschillende ruimtes voor de buitenschoolse opvang. Hier
zijn onder andere een luchtkussen, mogelijkheden om een film te kijken, een
keuken om te bakken en ruimte voor spelactiviteiten. De dreumesen en peuters
gaan soms onder begeleiding boven spelen als de bso geen gebruik maakt van deze
ruimtes. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
Iedere groep heeft de slaapkamer(s) direct aangrenzend in de groepsruimte en een eigen verschoonruimte.
Ook zijn op iedere groep aangepaste toiletten aanwezig voor de dreumesen en peuters. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
Deze locatie heeft de
beschikking over een aangrenzende verharde speelplaats, gelegen aan
beide zijkanten van het gebouw en achter het gebouw, afgescheiden met
een hek en een groene heg. Via de centrale hal
komen de kinderen aan de zijkant op de speelplaats. De Robin Hoodjes en
Harlekijntjes hebben een deur die direct uitkomt op de speelplaats. Op de speelplaats staan een
klimtoestel, schommel, speelauto, speelhuis en twee zandbakken. In een van de
zandbakken is een zandmolen speeltoestel voor zandspel. Verder zijn er
fietsen en rijdend ander materiaal aanwezig. De buitenruimte wordt ook
door de bso gebruikt, maar kan gescheiden worden door een poort. Aan de
achterzijde van de buitenspeelplaats zijn ook parkeerplaatsen voor de
medewerkers van 't Kasteeltje. De gehele buitenspeelruimte is afgesloten
met hekwerk waar veelal beplanting omheen is geplaatst. |
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
De locatie Kempenlandstraat staat
vlakbij een doorgaande weg in Vught; de Laagstraat. Het ligt aan de rand
van de woonwijk de Baarzen. Aan de achterzijde van het gebouw is een
spoorlijn en aan de voorzijde een ruime parkeergelegenheid. Op
loopafstand van de kinderdagopvang is een kinderboerderij en zijn er
twee speeltuintjes in de wijk die af en toe te voet bezocht kunnen worden. |
Terug naar begin
|
LOCATIE |
Wilgenstraat – Sint-Michielsgestel |
|
Totale oppervlakte binnenspeelruimte: |
Draakjes baby /
dreumesgroep 40,7 m² beneden
Riddertjes baby /
dreumesgroep 40,7 m² beneden
Kroontjes dreumes /
peutergroep 40,7 m² boven
Reuzen Peutergroep + BSO 51,6 m² boven
Speelhal voor alle
groepen 43,3 m² beneden |
|
Aantal binnenspeelruimtes: |
5 |
|
Maximale groepsgrootte: |
Draakjes baby /
dreumesgroep 9 kinderen
Riddertjes baby / dreumesgroep 14 kinderen
Kroontjes dreumes / peutergroep 13 kinderen
Reuzen Peutergroep + BSO 18 kinderen (8 peuters, 10 kinderen
BSO)
Bij samenvoeging van groepen maximaal 16 kinderen van 0-4 jaar
Bij samenvoeging van groepen in combinatie met BSO maximaal 18 kinderen |
|
Totale oppervlakte buitenspeelruimte: |
200 m² |
|
    |
|
Beschrijving Binnenspeelruimte: |
|
Vanaf 2009 is deze
locatie gehuisvest in een nieuwbouw, deze bestaat uit twee verdiepingen. Je komt
binnen in de garderobe op de begane grond. De Kroontjes, Reuzen en
buitenschoolse-opvang bevinden zich op halve trap hoogte op de eerste
verdieping. De Draakjes en de Riddertjes gaan met een halve trap naar beneden.
De groepen Draakjes, Riddertjes en Kroontjes zijn voorzien van een keuken,
verschoonruimte en slaapkamer. De speelruimte is ingericht naar de leeftijden
van de kinderen. Op de benedenverdieping is ook een speelhal die door alle
groepen gebruikt wordt. |
|
Beschrijving Groepsgrootte en
beroepskracht-kind-ratio: |
|
Deze locatie biedt plaats
aan 4 groepen:
Draakjes baby-dreumesgroep (0-2 jaar), Riddertjes baby-dreumesgroep (0-3 jaar),
de Kroontjes dreumes / peutergroep (1-4 jaar) en de Reuzen peutergroep (3-4
jaar)
Na 15.15 komt ook nog 1 BSO groep, zij gebruiken de eerste verdieping met de
Reuzen.
De Draakjes:
Dit is een baby-dreumesgroep waarin kinderen van 0-2 jaar geplaatst kunnen
worden, op deze groep zijn maximaal 9 kinderen tegelijk aanwezig met twee
leidsters
De Riddertjes:
Dit is een baby-dreumesgroep waarin kinderen van 0-3 jaar geplaatst kunnen
worden , op deze groep zijn maximaal 14 kinderen aanwezig met drie leidsters.
De Kroontjes:
Dit is een dreumes-peutergroep. Op deze groep zitten maximaal 13 kinderen van 1
tot 4 jaar met 2 leidsters.
De Reuzen:
Dit is een peutergroep waar maximaal 18 kinderen in combinatie met de BSO kunnen
spelen. Gemiddeld komen er 8 peuters en 10 kinderen van de BSO.
Het maximale aantal kinderen is in dat geval 18 kinderen met twee leidsters.
Variatie in de verhouding peuters en BSO kinderen is mogelijk en afhankelijk van
de vraag naar opvang.
Op het moment dat er alleen peuters spelen is het maximale aantal kinderen 16.
Na 15.30 uur komen de bso
kinderen (de 4-5 jarige). Vanaf 16.00 uur is er tussen de Kroontjes (2-4
jarigen), Reuzen (peutergroep) en de bso een opendeuren beleid en mogen de
kinderen bij elkaar op visite. Ze maken ook gebruik van de speelhal beneden.
Op rustige dagen, vakantiedagen, woensdag en vrijdag worden groepen
samengevoegd. Op woensdag en vrijdag gaan de kinderen van de bso altijd naar
locatie De Kempenland in Vught. Dit betekent dat de 4 overige groepen
samenwerken. (Draakjes, Riddertjes, Kroontjes en Reuzen) Wij hanteren daarbij
steeds de beroepskracht-kind-ratio zoals omschreven bij punt 5 in dit
beleidsplan.
Als er binnen de hele dagopvang niet meer dan 16 kinderen zijn voegen we de
Draakjes, Riddertjes Kroontjes en Reuzen samen met maximaal 3 leidsters en
gebruiken daarbij altijd twee ruimtes. Daarbij is dan van iedere groep 1 eigen
leidster aanwezig.
Kijkende naar de leeftijden van de kinderen besluiten we in welke groepsruimte
we gaan spelen. Dit gebeurt in de vakantie weken en momenteel op de vrijdag. Op
maandag, dinsdag en donderdag zijn er 4 groepsruimtes in gebruik en op woensdag
gebruiken we de
groep van de Draakjes, de
Riddertjes en Kroontjes. Ons streven is dat de vaste leidster van de groep
altijd aanwezig is.
Er wordt geopend en afgesloten door een vaste leidster van het team. Indien een
leidster alleen is op de locatie heeft het kantoor op dat moment een achterwacht
functie en is voor deze groepen direct beschikbaar om te komen helpen als dit
nodig is |
|
Beschrijving Bijzonderheden: |
Doordat er een speelhal
is kunnen alle groepen of een combinatie van een aantal kinderen hier gebruik
van maken en gezamenlijke activiteiten ondernemen. Dit biedt vooral veel
voordelen voor de kinderen omdat ze aan elkaar gewend raken. De overgang van de
ene groep naar de andere gaat daardoor voor de kinderen makkelijker.
Op de activiteitenmomenten van de dag werken de Kroontjes en Reuzen met een
opendeurenbeleid. Dat wil zeggen dat een keuze gemaakt kan worden in welke
ruimte kinderen mee willen doen met een aangeboden activiteit. Hier kennen we
variatie in leeftijdsadequaat, soort spelaanbod rustig of juist actief,
ontwikkelingsgericht, sociaal emotioneel spel of spraak / taal activiteiten.
Tijdens het fruit eten en de lunch is ieder kind in zijn eigen stamgroep. |
|
Beschrijving Slaap en
verschoonruimte: |
|
De Draakjes, Riddertjes en Kroontjes hebben direct aan de groep grenzend een slaapkamer en verschoonruimte. |
Beschrijving Buitenspeelruimte: |
|
De buitenruimte is direct
bereikbaar voor alle groepen, deze is tijdelijk naast het gebouw gecreëerd. Op
het moment dat de tweede fase van de nieuwbouw klaar is komt de verdiepte
buitenspeelruimte achter de groepen te liggen. Hier is een zandbak, klim,
klauter, en rijdend materiaal aanwezig. |
Beschrijving Omgeving Locatie: |
|
Locatie Wilgenstraat ligt
in een klein blokje woonhuizen met veel groen. Er is een bos en hertenparkje in
de buurt waar de kinderen vaak, onder begeleiding naar toe gaan. Ook ligt er een
speeltuin in de buurt waar vaak gebruik van gemaakt wordt. |
Terug naar begin
Terug naar begin
5.1 Groepssamenstelling en groepsgrootte, horizontale en verticale groepen
Kindercentrum ’t Kasteeltje heeft op alle
locaties een verticale leeftijdsopbouw binnen de groepen. Er zijn wel
verschillen:
|
Leeftijden in de groep |
Beroepskrachten |
Maximale aantal |
Bij de berekening van het maximale aantal kinderen in een groep
en het minimaal vereiste aantal beroepskrachten, wordt bij groepen,
samengesteld uit kinderen van verschillende leeftijden, een vaste
volgorde aangehouden. De eerste stap daarbij is dat het maximale aantal
kinderen per leeftijdscategorie wordt berekend, bijvoorbeeld maximaal
vier baby’s (“0-jarigen”) per beroepskracht. De tweede stap is
vervolgens de berekening van het resterende aantal kinderen en de
daarbij behorende maxima. Er wordt naar boven afgerond; bij een rest van
0,5 of hoger wordt naar 1 afgerond. Een rest lager dan 0,5 zal naar
beneden worden afgerond. |
|
0 tot 1 |
1 |
4 |
|
1 tot 2 |
1 |
5 |
|
2 tot 3 |
1 |
6 |
|
3 tot 4 |
1 |
8 |
|
0 tot 2 |
1 |
4.5 |
|
0 tot 3 |
1 |
5 |
|
0 tot 4 |
1 |
5.75 |
|
1 tot 3 |
1 |
5.5 |
|
1 tot 4 |
1 |
6.33 |
|
2 tot 4 |
1 |
7 |
Afhankelijk van de mogelijkheden
en het aantal groepen op de locaties, is de keuze voor het soort groepen
gemaakt.
Bij 4.2 kunt u lezen
wat voor groepen er op de iedere locatie zijn.
Iedere kinderdagopvang-groep heeft vaste leidsters. Naast deze vaste
leidsters staan indien nodig inval beroepskrachten. Iedere locatie heeft
zijn eigen team. Door een vast team wordt duidelijkheid en een
vertrouwde sfeer gecreëerd, zodat wij kinderen emotionele veiligheid
kunnen bieden. Vanuit ieder team / locatie is 1 afgevaardigde aanwezig
op een overlegvorm waarbij informatie over de gang van zaken
uitgewisseld wordt. Zo blijven de verschillende locaties en teams
betrokken bij elkaar en blijft het beleid van Kindercentrum ’t
Kasteeltje gewaarborgd op de verschillende locaties.
Terug naar begin
5.2 Beroepskracht-Kind-Ratio
Het aantal leidsters wat ingezet wordt is afhankelijk van het aantal en de
leeftijd van de kinderen die op een dag het Kindercentrum bezoeken. Wij houden
ons daarbij aan de leeftijdsnorm en aantal leidsters welke aangegeven worden
vanuit de wet kinderopvang n.l. convenant beleidsregels kinderdagopvang.
Het schema voor de berekening van de
beroepskracht-kind-ratio bij groepen dagopvang, op grond van artikel 3,
tweede en derde lid, van de Beleidsregels kwaliteit kinderdagopvang
staat hieronder afgebeeld.
|
leeftijd |
beroepskrachten |
Maximale aantal |
º Waarvan maximaal
vier 0 tot en met 3-jarigen,
waarvan maximaal twee 0-jarigen
¹ Waarvan maximaal vier 1 tot en met 4-jarigen,
waarvan maximaal twee 1-jarigen
² Waarvan maximaal vijf 2 tot en met 3-jarigen.
³ Waarvan maximaal zes 3-jarigen
|
|
0 tot 1 |
1 |
4 |
|
1 tot 2 |
1 |
5 |
|
2 tot 3 |
1 |
6 |
|
3 tot 4 |
1 |
8 |
|
0 tot 2 |
1 |
4.5 |
|
0 tot 3 |
1 |
5 |
|
0 tot 4 |
1 |
5.75 |
|
1 tot 3 |
1 |
5.5 |
|
1 tot 4 |
1 |
6.33 |
|
2 tot 4 |
1 |
7 |
|
0 tot 13 |
1
|
7º |
|
1 tot 13 |
1 |
8¹ |
|
2 tot 13
|
1 |
8² |
|
3 tot 13 |
1 |
9³ |
Bij de berekening van het maximale aantal kinderen in een groep
en het minimaal vereiste aantal beroepskrachten, wordt bij groepen,
samengesteld uit kinderen van verschillende leeftijden, een vaste
volgorde aangehouden.
De eerste stap daarbij is dat het maximale aantal kinderen per
leeftijdscategorie wordt berekend, bijvoorbeeld maximaal vier baby’s
(“0-jarigen”) per beroepskracht.
De tweede stap is vervolgens de berekening van het resterende aantal
kinderen en de daarbij behorende maxima.
Er wordt naar boven afgerond; bij een rest van 0,5 of hoger wordt naar 1
afgerond. Een rest lager dan 0,5 zal naar beneden afgerond worden.
Terug naar begin
5.2.1 Inzet gediplomeerde beroepskrachten
Alle medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen.
Een medewerker die met kinderen werkt, heeft minstens een middelbare beroepsopleiding op sociaal- of pedagogisch gebied afgerond. De meest voorkomende opleiding in de kinderdagopvang is SPW 3.
Daarnaast worden een aantal opleidingen vermeld waarvan in de CAO is bepaald dat die ook geschikt zijn voor de functie van groepsleidster. Enkele voorbeelden zijn de Brancheopleiding Ervaren Peuterspeelzaalleidster (BEP), Kinderverzorging
/ Jeugdverzorging, Leidster kindercentra van de OVDB, vakopleiding Leidster kindercentra, conform de WEB, Onderwijsassistent (kwalificatieniveau 4) of Pedagogische Academie
De gediplomeerde beroepskrachten worden formatief ingezet.
Terug naar begin
5.2.2 Inzet BBL[2]-leerlingen
Voor leerlingen B.B.L. Sociaal Pedagogisch werk, wordt de formatieve
inzetbaarheid vastgesteld op basis van de informatie van de opleider en
praktijkbegeleider en leerling. Hiervoor wordt een verklaring formatieve
inzetbaarheid opgesteld. Afhankelijk van deze verklaring wordt een BBL-leerling
ingezet in de groep.
Terug naar begin
5.2.3 Inzet van stagiaires
’t Kasteeltje leidt ook leerlingen op in
de z.g. B.O.L.[3]
opleiding, deze leerlingen worden uitsluitend boven-formatief ingezet. Indien
het team ondersteund wordt door een volwassene niet-gediplomeerde medewerker,
gebeurt dit ook boven-formatief.
Terug naar begin
6.1 Pedagogische doelstelling
Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op
de eerste plaats veilig en thuis voelt. De kinderdagopvang moet een
verlengstuk van de thuissituatie zijn, met extra mogelijkheden zoals het
spelen met andere kinderen en met andere (ontwikkelings-) materialen.
Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de ruimte om zich te
ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding en andere
kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee
mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen
identiteit en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op
aanpassen. Om dit alles goed te laten verlopen, wordt veel belang
gehecht aan een goede afstemming tussen ouders en het team van de
kinderdagopvang.
We vinden het van belang dat op een evenwichtige, bij
de leeftijd passende wijze aandacht is voor de 5 basisbehoeften van het
kind.
Sociaal-emotionele basisbehoeften: De kinderen moeten het gevoel
hebben dat ze gezien en gehoord worden en dat de leidster hen kent. Een
veilige, warme betrouwbare relatie tussen kind en leidster is daarbij
van belang. Zij geven emotionele steun en veiligheid door de omgeving te
structureren, duidelijke regels te hanteren en met vaste gewoontes en
rituelen een voorspelbare en vertrouwde omgeving te creëren. In die
omgeving is ook plaats voor de behoefte aan privacy bij kinderen. Een
plekje om even uit te rusten, zich even terug te trekken of om op te
gaan in het eigen spel zonder dat andere kinderen of leidsters je
daarbij storen. Dit wordt bereikt door op een ontspannen, ongedwongen
manier met de kinderen om te gaan en de kinderen te leren zo ook met
elkaar om te gaan. Per groep zijn vaste leidsters aanwezig, zodat er een
goede vertrouwens- en hechtheidrelatie met de kinderen (en hun ouders)
opgebouwd kan worden. Verder proberen we de samenstelling van de groep
zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar
beter te leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
Morele basisbehoefte: Op het gebied van de morele ontwikkeling
streven wij er naar steeds dezelfde regels, waarden en normen te
hanteren en voor te leven, zonder daarin te star te willen zijn. We
kijken daarbij steeds naar de groep, het individuele kind en de
mogelijkheden van het moment. Waar mogelijk nodigen we de kinderen uit
om waarden en normen samen te bepalen, waar nodig bieden we
duidelijkheid en structuur door ze vast te leggen en te bespreken met
het kind.
Lichamelijke basisbehoefte: Naast de goede
lichamelijke verzorging zoals eten, drinken, slapen en hygiëne is ook de
basisbehoefte van bewegen en bewegingsvrijheid belangrijk in het
dagelijkse handelen op onze kinderdagopvang. Het vaste ritme van samen
spelen, begeleide activiteiten, eten, drinken, slapen, verschonen en
naar het toilet gaan wordt afgewisseld met vrij bewegen en buitenspelen
om zo een balans te bieden tussen rust en activiteiten. Daarbij wordt
ook gekeken naar het individuele kind, zijn ontwikkeling en behoeften.
Cognitieve basisbehoefte: In die ontwikkeling kijken we ook naar
de cognitieve basisbehoeften van het kind. Kinderen leren actief met hun
hele lijf en hoofd; ze leren vanuit emotionele betrokkenheid. In het
leren door doen en spelen staat plezier voorop. Door te zorgen voor een
uitdagende omgeving en passende activiteiten proberen we het kind te
stimuleren.
Communicatieve en creatieve basisbehoefte:
Contact maken met elkaar, jezelf uit kunnen drukken, zingen, dansen,
muziek maken, doen-als-of-spel, verven, kleien en andere vormen van
creatieve expressie maken deel uit van het dagprogramma. Ook hier heeft
ieder kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden waar leidsters hun
benaderingswijze op aan passen. We stimuleren kinderen regelmatig door
voor hen nog onbekende dingen te ondernemen, maar bieden ze ook de
mogelijkheid om voor het vertrouwde en veilige te kiezen. Door dit op
een uitnodigende manier te presenteren willen we kinderen aanmoedigen
samen op onderzoek uit te gaan.
Kernbegrippen in onze pedagogische taak zijn:
Relatie: het gevoel welkom te zijn en kunnen rekenen op hulp en
steun als dat nodig is. Zowel tussen leidsters en het kind, kinderen
onderling, leidsters onderling en de relatie met ouders. We willen
kinderen laten ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen
met hen willen spelen.
Een goede relatie tussen leidsters en ouders is van belang voor een open
communicatie over het kind. De breng- en haalgesprekken van iedere dag
zijn hiervoor van groot belang. Indien de ouder behoefte heeft aan het
verkrijgen van meer informatie over haar / zijn kind, kan vanzelfsprekend
een afspraak gemaakt worden met de desbetreffende groepsleidster
Competentie: voor vol worden aangezien. We willen kinderen laten
ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun leeftijd
en mogelijkheden.
Autonomie: om zich veilig te voelen krijgen de kinderen ook eigen
ruimte om te experimenteren en hun gang te gaan.
‘Zelf doen’ is een basale basisbehoefte van kinderen. Leidsters geven
kinderen daarom de kans om dingen zelf te doen en te leren. Dreumesen
leren naar de wc te gaan en hun handen te wassen, peuters willen zelf
hun boterham smeren en eten; jonge kinderen willen alles graag zelf
leren doen, het verlangen naar zelfredzaamheid.
Terug naar begin
6.2 Pedagogisch Klimaat
Om onze pedagogische doelstelling in de praktijk goed te kunnen uitvoeren dient
aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Naast materiële zaken is het
vooral van belang hoe wij omgaan met elkaar en de kinderen. Samen noemen we dat
het Pedagogisch Klimaat. Grofweg is dat uit te splitsen in 4 hoofdgroepen.
 |
Emotionele Veiligheid
|
 |
Persoonlijke Competentie
|
 |
Sociale Competentie
|
 |
Normen en Waarden
|
Hieronder geven wij een korte uitleg hoe
wij aandacht hebben voor, of vorm geven aan iedere hoofdgroep.
Terug naar begin
6.2.1 Emotionele Veiligheid Onder de emotionele veiligheid verstaan wij het gevoel bij het kind dat het zich veilig en vertrouwd voelt op de kinderdagopvang. Dat ze dus mee mogen doen, dat ze welkom zijn, dat ze bij een volwassene terecht kunnen als ze die (even) nodig hebben, hieronder valt dus mede de basisbehoefte “relatie”.
Voor die relatie is het van belang dat de kinderen en ouders steeds met dezelfde leidsters te maken krijgen. Daarom werken wij met vaste leidsters op een groep en proberen we het aantal (verschillende) volwassenen waar het kind mee te maken krijgt tot een minimum te beperken. Het kind kan er op rekenen dat er altijd minimaal 1 bekende leidster aanwezig is. Kinderen krijgen zo de kans zich aan de leidsters te hechten, wat een veilige basis biedt om de omgeving te verkennen, bescherming of troost te zoeken als dat nodig is. Door elkaar beter te leren kennen, weten kind en leidster ook hoe gereageerd wordt op verschillende situaties en hoe ze daarop kunnen anticiperen. Een warme, vertrouwde relatie tussen kind en leidster wil zeggen dat het kind weet dat er goed voor hem of haar gezorgd wordt en hij of zij wordt gerespecteerd.
Ook de basisbehoefte “autonomie”, de ruimte krijgen om zelf beslissingen te nemen, keuzes te maken, speelt een belangrijke rol bij emotionele veiligheid.
Baby’s zijn nog voornamelijk op leidsters gericht. Maar vanaf 2 jaar hebben de kinderen in de groep meer contact met elkaar dan met de leidsters. Voor alle kinderen blijven de leidsters de belangrijkste bron van veiligheid, zij zorgen voor een veilige basis waardoor de kinderen onbekommerd met elkaar kunnen spelen.
Hoe proberen wij de emotionele veiligheid bij kinderen te bevorderen?
 |
We werken met vaste leidsters op de groep, waarbij het kind en de ouders kunnen rekenen op minimaal 1 bekende leidster in de groep.
|
 |
We proberen de samenstelling van de groep zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar beter te leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
|
 |
De kinderen spelen in een vaste ruimte, waar plaats is voor beweging, rust, samen en alleen spelen.
|
 |
Groepsleiding heeft extra oog voor kinderen die blijkbaar meer moeite hebben in het leggen van contacten met anderen.
|
 |
De kinderen accepteren zoals ze zijn en ons steeds in te leven in hun gedachten en gevoelens.
|
 |
Door de kinderen vaak bij naam te noemen, zodat ze elkaar kennen en gekend voelen.
|
 |
Aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van de kinderen gezien hun leeftijd, kennis en vaardigheden.
Zo zorgen wij ervoor dat bij een 1-jarige die in de periode van eenkennigheid is, altijd een bekende groepsleidster aanwezig is.
|
 |
Alert te zijn op emotionele signalen van kinderen en daarop te reageren. Een kind wat angstig reageert op het geluid van bijvoorbeeld een passerende motor wordt aan de hand genomen. Samen gaan we opzoek naar waar dat geluid vandaan kwam en gaan we het benoemen. Door samen te luisteren, te kijken en verklaren proberen we de angst te doorbreken.
|
 |
Huilen is bij baby’s een belangrijk signaal waar op gereageerd moet worden. Er wordt gekeken waar het signaal vandaan komt en of het voor de baby opgelost moet worden door de leidster. (Honger, ongemak, slaap, erbij willen zijn, etc.) Het is belangrijk dat de baby het vertrouwen krijgt dat de leidster in de buurt is als ze een signaal afgeven (bijvoorbeeld door huilen) en dat er op gereageerd wordt.
|
 |
Houdingen zoeken die de baby fijn vindt en op momenten dat ze wakker is deze houding regelmatig herhalen zodat daar vertrouwen in ontstaat.
|
 |
Bij baby’s eerst oogcontact te maken, ze aan te spreken voordat de leidster iets gaat doen.
|
 |
Baby’s regelmatig laten voelen dat je er bent, oogcontact en lichaamcontact door aanraken is heel belangrijk.
|
 |
Bij dreumesen en peuters ook eerst van dichtbij contact maken en uitleggen wat er gaat gebeuren.
|
 |
De verzorgingsmomenten zoals verschonen, naar het toilet gaan, eten / drinken, aan en uitkleden worden door de groepsleiding aangegrepen als extra momenten op de dag om even 1 op 1 te communiceren met het kind en het zo een gevoel van emotionele veiligheid te geven en daar samen plezier aan te beleven.
|
 |
(Groeps-) activiteiten aan te passen aan de behoefte van de groep of het individuele kind.
Zo kan een drukke groep de behoefte aan lekker buiten spelen aangeven. Door in te spelen op de behoefte om even lekker te rennen, bewegen of een actief spel te ondernemen is er later weer tijd voor een rustigere activiteit.
|
 |
Als daar aanleiding voor is, de gevoelens van de kinderen onder woorden te brengen.
Als een kind bijvoorbeeld verdrietig reageert als zijn speentje in het mandje opgeborgen wordt, benoemt de leidster het verdriet en maakt de afspraak met het kind dat ze het samen weer op gaan halen als hij gaat slapen.
|
 |
De kinderen te stimuleren met de gevoelens en gedachten van anderen rekening te houden.
|
 |
Emotioneel geladen onderwerpen in de kinderdagopvang niet uit de weg te gaan en te zorgen voor een open en eerlijke communicatie met de kinderen. Voorbeelden van emotioneel geladen onderwerpen kunnen zijn: het afscheid nemen,
hoe laat papa of mama weer komt om ze op te halen, naar bed toe gaan (alleen in een kamertje gaan slapen), een kind wat niet mee mag spelen
/ delen met speelgoed, situaties uit de thuissituaties zoals een ziek familielid of overlijden.
|
 |
Te zorgen voor een vertrouwde en voorspelbare omgeving door te werken met een vast dagritme, gewoontes en rituelen bij dagelijks terugkerende activiteiten.
|
 |
Kinderen de ruimte te geven om dingen zelf te doen, en beschikbaar te zijn als daar hulp bij nodig is.
|
 |
Te zorgen voor een open communicatie tussen ouders en groepsleiding. Als wij zaken opmerken bij kinderen (bijvoorbeeld in de lichamelijke en
/ of sociaal-emotionele ontwikkeling) maken we dat bespreekbaar met de ouders. Dat kan bij het halen
/ brengen maar soms ook in een later contact.
|
Terug naar begin
6.2.2 Persoonlijke competentie
Bij persoonlijke competentie
draait het erom dat het kind voor vol wordt aangezien. Het gaat daarbij om
emotionele, motorische, zintuiglijke en cognitieve competenties. We willen
kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun
leeftijd en mogelijkheden. Dat is bij een 0 jarig kind anders dan bij een 4
jarige. Het spelen is de natuurlijke weg om dingen te leren. Door met plezier te
bewegen leren ze hun lijf, zichzelf en de andere kinderen kennen. Ze leggen
contact met de andere kinderen, ervaren grenzen en bouwen een gevoel van
eigenwaarde op. Ook het tegemoet komen aan de behoefte bij kinderen om dingen
zelf te doen (autonomie) draagt bij aan de persoonlijke competentie; zelf
omrollen, zelf je hoofd draaien en in de ruimte rondkijken, zelf je fles
vasthouden, zelf je boterham smeren, zelf je handen wassen, zelf iets pakken of
opruimen. Door met de kinderen samen te spelen kunnen leidsters het kind net die
dingen laten ervaren die ze alleen nog niet aan kunnen. Door samen met de bal
over te rollen kunnen dreumesen vaak wel een over-rol-spel met elkaar spelen,
terwijl ze dat alleen nog niet kunnen. De rol van de groepsleiding om de
persoonlijke competentie bij deze jonge kinderen te bevorderen is dan ook vooral
alert zijn op signalen van het kind, ondersteunen als het kind daarom vraagt,
structureren van de omgeving, stimuleren en bemoedigen van initiatieven en daar
samen plezier aan beleven.
Hoe proberen wij de persoonlijke competentie bij kinderen te bevorderen?
 |
Bij de inrichting van de groepsruimte is gekeken naar de verschillende leeftijden die gebruik maken van de ruimte. |
 |
Daarbij wordt steeds gezocht naar een evenwichtige balans tussen uitdagende elementen en rust om overprikkeling te voorkomen waardoor kinderen te veel afgeleid worden en tot niets meer komen.
Door een gedeelte van het spelmateriaal tijdelijk op te bergen, en in 1 ruimte selectief materiaal aan te bieden ontstaat er ook ruimte en rust om daar mee te spelen en ontdekken. Als altijd alles tegelijkertijd aanwezig is ontstaat chaos en komt niemand meer tot spel.
|
 |
In de groepsruimte zijn hoeken gecreëerd met materialen voor jongere kinderen en oudere kinderen. Denk daar aan zand, bouw en constructiemateriaal, materiaal voor imitatiespel, bewegingsmateriaal, gezelschapsspelen, expressiemateriaal.
|
 |
Het doel van het spelen, ook met behulp van materiaal, is niet het product dat het eventueel oplevert, maar het lekker bezig zijn, het ontdekken van mogelijkheden. |
 |
In het spel is aandacht voor bewegingsspel, ontdekkend spel, fantasiespel, samenspel en buitenspel. |
 |
In het spel- en speelgoedaanbod is voldoende variatie voor verschillende leeftijden, sekses en interesses. |
 |
Door samen met de kinderen te spelen of activiteiten aan te bieden kunnen ze positieve ervaringen opdoen en nieuwe vaardigheden leren.
Zo kan een activiteit die start met het overslaan van opgeblazen ballonnen, door invloed van een leidster veranderen in het voelen aan de ballon als je er vlakbij gaat praten. Het voelen van de trilling kan dan weer een nieuwe ervaring zijn voor het kind. Door het te stimuleren zelf geluidjes vlakbij de ballon te maken terwijl ze de ballon vasthouden wordt deze activiteit een leuk leermoment!
|
 |
Door kinderen mee te laten helpen in dagelijkse “klusjes” ervaren de kinderen dat ze ook een echte bijdrage leveren. |
 |
Door kinderen te betrekken bij het bedenken van activiteiten van de dag leveren zij ook een echte bijdrage. |
 |
Er is aandacht van de groepsleidsters voor de spontane leerervaringen die de kinderen opdoen tijdens een activiteit.
Als tijdens het puzzelen een kind ineens de stukjes gaat tellen, de kleuren gaat benoemen, puzzelstukjes gaat sorteren met een vlakke kant zijn dat allemaal voorbeelden van spontane leerervaringen die het kind opdoet.
De leidster kan dan het oorspronkelijke plan om te puzzelen loslaten, en inspelen op wat het kind aangeeft door bijvoorbeeld een tel-rijmpje of spelletje te gaan doen.
|
 |
Met baby’s worden spelletjes gedaan waarbij handen en voeten herkend worden.
Ook spelletjes voor de spiegel en inspelen op de momenten waarop de baby spontaan zijn lichaam aan het ontdekken is dragen bij aan de persoonlijke competentie van de baby.
|
 |
Door veel te communiceren met de baby en te bevestigen en benoemen wat hij doet laten we het kind ervaren wat het kan en wie ze zijn.
|
 |
We willen het kind leren vertrouwen op eigen kracht en vermogen door er op een positieve manier aandacht aan te besteden. (het maken van complimenten, prijzen of belonen van positief gedrag)
|
 |
Groepsleidsters kiezen ook bij corrigerende opmerkingen waar mogelijk voor een positieve benadering van het kind.
Als een kind iets afpakt van een ander kind, en er ontstaat onenigheid tussen die twee kan de leidster benoemen dat ze allebei het speelgoed erg mooi vinden en dat ze het fijn vindt dat ze er zo graag mee spelen. Wel wordt benoemd dat het ene kind het speelgoed al had. De ander moet het dus nu even terug geven, want zomaar afpakken mag niet. Samen wordt gekeken naar een andere mogelijkheid; misschien heb je een speelgoedje wat je samen kunt ruilen, misschien kun je even met iets anders spelen tot de ander klaar is of is samenspelen een mogelijkheid? De aandacht gaat dus naar het afkeuren van het gedrag wat niet mag (afpakken), benoemen van het probleem, en samen kijken naar een positieve oplossing daarvoor.
|
 |
Door gebruik te maken van een vast dagritme en rituelen snappen kinderen wat er gaat gebeuren en zijn zij actief betrokken bij gebeurtenissen in de groep.
|
Terug naar begin
6.2.3 Sociale competentie
Onder de sociale competenties verstaan we onder andere het hebben van
vertrouwen in anderen en de vaardigheden om hulp te vragen en ontvangen.
We zien hier dan ook de kernbegrippen relatie en competentie sterk
vertegenwoordigd. Maar ook de mogelijkheden om dit zelf te kunnen
(autonomie) is hier zeer waardevol. Het op een positieve manier een
bijdrage kunnen leveren aan de groep, samen spelen en meedoen in de
groep en delen met anderen horen hierbij. Het kind wordt zich bewust van
zijn eigen identiteit en persoonlijke kenmerken en leert problemen en
conflicten oplossen. Het aanvoelen wat de ander bedoelt en daarop
reageren met je eigen gedrag, het nadoen van de ander maar ook zelf
initiatief nemen, zijn allemaal voorbeelden van sociale competenties. We
zien hier dus de basisbehoeften op sociaal-emotioneel, moreel, cognitief
en communicatief gebied bij elkaar komen in de dagelijkse praktijk.
Op onze kinderdagopvang willen wij op verschillende manieren aandacht hebben
voor die sociale competenties.
Hoe proberen wij de sociale competentie bij kinderen te bevorderen?
 |
Emoties van kinderen spiegelen en benoemen.
Zo wordt gezegd wat de leidster ziet: lachen, en welke emotie de leidster denkt te zien (plezier).
Door kinderen actief te betrekken bij deze emoties leren ze.
|
 |
Kinderen uitdrukkelijk betrekken bij troosten en elkaar helpen en elkaar aanmoedigen om iets door te zetten.
Mooie voorbeelden zien we in de praktijk als de kleinsten beginnen met lopen; het kind valt en een ouder kind komt “helpen”. Samen met de leidster wordt het kind aan de hand genomen en aangemoedigd weer een paar stappen te zetten.
|
 |
Als kinderen een conflict hebben, wat bij de normale ontwikkeling hoort en geleerd moet worden, wordt niet direct in gegrepen door de groepsleiding. Wel wordt in de gaten gehouden of ze het al zelf op kunnen lossen, en of dat niet ten koste gaat van 1 kind. Zowel de oorzaak van het conflict als de oplossing die eventueel samen met de leiding gevonden is wordt in begrijpelijke taal op het niveau van het kind besproken.
Een voorbeeld; als een kind van 1 jaar een ander kind slaat gaan we samen het kind de ander op een positievere manier aanraken. We laten het kind ervaren dat het met zijn handen ook iets kan doen wat de ander prettig vindt. We benoemen dat dit fijn is voor de ander.
Bij een 3 jarige die een ander kind slaat omdat het graag met de auto van dat andere kind wil spelen leggen we uit dat dat niet mag. We proberen het kind zelf onder woorden te laten brengen waarom het sloeg. We proberen dan samen met de peuters een oplossing te vinden voor het probleem (samen spelen, jij mag straks,…)
|
 |
De groepsleiding heeft oog voor wat er speelt tussen de kinderen en leeft zich in in de kinderlogica die daar achter steekt.
Soms zien we een kind een ander kind optillen. De bedoeling kan dan heel goed zijn: een ander kind helpen. Toch kan dit leiden tot een huilpartij of wegduwen. De leidster benoemt de goede bedoeling en legt meteen uit dat het andere kind dit toch niet prettig vindt.
|
 |
Ze helpt waar nodig bij het vinden van een oplossing bij sociale botsingen, of benoemt de zelf gevonden oplossingen van de kinderen.
Twee kinderen willen allebei het liefst op de tractor rijden. Een kind geeft aan dat ze om de beurt kunnen rijden. De leidster herhaalt de oplossing en benoemt dit dat het een goede oplossing is. Ze geeft de kinderen ook een compliment dat ze er samen zo goed uit gekomen zijn en er wordt afgesproken wanneer gewisseld wordt.
|
 |
De groepsleiding richt zich ook op het nemen van de laatste stap bij een sociale botsing: het weer vrienden maken zodat we op een gezellige, open manier samen verder kunnen spelen.
|
 |
Het spelmateriaal wat aanwezig is biedt mogelijkheden om sociale competenties te oefenen in rollenspel, samenspel (bijvoorbeeld gezelschapsspelen) of individueel spel.
|
 |
Soms maken we van individueel spel samenspel; zo kun je samen een puzzel maken of samen aan 1 tekening werken.
|
Terug naar begin
6.2.4 Waarden en
normen
Waarom is aandacht voor waarden en normen
belangrijk?
Waarden
Waarden zijn opvattingen. Opvattingen over gedragingen en situaties over mensen
en dingen, etc. Die waarden of opvattingen drukken we uit in woorden als: mooi,
lelijk, fijn, vervelend, eerlijk, oneerlijk, moedig, laf, belangrijk,
onbelangrijk.
Normen
Normen zijn concrete regels en voorschriften voor ons handelen in bepaalde
situaties. Ze vertalen waarden in concreet gedrag.
Bij het ontwikkelen van morele competenties bij jonge kinderen hebben we te
maken met het omgaan met waarden en normen in de groep. Het besef dat ze met
eigen gedrag anderen kunnen beïnvloeden, de motivatie om andere kinderen te
helpen en geen pijn te doen en de verschillende sociale regels in de groep
moeten helder onder woorden gebracht worden door de groepsleiding. Ook is er
aandacht voor het eigen gedrag en emoties, opkomen voor jezelf, omgaan met
morele gevoelens als trots, schuld en schaamte.
Hoe stimuleren wij de ontwikkeling van waarden en normen op de
kinderdagopvang?
 |
We proberen de kinderen, afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling, zich bewust te worden van hun handelen door erop te reflecteren.
Als een peuter het speelgoed in de bak gaat opruimen, benoemt de leidster dat gedrag door hem te vertellen dat ze het fijn vindt dat hij zo goed meehelpt om op te ruimen. Als we zien dat een kind een ander kind helpt door bijvoorbeeld iets te pakken, wordt dat gedrag ook gestimuleerd door te verwoorden wat hij gedaan heeft (iets pakken) en welke gevolgen dat heeft voor een ander (nu kan zij lekker verder spelen).
|
 |
We verhelderen daar waar nodig de waarden en normen die op de kinderdagopvang gelden in begrijpelijke taal.
|
 |
Er zijn niet teveel regels, wel duidelijke die consequent worden toegepast. Dit zijn regels die te maken hebben met samen spelen, speelgoed delen of juist zelf spelen, elkaar geen pijn doen, hoe we eten of hoe we dingen pakken en opruimen.
|
 |
We reageren op het ‘vraagkijken’ van kinderen.
Vaak voelen kinderen zelf aan wanneer het gedrag niet helemaal aan de haak is. Ze proberen dan van het gezicht van de leidster af te lezen wat de bedoeling is. Door hier alert op te reageren kan de leidster een ‘morele gids’ zijn in situaties die verkend worden.
Het vraagkijken betekent vaak “ik weet het wel, maar help mij even want ik begrijp nog even niet helemaal hoe ik wél moet handelen”. |
 |
Kinderen die bij een gesprek staan worden er zoveel mogelijk bij betrokken als het kind aangeeft erbij betrokken te willen worden.
|
 |
Als kinderen boos of overstuur zijn, blijven leidsters vriendelijk en duidelijk in hun communicatie.
Door te kiezen voor bijvoorbeeld een time-out kan het kind eerst even tot rust komen voor het in de groep terug keert.
Een voorbeeld is dat een dreumes erg moet huilen en boos is omdat hij speelgoed wil hebben waar op dat moment andere kinderen mee spelen. Dat kan nu dus even niet. De leidster legt eerst rustig uit waarom hij er nu niet mee kan spelen. Daarna neemt de leidster het kind mee naar een andere situatie zodat het speelgoed even uit zijn blikveld weg is en kijkt naar een andere spelmogelijkheid (alternatief).
|
 |
We zijn er ons van bewust dat het kind in aanraking komt met verschillende groepen waar andere waarden en normen kunnen gelden (thuis, kinderdagopvang, bij familie of vriendjes) en gaan hier respectvol mee om.
Als een peuter na het eten meteen van tafel wil, omdat hij dit thuis zo gewend is, gaan we samen kijken wat er op de groep anders is dan thuis; we zitten met meer kinderen aan tafel, de leidsters moeten meer kinderen helpen met een boterham smeren, we hebben hier afgesproken dat iedereen blijft zitten tot we klaar zijn. Zonder een waarde-oordeel te geven over wat beter is (aan tafel blijven of gaan spelen als je klaar bent) wordt duidelijk gemaakt dat hier soms andere regels gelden dan thuis, en dat dat prima is.
|
 |
We maken bij het bespreken van onze waarden en normen gebruik van alledaagse situaties in de kinderdagopvang en helpen de kinderen bij het vinden van oplossingen om beter te reageren in een situatie.
Als er ruzie komt omdat drie kinderen met alle blokken een toren willen bouwen en dus alle blokken voor zichzelf willen hebben, stelt de leidster voor om eerst de blokken te verdelen en allemaal een toren te bouwen. We kijken dan hoe hoog de torens worden. Daarna bouwen we met z’n allen 1 grote toren. Door elkaar goed te helpen maken we misschien wel de allerhoogste toren…
|
 |
We streven ernaar, ondanks onderlinge persoonlijke verschillen, dezelfde waarden en normen in de groep te hanteren.
|
 |
We gaan na waarom kinderen zich veelvuldig niet aan gestelde regels houden als zich dat voor doet en passen daar de afspraken of inrichting van een ruimte indien nodig op aan.
|
 |
We houden ons zelf ook aan de regels.
|
Terug naar begin
6.3
Activiteiten en dagritme op de kinderdagopvang Op de kinderdagopvang wordt steeds gewisseld tussen speel-leeractiviteiten en verzorging-leeractiviteiten zoals eten, drinken, naar het toilet gaan of verschoond worden. Ook is er steeds een wisseling tussen spontane, vrije activiteiten waarin de kinderen min of meer bepalen wat ze gaan doen, en momenten waarop de groepsleiding activiteiten aanbiedt. Dit samen bepaald het dagritme in de groep waarbij steeds aangesloten wordt bij de behoeften en bioritmen van het individuele kind.
In het volgende deel beschrijven we per gebied welke activiteiten aangeboden worden of hoe we daar mee omgaan. Dit splitsen we uit in een beschrijving voor baby’s, dreumesen en peuters.
In de praktijk wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van het kind en is de splitsing in activiteiten niet precies in leeftijden te verdelen. Ontwikkeling gaat met sprongen en lopen ook niet op alle gebieden gelijk. Uitgangspunt voor de groepsleiding is steeds wat het kind aangeeft en aan kan.
Als laatste vindt u een overzicht van het dagritme in verschillende
samenstellingen van groepen;
 |
Baby-groep (0 tot 1,5 jarigen)
|
 |
Baby-dreumesgroep (0 tot 3 jarigen)
|
 |
Dreumesgroep (1 tot 3 jarigen)
|
 |
Dreumes-peutergroep (1 tot 4 jarigen)
|
Terug naar begin
6.3.1 Activiteiten Baby’s
Eten en drinken
Naast de noodzakelijkheid van eten en drinken, is dit
ook een moment om samen van te genieten. Bij baby’s die uit de fles
drinken is dit een moment waarop de leidster een 1 op1 moment heeft met
het kind. Bij uitstek een moment waarop gewerkt wordt aan het
welbevinden en sociale contact tussen baby en leidster. Iets oudere
baby’s kunnen eten in een kinderstoel en maken kennis met voedsel dat ze
kunnen afhappen van een lepel of afbijten en kauwen.
Baby’s verwerven steeds meer vaardigheden zoals drinken uit een beker,
zelf de lepel vasthouden of fruit vasthouden.
Wij geven de baby’s veel tijd en ruimte om nieuw
voedsel te verkennen. Door ze het ook zintuiglijk te laten ervaren
(eraan likken, proeven en voelen) raken zij vertrouwd met het eten.
Met ouders van baby’s worden vooraf heldere afspraken gemaakt over de
voedingsschema’s en soorten voeding die het kind krijgt. Baby’s eten en
drinken in principe altijd wat u mee geeft.
Meer informatie hierover vindt u onder
3.2.3.1 Eten en drinken door u
meegegeven
Verschonen
Baby’s worden meestal 3 keer per dag op het
dagverblijf verschoond. Hierbij gebruiken wij luiers en billendoekjes
van het merk Pampers die door het Kindercentrum verstrekt worden. Indien
nodig is op de groep ook Sudo-crème aanwezig voor geïrriteerde huid. Als
u liever heeft dat producten van een ander merk gebruikt worden, dient u
deze wel zelf mee te geven en dit te overleggen met de groepsleiding.
Bij de verzorging zijn herhaling en rituelen belangrijk voor de
emotionele vei
|