Indien uw kind door ziekte of om een andere reden niet naar de bso kan komen, verzoeken wij u dit door te geven aan onze Administratie BSO (dus niet bij uw locatie). Dit omdat vanuit die administratie ook het vervoer van school naar de bso wordt geregeld. Onze administratie draagt er vervolgens zorg voor dat de afmelding bekend is bij de groepsleiding. Dit geldt dus voor afmelden door ziekte, als het kind door u zelf / iemand anders opgehaald wordt uit school of uw kind een keer om een andere reden niet naar de bso komt.

Helaas gaan sommige ouders er van uit, dat als zij hun kind op school ziek gemeld hebben, wij dat automatisch óók weten. Dat is niet zo, het vriendelijke verzoek dus om uw kind óók bij ons af te melden:

Administratie BSO: 073-6841160, bereikbaar vanaf 07.30u of per email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Indien u doorverbonden wordt met het antwoordapparaat kunt u de afmelding gewoon inspreken; dit wordt altijd voor 13.00u afgeluisterd en verwerkt!

De dagen waarop wij voor uw kind een plaats gereserveerd hebben volgens vast contract of afspraak worden ook bij ziek- of afmelding normaal gefactureerd. Alleen indien u 24 uur van te voren aan kunt geven dat u geen gebruik gaat maken van de contractdag, kunt u deze wisselen volgens de regeling zoals beschreven bij Incidenteel ruilen van dagdelen

Hoe gaan wij om met ziekte bij kinderen?

De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan komen / blijven wordt in principe genomen door de groepsleiding. Hierbij hanteren wij de richtlijnen die de GGD hiervoor aangeeft, en bij twijfel wordt de GGD om advies gevraagd. Het belang van het zieke kind staat hierbij voorop, maar er moet ook rekening worden gehouden met het belang van de andere kinderen en de groepsleiding zelf.
Een kind dat zich ziek voelt en niet met het normale dagprogramma mee kan doen, kan beter niet op het kindercentrum blijven. Er zijn op het kindercentrum nauwelijks mogelijkheden om aan een ziek kind de noodzakelijke extra aandacht te geven.Ook de belasting voor de groepsleidsters kan een reden zijn om het kind te laten ophalen. Tot slot kan bij besmettelijke ziekten de bescherming van de gezondheid van de groepsgenoten een reden zijn om het kind niet toe te laten. Het om deze reden weren van zieke kinderen gebeurt echter alleen bij enkele zeer ernstige infectieziekten en altijd in overeenstemming met de richtlijnen van de GGD.

Wanneer mag uw kind de opvang niet bezoeken

  • Koorts is niet de enige maatstaf. Hierbij spelen ook factoren een rol zoals hoe het kind zich voelt, of het reageert op medicatie, of hoe lang de koorts zich al voor doet. Wanneer uw kind ’s morgens thuis 38 graden of hoger koorts heeft, adviseren wij u maatregelen te treffen zodat uw kind te allen tijde door u of een bekende opgehaald kan worden. De praktijk wijst uit dat de koorts in de loop van de dag vaak oploopt.
  • Wanneer uw kind hangerig en / of lusteloos is en daardoor niet meer kan deelnemen aan het groepsgebeuren en uw kind daar ook zelf zichtbaar last van ondervindt.
  • Wanneer uw kind dusdanige extra zorg nodig heeft dat daardoor de begeleiding van uw kind en andere kinderen in het gedrang komt.
  • Bij besmettelijke ziekten, waarbij andere kinderen of volwassenen gevaar lopen. De ziekten waarbij dit van toepassing is, zijn opgenomen in de gezondheidswijzer. In geval van twijfel zal de leidster contact opnemen met de GGD. In enkele gevallen hebben wij een meldingsplicht over de aard van de ziekte aan de GGD.

Wat doen wij in geval van ziekte tijdens het verblijf

  • Wanneer u uw kind ziek komt brengen, of uw kind ziek uit school komt informeren wij naar de aard van de ziekte. Tevens vragen wij wie het kind op kan komen halen als het onverantwoord is om de zorg voor het kind langer op ons te nemen.
  • Wanneer uw kind ziek wordt tijdens de opvang zal de groepsleidster telefonisch contact met u opnemen. Afhankelijk van de mate van ziek zijn, spreekt de groepsleidster met u af of uw kind opgehaald moet worden.
  • Wanneer uw kind op de opvang kan blijven, maakt de groepsleidster afspraken met u over de wijze van contact houden.
  • Wanneer uw kind een infectieziekte heeft en er zijn voorzorgsmaatregelen te treffen, verwachten wij dat u die treft.
    Bijvoorbeeld door het afplakken van smetplekken. Bij een schimmelinfectie vragen wij u om een arts te raadplegen.
  • Voor ziekten veroorzaakt door parasieten (mijten, luizen, wormpjes) vragen wij u om uw kind te behandelen. Mochten wij dit op de buitenschoolse opvang ontdekken dan bellen wij u op en vragen wij u om uw kind thuis te behandelen.
    Uw kind mag in principe daarna weer terug komen, mits hij of zij geen andere kinderen meer kan besmetten.
  • Wanneer er een besmettelijke ziekte geconstateerd is bij andere kinderen brengen wij u op de hoogte door een brief op de deur(en) te hangen met daarop informatie over de ziekte.
  • Hoe wij omgaan met het toedienen van medicijnen en medisch handelen leest u in het gezondheidsbeleid. 

Wat verwachten wij van de ouders

  • Dat kinderen het inentingsprogramma volgen. Wanneer dit niet het geval is dient u dit aan te geven op het inschrijfformulier bij bijzonderheden.
  • Wij vragen u om telefoonnummers door te geven waar we u kunnen bereiken. Ook vragen wij om een extra nummer in geval van nood. Daarnaast vragen wij om aan te geven wie de huisarts is, zodat wij in geval van nood altijd de eigen huisarts kunnen raadplegen.
  • Wanneer uw kind “ziek” is, maar zich goed genoeg voelt om naar de buitenschoolse opvang te komen, is uw kind welkom.
    Wel observeren wij uw kind, zoals hieronder staat omschreven.

Kijken naar het hele kind

Bij (vermoeden van) ziekten en om een inschatting te maken over de mate van ziek zijn zal de groepsleidster kijken naar de algehele toestand van het kind en niet uitsluitend naar een enkel symptoom. Daardoor is het toch mogelijk om licht zieke kinderen toe te laten op de buitenschoolse opvang, op een verantwoorde en werkbare manier en kan de groepsleidster een juiste beslissing nemen als opvang niet meer verantwoord is. De leidster observeert o.a.:

  • spelgedrag, sociale contacten en deelname aan het groepsgebeuren.
  • klachten die een kind aangeeft zoals buik- en hoofdpijn.
  • of er sprake is van diarree en / of overgeven.
  • of er waarschijnlijk sprake is van verhoging, dit wordt met de hand aan de buitenkant van het lichaam gevoeld.

Wanneer wordt er een huisarts ingeschakeld?

In principe is bij ziekte van een kind de ouder degene die de huisarts inschakelt. Alleen als er acuut gevaar dreigt schakelen we vanuit het kindercentrum direct een arts in.
Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:

  • een kind dat het plotseling benauwd krijgt.
  • een kind dat bewusteloos raakt of niet meer op je reageert.
  • een kind met plotselinge erg hoge koorts.
  • ongevallen.