PEDAGOGISCHE VISIE

Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op de eerste plaats veilig en thuis voelt. Een huiselijke en gezellige opvang met een persoonlijk karakter waar respect voor jezelf en anderen een belangrijke leidraad is in hoe we omgaan met elkaar. Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de ruimte om zich te ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding en andere kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen identiteit en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op aanpassen.De meerwaarde voor een kind om naar de opvang te gaan is het samen zijn met andere kinderen van verschillende leeftijden, het spelen of leren van en met elkaar. Hierdoor kunnen kinderen hun kwaliteiten, in samenspel met andere kinderen én door hun relatie met de groepsleiding leren herkennen, ontwikkelen en bevestigen. Wij vinden daarom de interacties tussen de groepsleiding en de kinderen heel waardevol. Hierbij willen wij rekening houden met de verschillende leeftijden en ontwikkelingsfases van het kind. De activiteiten en wijze van interactie tussen het kind en de groepsleiding dient in overeenstemming te zijn met de behoefte van het kind. Langzaam aan verschuift de rol van leidster daarin ook naar begeleidster om het gevoel van autonomie en competentie bij het kind te stimuleren. Dit alles in een veilige omgeving waar de relatie met andere kinderen en groepsleiding centraal staat.

KERNBEGRIPPEN IN ONZE PEDAGOGISCHE TAAK ZIJN DAN OOK:

Om onze pedagogische visie in de praktijk waar te maken, starten we steeds vanuit de 3 basisbehoeften van het kind. 

  • Competentie: voor vol worden aangezien. We willen kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun leeftijd en mogelijkheden.
  • Autonomie: ruimte krijgen. Kinderen mogen zelf beslissingen nemen, keuzes maken en dragen (mede-)verantwoordelijkheid voor hun initiatieven en activiteiten. Om zich veilig te voelen krijgen de kinderen ook eigen ruimte om te experimenteren en hun gang te gaan en daarvan te leren. ‘Zelf doen’ is een basale basisbehoefte van kinderen. De autonomie, de individuele vrijheid, is altijd in relatie met de autonomie van de ander: je maakt deel uit van de groep en hebt daarin ook groeiende verantwoordelijkheden voor de relatie met anderen.
  • Relatie:het gevoel welkom te zijn en kunnen rekenen op hulp en steun als dat nodig is. Zowel tussen leidsters en het kind, kinderen onderling, leidsters onderling en de relatie met ouders. We willen kinderen laten ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met hen willen spelen.
    Een goede relatie tussen leidsters en ouders is belangrijk voor een open communicatie over het kind. De breng- en haalgesprekken van iedere dag zijn hiervoor van groot belang. Indien de ouder behoefte heeft aan het verkrijgen van meer informatie over haar / zijn kind, kan vanzelfsprekend een afspraak gemaakt worden met de desbetreffende groepsleidster

 CAR