PEDAGOGISCH KLIMAAT

Om onze Pedagogische Visie in de praktijk goed te kunnen uitvoeren en te kunnen werken vanuit de 3 Basisbehoeften van het kind, dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Naast materiële zaken is het vooral van belang hoe wij omgaan met elkaar en de kinderen. Samen noemen we dat het Pedagogisch Klimaat. Grofweg is dat uit te splitsen in 4 pedagogische basisdoelen:

 Hieronder geven wij een korte uitleg hoe wij aandacht hebben voor, of vorm geven aan iedere basisdoel.   

CAR


EMOTIONELE VEILIGHEID

Onder de emotionele veiligheid verstaan wij het gevoel bij het kind dat het zich veilig en vertrouwd voelt op de bso. Dat ze dus mee mogen doen, dat ze welkom zijn, dat ze bij een volwassene terecht kunnen als ze die (even) nodig hebben, hieronder valt dus mede de basisbehoefte “relatie”. Ook de basisbehoefte “autonomie”, de ruimte krijgen om zelf beslissingen te nemen, keuzes te maken, speelt een belangrijke rol bij emotionele veiligheid. Het gevoel dat je zelf invloed uit kunt en mag oefenen op wat je op de bso gaat doen.
Emotionele veiligheid gaat veel over gevoelens die we de hele dag meemaken. Het gaat om emoties en de gevoelens van de kinderen en leidsters, die we niet mogen negeren. Proberen we dat toch, dan komt dat het gevoel van emotionele veiligheid niet ten goede.
Om erachter te komen welke gevoelens een kind heeft, is het nodig het kind te stimuleren zijn gevoelens te uiten. Dat doen we door middel van gesprekken, maar ook drama, muziek, dans en beeldende expressie zijn middelen waarmee kinderen gevoelens kunnen uiten. We mogen kinderen echter nooit dwingen hun gevoelens en gedachten aan derden te laten weten. Ook kinderen hebben recht op privacy. Soms kan het zelfs beter zijn al te openhartige kinderen tegen zichzelf te beschermen. Immers, niet in elke omgeving wordt even zorgvuldig omgesprongen met de gevoelens en gedachten die je uit. Ook dat moeten kinderen leren.
Bij het omgaan met gevoelens zijn twee zaken belangrijk. Het eerste is dat we rekening houden met verschillen tussen kinderen en hun ontwikkeling. Ten tweede is het belangrijk dat we rekening houden met de bron van de gevoelens. Hoe komt het dat een kind zich zo voelt? Wat is de aanleiding? Daarbij gaat het niet alleen om negatieve, maar ook om positieve ervaringen.

Hoe proberen wij de emotionele veiligheid bij kinderen te bevorderen?


PERSOONLIJKE COMPETENTIE

Bij persoonlijke competentie draait het erom dat het kind voor vol wordt aangezien. We willen kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun leeftijd en mogelijkheden. Dat is bij een 4 jarig kind anders dan bij een 11 jarige. Daarom zijn sommige activiteiten op de bso ook gericht op een bepaalde leeftijdsgroep zodat de kinderen die meedoen een succeservaring op kunnen doen.

Hoe proberen wij de persoonlijke competentie bij kinderen te bevorderen?


SOCIALE COMPETENTIE

Een kind voelt zich sociaal competent als het in staat is om bewust en verantwoordelijk met zichzelf, met anderen en met zijn omgeving om te gaan. Eenvoudiger gezegd; als het op een prettige manier met zijn leeftijdsgenoten om kan gaan, leuke contacten kan leggen op de bso, zichzelf daarbij respecteert en dus zichzelf kan blijven. Sommige kinderen zijn van nature heel sociaal competent en voelen zich als een vis in het water met al die andere kinderen. Maar we kennen ook stille en verlegen kinderen, kinderen die zich juist heel stoer en uitbundig gedragen of kinderen die het moeilijk vinden om nieuwe vriendjes te vinden op de bso en zich wat alleen voelen staan. Daarom is er ook aandacht voor de sociale competenties van kinderen op de bso.

Inleven in de ander
Als je in de huid van anderen kunt kruipen, ben je beter in staat anderen te begrijpen, aan te moedigen, te helpen, te troosten en rekening met hen te houden.

Hoe bevorderen wij het inlevingsvermogen van kinderen op de bso?

Leren omgaan met conflicten.
Conflicten zijn soms onvermijdelijk. We kunnen niet altijd ‘ruiken’ wat de ander wil of prettig vindt. Ook hoeven we onze eigen behoeften niet altijd ondergeschikt te maken aan die van een ander.
Veel mensen krijgen bij het woord ‘conflict’ negatieve gedachten. Dat komt vooral door de nare gevolgen van veel conflicten: ruzie, agressie en dergelijke. Toch vinden wij het hebben van een conflict op zich niet negatief. Conflicten kunnen zelfs positief opgevat worden, omdat ze duidelijkheid scheppen: beide partijen weten dat er (op het eerste gezicht) onverenigbare wensen zijn.
De problemen ontstaan pas als een conflict, ten koste van één van de partijen wordt opgelost of niet uit de wereld wordt geholpen.
Dat willen wij dus zo goed mogelijk begeleiden.
Op de bso zijn grote en kleine conflicten aan de orde van de dag. In een kleine ruimte samenleven met veel mensen, leer je niet zomaar. Ruzies kunnen de sfeer in de bso verpesten, maar we gaan ze niet uit de weg als ze zich voordoen. Later komen kinderen ongetwijfeld in aanraking met conflicten. In plaats van deze conflicten af te doen als lastig, benaderen we ze onder het motto ‘al doende leert men’ en grijpen ze aan als oefenmomenten voor het leren omgaan met conflicten.

Hoe bevorderen wij het leren omgaan met conflicten op de bso?


WAARDEN EN NORMEN

Waarom is aandacht voor waarden en normen belangrijk?

Waarden
Waarden zijn opvattingen. Opvattingen over gedragingen en situaties over mensen en dingen, etc. Die waarden of opvattingen drukken we uit in woorden als: mooi, lelijk, fijn, vervelend, eerlijk, oneerlijk, moedig, laf, belangrijk, onbelangrijk.

Normen
Normen zijn concrete regels en voorschriften voor ons handelen in bepaalde situaties. Ze vertalen waarden in concreet gedrag.

Waarden en normen zijn belangrijk omdat ze richting geven aan ons bestaan: ze beïnvloeden ons doen en laten, ons zelfbeeld en zelfvertrouwen, onze relaties met anderen. Vaak zijn we ons nauwelijks bewust, dat we waarden en normen hanteren. Laat staan dat we ons realiseren welke waarden en normen we hanteren. Om meer greep te krijgen op ons eigen gedrag en dat van anderen, is het belangrijk dat we ons realiseren welke waarden en normen erachter steken. Voortdurend toetsen we ons eigen en andermans doen en laten aan waarden en normen. Welke waarden en normen dat zijn, hangt van veel factoren af, bijvoorbeeld: opvoeding, levensbeschouwing, levenservaring en levensomstandigheden. Het is niet verwonderlijk dat normen en waarden waarmee kinderen worden geconfronteerd, nogal eens met elkaar in strijd zijn: wat thuis mag, mag niet altijd ook op de bso of omgekeerd. En wat moet je doen, als je tegelijkertijd eerlijk moet zijn en ook je vriendinnetje niet wil verraden? Kinderen komen daardoor soms in de knoei. Daarom is het belangrijk, dat we kinderen leren omgaan met waarden en normen. Zowel met waarden en normen die thuis gelden, als die op de bso gelden en die in de omgeving gelden en eventuele verschillen daartussen. Door kinderen te helpen waarden en normen te verhelderen, helpen we hen bewust te worden van hun eigen denken en handelen, met als achterliggend doel een groeiende zelfstandigheid, toenemend zelfvertrouwen en een zelfbewuste levenshouding.

Hoe stimuleren wij de ontwikkeling van waarden en normen op de bso?