Het kan zijn dat uw kind geneesmiddelen voorgeschreven krijgt door een huisarts of specialist. Dit zijn dus middelen die op recept voorgeschreven worden. Als uw kind deze middelen ook nodig heeft gedurende het verblijf op het kindercentrum moet u het formulier ‘Overeenkomst gebruik geneesmiddelen CAT2’ invullen.

Het kan ook voor komen dat u ons vraagt om uw kind geneesmiddelen toe te dienen die niet op recept verkregen zijn.
Deze geneesmiddelen heeft u zelf bij een apotheek of drogist gekocht. Deze ‘zelfzorgmiddelen’ kunnen echter minder onschuldig zijn dan men vaak denkt, daarom dient u ook hiervoor een “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen CAT3” in te vullen.
Onder geneesmiddelen worden alle producten verstaan die geregistreerd staan bij het Register van Geneesmiddelen. Dit wordt in de bijsluiter van het product vermeld. Als er in de bijsluiter gewezen wordt op mogelijke bijwerkingen, dient u het toestemmingsformulier ook in te vullen.

Op het Kindercentrum zelf zijn geen medicijnen aanwezig. Dus ook geen ‘zelfzorgmiddelen’ zoals paracetamol. Medewerkers van het Kindercentrum dienen dan ook nooit op eigen initiatief medicijnen bij kinderen toe zonder de nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van de ouders.
Nadat u het formulier “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” heeft ingevuld, volgt een gesprek met de groepsleiding als wij onbekend zijn met het ziektebeeld, de medicatie of wijze van toediening.
Om te kunnen beslissen of een medewerker geneesmiddelen toe kan dienen, moeten wij weten hoe ze toegediend moeten worden.
In dat gesprek wordt schriftelijk vastgelegd wat de instructie is en welke medewerkers welke geneesmiddelen in het kindercentrum toedienen. Niet alle geneesmiddelen kunnen toegediend worden door de leidsters van ons kindercentrum. In de Handleiding Kwaliteitsstelsel Kinderopvang (VUGA / VOG) staat beschreven wat het kader is waarin geneesmiddelen toegediend kunnen worden. Daarnaast zijn er diverse medische handelingen die alleen door gekwalificeerde bevoegde beroepsbeoefenaren ( b.v. arts, verpleegkundige) uitgevoerd mogen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat het toedienen van een injectie voorbehouden is aan deze beroepsbeoefenaren, leid(st)ers mogen dat niet geven, ook als de ouders het zelf wel doen. Dit is geregeld in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Wij handelen conform deze richtlijnen en wetten. 

Richtlijnen die gehanteerd worden bij het toedienen van geneesmiddelen op recept en zelfzorgmiddelen zonder recept:

  • Wij dienen het geneesmiddel / zelfzorgmiddel alleen toe op specifiek verzoek van ouders / verzorgers.
  • De geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen moeten altijd in de originele verpakking aangeleverd en bewaard worden (dus nooit overdoen in een andere verpakking) met daarop aangegeven hoeveel van, wanneer en op welke wijze de medicatie toegediend moet worden.
  • Bij medicatie op doktersvoorschrift: indien er een verschil lijkt te bestaan tussen het doktersvoorschrift en de bijsluiter, en de ouders geen schriftelijke verklaring van de arts over de gewenste toediening kunnen overleggen mogen wij het geneesmiddel niet toedienen!
  • Bij zelfzorgmedicatie: indien er sprake is van een discrepantie tussen bijsluiter en de wijze van toediening die door de ouders wordt gevraagd, mogen de medewerkers van het kindercentrum het zelfzorgmiddel niet toedienen. In het geval van zelfzorg medicatie dient de door de ouders verzochte wijze van toediening altijd overeen te komen met de tekst van de bijsluiter.
  • Bij medicatie op doktersvoorschrift: er worden vooraf afspraken gemaakt over wie het geneesmiddel / zelfzorgmiddel zal toedienen. Alleen de daartoe aangewezen leid(st)ers mogen de medicatie toedienen. Er wordt schriftelijk vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het uitdelen van de geneesmiddelen en indien - b.v. i.v.m. parttime werken - meer leid(st)ers met de toediending belast zijn, ook op welke dag en voor welke groep.
  • Er is op het formulier “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” een schriftelijke procedure aanwezig hoe gehandeld moet worden in geval van een calamiteit met een geneesmiddel / zelfzorgmiddel ( als het b.v. verkeerd wordt toegediend, het verkeerde medicijn wordt gegeven, of het middel fout bewaard is) inclusief telefoonnummers wie in welk geval gewaarschuwd dient te worden.
  • Alle geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen die op enige tijd worden toegediend, worden genoteerd op een overzichtslijst met de naam van het kind waar het geneesmiddel voor is bedoeld.
  • Geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen worden adequaat bewaard: in de koelkast of in een afgesloten kast, buiten het bereik van kinderen en / of onbevoegden. Geneesmiddelen waarop niet staat dat ze in de koelkast moeten worden bewaard, mogen daar ook niet worden opgeslagen. Overtollige en verlopen geneesmiddelen worden geretourneerd aan de ouders.
  • Als er geneesmiddelen in de koelkast bewaard moeten worden, wordt het middel alleen voor kortdurend gebruik uit de koelkast gehaald. De temperatuur wordt bewaakt m.b.v. een min.-max. thermometer. De temperatuur dient tussen de 4-8ºC te zijn. Deze wordt dagelijks gecontroleerd.
  • Aan ouders wordt gevraagd om voor te doen hoe het geneesmiddel / zelfzorgmiddel het beste gegeven kan worden.
  • Een nieuw geneesmiddel / zelfzorgmiddel dienen de ouders altijd eerst thuis te gebruiken zodat zij als eerste bekend raken met eventuele bijwerkingen.
  • Kindercentrum ’t Kasteeltje kan het toedienen van een geneesmiddel / zelfzorgmiddel weigeren als dit het dagelijkse ritme van de groep en / of een goede zorg voor de andere kinderen op de groep belemmerd.
  • Medicijnen moeten altijd ingeleverd worden bij een aangewezen verantwoordelijke leidster, ook als uw kind gewend is deze medicatie altijd bij zich te dragen en zelf toe te dienen. Het gevaar bestaat immers dat tijdens het spelen medicatie uit de kleding valt en ingenomen kan worden door andere (jongere) kinderen. Dat risico willen wij uitsluiten.

Medisch handelen, eerste hulp bij ongevallen 
Op iedere locatie is te allen tijde een Bedrijfs Hulp Verlener aanwezig. Indien er zich een ongeval voordoet, kan eerste hulp verleend worden. Dit blijft beperkt tot eenvoudige wondverzorging (voorkomen van verdere infectie), verzorgen van schaafwondjes, een bloedneus, koelen van lichte verstuikingen en andere “huis- tuin- en keukenongelukjes”. In geval van twijfel of bij grotere ongevallen (mogelijk hersenletsel, verwondingen in het aangezicht, verbranding, zware verstuiking of botbreuk en dergelijke) worden altijd direct de ouders ingelicht.

Indien niet gewacht kan worden, wordt ook direct de huisarts ingelicht of een melding gedaan bij 112 voor ambulance ondersteuning.
Indien er bijzonderheden zijn op medische gronden en / of geloofsovertuiging die verband houden met medische handelingen door ons dan wel in het ziekenhuis, dient u dit expliciet en schriftelijk aan te geven tijdens het intake gesprek, of op een later tijdstip op de Administratie. Indien u niet expliciet en schriftelijk bij ons bekend maakt dat u bezwaar heeft tegen medische handelingen, geeft u toestemming om met uw kind een arts en / of ziekenhuis te bezoeken indien daar aanleiding toe is. 

Specifiek voor BSO op vakantie- of andere schoolvrije dagen
Het kan op vakantie- of andere schoolvrije dagen voor komen dat uw kind andere leidsters ontmoet dan hij / zij gewend is op de eigen locatie. Informatie die van belang is voor uw kind wordt door de organisatie tijdig doorgegeven aan de leidsters van die dag(-en). Hoewel wij ernaar streven hier zeer zorgvuldig mee om te gaan en ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid in deze, blijft het verstandig om bij het brengen van uw kind even een groepsleidster aan te spreken of eventuele allergieën / diëten inderdaad bij de leiding van die dag bekend zijn.

Allergieën
Indien uw kind overgevoelig of allergisch is voor bepaalde stoffen dient u het formulier “Actieplan bij Allergie” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding. Standaard wordt hier bij het intake gesprek naar gevraagd, maar het kan natuurlijk zijn dat dit op het moment van de aanmelding nog niet speelde.

Stuifmeelallergie
Kinderen die overgevoelig zijn voor stuifmeelallergie, blijven in de actieve stuifmeelperiode als ze er last van hebben binnen.
Deuren en ramen worden dan dicht gehouden.

Insectenbeten
Als we met de kinderen naar een andere locatie gaan, zorgen we dat we altijd materialen bij ons hebben om een teek en / of wespensteek te kunnen behandelen. Op de locatie zijn deze materialen altijd voor handen.

Zonneallergie / verbranding door de zon
In de zomer worden de kinderen regelmatig ingesmeerd, voordat zij in de zon gaan spelen. Op alle groepen is zonnebrandcrème aanwezig. Ook zorgen we voor schaduwplekken. Kinderen met een gevoelige huid houden hun kleren aan en hebben een pet op. Voor schaduwplekken worden parasols en luifels gebruikt.

Huisdieren / planten
Op het kindercentrum zijn huisdieren niet toegestaan.
Planten en / of bloemen die allergische reacties op kunnen roepen zijn eveneens niet binnen de locaties aanwezig.

Voedselallergie
Indien uw kind voor bepaalde voedingsstoffen overgevoelig is, is het van belang dat de groepsleiding hiervan op de hoogte is.
Naast de lunch kunnen die voedingsstoffen ook voorkomen in het drinken, de tussendoortjes, de traktaties van andere kinderen en producten die op de kinderdagopvang als activiteit gekookt of gebakken worden. Denk bij het doorgeven aan het gevaar dat andere producten in aanraking kunnen komen met de voedingsstof waar uw kind allergisch op reageert. Bij het snijden van fruit kan een stukje appel in contact zijn geweest met kiwi. Wij vragen indien nodig dan ook of u een eigen afsluitbaar doosje mee wilt geven met daarin de voedingsproducten als daarmee de veiligheid voor uw kind verhoogd wordt.