Beleidsplan 0-4 jaar

Wij willen u graag goed informeren over de dagelijkse gang van zaken binnen het Kindercentrum. Op deze pagina kunt u alle informatie over het dagelijkse beleid lezen. In het eerste deel vindt u de algemene informatie, daarna volgt informatie specifiek voor de 0-4 jarigen. Informatie over alles wat verband houd met contracten vindt u bij Inschrijvingen op de startpagina. Bent u specifiek opzoek naar een bepaald onderwerp, kunt u de zoekfuntie gebruiken. Mocht u liever een van onze medewerkers spreken, kunt u uw vraag natuurlijk altijd telefonisch of per mail stellen!

Beleidsplan Algemeen

Inleiding

In dit beleidsplan maken wij duidelijk waar de kinderdagopvang van Kindercentrum ’t Kasteeltje voor staat . Goede, pedagogisch verantwoorde kinderopvang is veel meer dan alleen het opvangen van kinderen op die momenten dat ouders andere bezigheden hebben en daarom hun kinderen toevertrouwen aan de opvang.

Naast het primaire doel om goede verzorging, opvoeding, spel- en ontwikkelingsmogelijkheden aan de kinderen aan te bieden, vinden wij het belangrijk dat volwassenen en kinderen, zowel onderling als met elkaar, respectvol omgaan. Groepsleiding kijkt naar de mogelijkheden van ieder kind en gaat sociaal emotionele relaties met de kinderen aan die zowel recht doen aan ieder individueel kind als aan de groep. Het voornaamste hierbij is dat de kinderen veiligheid en geborgenheid geboden wordt. We kijken ook steeds naar de mogelijkheden en de kwaliteiten van de kinderen. Alle kinderen hebben kwaliteiten die door ons, volwassenen, maar ook door het samen zijn met andere kinderen worden herkend, ontwikkeld en bevestigd. De meerwaarde van kinderdagopvang is in onze ogen dan ook het samen zijn met anderen, het leren van en met elkaar, waarbij tevens het individuele kind gezien wordt.

Om deze pedagogische visie te kunnen waarborgen dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. Deze vindt u in ons beleid betreffende de groepsleiding, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting en hoe wij omgaan met de groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio. Verder staat in het eerste deel de meer praktische informatie beschreven en willen wij u op deze manier zo volledig mogelijk informeren over de gang van zaken binnen ons kindercentrum.

In dit beleidsplan is ook aandacht voor het beleidsplan Veiligheid & Gezondheid en hoe wij daar in de praktijk vorm aan hebben gegeven. Mocht u na het lezen van dit beleidsplan nog vragen en / of opmerkingen hebben dan horen wij dat graag. Via de (lokale) oudercommissie kunt u een bijdrage leveren en meedenken over het beleidsplan en andere inhoudelijke onderwerpen.

Met vriendelijke groet,
Jennie Tasseron, 01-01-2021

Zakelijke gegevens Kindercentrum 't Kasteeltje

Kinderdagopvang ’t Kasteeltje is een onderdeel van Kindercentrum Tasseron B.V. Iedere locatie heeft een eigen telefoonnummer om de groepsleiding direct te kunnen bereiken (zie “Locaties”)

Administratie Kindercentrum 't Kasteeltje

Kempenlandstraat 1
5262GK VUGHT
Telefoon 073-6841160
   
Email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website www.t-kasteeltje.nl
K.v.K.-nummer 17200876
Bankrek.nummer NL48 RABO 0118185543
   

Locaties | Contact | Lrk Kindercentrum

Open hieronder de locatie:

Vught

Hoogstraat KDV | PEUTER | BSO | VAKANTIE

073-6578835
Hoogstraat 58
5261LA Vught

Groep   LRK-nummer
Narretjes    112796369
Draakjes   112796369
Lakeien    112796369
Torentjes    112796369 
Kroontjes    112796369 
     
BSO   221826269 
Kempenland KDV | PEUTER | VSO | BSO | VAKANTIE

073-6841160
Kempenlandstraat 1
5262GK Vught

Groep   LRK-nummer
Herautjes    192485878
Koningskinderen   192485878
Robin Hoodjes   192485878
Harlekijntjes   192485878
Troubadoertjes   192485878
     
BSO   222188935
De Piramide KDV | PEUTER | VSO | BSO

vd Pollstraat 2
5262XE Vught

Groep   LRK-nummer
KDV | Peuter   126575319
BSO    949775939

Sint-Michielsgestel

De Bolster KDV | PEUTER | VSO | BSO | VAKANTIE

Ericastraat 33
5271KL Sint-Michielsgestel

Groep Telefoon LRK-nummer
KDV  06-22588828 181767521
Peuter 06-22442083 181767521
BSO 06-13515211 684564968
Wilgenstraat KDV | PEUTER | VSO | BSO | VAKANTIE

Wilgenstraat 18-10 | 24
5271JH Sint-Michielsgestel

Groep Telefoon LRK-nummer
KDV | Peuter 073-5518749 204266373
BSO 073-5519169 612999178

Berlicum

De Kleine Beer KDV | PEUTER | VSO | BSO | VAKANTIE

Westerbroek 2
5258SG Berlicum

Groep Telefoon LRK-nummer
KDV | Peuter 073-5031922 233526407
BSO 073-5031922 815854675

Openingstijden | Sluitingsdagen

Kinderdagopvang 0-4 jaar

De openingstijden voor alle locaties is van 07.30u tot 18.00u. U kunt uw kinderen op alle afgesproken tijden halen en brengen.

Buitenschoolse Opvang 4-12 jaar

 

 Tabel voor de 40 schoolweken



maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag
VSO BSO VSO BSO VSO BSO VSO BSO VSO BSO
Hoogstraat                    
Kempenland                    
De Piramide                    
De Bolster                    
Wilgenstraat                    
Kleine Beer                    

Ochtend : 
07.30 - aanvang school (08.30)

Middag   : 
vanaf eindtijd school - 18.00u
Omdat de eindtijden van de scholen verschillen, zijn de aanvangstijden van de BSO per locatie verschillend. U leest bij punt C Aanmelden, contractvormen en opzegging wat de aanvangstijdentijden voor uw school / BSO locatie zijn.

OPENINGSTIJDEN OP VAKANTIE-, ADV- OF ANDERE SCHOOLVRIJE DAGEN BASISSCHOOL

Opvang op woensdagen en schoolvrije vrijdagmiddagen (Middagen vrij).
Op vrijdagmiddag gaan de kinderen van locatie de Piramide naar de Piramide, alle andere kinderen naar locatie Kempenland.
Op woensdagmiddag gaan alle kinderen naar onze locatie Kempenland.

Openingstijden op A.D.V.- / Vakantiedagen basisschool (Hele dagen vrij).
Kinderen die naar de Kempenland, Hoogstraat of Wilgenstraat gaan, gaan altijd naar die locatie. Als uw kind(-eren) op een locatie binnen een basisschool zitten, gaan zij op dagen dat de school gesloten is naar de locatie Kempenland of Hoogstraat. (Schoolvrije dag = adv, studiedag, losse vakantiedag, etc.) U lees hier meer over bij het deel Beleidsplan Buitenschoolse Opvang.

Bijzondere situaties
Als de situatie zich voor doet dat er door een vrije dag / vakantie slechts enkele kinderen op een bso-locatie zijn, terwijl een andere locatie met méér kinderen ook geopend is, zullen wij de groepen combineren op de locatie met de meeste kinderen. U wordt hier dan tijdig over ingelicht. Zo willen we bereiken dat kinderen op een bso (mid-)dag genoeg andere kinderen treffen om een leuke tijd te hebben.

SLUITINGSDAGEN

Alle locaties voor kinderopvang (0-12jaar) zijn gesloten op

  • 25 en 26 december en 1 januari
  • Tweede Paasdag
  • Koningsdag
  • 5 mei eenmaal per 5 jaren (Eerst volgende 2025).
  • Hemelvaartsdag
  • Tweede Pinksterdag

Bereikbaarheid

Kantoor | Administratie

Het kantoor aan de Kempenlandstraat is iedere werkdag van 07.30u – 18.00u bereikbaar. Wij zijn het best bereikbaar tussen 09.00u - 11.00u en 13.30u - 14.30u. Het kan voorkomen dat u doorverbonden wordt met een antwoordapparaat. Ingesproken boodschappen worden zo spoedig mogelijk verwerkt of wij nemen indien gewenst contact met u op. Voor het aan en afmelden van een dag, contractwijzigingen en vragen over facturen adviseren wij email te gebruiken. Wij streven ernaar de mail zo snel mogelijk te behandelen en u krijgt altijd een bevestiging of antwoord zodat u weet dat wij het gezien en verwerkt hebben. Voor meer persoonlijke vragen is het gebruik van telefoon of een afspraak op ons kantoor natuurlijk altijd mogelijk.

Administratie Kindercentrum 't Kasteeltje

Kempenlandstraat 1
5262GK VUGHT
Telefoon 073-6841160
Email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website www.t-kasteeltje.nl
K.v.K.-nummer 17200876
Bankrek.nummer NL48 RABO 0118185543
   

Voor het contact per mail vragen wij u het juiste mailadres te gebruiken. Zo komt het bericht direct bij de mensen die u verder kunnen helpen.

Kinderdagopvang Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Buitenschoolse Opvang Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Tussenschoolse Opvang Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Algemeen Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
   

Locaties

De verschillende locaties zijn onder openingstijden telefonisch bereikbaar op het aangegeven nummer (zie "Locaties"). U kunt telefonisch contact opnemen met de locaties voor:

  • vragen / mededelingen over ziekte.
  • als u verwacht wat later te zijn in verband met oponthoud onderweg.
  • als iemand anders dan u zelf uw kind op komt halen.
  • andere zaken die direct verband houden met de opvang van uw kind voor de betreffende dag dat u belt.

U belt of mailt altijd met de Administratie voor:

  • Aanvragen extra uren
  • Aanvragen ruildagen
  • Afmelden van dagen / ziekmelding van uw kind.
  • vragen in het algemeen over Kindercentrum ’t Kasteeltje.
  • vragen over automatische incasso / betalingen
  • aanvragen extra jaaroverzichten (automatisch ontvangt u 1 gratis exemplaar, voor extra exemplaren wordt €7,50 administratiekosten gerekend.)
  • doorgeven van wijzigingen in adresgegevens / rekeningnummers. 
  • doorgeven van structurele wijzigingen in dagen waarop u opvang wilt (contracten).
  • aanvraag van nieuwe contracten. 

Indien mogelijk vragen wij u voor zaken die via de Administratie verlopen email te gebruiken, voor ons is de vraag dan schriftelijk vastgelegd en ook u ontvangt schriftelijk antwoord via de email. 

Wet Kinderopvang

De Wet Kinderopvang regelt de kwaliteit, de financiering en het toezicht binnen de kinderopvang. De regels binnen de kinderopvang worden bepaald door algemene wettelijke kaders, zoals de Wet Kinderopvang, bouwbesluiten, algemene arbonormen en andere wettelijke richtlijnen en beleidsregels. De controlerende taak van de GGD is gebaseerd op landelijk geldende regels.
U sluit zelf een overeenkomst af met het kindercentrum. U kunt in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. De aanvraag moet door uzelf ingediend worden bij de belastingdienst. Alle locaties van Kindercentrum ’t Kasteeltje zijn opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
Meer informatie over de Wet Kinderopvang kunt u vinden op:

Verzekeringen

Aansprakelijkheidsverzekering:

Kindercentrum ‘t Kasteeltje heeft voor alle kinderopvang activiteiten de wettelijk verplichte aansprakelijkheidsverzekering.
Uw kind is in tweede instantie verzekerd, dat wil zeggen dat bij een schade gebeurtenis in eerste instantie de verzekering van de ouders wordt aangesproken. Iedere ouder dient dus zelf een WA-verzekering te hebben.
Behalve in het geval van opzet of grove schuld draagt Kindercentrum ‘t Kasteeltje op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor enige schade, als deze schade niet door de aansprakelijkheidsverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje wordt gedekt of hoger is dan wat de verzekering dekt. De aansprakelijkheidsverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje geldt voor de duur van de opvang en is afgesloten tegen de risico’s die zijn verbonden aan de opvang van het kind. De originele polis ligt ter inzage op het kantoor. Kindercentrum ’t Kasteeltje is niet aansprakelijk voor schade, diefstal of verlies van eigendommen van kinderen en / of ouders. Zie verder de Algemene Voorwaarden, in het bijzonder Artikel 14.

Ongevallenverzekering:

Er is ook een school (lees kinderdagopvang) ongevallenverzekering. Uw kind is in tweede instantie verzekerd, dat wil zeggen dat bij een ongeval in eerste instantie de verzekering van de ouders wordt aangesproken. Iedere ouder dient dus zelf een ziektekosten verzekering te hebben.
Behalve in het geval van opzet of grove schuld draagt Kindercentrum t Kasteeltje op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor enige schade, als deze schade niet door de ongevallenverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje wordt gedekt of hoger is dan wat de verzekering dekt.
De ongevallenverzekering van Kindercentrum ’t Kasteeltje geldt voor de duur van de opvang en is afgesloten tegen de risico’s die zijn verbonden aan de opvang van het kind. De originele polis ligt ter inzage op het kantoor.

Oudercommissie

In het kader van de Wet Kinderopvang heeft iedere locatie een eigen oudercommissie.
Het reglement heeft op alle locaties dezelfde inhoud en is op verzoek in te zien bij de Administratie.

Doelstelling

De oudercommissie stelt zich ten doel:

  • de belangen van de kinderen en de ouders van het kindercentrum waar de oudercommissie aan verbonden is zo goed mogelijk te behartigen en de ouders te vertegenwoordigen.
  • te adviseren ten aanzien van kwaliteit.
  • het behartigen van de belangen van de ouders van het kindercentrum bij de directie en het managementteam en middels de centrale oudercommissie. 

Samenstelling

  • Uitsluitend ouders, zoals omschreven in artikel 1 van het reglement kunnen lid zijn van de oudercommissie.
  • Maximaal één ouder per huishouden kan lid zijn van de oudercommissie.
  • Personeelsleden, leden van de directie en leden van het managementteam van Kindercentrum ‘t Kasteeltje kunnen geen lid zijn van de oudercommissie, ook niet indien zij ouder zijn van een kind dat het kindercentrum bezoekt.
  • De oudercommissie bestaat uit minimaal drie personen.
  • Bij de samenstelling wordt gestreefd naar een zo evenredig mogelijke vertegenwoordiging van alle stamgroepen.

Overige taken en bevoegdheden van de oudercommissie

De oudercommissie

  • fungeert als aanspreekpunt voor ouders.
  • heeft de bevoegdheid de vestigingsmanager drie keer per jaar, of zoveel vaker als zij in onderling overleg overeenkomen, te verzoeken deel te nemen aan (een gedeelte van) de vergadering van de oudercommissie.
  • de oudercommissie ontvangt 1 exemplaar van het inspectierapport van de GGD.
  • voert regelmatig overleg (uitgevoerd door de voorzitter) met de vestigingsmanager over het interne beleid van het kindercentrum binnen de randvoorwaarden van de kinderopvangorganisatie.
  • levert op verzoek een inbreng op ouderavonden en themabijeenkomsten.
  • zorgt voor goede en heldere informatieverstrekking aan de ouders over de activiteiten van de oudercommissie.
  • heeft de bevoegdheid leden van de centrale oudercommissie te kiezen.
  • zorgt voor een goede communicatie met de centrale oudercommissie.
  • heeft de bevoegdheid, samen met minimaal 25% van het aantal oudercommissies, een bijzondere vergadering bijeen te roepen, om het functioneren van de centrale oudercommissie aan de orde te stellen. 

Indien u belangstelling heeft voor de oudercommissie

Meer informatie over de oudercommissie kunt u opvragen op het kantoor van Kindercentrum ’t Kasteeltje of rechtstreeks bij een van de leden van de oudercommissie. Op het prikbord bij uw locatie vindt u een overzicht van de leden van de Oudercommissie en contact informatie. 

Centrale oudercommissie

De centrale oudercommissie bestaat uit een of twee afgevaardigden van iedere lokale oudercommissie. Een aantal keer per jaar komt de centrale oudercommissie bij elkaar, vanuit het huishoudelijk reglement van iedere lokale oudercommissie wordt een mandaat afgegeven. Ieder jaar worden de te mandateren onderwerpen vastgelegd. Het betekent dat de centrale oudercommissie beslissingen kan nemen over de onderwerpen waar mandaat over verleend is.

Beroepskrachten, praktijkopleidingen, VOG & EHBO

Verklaring omtrent gedrag

Alle medewerksters van Kindercentrum 't Kasteeltje moeten een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben. De VOG toont aan dat een medewerkster geen strafbare feiten heeft gepleegd waardoor zij niet met kinderen mag werken. Voor de kinderopvang geldt een continue screening.

Inzet gediplomeerde beroepskrachten

Alle medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje beschikken over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen. Een medewerker die met kinderen werkt, heeft minstens een middelbare beroepsopleiding op sociaal- of pedagogisch gebied afgerond. De meest voorkomende opleiding in de kinderopvang is SPW 3. Er is echter een groot aantal opleidingen dat ook kwalificeert voor de functie van groepsleidster. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt onder meer: onderwijsassistent, kleuterleidster, verpleegkundige en kinderverzorgster. Verder geldt dat alle sociaal-pedagogische,sociaal-culturele, pedagogische, sport / lichamelijke opvoedings- en culturele / kunstzinnige vormingsopleidingen op ten minste MBO-kwalificatieniveau 3 volstaan. De gediplomeerde beroepskrachten worden formatief ingezet. Bovenstaande houdt in dat iedere beroepskracht beschikt over:

  • Pedagogische kennis.
  • Kennis van en inzicht in groepsdynamische processen.
  • Kennis van de geldende hygiëne- en veiligheidseisen.
  • Kennis van de ontwikkelingsfases van een kind.
  • Sociale vaardigheden voor het motiveren, stimuleren en instrueren van kinderen.
  • Mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid voor het opstellen van verslagen en contacten met ouders/ verzorgers.

Taken Beroepskrachten:
De pedagogisch medewerker is in eerste instantie verantwoordelijk voor de dagelijkse opvang, ontwikkeling en verzorging van het individuele kind en de groep kinderen die aan haar is toevertrouwd. Bij het uitvoeren van die taken werkt zij steeds samen met andere beroepskrachten, een teamleidster en mogelijk ook met pedagogisch medewerkers in opleiding, BBL-ers, BOL-ers en stagiaires. Mogelijk behoort het begeleiden van iemand die in opleiding is ook tot de taken van de beroepskracht.
Iedere beroepskracht blijft zich ook steeds verder ontwikkelen. Door het opdoen van ervaringen in de dagelijkse praktijk, het leren van elkaar en volgen van verplichte en vrijwillige bijscholingen houden we een frisse blik op het werken in de kinderopvang. Bij de taken van de beroepskracht hoort onder andere;

  • Begeleidt kinderen, zowel in groepsverband als in individueel opzicht.
  • Schept een situatie binnen de groep waarin kinderen zich veilig voelen en stimuleert kinderen, door middel van uitvoering van het pedagogisch beleidsplan, zich verder te ontwikkelen.
  • Begeleidt kinderen bij de dagelijkse voorkomende bezigheden.
  • Organiseert activiteiten gericht op ontwikkeling.
  • Draagt zorg voor de dagelijkse verzorging van kinderen.
  • Houdt de ontwikkeling van kinderen bij en bespreekt dit met het team en communiceert dit met de ouders
  • Informeert bij kennismaking de ouders/ verzorgers over de gang van zaken binnen de groep.
  • Draagt zorg voor een goed contact met ouders en informeert naar specifieke aandachtspunten (dagritme, voeding e.d.) en bijzonderheden van de op te vangen kinderen
  • Stemt met collega’s af over de dagindeling en de verdeling van de werkzaamheden en draagt mede zorg voor een goede samenwerking en voor een goede overdracht.
  • Heeft regelmatig teamoverleg waarbij zij zelf kan zorgen voor een zinvolle bijdrage aan dit overleg.
  • Volgt verplichte bijscholingen die aangeboden worden in het opleidingsplan van Kindercentrum 't Kasteeltje
  • Volgt vrijwillige bijscholingen die aangeboden worden door Kindercentrum 't Kasteeltje
  • Volgt ontwikkelingen in de kinderopvang (Bijvoorbeeld: leest tijdschrift / websites, gebruikt informatie en ideeën van collega’s)
  • Verricht licht huishoudelijke werkzaamheden in de groep en draagt mede zorg voor het beheer, de aanschaf en de hygiëne en goede staat van de locatie. Onder licht huishoudelijke werkzaamheden worden die huishoudelijke werkzaamheden verstaan die voortvloeien uit of samenhangen met het werken met kinderen
  • Begeleidt, instrueert en beoordeelt indien op de groep aanwezig, pedagogisch medewerkers in ontwikkeling, BBL-ers, BOL-ers en stagiaires en communiceert hierover waar nodig met alle betrokkenen.
  • Is op de hoogte van, en handelt naar, protocollen, werkwijzes en beroepscode zoals deze bij 't Kasteeltje afgesproken zijn

Gebruik van de voorgeschreven voertaal.

Op alle locaties van Kindercentrum ’t Kasteeltje is de Nederlandse taal de voertaal.

EHBO regeling

Op onze locaties doen we er alles aan om te voorkomen dat een kind letsel oploopt als gevolg van een ongeluk(je). Toch is dit helaas niet geheel te voorkomen. Daarnaast kunnen zich andere calamiteiten voordoen, waardoor EHBO noodzakelijk is. Daarom hebben we altijd een BHV-er op de locatie gedurende de openingstijden van de opvang. Daarnaast hebben alle pedagogisch medewerkers een geregistreerd certificaat voor kinder-EHBO. Via het opleidingsplan worden deze certificaten steeds up-to-date gehouden.

Praktijkopleiding BOL-studenten

’t Kasteeltje leidt ook studenten op in de z.g. BOL-opleiding, deze studenten worden uitsluitend boven-formatief ingezet.
Leerlingen van de BOL-opleiding (SPW 3 of 4) gaan naar school en moeten daarnaast een aantal blokken stage lopen. BOL-studenten worden altijd via de opleiding geplaatst. Deze studenten komen vaak net van het middelbaar onderwijs af en gaan een beroepsopleiding doen. Zij hebben dan vaak in het eerste leerjaar de leeftijd van 16 - 17 jaar. Ons beleid is dat we studenten plaatsen daar waar collega's het als een uitdaging zien om studenten op te leiden tot een volwaardige beroepskracht. De BOL-student krijgt zowel vanuit de opleiding als vanuit de stageplek begeleiding in het leerproces. Ze lopen 2 dagen stage en de andere dagen gaan ze full-time naar school. Medewerkers in opleiding die een BOL-traject volgen, staan boventallig op de groep, dus naast gediplomeerde pedagogisch medewerkers. Incidenteel (uitsluitend in geval van ziekte van vaste medewerkers of vakantie van de student/ stagiaire) of tijdens het afleggen van de proeve van bekwaamheid als onderdeel van de opleiding kan de stagiair als volwaardig pedagogisch medewerker worden ingezet. Inzet tijdens ziekte van de vaste medewerker of tijdens vakantie van de student/ stagiaire kan alleen op de eigen stage locatie. Tijdens deze inzet staan pedagogisch medewerkers in opleiding nooit alleen op de groep. De BOL-er kan niet in het eerste leerjaar worden ingezet (hier worden geen uitzonderingen op gemaakt). Stagiaires die de opleiding SPW2 volgen kunnen staan altijd boventallig op de groep en worden in al hun werkzaamheden altijd begeleid door een pedagogisch medewerker.
De student werkt altijd onder leiding van een gediplomeerd werkbegeleider en zijn ook in het bezit van een Verklaring Omtrend Gedrag.

Taken BOL-studenten
Voor een BOL student is de eerste stage periode vooral een oriëntatie, met daarin opdrachten die gericht zijn op algemene dingen rondom de kinderopvang. Het tweede jaar gaat al meer richting het aanbieden van activiteiten aan kinderen of aan het individuele kind, stukje visie wordt al wel opgebouwd, een stukje verdieping in het vak. In het derde jaar groeien ze naar volwaardige beroepsbeoefenaren en moeten ze inzicht gaan krijgen in groepsprocessen en ook werken als volwaardige collega, maar dit ook kunnen uitdragen naar collega’s ouders en andere studenten. Maar dus ook kijken naar kinderen en daarop anticiperen en bespreekbaar maken. De stagebegeleiding op de groep stelt de mate waarin iemand zelfstandig ondersteunende taken mag uitvoeren op basis van haar eigen bevindingen en informatie van de begeleider vanuit de opleiding. De stagiaire kan bijvoorbeeld worden ingezet voor het begeleiden van knutsel- of spelactiviteiten; in eerste instantie onder begeleiding van een vaste pedagogisch medewerker en later, als zij voldoende ervaring heeft opgedaan, zelfstandig. Ook kan zij worden ingezet om toezicht te houden op het buitenspelen. In eerste instantie samen met een vaste pedagogisch, in tweede instantie, als de begeleider en de school dit verantwoord achten, ook alleen met een kleine groep kinderen (onder toezicht van een pedagogisch medewerker die binnen aan het werk is). Inzet bij verzorgende taken, zoals het verschonen van luiers, naar bed brengen en uit bed halen, het voorbereiden en geven van (fles) voeding, gebeurt in eerste instantie onder toezicht van een vaste pedagogisch medewerker. Op het moment dat de begeleidende pedagogisch medewerker en de opleiding ervan overtuigd zijn dat de vaardigheden die hierbij noodzakelijk zijn voldoende beheerst worden, mag een stagiaire (niveau 3 of 4) deze taken zelfstandig uitvoeren. Uiteraard blijft er altijd een pedagogisch medewerker in de buurt.
Bij stagiaires is het van belang dat hun beroepshouding en vaardigheden en activiteiten er ook zijn zodra het niet gekoppeld is aan opdrachten. De taken zijn bij BOL-studenten en BBL-ers min of meer gelijk, alleen de mate en wijze van begeleiding naar deze taken verschilt. Afhankelijk van de fase waarin de student zich bevind horen hierbij:

  • Als stagiaire houd je je bezig met (het ondersteunen van) de begeleiding en verzorging van kinderen in de leeftijd van 0 - 12 jaar, zowel individueel als in groepsverband
  • Groeien naar zelfstandig voor de groep staan, ondersteund door andere pedagogisch medewerkers.
  • Het ondersteunen van / het creëren van een warme en veilige omgeving en verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid van de omgeving
  • Kinderen stimuleren positief bij te dragen aan de groepssfeer
  • Ingrijpen en bemiddelen bij conflicten
  • Kunnen improviseren bij onverwachte situaties en aanpak bedenken
  • Actief inspelen op wat het kind aangeeft en daarbij rekening houden met zijn behoeften en mogelijkheden
  • Spelactiviteiten in verschillende situaties toepassen
  • Meerdere activiteiten tegelijk verrichten en overzicht houden
  • Observeren van individuele kinderen, gebruik maken van een observatielijst
  • Aandacht verdelen over kinderen individueel en groepjes kinderen
  • Ontwikkeling volgen en eventuele afwijkingen signaleren
  • Signaleren van taal- en ontwikkelingsachterstand en dit aankaarten
  • Op eigen denken en handelen reflecteren
  • Spelenderwijs stimuleren van de cognitieve, sociaal-emotionele, motorische ontwikkeling
  • Hygiëne in acht nemen, verschonen, ondersteunen bij zindelijkheid
  • Literatuur lezen, informatie en ideeën van collega’s gebruiken
  • Informatie uitwisselen tussen de pedagogisch medewerkers
  • Contact onderhouden met ouders en een vertrouwensband met hen opbouwen
  • Gesprekken voeren met ouders
  • Bijhouden van persoonlijke schriftjes van kinderen
  • Overdracht geven aan de ouders en/of verzorgers
  • Huishoudelijke activiteiten verrichten en materialen beheren
  • Werken volgens de opgesteld beleid, protocollen, werkinstructies en formulieren met betrekking tot veiligheid, hygiëne en pedagogische kwaliteit

Praktijkopleiding BBL-studenten

’t Kasteeltje leidt ook studenten op in de z.g. BBL-opleiding, deze studenten worden ingezet als collega. BBL-studenten solliciteren altijd vanuit eigen beweging naar een leer-/werkplek. Ze worden aangenomen nadat ze een sollicitatieprocedure hebben doorlopen. Dit houdt in dat ze een sollicitatiegesprek hebben met de praktijkopleider en een of twee collega's die ervaring hebben in het opleiden van BBL-studenten en die werkzaam zijn op de locatie waar we de BBL-student willen plaatsen. Als het gesprek positief wordt bevonden, wordt de student uitgenodigd om een dag mee te lopen op een van de locaties. Als dat ook positief is volgt een tweede gesprek met daarin een leer-/arbeidsovereenkomst.
BBL-studenten worden daarna ingezet als collega. Dat is dus anders als de BOL-student. Ze zijn minimaal 21 jaar en hebben ervaring in het werken met kinderen. In de het eerste deel van de proeftijdperiode (4 weken) wordt de BBL-student boventallig ingezet. In de maand daarna staan ze niet meer boventallig op de groep, maar kijken we goed naar de inzetbaarheid van de student. De inzetbaarheid wordt vastgelegd tussen 't Kasteeltje en de student. BBL-studenten werken altijd onder leiding van een gediplomeerd werkbegeleider. Een BBL-opleiding duurt drie jaar. Leerlingen van de BBL-opleiding hebben bij ons een werk-leerovereenkomst, zij zijn pedagogisch medewerker in opleiding en gaan daarnaast één keer in de week naar school. Zij hebben een arbeidsovereenkomst voor de duur van de opleiding. In het eerste leerjaar van de opleiding kan er sprake zijn van een oplopende formatieve inzet tot 100%, waarbij 100% na het eerste half jaar kan worden bereikt en geen formatieve inzet tijdens de proeftijd plaatsvindt. De werkgever stelt de mate waarin iemand zelfstandig als pedagogisch medewerker op de groep kan werken vast op basis van informatie van de begeleider vanuit de opleiding en BBL-begeleidster. Het tweede jaar is elke BBL-er 100% inzetbaar. Dit staat beschreven in het CAO Branche Kinderopvang Nederland (BKN).

Taken BBL-studenten
BBL’ers worden ingezet als collega. Dit is dus degelijk anders als een BOL stagiaire. Vooral in het zelfsturing geven aan het leerproces, zelf leermomenten creëren en uitvoeren en een zeer gemotiveerde werk/leerhouding. In de opleiding komen alle facetten van kinderopvang aanbod. Belangrijk is dat op de werkvloer de kennis over bepaalde zaken getoetst gaat worden. Bij stagiaires is het van belang dat hun beroepshouding en vaardigheden en activiteiten er ook zijn zodra het niet gekoppeld is aan opdrachten.De taken zijn bij BOL-studenten en BBL-ers min of meer gelijk, alleen de mate en wijze van begeleiding naar deze taken verschilt. Afhankelijk van de fase waarin de student zich bevind horen hierbij:

  • Als stagiaire houd je je bezig met (het ondersteunen van) de begeleiding en verzorging van kinderen in de leeftijd van 0 - 12 jaar, zowel individueel als in groepsverband
  • Groeien naar zelfstandig voor de groep staan, ondersteund door andere pedagogisch medewerkers en/of stagiaires
  • Het ondersteunen van / het creëren van een warme en veilige omgeving en verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid van de omgeving
  • Kinderen stimuleren positief bij te dragen aan de groepssfeer
  • Ingrijpen en bemiddelen bij conflicten
  • Kunnen improviseren bij onverwachte situaties en aanpak bedenken
  • Actief inspelen op wat het kind aangeeft en daarbij rekening houden met zijn behoeften en mogelijkheden
  • Spelactiviteiten in verschillende situaties toepassen
  • Meerdere activiteiten tegelijk verrichten en overzicht houden
  • Observeren van individuele kinderen, gebruik maken van een observatielijst
  • Aandacht verdelen over kinderen individueel en groepjes kinderen
  • Ontwikkeling volgen en eventuele afwijkingen signaleren
  • Signaleren van taal- en ontwikkelingsachterstand en dit aankaarten
  • Op eigen denken en handelen reflecteren
  • Spelenderwijs stimuleren van de cognitieve, sociaal-emotionele, motorische ontwikkeling
  • Hygiëne in acht nemen, verschonen, ondersteunen bij zindelijkheid
  • Literatuur lezen, informatie en ideeën van collega’s gebruiken
  • Informatie uitwisselen tussen de pedagogisch medewerkers
  • Contact onderhouden met ouders en een vertrouwensband met hen opbouwen
  • Gesprekken voeren met ouders
  • Bijhouden van persoonlijke schriftjes van kinderen
  • Overdracht geven aan de ouders en/of verzorgers
  • Huishoudelijke activiteiten verrichten en materialen beheren
  • Werken volgens de opgesteld beleid, protocollen, werkinstructies en formulieren met betrekking tot veiligheid, hygiëne en pedagogische kwaliteit

Vrijwilligers

Bij ’t Kasteeltje wordt op de kinderopvang niet structureel gewerkt met vrijwilligers. Het kan voor komen dat bij bijzondere activiteiten externe mensen betrokken zijn bij de activiteiten met de kinderen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een uitstapje of voorleesontbijt. In deze gevallen blijven de kinderen onder begeleiding van de vaste leidsters vallen, en is deze ook altijd bij de kinderen aanwezig. Aanwezige vrijwilligers tellen dan ook nooit mee in de beroepskracht-kindratio (aantal leidsters per kind) en hebben buiten het uitvoeren van hun activiteit geen taken en/of verantwoordelijkheden.

Pedagogisch beleidsmedewerker, coach en opleidingsplan

Pedagogisch Beleidsmedewerker

Binnen Kindercentrum ’t Kasteeltje is 1 persoon 600 uur op jaarbasis (12 locaties x 50 uur) werkzaam als Pedagogisch Beleidsmedewerker.
Binnen het takenpakket valt:

  • Volgen van wet en regelgeving
  • Ontwikkeling nieuw/nieuwe onderdelen pedagogisch beleid. Voor 2021 staan 2 speerpunten geformuleerd, waarvoor 300 uur is gereserveerd : 
    • Invoering van vernieuwde Protocollen met Beleidsplan Veiligheid & Gezondheid (106 uur)
    • Focus op Competentie - Autonomie - Relatie, waarin kun jij groeien? (194 uur)
  • Aanwezigheid op teamleidsteroverleg, voorbereiding en uitwerking van punten op dit overleg die verband houden met het Pedagogisch Beleidsplan
  • Actueel houden van
    • het algemeen Pedagogisch Beleid voor alle locaties met communicatie naar ouders en pedagogisch medewerkers
    • Meldcode
    • AVG
    • Protocollen
    • Risicomonitor
  • Voorbereiding en uitvoering geven aan interne bijscholing mbt bovenstaande items
  • Teams of individuele pedagogisch mederwerkers begeleiden in de uitvoering van beleidsplan

SPEERPUNTEN 2021:

Veiligheid & Gezondheid:
Na het voorbereidingsjaar 2019/2020 met teamleidsters en organisatie worden in 2021 de Protocollen en nieuwe versie van het Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid (incl. nieuwe versie Risico Inventarisatie) ingevoerd op alle locaties waarbij alle pedagogisch medewerkers ingewerkt en vertrouwd worden met deze werkwijze en documenten.

Pedagogisch Beleid
De basis van ons Pedagogisch Beleidsplan bestaat uit de driehoek Competentie – Autonomie- Relatie (CAR, Luc Stevens). In 2021 leggen we de focus op de theorie achter deze driehoek en de vaardigheden die belangrijk zijn voor de pedagogisch medewerkers. In het opleidingsplan worden 2 informatieve avonden gereserveerd voor alle pedagogisch medewerkers. Deze informatieve avonden krijgen een vervolg op locatieniveau waar we kijken naar de dagelijkse praktijk. De Pedagogisch Coach geeft hier het vervolg aan op vaardigheden op individueel niveau.
Waarin kun jij groeien? waarnemen, activeren, ontwerpen en organiseren

Pedagogisch Coach

Binnen Kindercentrum ’t Kasteeltje is 1 persoon voor minimaal 450 uur op jaarbasis werkzaam als Coach Pedagogisch Medewerkers.
(Minimale inzet volgens wet IKK is 10 uur X aantal fte pedagogisch medewerkers, wat voor 't Kasteeltje resulteert in minimaal 369 uur)

Binnen het takenpakket valt:

  • Individuele coaching pedagogisch medewerkers volgens wet IKK. Iedere medewerker krijgt volgens een schema 1 uur individuele coaching,
  • Coaching op individuele vraag van pedagogisch medewerker
  • Aanwezigheid op teamoverleg locaties waar het VVE en kindbesprekingen betreft, of andere coachings/ teamvragen
  • Aanwezigheid teamleidster overleg
  • Meewerkend coach op de groep als er een vraag, of meedenken wenselijk is over een specifieke plan van aanpak bij een kind
  • Opleidingen
  • Begeleiding Studenten
  • Video Interactie Begeleiding op vraag van collega’s of ouders
  • Ontwikkeling VVE-beleid
  • Training Puk
  • Volgen van wet en regelgeving op dit terrein
  • Samenwerking / netwerk onderhouden voor de doorgaande lijn van de kinderen

SPEERPUNTEN 2021:

  • De corona maatregelen en lockdown periode(s) kunnen (on-)verwachte invloeden hebben op de hele organisatie, kinderen en ouders. We vinden het welbevinden van collega’s, kinderen en ouders heel belangrijk. De pedagogisch coach kijkt, voelt en houdt contact met collega’s. Zij gaat met hen in gesprek over hun welbevinden en wat zij nodig hebben of verwachten van de organisatie. Daarnaast vraagt zij ook actief na of de leidsters signalen krijgen van kinderen en/of ouders en hoe ze hier mee om kunnen gaan.
  • In Vught gaan we in 2021 starten met VVE aan te bieden op 3 peutergroepen. De pedagogisch coach gaat met de leidsters mee kijken wat er nog meer nodig is dan wat ze nu al aanbieden.

Opleidingsplan 2020-2021

Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE)

  • Herhalingsavonden VVE-gecertificeerde pedagogisch medewerkers voor de onderdelen van Uk&Puk, waarbij gebruik gemaakt zal worden van de nieuwe routekaarten.
  • Her certificering pedagogisch medewerkers
  • Speerpunt ouderbetrokkenheid verder uitwerken binnen de organisatie.
  • Bijscholingsavond project Jongleren in het Verkeer. 

Kinderopvang 0-12 jaar

  • Training Pedagogisch Beleid: Competentie, Autonomie en Relatie (Luc Stevens)
  • Training Sensomotorische Ontwikkeling
  • Training Ritme en Slaap
  • Training Baby's voor pedagosich medewerksters op de babygroepen
  • Workshop Jongens en Meisjes

Beleid Veiligheid en Gezondheid

  • Training BHV en Kinder EHBO (Zowel herhaling als voor nieuwe medewerkers)
  • Introductie Werken met Protocollen 2021
  • Training voor alle medewerkers Hoe werk je met de nieuwe Risico Inventarisatie 2021?

Organisatie / Administratie

  • Training & implementatie nieuw softwarepakket

Deelname vrijwillig cursusaanbod

  • Wij maken onze medewerkers attent op interessante workshops/bijeenkomsten die passen bij de kinderopvang, zij kunnen dan zelf bedenken of het voor hun verruiming/verrijking is van hun kennis.
  • Wij spelen als organisatie in op de wensen van scholing die onze medewerkers hebben. Vaak staan de trainingen die gegeven worden in het teken van de ontwikkeling van kinderen.
  • Het aanbod is niet van tevoren bepaald. Wij zoeken jaarrond naar passend aanbod bij de wensen van onze medewerkers

Beleidsplan Veiligheid & Gezondheid en protocollen

Introductie

Op al onze locaties wordt gewerkt met het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid van Kindercentrum ‘t Kasteeltje. Met behulp van dit beleidsplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe we op onze locaties werken. Dit met als doel de kinderen en medewerkers een zo veilig en gezond mogelijke werk, speel en leefomgeving te bieden waarbij kinderen beschermd worden tegen risico’s met ernstige gevolgen en leren omgaan met kleine risico’s.

Om tot een steeds beter beleidsplan te komen worden aan de hand van diverse thema’s gedurende het jaar gesprekken gevoerd met medewerkers. Centraal hierin staat of de huidige manier van werken leidt tot een zo veilig en gezond mogelijke werk-, speel- en leefomgeving. Voor de meest voorkomende situaties zijn protocollen opgesteld. Zolang gewerkt wordt volgens de werkwijze die deze protocollen voorschrijven worden de grote risico’s zoveel als mogelijk ingeperkt. Indien noodzakelijk worden er protocollen herzien of toegevoegd voor verbetering.

Een beleid komt in de praktijk pas goed tot zijn recht als alle medewerkers zich betrokken voelen en het beleid uitdragen. Alle punten voor verbetering van de Risicomonitor worden medio juli verwerkt in de algemene Risicomonitor voor alle locaties. Locatie specifieke punten worden direct na het afnemen van de Risicomonitor op locatieniveau verder uitgewerkt. Daarna zal er tijdens elk teamoverleg een thema, of een onderdeel van een thema, over veiligheid of gezondheid op de agenda staan. Dit om continu in gesprek te blijven over het beleid. Zo blijven we scherp op onze werkwijzen, kunnen we monitoren of genomen maatregelen wel of niet effectief zijn en kunnen we bij veranderingen in de omgeving of situatie, zoals bij verbouwingen of veranderingen in de inrichting, direct controleren of het beleid al dan niet moet worden aangescherpt.

Risicomonitor

Op de kinderopvanggroep wordt gewerkt met de risicomonitor om de ruimte op veiligheid en hygiëne te controleren. Onze beleidscyclus starten we met een uitgebreide risico-inventarisatie. Tijdens een teamoverleg bepalen we welke medewerkers welke onderwerpen op de Risico Monitor gaan uitvoeren en gedurende welke periode hieraan wordt gewerkt. Zo is het hele team betrokken bij de inventarisatie. Op basis van de uitkomsten van de Risico Monitor maken we een Plan van Aanpak. De voortgang van dit plan wordt regelmatig geëvalueerd tijdens teamoverleggen. Op basis van de evaluaties wordt het beleidsplan Veiligheid en Gezondheid bijgesteld. De GGD controleert jaarlijks of het kindercentrum voldoet aan de kwaliteitseisen zoals deze zijn gesteld in de Wet Kinderopvang en de bijbehorende beleidsregels kwaliteit kinderopvang.

Missie, visie en doel in relatie tot de Risicomonitor

Missie
Wij vangen kinderen op in een veilige en gezonde kinderopvang. Dit doen we door:

  • kinderen af te schermen van grote risico’s
  • kinderen te leren omgaan met kleinere risico’s
  • kinderen uit te dagen en te prikkelen in hun ontwikkeling

Visie
Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op de eerste plaats veilig en thuis voelt. De kinderopvang moet een verlengstuk van de thuissituatie zijn, met extra mogelijkheden zoals het spelen met andere kinderen en met andere (ontwikkelings-) materialen. Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de ruimte om zich te ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding en andere kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen identiteit en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op aanpassen. Om dit alles goed te laten verlopen, wordt veel belang gehecht aan een goede afstemming tussen ouders en het team van de kinderopvang. We vinden het van belang dat op een evenwichtige, bij de leeftijd passende wijze aandacht is voor de 5 basisbehoeften van het kind

  • Sociaal- emotionele basisbehoefte
  • Morele basisbehoefte
  • Lichamelijke basisbehoefte
  • Cognitieve basisbehoefte
  • Communicatieve en creatieve basisbehoefte

Het blijven uitdagen van kinderen en het leren omgaan met verschillende soorten situaties, waarin ook risico’s voor komen, vormen daarvan een belangrijk onderdeel. Een veilige en gezonde leef- en speelomgeving vormt de basis van dit alles. Wij willen met de Risicomonitor die veilige en gezonde omgeving borgen in de organisatie, risico’s verkleinen of uitsluiten, om optimaal toe te komen aan het uitdragen van onze visie.

Doel
Vanuit de wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang dienen wij een beleid te creëren ten aanzien van Veiligheid en Gezondheid waar alle medewerkers zich verantwoordelijk voor voelen. De belangrijkste aandachtspunten binnen het vormgeven van het beleid zijn:

  • het bewustzijn van mogelijke risico’s
  • het voeren van een goed beleid op grote risico’s
  • het gesprek hierover aangaan met elkaar en met de externe betrokkenen.

Dit alles met als doel, een veilige en gezonde omgeving te creëren waar kinderen onbezorgd kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen.
Als u meer informatie over dit specifieke beleidsplan wilt, kunt u op aanvraag het volledige Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid inzien op ons kantoor.

Overzicht van protocollen m.b.t. Veiligheid en Gezondheid

Binnen Kindercentrum ’t Kasteeltje werken wij met protocollen waarin belangrijke richtlijnen staan beschreven om de veiligheid en gezondheid van zowel kinderen, pedagogisch medewerkers, ouders en bezoekers van ons kindercentrum te waarborgen. Om voor u een beeld te schetsen voor welke situaties een protocol beschikbaar is, volgt hieronder een overzicht. Daarna volgt van enkele protocollen waar u in de dagelijkse praktijk mee te maken krijgt een korte uitleg. Tenslotte zijn er enkele regels en afspraken waar wij uw medewerking bij vragen. Deze leest u in de regels voor ouders. U kunt op aanvraag de volledige protocollen inzien op ons kantoor.

  • Achterwacht; structurele achterwacht en achterwacht bij calamiteiten (achterwacht = personen die te bereiken zijn bij onvoorziene- / noodsituaties)
  • Beroepscode
  • Buitenspelen vanaf dreumes / peutergroep / BSO 
  • Computergebruik / Smartphones / DVD / Film kijken BSO 
  • DVD / Film kijken KDV 
  • Gebruik Geneesmiddelen, Allergieën en Medisch Handelen 
  • Gezondheid & Hygiëne 
  • Werkinstructie Leidster Persoonlijke Hygiëne
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Verzorging
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Voeding
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Leefruimtes
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Spelmateriaal
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Uitstapjes
  • Werkinstructie Leidster Hygiëne Overig
  • Afspraken Kind Hygiëne
  • Afspraken Ouder Gezondheid & Hygiëne
  • Klachten 
  • Meldcode
  • Ongevallen (groot & klein) en Calamiteiten
  • Ophalen van kinderen 
  • Slapen Kinderdagopvang 
  • Uitstapjes
  • Veiligheid
  • Afspraken Kind BSO Veiligheid
  • Afspraken Kind KDV Veiligheid
  • Afspraken Ouder Veiligheid
  • Vermist kind 
  • Vierogenprincipe 
  • Voeding kinderen 
  • Warmte en Zon 
  • Zuigelingenvoeding, flessenvoeding en moedermelk 
  • Ziekte bij kinderen 

Protocol Buitenspelen vanaf dreumes / peutergroep / BSO

Buitenspelen is van belang voor alle kinderen van alle leeftijden. We willen dat graag stimuleren door ze een veilige maar tevens ook uitdagende buitenruimte aan te bieden. (bij KDV liefst meermalen per dag, bij BSO graag na een dag op school gezeten te hebben). Denk bij het spelen aan vormen die de grove motoriek ontwikkelen: rennen, klimmen, fietsen / skelteren, hinkelspelen, touwtje springen, bouwen en sjouwen in de zandbak met scheppen en emmers, schommelen, etc.
Buiten is er ook ruimte om aandacht te besteden aan thema’s die zich bijna natuurlijk aanbieden; wandelen door de natuur bij een uitstapje, de jaargetijden bespreken en ervaren met wat het kind allemaal opvalt, ervaren wat het is om met modder of zand te spelen (zintuigen), de wereld om je heen ontdekken en naspelen door wegen te tekenen op de speelplaats, enzovoorts

  • We stimuleren het buitenspelen
  • We streven ernaar minimaal 1 keer per dag met de kinderen naar buiten te gaan
  • Minder mooi weer (warmer / zonniger / kouder of natter) is geen belemmering om toch naar buiten te gaan; wij vragen u de kinderen passend bij het weerbeeld te kleden, wij zorgen indien nodig voor schaduwplekken, en realiseer u dat een beetje nat worden of het fris hebben ook een ervaring is voor de kinderen
  • We bieden voor het buitenspel naast veel vrij spel ook activiteiten aan
  • We zorgen voor een veilige buitenruimte die voldoende uitdaging biedt
  • We zorgen dat kinderen volgens duidelijke afspraken en regels zo zelfstandig mogelijk buiten kunnen spelen (denk daarbij aan afspraken over toilet gebruik, makkelijk zelfstandig naar buiten en binnen kunnen gaan, veilig omgaan met poorten en deuren, afspraken over speelzones voor snel en rustig spel, etc.)
  • We maken indien nodig en toepasbaar in de veilige omgeving binnen de BSO afspraken met de oudere BSO kinderen over mogelijkheden om veilig zonder direct toezicht te kunnen spelen
  • We zorgen dat kinderen veilig buiten kunnen spelen en hebben daarvoor beleid rondom insmeren bij zon, spelen in de schaduw, voldoende drinken bij hogere temperaturen, voorkomen van onderkoeling, hoe we handelen bij insectenbeten / tekenbeten.

Protocol Gebruik Geneesmiddelen, Allergieën en Medisch handelen

Het kan zijn dat uw kind geneesmiddelen voorgeschreven krijgt door een huisarts of specialist. Dit zijn dus middelen die op recept voorgeschreven worden. Als uw kind deze middelen ook nodig heeft gedurende het verblijf op het kindercentrum moet u het formulier ‘Overeenkomst gebruik geneesmiddelen CAT2’ invullen.

Het kan ook voor komen dat u ons vraagt om uw kind geneesmiddelen toe te dienen die niet op recept verkregen zijn.
Deze geneesmiddelen heeft u zelf bij een apotheek of drogist gekocht. Deze ‘zelfzorgmiddelen’ kunnen echter minder onschuldig zijn dan men vaak denkt, daarom dient u ook hiervoor een “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen CAT3” in te vullen.
Onder geneesmiddelen worden alle producten verstaan die geregistreerd staan bij het Register van Geneesmiddelen. Dit wordt in de bijsluiter van het product vermeld. Als er in de bijsluiter gewezen wordt op mogelijke bijwerkingen, dient u het toestemmingsformulier ook in te vullen.

Op het Kindercentrum zelf zijn geen medicijnen aanwezig. Dus ook geen ‘zelfzorgmiddelen’ zoals paracetamol. Medewerkers van het Kindercentrum dienen dan ook nooit op eigen initiatief medicijnen bij kinderen toe zonder de nadrukkelijke, schriftelijke toestemming van de ouders.
Nadat u het formulier “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” heeft ingevuld, volgt een gesprek met de groepsleiding als wij onbekend zijn met het ziektebeeld, de medicatie of wijze van toediening.
Om te kunnen beslissen of een medewerker geneesmiddelen toe kan dienen, moeten wij weten hoe ze toegediend moeten worden.
In dat gesprek wordt schriftelijk vastgelegd wat de instructie is en welke medewerkers welke geneesmiddelen in het kindercentrum toedienen. Niet alle geneesmiddelen kunnen toegediend worden door de leidsters van ons kindercentrum. In de Handleiding Kwaliteitsstelsel Kinderopvang (VUGA / VOG) staat beschreven wat het kader is waarin geneesmiddelen toegediend kunnen worden. Daarnaast zijn er diverse medische handelingen die alleen door gekwalificeerde bevoegde beroepsbeoefenaren ( b.v. arts, verpleegkundige) uitgevoerd mogen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat het toedienen van een injectie voorbehouden is aan deze beroepsbeoefenaren, leid(st)ers mogen dat niet geven, ook als de ouders het zelf wel doen. Dit is geregeld in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Wij handelen conform deze richtlijnen en wetten. 

Richtlijnen die gehanteerd worden bij het toedienen van geneesmiddelen op recept en zelfzorgmiddelen zonder recept:

  • Wij dienen het geneesmiddel / zelfzorgmiddel alleen toe op specifiek verzoek van ouders / verzorgers.
  • De geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen moeten altijd in de originele verpakking aangeleverd en bewaard worden (dus nooit overdoen in een andere verpakking) met daarop aangegeven hoeveel van, wanneer en op welke wijze de medicatie toegediend moet worden.
  • Bij medicatie op doktersvoorschrift: indien er een verschil lijkt te bestaan tussen het doktersvoorschrift en de bijsluiter, en de ouders geen schriftelijke verklaring van de arts over de gewenste toediening kunnen overleggen mogen wij het geneesmiddel niet toedienen!
  • Bij zelfzorgmedicatie: indien er sprake is van een discrepantie tussen bijsluiter en de wijze van toediening die door de ouders wordt gevraagd, mogen de medewerkers van het kindercentrum het zelfzorgmiddel niet toedienen. In het geval van zelfzorg medicatie dient de door de ouders verzochte wijze van toediening altijd overeen te komen met de tekst van de bijsluiter.
  • Bij medicatie op doktersvoorschrift: er worden vooraf afspraken gemaakt over wie het geneesmiddel / zelfzorgmiddel zal toedienen. Alleen de daartoe aangewezen leid(st)ers mogen de medicatie toedienen. Er wordt schriftelijk vastgelegd wie verantwoordelijk is voor het uitdelen van de geneesmiddelen en indien - b.v. i.v.m. parttime werken - meer leid(st)ers met de toediending belast zijn, ook op welke dag en voor welke groep.
  • Er is op het formulier “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” een schriftelijke procedure aanwezig hoe gehandeld moet worden in geval van een calamiteit met een geneesmiddel / zelfzorgmiddel ( als het b.v. verkeerd wordt toegediend, het verkeerde medicijn wordt gegeven, of het middel fout bewaard is) inclusief telefoonnummers wie in welk geval gewaarschuwd dient te worden.
  • Alle geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen die op enige tijd worden toegediend, worden genoteerd op een overzichtslijst met de naam van het kind waar het geneesmiddel voor is bedoeld.
  • Geneesmiddelen / zelfzorgmiddelen worden adequaat bewaard: in de koelkast of in een afgesloten kast, buiten het bereik van kinderen en / of onbevoegden. Geneesmiddelen waarop niet staat dat ze in de koelkast moeten worden bewaard, mogen daar ook niet worden opgeslagen. Overtollige en verlopen geneesmiddelen worden geretourneerd aan de ouders.
  • Als er geneesmiddelen in de koelkast bewaard moeten worden, wordt het middel alleen voor kortdurend gebruik uit de koelkast gehaald. De temperatuur wordt bewaakt m.b.v. een min.-max. thermometer. De temperatuur dient tussen de 4-8ºC te zijn. Deze wordt dagelijks gecontroleerd.
  • Aan ouders wordt gevraagd om voor te doen hoe het geneesmiddel / zelfzorgmiddel het beste gegeven kan worden.
  • Een nieuw geneesmiddel / zelfzorgmiddel dienen de ouders altijd eerst thuis te gebruiken zodat zij als eerste bekend raken met eventuele bijwerkingen.
  • Kindercentrum ’t Kasteeltje kan het toedienen van een geneesmiddel / zelfzorgmiddel weigeren als dit het dagelijkse ritme van de groep en / of een goede zorg voor de andere kinderen op de groep belemmerd.
  • Medicijnen moeten altijd ingeleverd worden bij een aangewezen verantwoordelijke leidster, ook als uw kind gewend is deze medicatie altijd bij zich te dragen en zelf toe te dienen. Het gevaar bestaat immers dat tijdens het spelen medicatie uit de kleding valt en ingenomen kan worden door andere (jongere) kinderen. Dat risico willen wij uitsluiten.

Medisch handelen, eerste hulp bij ongevallen 
Op iedere locatie is te allen tijde een Bedrijfs Hulp Verlener aanwezig. Indien er zich een ongeval voordoet, kan eerste hulp verleend worden. Dit blijft beperkt tot eenvoudige wondverzorging (voorkomen van verdere infectie), verzorgen van schaafwondjes, een bloedneus, koelen van lichte verstuikingen en andere “huis- tuin- en keukenongelukjes”. In geval van twijfel of bij grotere ongevallen (mogelijk hersenletsel, verwondingen in het aangezicht, verbranding, zware verstuiking of botbreuk en dergelijke) worden altijd direct de ouders ingelicht.

Indien niet gewacht kan worden, wordt ook direct de huisarts ingelicht of een melding gedaan bij 112 voor ambulance ondersteuning.
Indien er bijzonderheden zijn op medische gronden en / of geloofsovertuiging die verband houden met medische handelingen door ons dan wel in het ziekenhuis, dient u dit expliciet en schriftelijk aan te geven tijdens het intake gesprek, of op een later tijdstip op de Administratie. Indien u niet expliciet en schriftelijk bij ons bekend maakt dat u bezwaar heeft tegen medische handelingen, geeft u toestemming om met uw kind een arts en / of ziekenhuis te bezoeken indien daar aanleiding toe is. 

Specifiek voor BSO op vakantie- of andere schoolvrije dagen
Het kan op vakantie- of andere schoolvrije dagen voor komen dat uw kind andere leidsters ontmoet dan hij / zij gewend is op de eigen locatie. Informatie die van belang is voor uw kind wordt door de organisatie tijdig doorgegeven aan de leidsters van die dag(-en). Hoewel wij ernaar streven hier zeer zorgvuldig mee om te gaan en ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid in deze, blijft het verstandig om bij het brengen van uw kind even een groepsleidster aan te spreken of eventuele allergieën / diëten inderdaad bij de leiding van die dag bekend zijn.

Allergieën
Indien uw kind overgevoelig of allergisch is voor bepaalde stoffen dient u het formulier “Actieplan bij Allergie” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding. Standaard wordt hier bij het intake gesprek naar gevraagd, maar het kan natuurlijk zijn dat dit op het moment van de aanmelding nog niet speelde.

Stuifmeelallergie
Kinderen die overgevoelig zijn voor stuifmeelallergie, blijven in de actieve stuifmeelperiode als ze er last van hebben binnen.
Deuren en ramen worden dan dicht gehouden.

Insectenbeten
Als we met de kinderen naar een andere locatie gaan, zorgen we dat we altijd materialen bij ons hebben om een teek en / of wespensteek te kunnen behandelen. Op de locatie zijn deze materialen altijd voor handen.

Zonneallergie / verbranding door de zon
In de zomer worden de kinderen regelmatig ingesmeerd, voordat zij in de zon gaan spelen. Op alle groepen is zonnebrandcrème aanwezig. Ook zorgen we voor schaduwplekken. Kinderen met een gevoelige huid houden hun kleren aan en hebben een pet op. Voor schaduwplekken worden parasols en luifels gebruikt.

Huisdieren / planten
Op het kindercentrum zijn huisdieren niet toegestaan.
Planten en / of bloemen die allergische reacties op kunnen roepen zijn eveneens niet binnen de locaties aanwezig.

Voedselallergie
Indien uw kind voor bepaalde voedingsstoffen overgevoelig is, is het van belang dat de groepsleiding hiervan op de hoogte is.
Naast de lunch kunnen die voedingsstoffen ook voorkomen in het drinken, de tussendoortjes, de traktaties van andere kinderen en producten die op de kinderdagopvang als activiteit gekookt of gebakken worden. Denk bij het doorgeven aan het gevaar dat andere producten in aanraking kunnen komen met de voedingsstof waar uw kind allergisch op reageert. Bij het snijden van fruit kan een stukje appel in contact zijn geweest met kiwi. Wij vragen indien nodig dan ook of u een eigen afsluitbaar doosje mee wilt geven met daarin de voedingsproducten als daarmee de veiligheid voor uw kind verhoogd wordt.

Protocol Gezondheid & Hygiëne

We beschrijven in het protocol belangrijke richtlijnen om de veiligheid van zowel kinderen, pedagogisch medewerkers, ouders en bezoekers van ons kindercentrum op het gebied van hygiëne en voedselveiligheid te waarborgen. Deze beschrijving is niet alles dekkend en volledig, maar het beschrijft in welke geest gehandeld dient te worden; veiligheid en gezondheid van een ieder staat voorop en met die gedachte in het hoofd vragen wij iedereen logisch te handelen en zaken te bespreken met elkaar bij twijfel daarover.
De werkinstructies in het protocol zorgen voor een basis voor een veilige omgeving voor kinderen, pedagogisch medewerkers, ouders en bezoekers van ons kindercentrum.

De werkinstructies bevatten een aantal essentiële punten met betrekking tot persoonlijke hygiëne, hygiëne bij de kinderen en in de groep / leefomgeving op het kindercentrum en omgaan met voedingsmiddelen / schoonmaakmiddelen. We hebben de werkinstructies opgesplitst in de volgende thema’s;

  • Werkinstructie Persoonlijke Hygiëne
  • Hygiëne Verzorging Kind 0-4 jarigen
  • Hygiëne Voeding
  • Hygiëne Leefruimtes
  • Hygiëne Spelmateriaal
  • Hygiëne Uitstapjes
  • Hygiëne Overig
  • Hygiëne Voedingsverzorging

Om een goede hygiëne te kunnen waarborgen, is de medewerking van kinderen en ouders noodzakelijk.
Daarom zijn er werkinstructies voor pedagogisch medewerkers (leidsters) en voor Kind en Ouder. Deze worden met kind en ouder besproken. Hieronder beschrijven we enkele punten uit dit protocol:

Handen wassen

  • Zowel de begeleiding als de peuters worden regelmatig gewezen op een goede handhygiëne.
  • We wijzen daarbij op het gebruik van zeep, goed verdelen en wrijven en afspoelen onder stromend water.
  • Daarna afdrogen met een papieren handdoek.
  • Voor het bereiden van eten, bij zichtbaar vuile handen, voor en na het verschonen, verzorgen van wonden, verder daar waar nodig is worden de handen gewassen.

Hoesthygiëne

  • Zowel de begeleiding als de kinderen wordt regelmatig gewezen op een goede hoesthygiëne.
  • We leren de kinderen dat je bij het hoesten altijd je hoofd wegdraait en in je elleboog hoest of niest.
  • Je hoest niet in de richting van anderen en wast na het snuiten van je neus (of ander handcontact met speeksel) je handen.

Binnenmilieu

  • In de groepsruimtes worden dagelijks de vloeren schoongemaakt door vegen, stofzuigen of dweilen.
  • De afvalbakken worden minimaal iedere dag verschoond, indien nodig natuurlijk vaker.
  • De vaat-, hand- en theedoeken worden na gebruik vervangen.
  • De rest van de ruimte, in het lokaal en in de hal wordt wekelijks goed schoongemaakt. Speelgoed wat vies is wordt direct schoongemaakt, verder wordt iedere week een andere hoek onder handen genomen en de betreffende materialen schoongemaakt, zodat alle materialen regelmatig aan de beurt komen. Het stoffen speelgoed zoals knuffels en verkleedkleren worden iedere maand gewassen.
  • Alle binnenruimtes, waaronder dus ook de slaapruimtes, worden dagelijks goed geventileerd.
  • Bij de stoffering en aankleding van onze binnenruimtes wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met mogelijke allergieën.
  • Dagelijks worden de toiletten schoongemaakt. Daarbij horen natuurlijk ook de deurklinken en de kranen.
  • Verschoonkussen wordt na gebruik gereinigd.
  • Beddengoed gaat eenmaal per week in de was, als er zichtbaar vlekken in zijn gekomen wordt het direct vervangen.
  • Het onderlaken wordt per kind gebruikt, ieder kind slaapt dus op een ‘eigen’ onderlaken

Buitenmilieu

  • De buitenruimte wordt gecontroleerd op afval, als dit er ligt wordt het opgeruimd.
  • De zandbak controleren we op uitwerpselen van dieren, als er uitwerpselen in liggen wordt dit met het zand eromheen verwijderd.
  • In onze eigen aanplanting wordt rekening gehouden met mogelijke allergische reacties

Protocol Meldcode

Op alle locaties van Kindercentrum ’t Kasteeltje wordt gewerkt met een protocol Meldcode. Kindercentra dragen een eigen verantwoordelijkheid voor het signaleren van kindermishandeling en huiselijk geweld, en voor het ondernemen van actie na het signaleren. De signalen moeten worden doorgegeven aan de instanties die hulp kunnen bieden aan het gezin. Kindermishandeling en huiselijk geweld is geen eenduidig begrip. Wat iemand kindermishandeling of huiselijk geweld noemt, heeft te maken met eigen normen en waarden, de manier waarop men zelf is opgevoed en de cultuur waarin men leeft. In de Meldcode wordt onderscheid gemaakt tussen kindermishandeling en minder gewenste opvoedingssituaties. Iedere verzorger maakt immers wel eens fouten of is eens onredelijk richting zijn kind. Bij kindermishandeling is er echter sprake van structureel, stelselmatig, steeds terugkerend geweld of het ontbreken van zorg van de verzorger(s) naar zijn / haar kinderen. In de Meldcode wordt de onderstaande definitie van kindermishandeling en huiselijk geweld gehanteerd:

Definitie van kindermishandeling en huiselijk geweld
Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Kenmerken van kindermishandeling kunnen zijn: angst, onmacht, isolement, eenzaamheid en loyaliteit. Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging (al dan niet door middel van, of gepaard gaand met, beschadiging van goederen in en om het huis).De combinatie van kinderen en huiselijk geweld betekent altijd kindermishandeling

De Meldcode beschrijft verder waarvoor verschillende personen binnen de organisatie verantwoordelijk zijn. Ook staat in heldere stappen beschreven hoe gehandeld wordt in het geval van een vermoeden van kindermishandeling. Het protocol heeft zowel betrekking op vermoedens van kindermishandeling tussen kind en ouder, kinderen onderling als kind en medewerker van het kindercentrum.
Wij handelen in het geval van een vermoeden conform het protocol met inachtneming van het meldrecht, meldplicht en zorgplicht.

Meldrecht, meldplicht en zorgplicht
In de Meldcode is het meldrecht vastgesteld. Dit betekent dat medewerkers van Kindercentrum ‘t Kasteeltje wettelijk het recht hebt een melding te doen en daarbij ook alle relevante gegevens over te dragen aan Veilig Thuis. Het belang van het kind gaat hierbij vóór het belang van de privacy van het gezin.
In de Meldcode is ook de meldplicht opgenomen:
Wanneer een medewerker het vermoeden heeft dat een medewerker van dezelfde instelling zich schuldig maakt aan kindermishandeling moet hij dit direct melden bij zijn leidinggevende en het bestuur. Deze hebben de plicht direct de vertrouwensinspecteur hiervan in kennis te stellen.
Naast het meldrecht heeft ieder burger in Nederland een zorgplicht. Dit houdt in dat je de plicht tot zorgen voor het kind hebt. Aan de ene kant de plicht tot zorgen voor het kind en aan de andere kant de privacywetgeving in de vorm van de AVG. Dat betekent dat wij niet zomaar gegevens zonder toestemming mogen geven aan derden. Dit heet een conflict van belangen. Bij een conflict van belangen wordt zorgvuldig de belangen die in het geding zijn afgewogen. Dat wordt gedaan door het protocol te volgen.
Het volledige Protocol Meldcode ligt ter inzage op de Administratie KDV.

Veilig Thuis
Per 1 januari 2015 is het AMK (algemeen Meldpunt Kindermishandeling) opgegaan in een nieuwe organisatie: 'Veilig Thuis'
Veilig Thuis is een advies en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, u leest meer informatie op www.veiligthuisbno.nl.
U kunt ook contact opnemen met deze organisatie 0800-2000 (dag en nacht, ook in het weekend)

Protocol Vierogenprincipe

Kindercentrum ’t Kasteeltje vindt het belangrijk dat kinderen in een veilige en vertrouwde omgeving worden opgevangen. We brengen het principe van vier ogen, vier oren en transparantie op verschillende manieren in de praktijk.Enerzijds hechten we veel waarde aan de omgangsnormen tussen de medewerkers onderling, de medewerkers naar ouders en kinderen en kinderen onderling. Deze zijn vastgelegd in de Beroepscode en Meldcode. Ook zorgen we met elkaar voor een open aanspreekcultuur; als je gevoel zegt dat iets niet klopt, zeg je er wat van. Wij streven in onze communicatie met ouders ook naar een open en veilige relatie zodat ook zij naar ons komen als ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt.
Anderzijds voldoen alle locaties aan de bouwkundige eisen die aan kindercentra gesteld worden. Daar waar het vierogenprincipe in bouwkundige voorzieningen die zorgen voor openheid en transparantie niet mogelijk of wenselijk is, zijn andere maatregelen genomen. U leest hier hoe wij het vierogenprincipe in de dagelijkse praktijk vorm geven.

Het vierogenprincipe actueel houden onder alle medewerkers

  • Open communicatie is een van de onderdelen uit ons beleid wat continue aandacht heeft. Het gaat hierbij niet alleen om de communicatie tussen medewerkers en kinderen of ouders, maar ook tussen medewerkers onderling. Mocht een collega zich niet houden aan wat beschreven is in de Beroepscode, dan spreken we elkaar daar op aan. Medewerkers geven elkaar feedback over zaken die goed gaan, maar ook als de ander het gevoel heeft dat iets minder goed verloopt.
  • Ons pedagogisch handelen staat met regelmaat op de agenda bij een teamvergadering. Zo besteden we steeds aandacht aan de manier van werken waarbij het pedagogisch beleidsplan de leidraad is. Door dit steeds weer terug te laten keren en te blijven bespreken met elkaar, blijft de open en transparante manier van werken met kinderen die wij nastreven onder de aandacht

Aanname beleid nieuwe medewerkers

  • In de sollicitatieprocedure wordt bij vorige werkgever gevraagd om een referentie
  • Nieuwe medewerkers mogen pas gaan werken op het moment dat hun VOG op onze administratie aanwezig is. Daarna vallen zij net als alle medewerkers van het kindercentrum onder de Continue Screening.
  • Nieuwe medewerkers ontvangen bij aanstelling een personeelsgids. Hierin zijn de Meldcode, Beroepscode, Protocol Sociale Media en het Vierogenprincipe opgenomen. Iedere medewerker tekent ervoor zich te houden aan wat in die documenten beschreven wordt

Transparante informatie naar ouders

  • Via onze website, of op aanvraag in een papieren versie op iedere groep, kunnen ouders lezen hoe wij omgaan met de Meldcode en wat onze Beroepscode inhoudt.
  • De oudercommissies zijn al in een vroeg stadium betrokken geweest bij dit onderwerp. Het rapport commissie Gunning is besproken, de diverse locaties zijn door leden van de oudercommissie bezocht en bekeken op punten die betrekking hebben op het vierogenprincipe en onze bestaande en vernieuwde maatregelen zijn besproken.

Sociale controle medewerkers en kinderen gedurende de dag

  • Het grootste gedeelte van de dag zijn er twee pedagogisch medewerkers op de groep. Er zijn ook regelmatig meerdere volwassenen in het gebouw aanwezig. Aan het begin en einde van de dag, tijdens de haal- en breng momenten zijn er naast de medewerkers (of leerkrachten in scholen) ook ouders aanwezig.
  • We werken met een open-deuren-beleid. Daardoor staan deuren naar de groepen en speelhal regelmatig open en lopen medewerkers of ouders gemakkelijk naar binnen.
  • Het kindercentrum kent geen vaste haal- of brengtijden. Ouders hebben de gehele dag de mogelijkheid hun kind te halen of brengen.
  • Op de locaties met meerdere groepen lopen collega’s of teamleidsters gedurende de dag (on-)regelmatig op elkaars groepen binnen zonder dit vooraf aan te kondigen. Hun taken zijn zo met elkaar verweven dat ze elkaar even spreken om iets te overleggen of af te stemmen. Daardoor is er zicht op elkaars (pedagogisch) handelen.
  • Aan de randen van de dag (07.30u-09.00u en 17.30u-18.00u) of op kleinere locaties en rustige dagen, trachten we minimaal twee volwassenen op de locatie te laten zijn. Indien er slechts 1 pedagogisch medewerker aanwezig hoeft te zijn, heeft iemand anders te allen tijde de taak van achterwacht op zich. De achterwacht komt onaangekondigd en onregelmatig op de locatie kijken.

Indeling en inrichting van de locaties

  • Iedere locatie is bekeken op openheid en transparantie; het streven is om geen hoekjes en ruimtes te creëren waar minder zicht op is. Indien deze hoekjes en/of ruimtes niet te voorkomen zijn, zijn daar passende afspraken en technische hulpmiddelen ingezet (te denken valt aan cameratoezicht of babyfoon) Deze maatregelen vindt u terug in de locatie specifieke informatie.
  • Groepen grenzen aan elkaar en zijn waar mogelijk ‘open’ door het gebruik van ramen. Medewerkers kijken en lopen makkelijk bij elkaar naar binnen.
  • Op al onze locaties is continue zicht mogelijk op de groeps- en verschoonruimte vanuit de aangrenzende ruimte door glas in de deur, ramen tussen beide ruimtes of ramen naast de deur.
  • Ramen en doorkijken die noodzakelijk zijn voor een transparant gebouw mogen niet geblokkeerd worden. Er is afgesproken dat daar geen materialen opgehangen / opgeplakt mogen worden die het zicht belemmeren.

Het vierogenprincipe blijft een punt van aandacht en ontwikkeling
Ondanks dat de omgangsnormen en gedragscode grotendeels zijn vast gelegd in de Beroepscode en Meldcode, we blijvend aandacht hebben voor een open communicatie cultuur, investeren in alle medewerkers door een actief cursus- en bijscholings-aanbod op gebieden die hier raakvlakken mee hebben zoals de Meldcode en communicatie, is het vierogenprincipe daarmee geen statisch document. Naast gebouw technische aspecten, indeling en inrichting van onze locaties en eventuele inzet van technische hulpmiddelen blijft het van belang om dit punt op de agenda te houden in teamvergaderingen en overleggen. In de jaarlijkse Risico Inventarisatie worden naast de punten Veiligheid en Gezondheid een reeks nieuwe items gecontroleerd; deze punten hebben betrekking op afspraken rondom het Vierogenprincipe. Voorbeelden van items zijn controles op het werken van audio- visuele- hulpmiddelen en afspraken over inrichting ten bate van transparantie in het gebouw.
Er blijven aandachts- en bespreekpunten met pedagogisch medewerkers, oudercommissies en GGD over specifieke situaties waarbij wrijving ontstaat tussen het vierogenprincipe, organisatorische of pedagogische aspecten. Zo kan het (tijdelijk) samenvoegen van groepen ten bate van het vierogenprincipe, pedagogische belangen in de weg staan. Ook een uitstapje waardoor er (tijdelijk) een pedagogisch medewerker alleen op een groep staat kan in conflict komen met afspraken die we maken in het kader van het vierogenprincipe. Bij deze conflicten trachten we de behoefte / belangen van kinderen voorop te zetten, waarbij we ons bewust blijven van de uitgangspunten die in het vierogenprincipe beschreven zijn. Ook achten wij het niet wenselijk dat overal camera’s en afluistermogelijkheden geplaatst worden. Wel wordt door deze punten met regelmaat te bespreken, en hier alert op te zijn het vierogenprincipe actueel gehouden en daar waar noodzakelijk of wenselijk aangepast.

Protocol Voeding 0-4 jaar

Door u meegegeven / Tussendoortje ochtend, lunch en tussendoortje middag / traktatie

Door u meegegeven

  • Flesvoeding wordt door u meegebracht. Bij voorkeur gebruiken wij bij babyvoeding in poedervorm een bakje met afgepaste hoeveelheden poeder per flesvoeding en een lege fles. Wij maken de voeding voor uw kind klaar op het moment dat de voeding gebruikt moet worden.
  • Bij gekolfde borstvoeding vragen wij u deze bevroren mee te brengen. Op het dagverblijf wordt deze in de koeling geplaatst. De voeding is dan ontdooid op het moment dat deze gebruikt moet worden.
  • Indien uw baby een groetenhapje nodig heeft, dient u deze zelf mee te brengen. Als u zelf een hapje heeft gekookt met verse groenten, wordt deze door ons gekoeld bewaard.
  • Vers fruit wordt door ons verstrekt en wordt indien nodig gepureerd aangeboden, indien u kiest voor een potje brengt u dat zelf mee.
  • Bij alle voeding die u meegeeft, vragen wij u dat te doen in een deugdelijke, afsluitbare verpakking. Dit vanuit het oogpunt van hygiëne.

Door ons verstrekt
Om de gezondheid van kinderen te kunnen waarborgen, is het van belang dat een aantal maatregelen rondom voedingsverzorging worden getroffen die er toe leiden dat de veiligheid van de in het kdv verstrekte voeding gegarandeerd is. Hiervoor volgen wij de richtlijnen van de GGD. Enkele belangrijke punten daaruit zijn dat bij de opslag en bereiding van voedsel hygiënisch en veilig wordt gewerkt. Producten die gekoeld bewaard moeten worden gaan direct na levering door onze groothandel in de koeling op de locatie. Producten die te lang buiten de koeling blijven, of om een andere reden besmet kunnen zijn worden direct weggegooid. Er is uiteraard ook controle op de uiterste houdbaarheidsdatum van alle producten en bij twijfel wordt de veilige weg gekozen. Producten die buiten de koeling bewaard kunnen blijven, liggen op een daarvoor aangewezen plaats. Alle materialen en ondergronden die bij de bereiding en gebruik van voeding gebruikt worden zijn hygiënisch schoon en worden na afloop ook zo snel mogelijk gereinigd.

Tussendoortje ochtend, lunch en tussendoortje middag.
Gezond eten levert een belangrijke bijdrage aan een gezond leven. Een gezond eetpatroon is ook de basis voor een gezond gewicht. Over het algemeen geldt een gevarieerd eetpatroon met weinig verzadigd vet en volop groente en fruit als gezond. Elk voedingsmiddel levert verschillende voedingsstoffen in verschillende hoeveelheden. Door gevarieerd te eten, is de kans het grootst dat het lichaam voldoende van alle voedingsstoffen opneemt. In de onderstaande tabel vindt u onze richtlijnen. 

 

Baby’s 0-1 jaar

Dreumesen 1 jaar

Peuters 2-4 jaar

Tussendoortje ochtend

Gepureerd fruit

Water of ranja uit flesje of beginnend uit tuitbeker

1e beker ranja en daarna water

Stukjes fruit/ groente, zonder schil waar nodig

Water of ranja uit tuitbeker of gewone beker

1e beker ranja en daarna water

Stukjes fruit/ groente, met schil waar kan

Water of ranja uit gewone beker

1e beker ranja en daarna water

Lunch

½  tot 1 boterham

Boterham vanaf bordje aanreiken of laten pakken

Stroop, zuivelspread, magere paté, smeerkaas als keuze voor de 1e boterham.
Daarna aangevuld met de keuze voor gestampte muisjes vruchtenhagel, pindakaas

1 tot 2  boterhammen met boter

(of 1 boterham en een peperkoek met boter)

Kinderen stimuleren/ leren met vorkje eten

 

Per week 2 vleeswaren kiezen, denk aan paté, kalkoenfilet, kipfilet, snijworst, boterhammenworst, ham

Smeerkaas en zuivelspread kunnen beide aangeboden worden, net als de kaas

Kind van 2 jaar; 2 boterhammen met boter (of 1 boterham en een peperkoek met boter)

Kind van 3 jaar; 3 boterhammen

(of 2 boterhammen en een peperkoek met boter)

Kinderen vanaf 3 zelf laten smeren en eten met vorkje

Per week 2 vleeswaren kiezen denk aan paté, kalkoenfilet, kipfilet, snijworst, boterhammenworst, ham

Smeerkaas en zuivelspread kunnen beide aangeboden worden, net als de kaas

Tussendoortje middag

Gepureerd fruit

Of

Kwark ( zonder ranja) daarnaast 4 maisknabbels

( voor kinderen die geen groente krijgen)

Water of ranja uit flesje of beginnend uit tuitbeker

Stukjes fruit/ groente, zonder schil waar nodig, daarna ranja of water aanbieden

En een koekje (geen peperkoek, rijstwafel of cracker)

Of

Kwark uit een bekertje  met een beetje ranja, en daarnaast water aanbieden om te drinken

Of

Een ½ cracker of ½ rijstwafel met zuivelspread of smeerkaas en daarnaast 1e beker ranja en daarna water

(als cracker nog niet goed gaat dan 4 maisknabbels)

Water uit tuitbeker of gewone beker

Stukjes fruit/ groente, met schil waar kan, daarna water of ranja aanbieden

en een koekje (geen peperkoek, rijstwafel of cracker)

Of

Kwark met een beetje ranja, en daarnaast water aanbieden om te drinken

Of

1 cracker of 1 rijstwafel met zuivelspread of smeerkaas en daarnaast water of ranja.

Water uit gewone beker

Indien uw kind i.v.m. een dieet andere producten gebruikt, dient u dit als ouder zelf mee te brengen. De kinderen eten gezamenlijk met de groepsleiding aan een of meerdere groepstafels. Hiervoor worden eerst de tafels schoongemaakt en gedekt. Als alles klaar staat gaan de kinderen tegelijkertijd aan tafel. Kinderen die nog naar de wc moeten, gaan vooraf zodat er zo min mogelijk gelopen hoeft te worden tijdens het eten. De groepsleiding schenkt vervolgens het drinken in. Bij het drinken stimuleren wij, afhankelijk van de leeftijd van het kind, het gebruik van een beker (eventueel met tuit). Als alle kinderen voorzien zijn gaan de groepsleidsters tussen de kinderen zitten om te helpen met het smeren van boterhammen. Wij stimuleren het oudere kind dit zoveel mogelijk zelf te doen. Bij het eten van een broodmaaltijd wordt een vorkje gebruikt. De groepsleiding eet samen met de kinderen en daarbij is voldoende ruimte en tijd voor sociale contacten. Als iedereen klaar is wordt gezamenlijk opgeruimd. De kinderen helpen daarbij waar mogelijk. Langzame eters krijgen iets meer tijd als dat nodig is. Als alles in de keuken staat en de tafels schoongemaakt zijn is er weer ruimte om te spelen.

Snoep, traktaties en andere tussendoortjes
Als er iets te vieren valt wordt er vaak ook iets getrakteerd. In dat geval krijgen alle kinderen iets van de traktatie. Wij vragen iedereen dit binnen normale proporties te houden waarbij te denken valt aan een plakje cake (eventueel wat kinderen nog mogen versieren), een spekje of iets hartigs. Grote snoeprepen, appelflappen of taart is te groot en te veel om als tussendoortje uit te delen. Ook het uitdelen van cadeautjes aan alle kinderen uit de groep is niet nodig, en willen wij liever niet! Houd de traktatie klein, dan zorgen wij voor een groot feest! Het is overigens geen verplichting voor het kind om zijn / haar verjaardag of andere feestelijke gebeurtenis te vieren in de groep. Dit gebeurt alleen als de ouders dit zelf aangeven bij de groepsleiding. U kunt dan tevens overleggen over de traktatie en het aantal kinderen wat verwacht wordt op de dag dat u het wil vieren. Soms is er voor de groepsleiding aanleiding om de kinderen op iets extra’s te trakteren. Dit kan zijn tijdens een uitstapje, een erg warme dag (bijv. een ijsje) of gezellige feestelijke middag. Als laatste willen we nog vermelden dat er soms iets gekookt of gebakken wordt door de kinderen als activiteit. Denk hierbij aan mini worstenbroodjes, koekjes of mini appelflapjes. Na het koken wordt het resultaat uitgedeeld in de groep. Ook hierbij letten wij er op dat de hoeveelheid niet buitensporig groot is en dat alle kinderen die dat willen iets krijgen.

Protocol Voeding 4-12 jaar

Om de gezondheid van kinderen te kunnen waarborgen, is het van belang dat een aantal maatregelen rondom voedingsverzorging worden getroffen die er toe leiden dat de veiligheid van de in de bso verstrekte voeding gegarandeerd is. Hiervoor volgen wij de richtlijnen van de GGD. Enkele belangrijke punten daaruit zijn dat bij de opslag en bereiding van voedsel hygiënisch en veilig wordt gewerkt. Producten die gekoeld bewaard moeten worden gaan direct na levering door onze groothandel in de koeling op de bso-locatie. Producten die te lang buiten de koeling blijven, of om een andere reden besmet kunnen zijn worden direct weggegooid. Er is uiteraard ook controle op de uiterste houdbaarheidsdatum van alle producten en bij twijfel wordt de veilige weg gekozen. Producten die buiten de koeling bewaard kunnen blijven, liggen op een daarvoor aangewezen plaats. Alle materialen en ondergronden die bij de bereiding en gebruik van voeding gebruikt worden zijn hygiënisch schoon en worden na afloop ook zo snel mogelijk gereinigd.

Ontbijt en lunch

Gezond eten levert een belangrijke bijdrage aan een gezond leven. Een gezond eetpatroon is ook de basis voor een gezond gewicht. Over het algemeen geldt een gevarieerd eetpatroon met weinig verzadigd vet en volop groente en fruit als gezond. Elk voedingsmiddel levert verschillende voedingsstoffen in verschillende hoeveelheden. Door gevarieerd te eten, is de kans het grootst dat het lichaam voldoende van alle voedingsstoffen opneemt.

  • Bij de lunch eten de kinderen bruin brood wat aangeboden wordt door ’t Kasteeltje met daarbij het beleg.
  • Het beleg bestaat uit; margarine, paté, smeerkaas, kipfilet, snijworst, ham of kaas.
  • In zoet beleg is er keuze uit vruchtenhagelslag, gestampte muisjes, pindakaas, appelstroop, jam, pasta en hagelslag.
  • Kinderen mogen zelf kiezen welk beleg ze willen, afspraak is wel; niet te dik beleggen/smeren en de eerste boterham mag geen chocoladeproduct zijn (geen pasta / hagelslag).
  • We stimuleren de kinderen om gevarieerd te kiezen uit zowel hartig als zoet beleg.
  • Om te voorkomen dat kinderen tegen elkaar gaan opeten hebben we een richtlijn m.b.t. het aantal boterhammen gekoppeld aan de leeftijd. Zij drinken daarbij tenminste één beker melk / yoghurtdrank, chocomelk of water en mogen daarna als ze willen nog een tweede beker.
  • De kinderen eten minimaal 1 boterham en standaard maximaal 3 boterhammen. Als je ziet dat een kind veel honger heeft en ook lichamelijk veel bezig is of in de groei, kan dat ook een 4e boterham zijn.
  • Soms worden over de hoeveelheid ook afspraken gemaakt met de ouders.
  • Indien uw kind i.v.m. een dieet andere producten gebruikt, dient u dit als ouder zelf mee te brengen.

De kinderen eten gezamenlijk met de groepsleiding aan een of meerdere groepstafels. Hiervoor worden eerst de tafels schoongemaakt en gedekt. Als alles klaar staat gaan de kinderen tegelijkertijd aan tafel. Kinderen die nog naar de wc moeten gaan vooraf zodat er zo min mogelijk gelopen hoeft te worden tijdens het eten. De groepsleiding schenkt vervolgens het drinken in. Als alle kinderen voorzien zijn gaan zij tussen de kinderen zitten om eventueel te helpen met het smeren van boterhammen. Wij stimuleren het kind dit zoveel mogelijk zelf te doen en letten daarbij op de hoeveelheid beleg die het kind gebruikt. De leiding eet samen met de kinderen en daarbij is voldoende ruimte en tijd voor sociale contacten. Als iedereen klaar is wordt gezamenlijk opgeruimd. De kinderen helpen daarbij waar mogelijk. Langzame eters krijgen iets meer tijd als dat nodig is. Als alles in de keuken staat en de tafels schoongemaakt zijn is er weer ruimte om te spelen.

Fruit

Tijdens het verblijf op de opvang krijgen de kinderen vers gesneden fruit. Hierbij is steeds een variatie in het aanbod. Te denken valt aan appels, peren, druiven, mandarijnen, banaan en komkommer. In overleg met onze vaste fruitleverancier wordt bekeken welke fruitsoorten in dat seizoen het best gepresenteerd kunnen worden. Er is altijd keuze uit meerdere soorten en kinderen mogen twee stukken pakken. Is er na het rondgaan door de groep nog fruit over mag natuurlijk meer genomen worden. Gesneden fruit wat over is wordt daarna weggegooid. Wij vinden het belangrijk dat het fruit fris en in voldoende mate gegeten kan worden.

Snoep, traktaties en andere tussendoortjes

Een keer per dag wordt rondgegaan met snoepjes. Hierbij valt te denken aan dropsleuteltjes, colaflesjes, winegums, banaantjes, etc.
De kinderen mogen dan 2 snoepjes kiezen. Kinderen mogen tijdens de bso-tijd geen van thuis meegebrachte tussendoortjes gebruiken, dit om het voor andere kinderen gelijk te houden.
Als er iets te vieren valt wordt er vaak ook iets getrakteerd. In dat geval krijgen alle kinderen iets van de traktatie. Wij vragen iedereen dit binnen normale proporties te houden waarbij te denken valt aan een snoepje of een klein zakje popcorn. Grote snoeprepen, appelflappen of taart is te groot en te veel om als tussendoortje uit te delen. Het is overigens geen verplichting voor het kind om zijn / haar verjaardag of andere feestelijke gebeurtenis te vieren in de groep. Dit gebeurt alleen als de ouders dit zelf aangeven bij de groepsleiding. U kunt dan tevens overleggen over de traktatie en het aantal kinderen wat verwacht wordt op de dag dat u het wil vieren.
In de vakanties is er soms voor de groepsleiding aanleiding om de kinderen op iets extra’s te trakteren. Dit kan zijn tijdens een uitstapje, een erg warme dag (bijv. een ijsje) of gezellige bioscoopmiddag (bijv. popcorn).
Als laatste willen we nog vermelden dat er soms iets gekookt of gebakken wordt door de kinderen als activiteit.
Denk hierbij aan mini worstenbroodjes, pizza-tjes, koekjes of appelflapjes. Na het koken wordt het resultaat uitgedeeld in de groep.
Ook hierbij letten wij er op dat de hoeveelheid niet buitensporig groot is en dat alle kinderen die dat willen iets krijgen.

Privacybeleid (AVG)

Kindercentrum ‘t Kasteeltje hecht veel waarde aan de bescherming van uw persoonsgegevens. In het privacy beleid willen we heldere en transparante informatie geven over hoe wij omgaan met persoonsgegevens. Voor de volledige tekst verwijzen we naar de Privacy Policy op www.t-kasteeltje.nl
Wij doen er alles aan om de privacy van u en uw kind(-eren) te waarborgen en gaan daarom zorgvuldig om met persoonsgegevens. Kindercentrum ‘t Kasteeltje houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Dit brengt met zich mee dat wij in ieder geval:

  • de persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met het doel waarvoor deze zijn verstrekt, deze doelen en type persoonsgegevens zijn beschreven in het privacy beleid.
  • verwerking van de persoonsgegevens beperkt blijft tot enkel die gegevens welke minimaal nodig zijn voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
  • vragen om uw uitdrukkelijke toestemming als wij deze nodig hebben voor de verwerking van de persoonsgegevens.
  • passende technische en/of organisatorische maatregelen hebben genomen zodat de beveiliging van de persoonsgegevens gewaarborgd is.
  • geen persoonsgegevens doorgeven aan andere partijen, tenzij dit nodig is voor uitvoering van de doeleinden waarvoor ze zijn verstrekt.
  • op de hoogte zijn van de rechten omtrent persoonsgegevens, u hier op willen wijzen en deze respecteren.

Als Kindercentrum ‘t Kasteeltje zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens. Indien u na het doornemen van ons privacy beleid op www.t-kasteeltje.nl, of in algemenere zin, vragen hebt hierover of contact met ons wenst op te nemen kan dit via
Jennie Tasseron; 073-6841160 Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Foto en / of video-opnames van uw kind tijdens het verblijf op het Kindercentrum en / of bij activiteiten.

Het maken van video-opnames is binnen het gehele kindercentrum niet toegestaan omdat wij van mening zijn dat bewegende beelden met geluid in grotere inbreuk kunnen vormen op de privacy van kinderen en leidsters dan foto’s.
Wel worden regelmatig door groepsleiding en eventueel aanwezige ouders foto’s gemaakt tijdens verschillende gelegenheden, bijvoorbeeld tijdens uitstapjes, verjaardagen, Kerstmis of Sinterklaas. Deze foto’s zijn nadrukkelijk bedoeld voor privé-doeleinden en / of publicatie op de website / informatiemateriaal van Kindercentrum ’t Kasteeltje.
Foto’s die door ons gepubliceerd worden op onze website, dan wel in informatiemateriaal, worden vooraf beoordeeld op de inhoud. Wij letten er daarbij op dat er geen foto’s gepubliceerd worden die volgens algemeen geldende normen belastend kunnen zijn voor uw kind.
Mocht U ondanks onze zorgvuldige selectie bij publicatie toch beeldmateriaal van uw kind tegenkomen, waar U het niet mee eens kunt zijn, laat het ons dan DIRECT weten via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Wij dragen er dan zorg voor dat dit beeldmateriaal niet meer gebruikt wordt of, indien mogelijk, zo snel mogelijk verwijderd wordt.
Indien u bezwaar heeft dat uw kind op foto’s te zien is, dient u ons dat kenbaar te maken via het formulier “Foto’s en Privacy”.
Indien er op het Kindercentrum foto’s of video-opnames gemaakt ten behoeve van bijvoorbeeld commerciële doeleinden of een documentaire wordt u daarvan door ons op de hoogte gebracht. Vanzelfsprekend zullen wij u daarvoor apart om toestemming vragen.
Als laatste kan het zijn dat op uw locatie observatiecamera’s aanwezig zijn. Deze zijn alleen bedoeld om het toezicht op hoeken, deuren en ruimtes te kunnen houden vanuit een centrale ruimte waar de groepsleiding aanwezig is. Dit beeldmateriaal wordt niet langdurig opgeslagen en / of bewaard.

Video-opnames van uw kind tijdens het verblijf op het Kindercentrum en / of bij activiteiten voor VIB-doeleinden

Het maken van video-opnames is binnen het gehele kindercentrum niet toegestaan. Een uitzondering hierop zijn video-opnames die gemaakt worden door onze eigen organisatie voor de Video-Interactie-Begeleiding, kortweg VIB. VIB maakt deel uit van het kwaliteits-beleid en heeft als doel de leidster heel specifiek naar de initiatieven (signalen) van kinderen te laten kijken en ze daar op in te leren spelen, zodat de leidsters nog beter kan aansluiten bij de behoeftes van het kind en de interactie tussen leidster en kind verbeterd wordt.
Een VIB-traject bestaat uit 1 film moment tussen spelende kinderen en 3 film momenten met een leidster en kind(eren).
Dit kan zijn tijdens de verzorging, het eten of een spelmoment.
Hierna kijkt de begeleidster (VIB'er) met de leidster de video-opname terug. Ze laat aan de hand van de beelden zien welke signalen het kind of leidster geeft. Deze signalen zijn soms zo klein dat ze zonder het stilstaande beeld van de video niet te zien zijn. Deze trajecten worden altijd begeleid door onze eigen kwaliteits-medewerkster. Zij maakt de opnames, bespreekt deze met de medewerkster en draagt er zorg voor dat opnames alleen voor trainingsdoeleinden binnen onze organisatie gebruikt worden. Opnames worden niet langer opgeslagen dan voor VIB-doelen nodig zijn.


Beleidsplan 0-4

Visie van Kindercentrum 't Kasteeltje

Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op de eerste plaats veilig en thuis voelt. De kinderdagopvang moet een verlengstuk van de thuissituatie zijn, met extra mogelijkheden zoals het spelen met andere kinderen en met andere (ontwikkelings-) materialen. Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de ruimte om zich te ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding en andere kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen identiteit en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op aanpassen. Om dit alles goed te laten verlopen, wordt veel belang gehecht aan een goede afstemming tussen ouders en het team van de kinderdagopvang. We vinden het van belang dat op een evenwichtige, bij de leeftijd passende wijze aandacht is voor de 5 basisbehoeften van het kind.

  • Sociaal-emotionele basisbehoeften: De kinderen moeten het gevoel hebben dat ze gezien en gehoord worden en dat de leidster hen kent. Een veilige, warme betrouwbare relatie tussen kind en leidster is daarbij van belang. Zij geven emotionele steun en veiligheid door de omgeving te structureren, duidelijke regels te hanteren en met vaste gewoontes en rituelen een voorspelbare en vertrouwde omgeving te creëren. In die omgeving is ook plaats voor de behoefte aan privacy bij kinderen. Een plekje om even uit te rusten, zich even terug te trekken of om op te gaan in het eigen spel zonder dat andere kinderen of leidsters je daarbij storen. Dit wordt bereikt door op een ontspannen, ongedwongen manier met de kinderen om te gaan en de kinderen te leren zo ook met elkaar om te gaan. Per groep zijn vaste leidsters aanwezig, zodat er een goede vertrouwens- en hechtheidsrelatie met de kinderen (en hun ouders) opgebouwd kan worden. Verder proberen we de samenstelling van de groep zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar beter te leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
  • Morele basisbehoefte: Op het gebied van de morele ontwikkeling streven wij er naar steeds dezelfde regels, waarden en normen te hanteren en voor te leven, zonder daarin te star te willen zijn. We kijken daarbij steeds naar de groep, het individuele kind en de mogelijkheden van het moment. Waar mogelijk nodigen we de kinderen uit om waarden en normen samen te bepalen, waar nodig bieden we duidelijkheid en structuur door ze vast te leggen en te bespreken met het kind.
  • Lichamelijke basisbehoefte: Naast de goede lichamelijke verzorging zoals eten, drinken, slapen en hygiëne is ook de basisbehoefte van bewegen en bewegingsvrijheid belangrijk in het dagelijkse handelen op onze kinderdagopvang. Het vaste ritme van samen spelen, begeleide activiteiten, eten, drinken, slapen, verschonen en naar het toilet gaan wordt afgewisseld met vrij bewegen en buitenspelen om zo een balans te bieden tussen rust en activiteiten. Daarbij wordt ook gekeken naar het individuele kind, zijn ontwikkeling en behoeften.
  • Cognitieve basisbehoefte: In die ontwikkeling kijken we ook naar de cognitieve basisbehoeften van het kind. Kinderen leren actief met hun hele lijf en hoofd; ze leren vanuit emotionele betrokkenheid. In het leren door doen en spelen staat plezier voorop, door te zorgen voor een uitdagende omgeving en passende activiteiten proberen we het kind te stimuleren.
  • Communicatieve en creatieve basisbehoefte: Contact maken met elkaar, jezelf uit kunnen drukken, zingen, dansen, muziek maken, doen-als-of-spel, verven, kleien en andere vormen van creatieve expressie maken deel uit van het dagprogramma. Ook hier heeft ieder kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden waar leidsters hun benaderingswijze op aan passen. We stimuleren kinderen regelmatig door voor hen nog onbekende dingen te ondernemen, maar bieden ze ook de mogelijkheid om voor het vertrouwde en veilige te kiezen. Door dit op een uitnodigende manier te presenteren willen we kinderen aanmoedigen samen op onderzoek uit te gaan.

Kernbegrippen in onze pedagogische taak zijn:

  • Relatie: het gevoel welkom te zijn en kunnen rekenen op hulp en steun als dat nodig is. Zowel tussen leidsters en het kind, kinderen onderling, leidsters onderling en de relatie met ouders. We willen kinderen laten ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met hen willen spelen. Een goede relatie tussen leidsters en ouders is belangrijk voor een open communicatie over het kind. De breng- en haalgesprekken van iedere dag zijn hiervoor van groot belang. Indien de ouder behoefte heeft aan het verkrijgen van meer informatie over haar / zijn kind, kan vanzelfsprekend een afspraak gemaakt worden met de desbetreffende groepsleidster
  • Competentie: voor vol worden aangezien. We willen kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten en situaties af te stemmen op hun leeftijd en mogelijkheden.
  • Autonomie: om zich veilig te voelen krijgen de kinderen ook eigen ruimte om te experimenteren en hun gang te gaan. ‘Zelf doen’ is een basale basisbehoefte van kinderen. Leidsters geven kinderen daarom de kans om dingen zelf te doen en te leren. Dreumesen leren naar de wc te gaan en hun handen te wassen, peuters willen zelf hun boterham smeren en eten; jonge kinderen willen alles graag zelf leren doen, het verlangen naar zelfredzaamheid.

Intake en wennen op de Kinderdagopvang

Het eerste bezoek aan de kinderdagopvang is voor een kind en ouder een bijzondere belevenis.
Tijdig voor de eerste keer dat uw kind op de kinderdagopvang komt kunt u een intakegesprek aanvragen. Hierin kunnen wij meer informatie geven over de verschillende mogelijkheden binnen het Kindercentrum. U kunt de sfeer proeven op de groep en uw vragen stellen. Bij voorkeur vinden deze gesprekken plaats op de groep van uw keuze. Omdat de groepsleiding overdag hun aandacht aan de kinderen wil geven, worden deze gesprekken vaak overdag in de slaaptijden gepland. Dit is tussen 13.30u en 14.30u. Mocht dit echter niet mogelijk zijn, kan in overleg ook gekozen worden voor een ander tijdstip.

Op het moment dat er een contract voor uw kind is opgesteld en bekend is op welke groep uw kind is geplaatst, krijgt u vanuit de groep een uitnodiging om samen met uw kind kennis te komen maken. Dit is meestal ongeveer 2 weken voor de start van de kinderdagopvang.

In het kennismakingsgesprek wordt gevraagd naar voor de opvang benodigde specifieke gegevens van uw kind zoals eventuele allergieën, diëten, medische informatie en / of extra zorg op het sociaal-emotionele vlak. Door het invullen van een Kennismakingsformulier worden alle belangrijke zaken over uw kind vastgelegd. Denk hierbij aan slaap, eet- en drinktijden, maar ook aan gezinssamenstelling en gewoontes bij het slapen gaan. Indien u dat wenst kunt u een wenochtend of middag aanvragen. Uw kind komt dan 3 uur op de groep spelen en raakt zo vertrouwd met het afscheid nemen en spelen met de andere kinderen en groepsleiding.

In de beginperiode kunnen kind en ouders rekenen op extra aandacht van de leiding om zo snel mogelijk vertrouwd te raken met de andere kinderen in de groep en de activiteiten die ze kunnen ondernemen. Ouders kunnen tussendoor altijd de groep bellen voor informatie. Dreumesen en peuters krijgen extra begeleiding in het ontdekken van de groepsgenoten en groepsruimtes met de vaste gewoontes. Afhankelijk van het veilig voelen van de kinderen blijft de groepsleiding extra ondersteuning geven, totdat de kinderen zich vrij in de groep voelen. Bij de baby’s is het belangrijk zo snel mogelijk een vertrouwensband te krijgen, zodat de kinderen zich veilig voelen bij de leiding. De overdracht en goede communicatie tussen ouders en groepsleiding is hierin van groot belang en heeft in de eerste periode onze extra aandacht.

Bij ziekte en afmelden

Indien uw kind door ziekte of om een andere reden niet naar de kinderdagopvang kan komen, verzoeken wij u dit door te geven aan onze Administratie KDV (dus niet bij uw locatie). Onze administratie draagt er vervolgens zorg voor dat de afmelding bekend is bij de groepsleiding. Administratie KDV: 073-6841160, bereikbaar vanaf 07.30u of per email Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Indien u doorverbonden wordt met het antwoordapparaat kunt u de afmelding gewoon inspreken.
De dagen waarop wij voor uw kind een plaats gereserveerd hebben volgens vast contract of afspraak worden ook bij ziek- of afmelding normaal gefactureerd. Alleen indien u 24 uur van te voren aan kunt geven dat u geen gebruik gaat maken van de contractdag, kunt u deze wisselen volgens de regeling zoals beschreven bij Incidenteel ruilen van contractdagen

Hoe gaan wij om met ziekte bij kinderen? 

De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan komen / blijven wordt in principe genomen door de groepsleiding. Hierbij hanteren wij de richtlijnen die de GGD hiervoor aangeeft, en bij twijfel wordt de GGD om advies gevraagd. Het belang van het zieke kind staat hierbij voorop, maar er moet ook rekening worden gehouden met het belang van de andere kinderen en de groepsleiding zelf. Een kind dat zich ziek voelt en niet met het normale dagprogramma mee kan doen, kan beter niet op het kindercentrum blijven. Er zijn op het kindercentrum nauwelijks mogelijkheden om aan een ziek kind de noodzakelijke extra aandacht te geven.Ook de belasting voor de groepsleidsters kan een reden zijn om het kind te laten ophalen. Tot slot kan bij besmettelijke ziekten de bescherming van de gezondheid van de groepsgenoten een reden zijn om het kind niet toe te laten. Het om deze reden weren van zieke kinderen gebeurt echter alleen bij enkele zeer ernstige infectieziekten en altijd in overeenstemming met de richtlijnen van de GGD.

Wanneer mag uw kind de kinderdagopvang niet bezoeken

  • Koorts is niet de enige maatstaf. Hierbij spelen ook factoren een rol zoals hoe het kind zich voelt, of het reageert op medicatie, of hoe lang de koorts zich al voor doet. Wanneer uw kind ’s morgens thuis 38 graden of hoger koorts heeft, adviseren wij u maatregelen te treffen zodat uw kind te allen tijde door u of een bekende opgehaald kan worden. De praktijk wijst uit dat de koorts in de loop van de dag vaak oploopt.
  • Wanneer uw kind hangerig en / of lusteloos is en daardoor niet meer kan deelnemen aan het groepsgebeuren en uw kind daar ook zelf zichtbaar last van ondervindt.
  • Wanneer uw kind dusdanige extra zorg nodig heeft dat daardoor de begeleiding van uw kind en andere kinderen in het gedrang komt.
  • Bij besmettelijke ziekten, waarbij andere kinderen of volwassenen gevaar lopen. De ziekten waarbij dit van toepassing is, zijn opgenomen in de gezondheidswijzer. In geval van twijfel zal de leidster contact opnemen met de GGD. In enkele gevallen hebben wij een meldingsplicht over de aard van de ziekte aan de GGD.

Wat doen wij in geval van ziekte tijdens het verblijf

  • Wanneer u uw kind ziek komt brengen informeren wij naar de aard van de ziekte. Tevens vragen wij wie het kind op kan komen halen als het onverantwoord is om de zorg voor het kind langer op ons te nemen.
  • Wanneer uw kind ziek wordt tijdens de opvang zal de groepsleidster telefonisch contact met u opnemen. Afhankelijk van de mate van ziek zijn, spreekt de groepsleidster met u af of uw kind opgehaald moet worden.
  • Wanneer uw kind op de opvang kan blijven, maakt de groepsleidster afspraken met u over de wijze van contact houden.
  • Wanneer uw kind een infectieziekte heeft en er zijn voorzorgsmaatregelen te treffen, verwachten wij dat u die treft.
    Bijvoorbeeld door het afplakken van smetplekken. Bij een schimmelinfectie vragen wij u om een arts te raadplegen.
  • Voor ziekten veroorzaakt door parasieten (mijten, luizen, wormpjes) vragen wij u om uw kind te behandelen. Mochten wij dit op de kinderdagopvang ontdekken dan bellen wij u op en vragen wij u om uw kind thuis te behandelen.
    Uw kind mag in principe daarna weer terug komen, mits hij of zij geen andere kinderen meer kan besmetten.
  • Wanneer er een besmettelijke ziekte geconstateerd is bij andere kinderen brengen wij u op de hoogte door een brief op de deur(en) te hangen met daarop informatie over de ziekte.
  • Hoe wij omgaan met het toedienen van medicijnen en medisch handelen leest u in het gezondheidsbeleid

Wat verwachten wij van de ouders

  • Dat kinderen het inentingsprogramma volgen. Wanneer dit niet het geval is dient u dit aan te geven op het inschrijfformulier bij bijzonderheden.
  • Wij vragen u om telefoonnummers door te geven waar we u kunnen bereiken. Ook vragen wij om een extra nummer in geval van nood. Daarnaast vragen wij om aan te geven wie de huisarts is, zodat wij in geval van nood altijd de eigen huisarts kunnen raadplegen.
  • Wanneer uw kind “ziek” is, maar zich goed genoeg voelt om naar de kinderdagopvang te komen, is uw kind welkom.
    Wel observeren wij uw kind, zoals hieronder staat omschreven.

Kijken naar het hele kind 

Bij (vermoeden van) ziekten en om een inschatting te maken over de mate van ziek zijn zal de groepsleidster kijken naar de algehele toestand van het kind en niet uitsluitend naar een enkel symptoom. Daardoor is het toch mogelijk om licht zieke kinderen toe te laten op de kinderdagopvang, op een verantwoorde en werkbare manier en kan de groepsleidster een juiste beslissing nemen als opvang niet meer verantwoord is. De leidster observeert o.a.:

  • eet, drink en slaapgedrag.
  • of er sprake is van verhoging, ze maakt daarbij gebruik van een rectaalthermometer.
  • speelgedrag, sociale contacten en deelname aan het groepsgebeuren, bij baby’s zal de groepsleidster extra goed letten op lichaamstaal zoals huilen, contact en beweeglijkheid.
  • klachten die een kind aangeeft zoals buik en hoofdpijn.
  • of er sprake is van diarree en / of overgeven.

Wanneer wordt er een huisarts ingeschakeld? 

In principe is bij ziekte van een kind de ouder degene die de huisarts inschakelt. Alleen als er acuut gevaar dreigt schakelen we vanuit het kindercentrum direct een arts in.
Voorbeelden van dergelijke gevallen zijn:

  • een kind dat het plotseling benauwd krijgt.
  • een kind dat bewusteloos raakt of niet meer op je reageert.
  • een kind met plotselinge erg hoge koorts.
  • ongevallen.

Brengen en ophalen

Brengen

U kunt uw kind vanaf 07.30u op ieder gewenst tijdstip brengen. U bent bij het brengen verantwoordelijk voor uw kind tot uw vertrek, wij wijzen u erop dat wij de verantwoordelijkheid pas over kunnen nemen nadat we er redelijkerwijs van mogen uitgaan dat de overdracht van verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk heeft plaats gevonden.

Ophalen

  • U kunt uw kind bij ons op ieder gewenst moment tot 18.00u ophalen.
  • Indien u uw kind door iemand anders op laat halen, moet u dat van te voren kenbaar maken.
  • Wij mogen uw kind niet meegeven aan een bij ons onbekende persoon, als dat niet nadrukkelijk bij ons gemeld is.
  • Wanneer er regelmatig een andere, vaste, persoon uw kind komt ophalen, dient u het formulier “Toestemming Ophalen Kinderen” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding.
  • Dit formulier kunt u downloaden op onze website www.t-kasteeltje.nl onder [formulieren] of vraag ernaar bij de groepsleiding.
  • Mocht u in een onverwachte situatie komen waardoor u uw kind niet zelf op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van uw kind te bellen om door te geven wie uw kind wel op komt halen. 

Vervoersregeling

De peuters die ons Kindercentrum bezoeken gaan soms mee op kleine uitstapjes in de buurt van hun locatie. In principe is dat altijd op loopafstand en gaat de bolderkar mee. Denk hierbij aan een bezoek aan het bejaardenhuis voor een speel uurtje, naar de beestjes in het hertenparkje of kleine boodschappen doen in een winkel vlakbij het kindercentrum. Het kan voor komen dat door slecht weer vervoer in auto’s / bussen nodig is. Vandaar dat wij hier onze vervoersregeling toelichten. De vervoersregeling is van toepassing op alle situaties waarin wij uw kind vervoeren.
Het vervoer kan op 2 manieren plaats vinden:
Vervoer met auto’s van medewerkers van Kindercentrum ’t Kasteeltje
Vervoer in taxibussen van Kindercentrum ’t Kasteeltje

In alle gevallen geldt dat:

  • de chauffeur een medewerker van Kindercentrum ’t Kasteeltje is en in bezit is van een Verklaring Omtrent Gedrag.
  • er een inzittendenverzekering is voor alle inzittenden.
  • het vervoer voldoet aan de wettelijke regels en voorschriften.

Uiteraard houden wij ons aan de wettelijke regels, waaronder:

  • alle inzittenden zijn verplicht een gordel te dragen.
  • er worden nooit meer kinderen in een voertuig vervoerd dan dat er zitplaatsen met gordel zijn.
  • bij voorkeur zitten de kinderen achter in de auto, indien alle zitplaatsen nodig zijn zitten de grootste kinderen voorin.
  • kinderen kleiner dan 1,35 m moeten een autostoeltje of zittingverhoger gebruiken.

Informatie en informatie-uitwisseling

Beleidsplan

Alle informatie over het beleid op de kinderdagopvang van Kindercentrum ’t Kasteeltje vindt u op dit deel van de website terug. Wij hopen u zo een gedetailleerd en adequaat mogelijk beeld van de praktijk te geven. Het beleidsplan wordt indien nodig of wenselijk aangepast en actueel gehouden. Iedere wijziging wordt besproken binnen de organisatie en ter goedkeuring voorgelegd aan de centrale oudercommissie. Na goedkeurig wordt een nieuwe versie gepubliceerd. U ontvangt daarvan per email bericht.

  • Het beleidsplan wordt in tekst gepubliceerd op onze website www.t-kasteeltje.nl. 
  • Op alle locaties ligt op de groepen de meest actuele versie van het beleidsplan ter inzage.
  • Natuurlijk kunt u het beleidsplan ook in een papieren versie aanvragen op de Administratie.

Informatie over de groep waar uw kind in zit

Tijdens het intake gesprek en de rondleiding op de locatie waar uw kind naar toe gaat krijgt u van ons de informatie over de specifieke kenmerken van de basisgroep.
Denk hierbij aan:

  • het maximale aantal kinderen wat op de groep aanwezig kan zijn.
  • het te verwachten aantal kinderen op die groep gezien de actuele samenstelling van de groep.
  • de samenstelling van de groep qua leeftijd.
  • welke leidsters op die groep aanwezig zijn tijdens de dag(-en) van uw keuze

De locatiespecifieke informatie met betrekking tot de samenstelling van de groep, maximale aantal kinderen, het gebouw, de binnen- en buitenruimte en de omgeving waarin de locatie staat kunt u lezen bij Specifieke informatie over het gebouw, binnen- en buitenruimte en ligging per locatie. Tijdens het intake gesprek en de rondleiding is natuurlijk ook alle ruimte om vragen te stellen. 

Inzage in inspectierapporten van de GGD

De rijksoverheid stelt aan kindercentra kwaliteitseisen op het gebied van ouderinspraak, personeel, veiligheid en gezondheid, accommodatie en inrichting, groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio, pedagogisch beleid en pedagogische praktijk en klachten.Het kindercentrum is verantwoordelijk voor het leveren van kwalitatief goede kinderopvang. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op die kwaliteit en schakelt voor het uitvoeren van de inspectie de GGD als toezichthouder in. In opdracht van de gemeente beoordeelt de GGD de kwaliteit van het kindercentrum. Om de kwaliteit te kunnen beoordelen heeft de rijksoverheid regels in de Wet kinderopvang en in de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang geformuleerd. Om te kunnen beoordelen of aan deze regels wordt voldaan, is een toetsingskader opgesteld. Hierin staan alle zaken waarover de toezichthouder informatie verzamelt én een oordeel geeft.
De bevindingen van het inspectiebezoek staan in dit inspectierapport. De GGD overlegt eerst met de houder van het kindercentrum over de inhoud van het conceptrapport. De GGD vermeldt de zienswijze van de houder in het rapport.
De rapportages van de uitgevoerde inspecties zijn openbaar. U kunt de inspectierapporten met betrekking tot Kindercentrum ’t Kasteeltje lezen op www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

Informatie over actuele zaken per locatie

Natuurlijk zijn er lopende het jaar tal van zaken waarover u graag geïnformeerd wilt worden. Informatie over thema’s waarmee de kinderen op de kinderdagopvang werken, nieuwe leidsters, veranderingen in de groep of leuke activiteiten die gedaan zijn of in de komende weken gedaan worden. Op alle locaties is op een vaste plaats een prikbord waarop u deze informatie kunt lezen. Bij het brengen en / of halen van uw kind kunt u hier dus helemaal op de hoogte blijven. Belangrijke informatie ontvangt u per email. Er is geen vaste nieuwsbrief op gezette tijden. Op de website vindt u een kopje Actuele Informatie. Hier publiceren wij informatie die voor iedereen leuk en / of interessant kan zijn.

Informatie over uw kind

Voor de baby is het van belang dat de relatie tussen ouder en dagelijkse leidster optimaal is. Kinderen zijn afhankelijk van de communicatie tussen ouder en leidster, omdat ze zelf nog niet veel kunnen aangeven. Alle bijzonderheden voor de komende dag die de ouder aangeeft worden genoteerd op de daglijsten die van de kinderen van 0 tot 1 jaar worden bijgehouden. De leidsters noteren hier gedurende de dag de informatie over ieder kind waaronder slapentijden, wat er aan voeding is gedronken en verder alle bijzonderheden die er te melden zijn. Op het einde van de dag vindt er een kort gesprekje plaats over hoe de dag verlopen is en wat voor gebeurtenissen er zijn geweest. Voor de kinderen van 1 tot 4 jaar worden de slaaptijden bijgehouden. Alle activiteiten die er door de dag heen gedaan zijn worden op het informatiebord per groep beschreven. U kunt op het eind van de dag altijd lezen hoe de dag is verlopen. Als u vragen heeft of ergens iets meer van wilt weten, is er altijd tijd voor een kort gesprek. Er worden observatieformulieren gebruikt waarmee wij gericht kijken hoe uw kind zich in de groep ontwikkelt en waar voor de groepsleiding aandachtspunten liggen in de begeleiding van uw kind. Als ouder(s) en / of leidsters daar behoefte aan hebben wordt een gesprek gepland. Dit gesprek is naar aanleiding van de peilpunten op de Pravoo-lijsten (zie hieronder bij Pravoo-volgsysteem). U kunt hier gebruik van maken. Mocht u zelf op ieder ander tijdstip wensen hebben om over uw kind in gesprek te gaan kan daar altijd een afspraak voor worden gemaakt.

Doorgaande ontwikkellijn & extra ondersteuning.

Wij willen dat een kind zich prettig voelt en zich optimaal kan ontwikkelen. Goede communicatie tussen leidsters en ouders is daarbij een belangrijke basis. Soms ontdekken we bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of signaleren we problemen. Deze zorgen of dingen die ons opvallen worden altijd met u besproken, hetzij in een breng- of haal-moment of we maken een afspraak voor een wat uitgebreider gesprek met u op een ander tijdstip. Natuurlijk kan het ook zijn dat ouders vragen hebben of iets opvalt in de ontwikkeling van het kind. Ook dan is er altijd de mogelijkheid om daar samen over te praten. We kunnen hierin een beroep doen op onze eigen kwaliteitsmedewerker die meekijkt naar de ontwikkeling van uw kind. Samen met de ouders kunnen we hulp vragen bij externe zorgaanbieders zoals het consultatiebureau, fysiotherapie of logopedie. Van de meest voorkomende samenwerkingen geven we hieronder een korte beschrijving. Natuurlijk vraagt iedere situatie om een eigen aanpak en invulling; goed om te weten dat we dat altijd samen met ouder en leidster kunnen doen, en dat onze kwaliteitsmedewerker op de hoogte is van zorgaanbieders is de omgeving

Overdrachtsformulier

In verband met de overdracht van informatie over de ontwikkeling van uw kind richting de basisschool zal op de kinderdagopvang een observatie gemaakt worden door de groepsleidsters. Hierbij maken we gebruik van het Pravoo-volgsysteem.

Pravoo-volgsysteem

De kinderdagopvang in de gemeente Sint-Michielsgestel en Vught werkt met het Pravoo-peutervolgsysteem. In het kort houdt het Pravoo-peutervolgsysteem het volgende in: Elk kind heeft zijn of haar eigen ontwikkelingsboekje met daarin in één oogopslag de gehele ontwikkeling van de peuter vanaf de binnenkomst tot de overgang naar groep 1 van de basisschool.
Het peutervolgsysteem is een gerenommeerd systeem waarmee de ontwikkeling van de peuter zeer goed in kaart gebracht kan worden. De score lijsten bestaan uit 9 hoofdcategorieën: Binnenkomst – Spelen – Werken – Kringactiviteiten - Sociaal-emotioneel gedrag - Taal - Motoriek - Zintuiglijke waarneming – Zelfredzaamheid. Heeft u vragen over het peutervolgsysteem dan kunt u altijd bij ons om nadere informatie vragen.
De observaties worden gedaan als uw kind 2 jaar, 3 jaar en 3 jaar en 10 maanden is. De scorelijst wordt gedurende het verblijf van uw kind zoveel mogelijk door dezelfde leidster ingevuld.

Warme overdracht

Er vindt ook een warme overdracht plaats, dit betekent dat er over ieder kind vanuit de kinderdagopvang naar de basisschool gaat een gesprek plaats vindt tussen de leidster van de kinderdagopvang en de interne begeleider van de basisschool. Het initiatief hiervoor ligt bij de basisschool. Bij inschrijving op de basisschool wordt u gevraagd toestemming te geven voor de warme overdracht om zo goed mogelijk bij uw kind aan te sluiten op het moment dat uw kind naar de basisschool gaat. Alleen als u daar toestemming voor heeft gegeven zal de informatie zoals met u besproken en beschreven op het Pravoo observatie formulier overgedragen worden aan de Intern Begeleider van de basisschool. Wij melden aan u wanneer bij ons bekend is dat uw kind besproken gaat worden.

Samenwerking Consultatiebureaus Vught & Sint-Michielsgestel

Vanuit de consultatiebureaus zijn er zorgteams gemaakt. Met het vormen van een zorgteam wordt er ook gestreefd naar een betere samenwerking tussen de diverse kindercentra en consultatiebureaus. Kindercentrum ’t Kasteeltje heeft een samenwerking met de bureaus in Vught en Sint-Michielsgestel

Doel van het zorgteam

Het doel van het zorgteam 0-4 is te komen tot vroegtijdige signalering van kinderen met cognitieve, emotionele en/of psychosociale problematiek. Daarnaast heeft het zorgteam ten doel het kind naar de juiste instantie door te verwijzen waar hulp geboden kan worden. Leidsters en pedagogisch medewerkers zijn voldoende vaardig in de signalering van problematiek en kunnen daarnaar handelen.
Uitgangspunt is dat alle kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, ondersteuning en hulp krijgen bij belemmeringen in de ontwikkeling en dat kinderen en hun ouders passende hulp krijgen bij problemen. Het zorgteam bereikt dit door samenwerking en het uitgangspunt is zorg aan te bieden onder het motto ‘zoveel als nodig, niet meer dan noodzakelijk’

Werkwijze van het zorgteam

Een zorgteam bestaat altijd uit de jeugdverpleegkundige (verpleegkundige in de jeugdgezondheidszorg) en een leidster / pedagogisch medewerker. Het zorgteam kan richting andere professionals adviseren. Kinderen kunnen aangemeld worden vanuit de peuterspeelzaal / het kinderdagverblijf of vanuit de jeugdverpleegkundige.

In de praktijk

In de praktijk van ’t Kasteeltje betekent dit dat de leidsters met de ouders de zorgen van hun kind zullen bespreken. Ook zullen de leidsters bij de kwaliteitsmedewerker aangeven wanneer ze zich zorgen maken. De kwaliteitsmedewerker zal samen met de leidsters kijken wat de leidsters op de groep nog meer / anders kunnen aanbieden aan het kind zodat het gestimuleerd wordt om zich te ontwikkelen. Mocht dit nog te weinig vooruitgang bieden dan wordt er aan ouders toestemming gevraagd om de zorgen ook bij het consultatiebureau neer te leggen. Deze informatie uitwisseling gebeurt dan in eerste instantie via de kwaliteitsmedewerker. Zodra de jeugdverpleegkundige verdere acties wil ondernemen (na afstemming met de ouders) zal dit weer via de vaste leidsters op de groep gaan. Ouders worden door de leidsters altijd op de hoogte gehouden over de voortgang, adviezen of andere relevante informatie over hun kind. Bij deze vorm van samenwerking met het consultatiebureau is altijd toestemming van de ouders nodig.

In de praktijk zal het ook voorkomen dat we als leidsters en kwaliteitsmedewerker ontoereikende kennis hebben om een kind in een bepaalde situatie verder kunnen stimuleren in zijn / haar ontwikkeling. Dit zal ook met ouders gecommuniceerd worden. In dit geval kunnen we de casus anoniem (zonder persoonsgegevens) inbrengen bij het zorgteam. Dit is dan voor advies hoe als leidsters om te gaan met een dergelijke situatie. Het zorgteam kan dan hierin ook alleen maar adviserend zijn. Voor deze informatie inwinning is geen toestemming nodig van ouders.

Mocht u nog vragen hebben over deze samenwerking, kunt u zich richten tot onze kwaliteitsmedewerker:
Marlies Welvaarts
073-6841160 (di-wo-do)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Samenwerking Fysiotherapie & Logopedie

Kindercentrum ’t Kasteeltje is een samenwerking aangegaan met vaste Fysiotherapeuten en Logopedisten. De contacten die we nu hebben lopen is met de praktijk Kinderfysiotherapie/kinderlogopedie Vught. De vraag voor samenwerking is van twee kanten gekomen, enerzijds vanuit kindercentrum ’t Kasteeltje en anderzijds vanuit Kinderfysiotherapie/logopedie Vught.
Vanuit ’t Kasteeltje is de vraag tot meer samenwerking gekomen omdat we merken dat we op deze gebieden kennistekort hadden. We signaleren wel vaak motorische of spraaktaal achterstanden / opvallend heden maar hebben niet de kennis in huis om dit goed te stimuleren. Hiervoor willen we de expertise van deze disciplines gebruiken, zij komen dan op onze vraag om ons tips en adviezen te geven met betrekking tot dat kind. Hierbij kan dan eventuele vroegsignalering zijn door de fysiotherapie / logopedie wat kan leiden tot een doorverwijzing.

We willen dus graag laagdrempelig gebruik kunnen maken van hun expertise. Op het moment dat leidsters vragen hebben over een kind met motorische opvallend heden en of spraak / taal opvallend heden worden deze besproken met Marlies (kwaliteitsmedewerkster). Op het moment dat alle ideeën / aanpakken / stimulaties zijn geprobeerd, die binnen onze kennis en kunde liggen, geen tot weinig effect hebben, raadplegen we de fysiotherapeute / logopediste. Afhankelijk van de vraag kunnen deze disciplines beslissen om mondeling / telefonisch advies te komen geven, of naar de locatie te komen om het kind te zien en na observatie een passend advies aan de leidsters te geven. De fysiotherapeute / logopediste komt dan echt voor ondersteuning van de leidsters, hiervoor is geen toestemming van de ouders nodig.

In deze beschreven situatie worden ouders vanaf het begin betrokken, ouders worden op de hoogte gehouden van de observaties maar ook van de manieren die zijn geprobeerd, ook wanneer de leidsters de expertise inroepen van Marlies en van de fysiotherapeute / logopediste. Mocht de fysiotherapeute / logopediste doorverwijzing nodig achten dan zullen wij de ouders dit mededelen met de motivatie van, en hoe in contact te komen met de fysiotherapeute en logopediste. Het blijft dan natuurlijk de keus van ouders wat zij met deze informatie doen.

Om een goede samenwerking te kunnen bewerkstelligen is het prettig als ouders aangeven wanneer hun kind bij de fysiotherapie / logopedie bekend is. Maar fysiotherapie / logopedie overlegt ook met ouders of zij de betreffende locatie mogen bellen dat het kind bij hen bekend is. Dit kan de samenwerking en daardoor ook de ontwikkeling van het kind alleen maar ten goede komen.

Mocht u nog vragen hebben over deze samenwerking, kunt u zich richten tot onze kwaliteitsmedewerker:
Marlies Welvaarts
073-6841160 (di-wo-do)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Samenwerking Ondersteuningseenheid Zuid van PO De Meierij

Onderwijs (SWV PO) de Meierij. Deze zorgt dat ieder kind onderwijs krijgt dat bij hem of haar past. Soms is dat op een speciale school, maar steeds vaker kunnen kinderen in het regulier onderwijs blijven, al dan niet met ondersteuning op maat.
PO De Meierij is een samenwerkingsverband van het onderwijs in de gemeenten Den Bosch, Vught, Boxtel, Haaren, Sint-Michielsgestel, Meierijstad (Schijndel), Zaltbommel en Maasdriel. Daarbij zijn ongeveer 28.000 leerlingen betrokken op 111 basisscholen, 5 speciale basisscholen en 7 scholen voor speciaal onderwijs.

Doel van samenwerking met SWV PO de Meierij

Soms heeft een kind ondersteuning nodig die de kinderopvang niet kan bieden. Wanneer meer ondersteuning nodig is, wordt het samenwerkingsverband betrokken. Dit kan al bij beginnende zorgen of voor consultatie en advies. Dit wordt besproken met u als ouder. Er vindt overleg plaats tussen de ouder, pedagogisch medewerker en kwaliteitsmedewerker. Hierin overlegt de kwaliteitsmedewerker met u (en jeugdhulp als dat van toepassing is) over de gewenste ondersteuning voor uw kind, u als ouder en/of de pedagogisch medewerker.

In de praktijk

In de afgelopen jaren is het een aantal keer aan de orde geweest, dat een van de groepsleidsters van kindercentrum ’t Kasteeltje zich zorgen maakt over een kind en de ervaring van een deskundige wil gebruiken.
De samenwerking met de Ondersteuningseenheid Zuid biedt deze mogelijkheden, waar wij graag gebruik van willen maken. Het is zo dat ouders er altijd over geïnformeerd worden op het moment dat wij van de diensten van de ondersteuningseenheid gebruik willen maken. Er kan ook een gezamenlijke vraag vanuit ouders en kinderopvang zijn. Het is ook mogelijk om vanuit de kinderopvang ondersteuning aan te vragen voor de groepsleiding
In de praktijk van ’t Kasteeltje betekent dit dat de leidsters met de ouders de zorgen over hun kind zullen bespreken. Ook zullen de leidsters bij de kwaliteitsmedewerker aangeven wanneer ze zich zorgen maken. De kwaliteitsmedewerker zal samen met de leidsters kijken wat de leidsters op de groep nog meer / anders kunnen aanbieden aan het kind zodat het gestimuleerd wordt om zich te ontwikkelen. Mocht dit nog te weinig vooruitgang bieden dan wordt er aan ouders toestemming gevraagd om de zorgen ook bij de Ondersteuningseenheid Zuid van Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (SWV PO) de Meierij neer te leggen. Deze informatie uitwisseling gebeurt dan in eerste instantie via de kwaliteitsmedewerker. Zodra er verdere acties ondernomen kunnen worden (na afstemming met de ouders) zal dit weer via de vaste leidsters op de groep gaan. Ouders worden door de leidsters altijd op de hoogte gehouden over de voortgang, adviezen of andere relevante informatie over hun kind. Bij deze vorm van samenwerking is altijd toestemming van de ouders nodig.

Mocht u nog vragen hebben over deze samenwerking, kunt u zich richten tot onze kwaliteitsmedewerker:
Marlies Welvaarts
073-6841160 (di-wo-do)
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Wat wij van u als ouder vragen voor een veilige opvang

Kinderen ontwikkelen zich snel, zijn nieuwsgierig en willen de wereld om zich heen ontdekken. Daarbij zien ze geen gevaar. Hoe ouder kinderen worden, hoe beter ze leren wat wel en niet mag en wat wel en niet gevaarlijk is. Leidsters oefenen veilig gedrag met de kinderen. Omdat het voor de leidsters onmogelijk is om elke minuut van de dag alle kinderen in de gaten te houden, is een veilige omgeving van groot belang. Hierbij is een spanningsveld tussen veiligheid en pedagogische aspecten. Dit spanningsveld moet uitmonden in een goede mix tussen het bieden van veiligheid en het bieden van voldoende uitdaging en leermomenten. Om de veiligheid te waarborgen wordt gewerkt met een veiligheidsbeleid. Dit houdt in dat we steeds knelpunten en verbeterpunten inventariseren, maatregelen nemen en evalueren hoe het met de veiligheid op de verschillende locatie gesteld is. Op iedere locatie wordt gewerkt met een Risicomonitor en protocollen. In enkele protocollen zijn regels opgesteld.

Die regels zijn op 3 manieren geformuleerd:

  • Regels voor leidsters.
  • Regels voor kinderen.
  • Regels voor ouders.

Samen zorgen deze regels ervoor dat we onveilige situaties zoveel als mogelijk inperken en waar mogelijk uitsluiten. In de regels voor de leidsters staat vaak vernoemd wat we de kinderen aan willen leren als veilig gedrag, daarnaast staan er veel zaken beschreven die (dagelijks) gecontroleerd dienen te worden. Natuurlijk is het ook van belang dat u als ouder op de hoogte bent van een aantal afspraken die de veiligheid van uw en andere kinderen verhoogt.
Daarom staat hieronder een overzicht van de regels waarbij we u om uw medewerking vragen:

REGELS VEILIGHEIDSRISICO’S KINDERCENTRUM ’T KASTEELTJE VOOR OUDERS

1. Binnenkomen en weggaan

  • U bent vanaf 7.30 uur welkom, voor die tijd zijn leidsters vaak bezig om nog even spullen klaar te zetten.
  • Vanaf 7.30 uur nemen wij de verantwoordelijkheid voor uw kind over.
  • Indien u uw kind met de auto komt brengen / halen, ben dan extra alert op kinderen die op de parkeerplaats lopen.
  • Probeer uw auto dusdanig te parkeren dat de verkeerssituatie overzichtelijk blijft.
  • Laat uw kinderen niet alleen naar binnen lopen / naar de auto lopen
  • U bent verantwoordelijk voor uw kind totdat de overdracht in de groep is gedaan
  • U bent zelf verantwoordelijk voor uw kind als u voor of na de opvangtijd met uw kind in de het kindercentrum bent
  • Ben met het openen van deuren op het kindercentrum altijd voorzichtig; let op dat er geen kind achter de deur zit
  • U dient deuren / poorten na gebruik altijd te sluiten
  • Laat jonge kinderen niet de buiten deuren openen door gebruik te maken van opstapjes / klimmen op stoelen; zo leert u ze hoe ze het pand zelfstandig zonder toezicht kunnen verlaten
  • Plaats eventuele kinderwagens / maxicosi’s op de aangewezen plaats zodat geen gevaar of hinder ontstaat
  • Huisdieren mogen niet mee naar binnen in het kindercentrum, eveneens mogen zij niet aangelijnd direct naast de toegang blijven wachten.
  • Hang de jassen en tassen op de daarvoor aangewezen plaats
  • In de tassen / jassen van uw kind mogen geen medicijnen / gevaarlijke voorwerpen zitten. Deze levert u altijd in bij de groepsleiding.
  • Voorkeur heeft dat u uw oudste kind eerst weg brengt, hierna pas uw baby, dit in verband met de (on)rust op de babygroep
  • Bij het ophalen vragen wij u eerst uw baby, daarna het oudste kind op te halen
  • U dient uw kind altijd af te melden bij de leiding
  • Let bij het naar buitengaan op of er geen andere kinderen alleen mee naar buiten lopen
  • Indien u uw kind niet om 18.00 uur kunt ophalen en er komt een andere persoon die niet bekend is bij de opvang uw kind ophalen, moet u dit melden dit kunt u ook opgeven d.m.v. het formulier “Toestemming ophalen kinderen”

2. Eten, drinken, speelgoed

  • Indien uw kind speciale voeding heeft, dient u dit zelf mee te geven naar het Kindercentrum.
  • In geval van een (voedsel-)allergie dient u het formulier “Allergische Reacties” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding
  • Als er bijzonderheden te melden zijn voor de dag waarop uw kind het Kindercentrum bezoekt, dient u dit even te melden bij de groepsleiding. Dit kan persoonlijk bij het brengen, per telefoon naar de specifieke locatie, naar het algemene nummer van de administratie. Er wordt dan gezorgd dat de groepsleiding op de hoogte is.
  • Voor meegebracht speelgoed kunnen wij geen verantwoordelijkheid dragen
  • Knuffels, spenen en eventueel slaapzak kunt u in het mandje van uw eigen kind leggen.
  • Wilt u spenen thuis controleren op slijtage / kleine scheurtjes en op tijd vervangen
  • Wij vragen u ervoor te zorgen dat een set schone kleren in de tas aanwezig is.

3. Bereikbaarheid

  • Zorg dat de groep altijd een telefoonnummer heeft waar u die dag te bereiken bent
  • U bent zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen in telefoonnummers etc.
  • Zorg dat in uw (mobiele) telefoon het juiste nummer van het Kindercentrum staat. U vindt een overzicht op www.t-kasteeltje.nl bij [contact]

4. Aanmelden / afmelden voor de (mid-)dag

  • Als uw kind niet naar de opvang komt moet u dat doorgeven op onze administratie (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)
  • Als u uw kind een (mid-)dag extra wilt laten komen kunt u dat aanvragen bij de administratie

5. Buitenspelen in de zon

  • Op het kindercentrum is bij zonnig weer altijd een zonnebrandcrème met hoge beschermingsfactor aanwezig waarmee de groepsleiding de kinderen in smeert. Indien u liever een eigen crème gebruikt dient u deze zelf mee te geven.
  • Geef bij zonnig weer eventueel beschermende kleding mee (petje, hoedje, extra t-shirt)
  • Bij zonnig weer dient u uw kind thuis alvast in te smeren

6. Buitenspelen bij minder mooi weer

  • Minder mooi weer (warmer / zonniger / kouder of natter) is geen belemmering om toch naar buiten te gaan; wij vragen u de kinderen passend bij het weerbeeld te kleden, wij zorgen indien nodig voor schaduwplekken, en realiseer u dat een beetje nat worden of het fris hebben ook een ervaring is voor de kinderen

7. Formulieren die voor u van toepassing kunnen zijn

Voor verschillende voorkomende situaties zijn formulieren ontworpen. Deze kunt u bij de groepsleiding krijgen of zelf downloaden via onze website; www.t-kasteeltje.nl. [formulieren]. U dient er zelf voor te zorgen dat deze informatie actueel bij de groepsleiding bekend is.

  • Toestemming Gebruik Geneesmiddel (Indien uw kind medicijnen gebruikt)
  • Actieplan bij Allergisch Reacties
  • Toestemming Ophalen Kinderen 

TER INFO: WERKWIJZE ENKELE VEILIGHEIDSRISICO’S KINDERCENTRUM ’T KASTEELTJE OP DE GROEP

1. Halen en brengen
Binnenkomst kinderdagopvang

  • Op de groep ligt per dag een aanwezigheidslijst klaar, als kinderen binnen komen worden ze genoteerd.
  • Hierdoor is er altijd een actuele lijst van kinderen die aanwezig zijn op de groep.
  • Bij een calamiteit kan er zo altijd meteen controle plaats vinden.

Ophalen

  • Wanneer kinderen opgehaald worden, wordt dit ook genoteerd op de aanwezigheidslijst zodat er ieder moment van de dag een actuele aanwezigheidslijst is.
  • Indien u uw kind door iemand anders op laat halen, moet u dat van te voren kenbaar maken. Wij mogen uw kind niet meegeven aan een bij ons onbekende persoon, als dat niet nadrukkelijk bij ons gemeld is.
  • Wanneer er regelmatig een andere, vaste, persoon uw kind komt ophalen, dient u het formulier “Toestemming Ophalen Kinderen” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding. Dit formulier kunt u downloaden op onze website www.t-kasteeltje.nl onder [formulieren] of vraag ernaar bij de groepsleiding.
  • Ook als u in een onverwachte situatie komt waardoor u uw kind niet op tijd op kunt komen halen, vragen wij u rechtstreeks naar de locatie van uw kind te bellen (zie telefoonnummers bij punt A.3)

2. Gebruik van gangen, toilet en garderobe

  • Gangen zijn bedoeld om door te lopen en niet om in te spelen. In principe wordt in deze ruimtes niet gespeeld.
  • In een speelhal wordt niet gespeeld tijdens de drukke haal en brengtijden.
  • In de garderobe is op de meeste locaties een ruimte gereserveerd voor het plaatsen van maxi-cosi‘s. Er mogen geen maxi-cosi’s of andere grote objecten in de garderobe op de grond achter gelaten worden.

3. Leefruimte

Deuren / ramen beleid

  • De deuren binnen het gebouw zijn dicht tijdens de kinderdagopvang, kinderen mogen niet met deuren spelen.
  • Alle deuren zijn voorzien van beveiligingsstrips, deurhaken of deurdrangers om beknelling te voorkomen.
  • De kinderen mogen niet zonder toezicht in de hal of bij de voordeur spelen, kinderen worden erop gewezen dat ze niet door de voordeur naar buiten mogen zonder ouders / begeleiders.
  • Kinderen mogen nooit zelf ramen open of dicht doen.

Vloeren

  • Er wordt bij de kinderdagopvang veel gespeeld op de vloeren. Er worden met de groepsleiding goede afspraken gemaakt over plaatsen die vrijgehouden moeten worden om te lopen en waar gespeeld mag worden.
  • Na het spelen moeten de kinderen het gebruikte materiaal weer opruimen op de daarvoor aangewezen plaats.
  • In principe liggen alle materialen na gebruik opgeruimd in kasten en / of planken en is de vloer vrij.

Eten / drinken

  • Er wordt gelet op het gevaar van hete thee op een aanrecht of op de tafel.
  • Kinderen en leiding zijn alert op het lopen met drinken en ook eten gebeurt bij voorkeur zittend aan tafel of zittend in een kring op de grond.
  • Bij het uitdelen van fruit en / of snoepjes is de leiding extra alert. Kinderen worden gewezen op het gevaar van verslikking bij spelen met iets in je mond. Ze mogen dan ook niet van tafel met een snoepje of stukje fruit.

Gebruik van loopkarren / groot speelgoed binnen

  • Op alle groepen is groot spelmateriaal voor binnen aanwezig. Ook voor het gebruik van dit spelmateriaal zijn regels opgesteld.
  • Zo zijn loopkarren niet bedoeld om mee te botsen, mag je niet met speelgoed in de hand van de glijbaan en wordt er binnen met de bal alleen gerold.
  • Gooien of schoppen met de bal is voor buiten.

4. Slaap en verschoonruimte

  • Er wordt gelet op losliggende materialen en speelgoed. Deze worden verwijderd uit de ruimte als de kinderen gaan slapen.
  • Er zijn geen touwtjes of andere losse attributen in de kamer of aan kleding aanwezig als kinderen naar bed gaan.
  • Speentjes worden altijd gecontroleerd op slijtage. Een knuffel mag uiteraard wel mee in het bedje.
  • Het inbakeren, kinderen vastleggen zodat zij geen bewegingsvrijheid hebben in bed, wordt door ons om veiligheidsredenen niet gedaan. Indien er slaapproblemen bij uw kind zijn, wat u met inbakeren tracht te verlichten, zullen wij daar aandacht en zorg aan besteden. Hiermee willen wij het kind leren rustig te gaan slapen.
  • Baby’s worden altijd op de rug in bed gelegd, en tijdens de slaap terug op de rug gedraaid zodra de leidster opmerkt dat het kind op de buik is gaan slapen. Ook dit is een beleidspunt waarbij gekozen wordt voor de veiligheid van uw kind in verband met adviezen rondom de voorkoming van wiegendood. Het kan echter zo zijn dat uw kind steeds in een andere houding blijft draaien, en vastleggen op de rug is geen optie. Indien uw kind gewend is op een andere manier dan op de rug in slaap te vallen, kunt u een formulier tekenen waarin u zich bekend verklaard met de verhoogde risico’s en toestemming geeft uw kind in een andere houding te laten slapen.

 5. Keuken

  • Wij zien er op toe dat er geen losse kabels en snoeren hangen.
  • Elektrische apparaten zijn zo opgesteld dat kinderen er niet per ongeluk aan kunnen trekken.
  • Schoonmaakmiddelen en scherpe voorwerpen worden zodanig opgeborgen dat de kinderen daar niet bij kunnen.

6. Buitenruimte

  • Alle buitenterreinen zijn op een deugdelijke manier omheind. Deze wordt regelmatig gecontroleerd en bij gebreken wordt dit zo spoedig mogelijk gerepareerd.
  • Speeltoestellen worden jaarlijks aan een inspectie onderworpen. Eventuele gebreken die door het jaar heen geconstateerd worden en een gevaar op kunnen leveren voor de kinderen worden zo spoedig mogelijk hersteld. Indien nodig worden de toestellen tijdelijk buiten gebruik gesteld door de groepsleiding.
  • Bij de eventueel aanwezige speeltoestellen wordt kinderen ook geleerd dat zij rekening moeten houden met elkaar als ze met meerdere kinderen een toestel gebruiken. Kinderen zijn heel creatief in het bedenken van nieuwe varianten om het speeltoestel te gebruiken. Omdat het leeftijd verschil tussen kinderen groot is, kan een kind het wel en voor de ander is het gevaarlijk. Wij passen de begeleiding ook aan op mogelijkheden van de kinderen. Willen kleine kinderen wat proberen op de klimtoestellen waarvan de moeilijkheidsgraad misschien wat te hoog is, gaan wij erbij staan en proberen we het samen.
  • Indien er buiten spelmateriaal gebruikt wordt wat eventueel gevaar op kan leveren voor andere spelende kinderen, denk hierbij aan balspelen of gebruik van fietsjes / loopkarren, wordt daarvoor een gebied aangewezen waarbinnen gespeeld mag worden met die materialen. Ook worden bijbehorende afspraken met de kinderen besproken. Denk hierbij aan het gebruik van schepjes, het niet botsen met rijdend materiaal, rekening houden met elkaar tijdens het spel.
  • In de zomer wordt er gezorgd voor voldoende schaduwplekken. Kinderen worden voordat ze naar buiten gaan ingesmeerd, er wordt gezorgd voor voldoende drinken en wij trekken kinderen beschermende kleding aan indien nodig.
  • In de zomer worden soms zwembadjes op de buitenruimte geplaatst voor een lekkere afkoeling. Het water daarvan wordt dagelijks ververst. Zodra er water in het badje zit en er kinderen buiten zijn, is 1 leidster belast met het toezicht op het badje. Zij let er op dat er geen gevaarlijke voorwerpen mee in het badje gaan, de kinderen geen badwater drinken en er niet teveel kinderen gelijktijdig in het badje gaan zodat het overzichtelijk blijft.
  • Badjes worden altijd direct leeg gemaakt zodra er geen toezicht meer is en kinderen wel toegang hebben tot de buitenruimte waar het badje staat. Het niveau van het water in het badje is afhankelijk van de leeftijden van de kinderen die er gebruik van maken, maar nooit meer dan 30 centimeter.

Wat wij van u als ouder vragen voor een gezonde opvang

Kinderen komen in aanraking met ziekteverwekkers waar tegen zij nog geen weerstand hebben opgebouwd. Het doormaken van een aantal veel voorkomende infectieziekten hoort bij de normale ontwikkeling van een kind. Tijdens het verblijf op de kinderdagopvang komen zij via andere kinderen en / of de groepsleiding vaker in contact met allerlei ziekteverwekkers. Om de gezondheid te waarborgen wordt gewerkt met een gezondheidsbeleid. Dit houdt in dat we steeds knelpunten en verbeterpunten inventariseren, maatregelen nemen en evalueren hoe het met de gezondheidsrisico’s op de verschillende locatie gesteld is. Op iedere locatie wordt gewerkt met een Risicomonitor en protocollen. In enkele protocollen zijn regels opgesteld.

Die regels zijn op 3 manieren geformuleerd:

  • Regels voor leidsters.
  • Regels voor kinderen.
  • Regels voor ouders.

Samen zorgen deze regels ervoor dat we gezondheidsrisico's zoveel als mogelijk inperken en waar mogelijk uitsluiten. In de regels voor de leidsters staat vaak vernoemd wat we de kinderen aan willen leren, daarnaast staan er veel zaken beschreven die (dagelijks) gecontroleerd dienen te worden. Natuurlijk is het ook van belang dat u als ouder op de hoogte bent van een aantal afspraken die de gezondheidsrisico's van uw en andere kinderen verlagen.
Daarom staat hieronder een overzicht van de regels waarbij we u om uw medewerking vragen:

REGELS GEZONDHEIDSRISICO’S KINDERCENTRUM ’T KASTEELTJE VOOR OUDERS

1. Gebruik medicijnen en allergieën

  • Pedagogisch medewerkers mogen alleen medicijnen verstrekken aan een kind indien daarvoor een formulier “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” categorie 2 (op recept) of categorie 3 (zelfzorgmiddelen) door de ouders is ingevuld.
  • Ouders verstrekken altijd zelf de medicijnen per dag of periode in de originele verpakking met bijsluiter
  • Ouders controleren de houdbaarheidsdatum van de medicijnen
  • Onder medicijnen verstaan wij zowel op recept verkregen medicijnen als alle zelfzorgmiddelen waar een bijsluiter bij zit. (Zie de uitgebreide beschrijving in het beleidsplan onder punt Medicijnen en medisch handelen)
  • Medicijnen worden altijd op een daarvoor aangewezen plaats, buiten het bereik van kinderen, door de leiding bewaard.
  • Als uw kind een ziekte heeft, moet u dit altijd melden bij de groepsleiding.
  • Allergieën / voedselallergie en diëten moet u altijd melden bij de groepsleiding.
  • Ook hiervoor is een formulier te verkrijgen via de groepsleiding en/of via de website www.t-kasteeltje.nl

2. Voeding

  • U bent mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de meegebrachte babyvoeding, moedermelk of voeding uit potjes. Wij benadrukken dat producten die koel moeten zijn en blijven pas vlak voor vertrek van huis uit de koelkast gehaald dienen te worden. Indien nodig vervoert u deze in een koelbox.
  • U kunt de voeding die gekoeld bewaard moet blijven (flessen) direct in de koelkast zetten.
  • Bij alle voeding die u meegeeft, vragen wij u dat te doen in een deugdelijke, afsluitbare verpakking voorzien van naam van uw kind.
  • Bij gekolfde borstvoeding vragen wij u deze bevroren mee te brengen, voorzien van naam van uw kind. Op het dagverblijf wordt deze in de koeling geplaatst.
  • Indien een kind speciale voeding / dieet heeft, dienen ouders dit zelf mee te geven naar het Kindercentrum.
  • In geval van een voedselallergie dienen ouders het formulier “Allergische Reacties” in te vullen en af te geven bij de groepsleiding.
  • Wij gaan er van uit dat het uitkoken van flessen en speentjes thuis gebeurt.

3. Buitenruimte

  • Kinderen die overgevoelig zijn voor stuifmeel allergie, worden binnen gehouden in een actieve stuifmeel periode als ze er last van hebben. Deuren en ramen worden dan dicht gehouden. U moet wel zelf aangeven dat uw kind hiervoor gevoelig is.
  • Op het Kindercentrum is bij zonnig weer altijd een zonnebrandcrème met hoge beschermingsfactor aanwezig waarmee de groepsleiding de kinderen in smeert. Indien u liever een eigen crème gebruikt dient u deze zelf mee te geven.
  • Wij vragen de ouders bij mooi weer om hun kind thuis alvast in te smeren zodat ze meteen naar buiten kunnen.
  • Kinderen met gevoelige huid moeten bij zonnig weer kleding aan houden (minimaal een T-shirt over de zwemkleding) en een pet op als u die meegeeft. U moet wel zelf aangeven dat uw kind extra gevoelig is voor de zon.
  • Indien we naar de bossen gaan met kinderen moeten zij (beschermende) kleding aan hebben (dichte schoenen, broek / rok en T-shirt.)
  • Wij informeren u als we naar het bos zijn geweest (Kijk op het mededelingenbord). Wij vragen u uw kind te controleren op teken.
  • Indien uw kind een allergische reactie krijgt van insectenbeten / wespen steken dient u dit kenbaar te maken via het formulier “Allergische reacties”

4. Overigen

  • Er mogen geen (huis-)dieren binnen het Kindercentrum zijn. Uitzondering hierop zijn schilpadden en vissen.
    U mag uw huisdier dus niet meenemen in het Kindercentrum.

Groepsgrootte en Beroepskracht-kind-ratio

Groepssamenstelling en groepsgrootte, horizontale / verticale groepen, plaatsing in stamgroepen

Kindercentrum ’t Kasteeltje heeft op alle locaties een verticale leeftijdsopbouw binnen de groepen. Er zijn wel verschillen.
Afhankelijk van de mogelijkheden en het aantal groepen op de locaties, is de keuze voor het soort groepen gemaakt.
Bij de locatiespecifieke informatie kunt u lezen wat voor groepen er op de iedere locatie zijn.
Iedere kinderdagopvang-groep heeft vaste leidsters. Naast deze vaste leidsters staan indien nodig inval beroepskrachten. Iedere locatie heeft zijn eigen team. Door een vast team wordt duidelijkheid en een vertrouwde sfeer gecreëerd, zodat wij kinderen emotionele veiligheid kunnen bieden. Vanuit ieder team / locatie is 1 afgevaardigde aanwezig op een overlegvorm waarbij informatie over de gang van zaken uitgewisseld wordt. Zo blijven de verschillende locaties en teams betrokken bij elkaar en blijft het beleid van Kindercentrum ’t Kasteeltje gewaarborgd op de verschillende locaties.


Beroepskracht-Kind-Ratio

Wij werken volgens de normen die beschreven staan in de BKR. De beroepskracht kind ratio (bkr) kinderopvang wordt ookwel leidster kind ratio genoemd. Deze bkr voor de kinderopvang geeft aan hoeveel kinderen een beroepskracht (pedagogisch medewerker of leidster) mag opvangen. Dit hangt af van het soort opvang (kinderdagverblijf, bso of peuterspeelzaal), de leeftijd van de kinderen, het aantal aanwezige kinderen, de groepsgrootte en de samenstelling van de groep. Hoe jonger een kind, hoe minder kinderen een leidster mag opvangen. Bijvoorbeeld: voor baby's (nuljarigen) geldt een beroepskracht kind ratio van 1 op 3: 1 pedagogisch medewerker mag 3 kinderen van 0 jaar opvangen. In de bso geldt voor kinderen boven de 7 jaar een leidster kind ratio van 1 op 12: 1 pedagogisch medewerker mag 12 kinderen tussen de 7 en 12 jaar opvangen.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar 1ratio.nl. De bkr voor baby's (nuljarigen) en de bso is per 2019 veranderd als gevolg van IKK. Sinds 1 januari 2019 is de bkr voor baby's één op drie. Voor 2019 was de leidster kindratio voor baby's één op vier. De beroepskracht-kindratio voor kinderen van 7 tot 12 jaar in de bso is per 1 januari 2019 ook gewijzigd: leidsters mogen nu in plaats van tien, twaalf kinderen van zeven jaar en ouder opvangen.

Beschrijving afwijking Beroepskracht - Kind – Ratio

Het streven is altijd volgens de Beroepskracht-Kind-Ratio te werken (het aantal leidsters per kind). Het kan zijn dat tussen 07.30 en 08.00 en/of 17.30 en 18.00 wordt afgeweken van die norm. Dit gebeurt maximaal 1 uur per dag, wat binnen de regels voor kinderdagopvang ook toegestaan is.

Stamgroepen en Elk kind een mentor

Plaatsing in stamgroepen – Afwijking van de stamgroep.

In de Wet Kinderopvang staat dat uw kind in een stamgroep moet zitten. Een stamgroep bestaat uit een vaste groep kinderen en leidsters op een bepaalde dag in de week zodat uw kind zich in een vertrouwde en veilige omgeving voelt. In de Wet Kinderopvang is ook aangegeven dat hier vanaf geweken mag worden met toestemming van ouders. Dit moet een vooraf afgesproken periode zijn. Middels een formulier geeft u aan dat u op de hoogte en akkoord bent, dat uw kind tijdelijk ook op een andere groep dan zijn stamgroep zit.
Dit kan komen doordat uw kind bepaalde dagen/periode extra komt, u graag een dag wil wisselen of er bij de andere groep nog niet op alle dagen plaats is voor uw kind. In overleg met de pedagogisch medewerker kiest u ervoor om uw kind voor de afgesproken periode in twee verschillende stamgroepen te plaatsen.


Elk kind een mentor

Wij werken op alle groepen met mentorschap. De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van uw kind. Zij is direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van uw kind en kent uw kind daardoor goed. Zij kan de ontwikkeling van uw kind goed volgen en is het aanspreekpunt voor u om die ontwikkeling en het welbevinden van uw kind te bespreken. Periodiek wordt de ontwikkeling en welbevinden van uw kind met u besproken. Bij de intake wordt u op de hoogte gebracht wie de mentor van uw kind is. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders), de warme overdracht als uw kind van de dagopvang naar de basisschool gaat, of overgang naar de Buitenschoolde Opvang.

Door het volgen van de ontwikkeling van het kind sluiten pedagogisch medewerkers aan op de individuele behoeften van een kind. Tevens kan er door overleg met ouders worden afgestemd hoe aan wensen en behoeften van het kind tegemoet kan worden gekomen. De combinatie van ontwikkelingsgericht werken en de inzet van een mentor maakt dat belangrijke ontwikkelstappen en mogelijke achterstanden, worden gevolgd en indien nodig tijdig gesignaleerd. De mentoren worden in het gehele proces ondersteund en gecoacht door de teamleidinggevende van de locatie.

Deze mentor heeft de volgende specifieke taken:

  • De mentor is contactpersoon voor kind, ouder, collega’s en met toestemming van ouder eventueel voor derden.
  • De mentor houdt de ontwikkeling en het welbevinden van het kind in de gaten.
  • De mentor volgt het kind planmatig via een kindvolgsysteem en zorgt voor de registratie daarvan
  • Bij zorgen of vragen met betrekking tot het kind maakt de mentor dit inzichtelijk. De eventuele gesprekken die hieruit voortkomen worden door de mentor gevoerd in overleg met de teamleidinggevende.
  • De algemene dagelijkse overdrachtszaken kunnen gewoon met alle pedagogisch medewerkers van de betreffende dag worden besproken.
  • De mentor is verantwoordelijk voor het plannen en houden van de intake en het eventuele gesprek naar de Buitenschoolse Opvang.
  • De mentor zorgt voor een warme overdracht naar de basisschool.

Pedagogische Doelstelling & Pedagogisch Klimaat

Pedagogische doelstelling

Wij willen een opvang creëren waarin een kind zich op de eerste plaats veilig en thuis voelt. De kinderdagopvang moet een verlengstuk van de thuissituatie zijn, met extra mogelijkheden zoals het spelen met andere kinderen en met andere (ontwikkelings-) materialen. Een kind wat zich veilig en thuis voelt, heeft de ruimte om zich te ontwikkelen. Een warme, stabiele relatie met de groepsleiding en andere kinderen in de groep zorgen voor een gevoel van ‘erbij horen’ en mee mogen doen en bevorderen het welbevinden. Ieder kind heeft zijn eigen identiteit en mogelijkheden, waar de leidsters hun benaderingswijze op aanpassen. Om dit alles goed te laten verlopen, wordt veel belang gehecht aan een goede afstemming tussen ouders en het team van de kinderdagopvang. We vinden het van belang dat op een evenwichtige, bij de leeftijd passende wijze aandacht is voor de 5 basisbehoeften van het kind. 

  • Sociaal-emotionele basisbehoeften: De kinderen moeten het gevoel hebben dat ze gezien en gehoord worden en dat de leidster hen kent. Een veilige, warme betrouwbare relatie tussen kind en leidster is daarbij van belang. Zij geven emotionele steun en veiligheid door de omgeving te structureren, duidelijke regels te hanteren en met vaste gewoontes en rituelen een voorspelbare en vertrouwde omgeving te creëren. In die omgeving is ook plaats voor de behoefte aan privacy bij kinderen. Een plekje om even uit te rusten, zich even terug te trekken of om op te gaan in het eigen spel zonder dat andere kinderen of leidsters je daarbij storen. Dit wordt bereikt door op een ontspannen, ongedwongen manier met de kinderen om te gaan en de kinderen te leren zo ook met elkaar om te gaan. Per groep zijn vaste leidsters aanwezig, zodat er een goede vertrouwens- en hechtheidrelatie met de kinderen (en hun ouders) opgebouwd kan worden. Verder proberen we de samenstelling van de groep zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar beter te leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
  • Morele basisbehoefte: Op het gebied van de morele ontwikkeling streven wij er naar steeds dezelfde regels, waarden en normen te hanteren en voor te leven, zonder daarin te star te willen zijn. We kijken daarbij steeds naar de groep, het individuele kind en de mogelijkheden van het moment. Waar mogelijk nodigen we de kinderen uit om waarden en normen samen te bepalen, waar nodig bieden we duidelijkheid en structuur door ze vast te leggen en te bespreken met het kind.
  • Lichamelijke basisbehoefte: Naast de goede lichamelijke verzorging zoals eten, drinken, slapen en hygiëne is ook de basisbehoefte van bewegen en bewegingsvrijheid belangrijk in het dagelijkse handelen op onze kinderdagopvang. Het vaste ritme van samen spelen, begeleide activiteiten, eten, drinken, slapen, verschonen en naar het toilet gaan wordt afgewisseld met vrij bewegen en buitenspelen om zo een balans te bieden tussen rust en activiteiten. Daarbij wordt ook gekeken naar het individuele kind, zijn ontwikkeling en behoeften. 
  • Cognitieve basisbehoefte: In die ontwikkeling kijken we ook naar de cognitieve basisbehoeften van het kind. Kinderen leren actief met hun hele lijf en hoofd; ze leren vanuit emotionele betrokkenheid. In het leren door doen en spelen staat plezier voorop. Door te zorgen voor een uitdagende omgeving en passende activiteiten proberen we het kind te stimuleren. 
  • Communicatieve en creatieve basisbehoefte: Contact maken met elkaar, jezelf uit kunnen drukken, zingen, dansen, muziek maken, doen-als-of-spel, verven, kleien en andere vormen van creatieve expressie maken deel uit van het dagprogramma. Ook hier heeft ieder kind zijn eigen identiteit en mogelijkheden waar leidsters hun benaderingswijze op aan passen. We stimuleren kinderen regelmatig door voor hen nog onbekende dingen te ondernemen, maar bieden ze ook de mogelijkheid om voor het vertrouwde en veilige te kiezen. Door dit op een uitnodigende manier te presenteren willen we kinderen aanmoedigen samen op onderzoek uit te gaan. 

Kernbegrippen in onze pedagogische taak zijn: 

  • Relatie: het gevoel welkom te zijn en kunnen rekenen op hulp en steun als dat nodig is. Zowel tussen leidsters en het kind, kinderen onderling, leidsters onderling en de relatie met ouders. We willen kinderen laten ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met hen willen spelen.

    Een goede relatie tussen leidsters en ouders is van belang voor een open communicatie over het kind. De breng- en haalgesprekken van iedere dag zijn hiervoor van groot belang. Indien de ouder behoefte heeft aan het verkrijgen van meer informatie over haar / zijn kind, kan vanzelfsprekend een afspraak gemaakt worden met de desbetreffende groepsleidster

  • Competentie: voor vol worden aangezien. We willen kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun leeftijd en mogelijkheden.

  • Autonomie: om zich veilig te voelen krijgen de kinderen ook eigen ruimte om te experimenteren en hun gang te gaan.

    ‘Zelf doen’ is een basale basisbehoefte van kinderen. Leidsters geven kinderen daarom de kans om dingen zelf te doen en te leren. Dreumesen leren naar de wc te gaan en hun handen te wassen, peuters willen zelf hun boterham smeren en eten; jonge kinderen willen alles graag zelf leren doen, het verlangen naar zelfredzaamheid.


Pedagogisch Klimaat

Om onze pedagogische doelstelling in de praktijk goed te kunnen uitvoeren dient aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Naast materiële zaken is het vooral van belang hoe wij omgaan met elkaar en de kinderen. Samen noemen we dat het Pedagogisch Klimaat. Grofweg is dat uit te splitsen in 4 hoofdgroepen.

  • Emotionele Veiligheid
  • Persoonlijke Competentie
  • Sociale Competentie
  • Normen en Waarden

 Hieronder geven wij een korte uitleg hoe wij aandacht hebben voor, of vorm geven aan iedere hoofdgroep.   

Emotionele Veiligheid

Onder de emotionele veiligheid verstaan wij het gevoel bij het kind dat het zich veilig en vertrouwd voelt op de kinderdagopvang. Dat ze dus mee mogen doen, dat ze welkom zijn, dat ze bij een volwassene terecht kunnen als ze die (even) nodig hebben, hieronder valt dus mede de basisbehoefte “relatie”. Voor die relatie is het van belang dat de kinderen en ouders steeds met dezelfde leidsters te maken krijgen. Daarom werken wij met vaste leidsters op een groep en proberen we het aantal (verschillende) volwassenen waar het kind mee te maken krijgt tot een minimum te beperken. Het kind kan er op rekenen dat er altijd minimaal 1 bekende leidster aanwezig is. Kinderen krijgen zo de kans zich aan de leidsters te hechten, wat een veilige basis biedt om de omgeving te verkennen, bescherming of troost te zoeken als dat nodig is. Door elkaar beter te leren kennen, weten kind en leidster ook hoe gereageerd wordt op verschillende situaties en hoe ze daarop kunnen anticiperen. Een warme, vertrouwde relatie tussen kind en leidster wil zeggen dat het kind weet dat er goed voor hem of haar gezorgd wordt en hij of zij wordt gerespecteerd. Ook de basisbehoefte “autonomie”, de ruimte krijgen om zelf beslissingen te nemen, keuzes te maken, speelt een belangrijke rol bij emotionele veiligheid. 

Baby’s zijn nog voornamelijk op leidsters gericht. Maar vanaf 2 jaar hebben de kinderen in de groep meer contact met elkaar dan met de leidsters. Voor alle kinderen blijven de leidsters de belangrijkste bron van veiligheid, zij zorgen voor een veilige basis waardoor de kinderen onbekommerd met elkaar kunnen spelen.

Hoe proberen wij de emotionele veiligheid bij kinderen te bevorderen?

  • We werken met vaste leidsters op de groep, waarbij het kind en de ouders kunnen rekenen op minimaal 1 bekende leidster in de groep.
  • We proberen de samenstelling van de groep zo min mogelijk te wijzigen, zodat kinderen meer kans hebben elkaar beter te leren kennen en vriendschappen op te bouwen.
  • De kinderen spelen in een vaste ruimte, waar plaats is voor beweging, rust, samen en alleen spelen.
  • Groepsleiding heeft extra oog voor kinderen die blijkbaar meer moeite hebben in het leggen van contacten met anderen.
  • De kinderen accepteren zoals ze zijn en ons steeds in te leven in hun gedachten en gevoelens.
  • Door de kinderen vaak bij naam te noemen, zodat ze elkaar kennen en gekend voelen.
  • Aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van de kinderen gezien hun leeftijd, kennis en vaardigheden. Zo zorgen wij ervoor dat bij een 1-jarige die in de periode van eenkennigheid is, altijd een bekende groepsleidster aanwezig is.
  • Alert te zijn op emotionele signalen van kinderen en daarop te reageren. Een kind wat angstig reageert op het geluid van bijvoorbeeld een passerende motor wordt aan de hand genomen. Samen gaan we opzoek naar waar dat geluid vandaan kwam en gaan we het benoemen. Door samen te luisteren, te kijken en verklaren proberen we de angst te doorbreken.
  • Huilen is bij baby’s een belangrijk signaal waar op gereageerd moet worden. Er wordt gekeken waar het signaal vandaan komt en of het voor de baby opgelost moet worden door de leidster. (Honger, ongemak, slaap, erbij willen zijn, etc.) Het is belangrijk dat de baby het vertrouwen krijgt dat de leidster in de buurt is als ze een signaal afgeven (bijvoorbeeld door huilen) en dat er op gereageerd wordt.
  • Houdingen zoeken die de baby fijn vindt en op momenten dat ze wakker is deze houding regelmatig herhalen zodat daar vertrouwen in ontstaat.
  • Bij baby’s eerst oogcontact te maken, ze aan te spreken voordat de leidster iets gaat doen.
  • Baby’s regelmatig laten voelen dat je er bent, oogcontact en lichaamcontact door aanraken is heel belangrijk.
  • Bij dreumesen en peuters ook eerst van dichtbij contact maken en uitleggen wat er gaat gebeuren.
  • De verzorgingsmomenten zoals verschonen, naar het toilet gaan, eten / drinken, aan en uitkleden worden door de groepsleiding aangegrepen als extra momenten op de dag om even 1 op 1 te communiceren met het kind en het zo een gevoel van emotionele veiligheid te geven en daar samen plezier aan te beleven.
  • (Groeps-) activiteiten aan te passen aan de behoefte van de groep of het individuele kind. Zo kan een drukke groep de behoefte aan lekker buiten spelen aangeven. Door in te spelen op de behoefte om even lekker te rennen, bewegen of een actief spel te ondernemen is er later weer tijd voor een rustigere activiteit.
  • Als daar aanleiding voor is, de gevoelens van de kinderen onder woorden te brengen. Als een kind bijvoorbeeld verdrietig reageert als zijn speentje in het mandje opgeborgen wordt, benoemt de leidster het verdriet en maakt de afspraak met het kind dat ze het samen weer op gaan halen als hij gaat slapen.
  • De kinderen te stimuleren met de gevoelens en gedachten van anderen rekening te houden.
  • Emotioneel geladen onderwerpen in de kinderdagopvang niet uit de weg te gaan en te zorgen voor een open en eerlijke communicatie met de kinderen. Voorbeelden van emotioneel geladen onderwerpen kunnen zijn: het afscheid nemen, hoe laat papa of mama weer komt om ze op te halen, naar bed toe gaan (alleen in een kamertje gaan slapen), een kind wat niet mee mag spelen / delen met speelgoed, situaties uit de thuissituaties zoals een ziek familielid of overlijden.
  • Te zorgen voor een vertrouwde en voorspelbare omgeving door te werken met een vast dagritme, gewoontes en rituelen bij dagelijks terugkerende activiteiten.
  • Kinderen de ruimte te geven om dingen zelf te doen, en beschikbaar te zijn als daar hulp bij nodig is.
  • Te zorgen voor een open communicatie tussen ouders en groepsleiding. Als wij zaken opmerken bij kinderen (bijvoorbeeld in de lichamelijke en / of sociaal-emotionele ontwikkeling) maken we dat bespreekbaar met de ouders. Dat kan bij het halen / brengen maar soms ook in een later contact.

Persoonlijke competentie

Bij persoonlijke competentie draait het erom dat het kind voor vol wordt aangezien. Het gaat daarbij om emotionele, motorische, zintuiglijke en cognitieve competenties. We willen kinderen laten ervaren wat ze kunnen door de activiteiten af te stemmen op hun leeftijd en mogelijkheden. Dat is bij een 0 jarig kind anders dan bij een 4 jarige. Het spelen is de natuurlijke weg om dingen te leren. Door met plezier te bewegen leren ze hun lijf, zichzelf en de andere kinderen kennen. Ze leggen contact met de andere kinderen, ervaren grenzen en bouwen een gevoel van eigenwaarde op. Ook het tegemoet komen aan de behoefte bij kinderen om dingen zelf te doen (autonomie) draagt bij aan de persoonlijke competentie; zelf omrollen, zelf je hoofd draaien en in de ruimte rondkijken, zelf je fles vasthouden, zelf je boterham smeren, zelf je handen wassen, zelf iets pakken of opruimen. Door met de kinderen samen te spelen kunnen leidsters het kind net die dingen laten ervaren die ze alleen nog niet aan kunnen. Door samen met de bal over te rollen kunnen dreumesen vaak wel een over-rol-spel met elkaar spelen, terwijl ze dat alleen nog niet kunnen. De rol van de groepsleiding om de persoonlijke competentie bij deze jonge kinderen te bevorderen is dan ook vooral alert zijn op signalen van het kind, ondersteunen als het kind daarom vraagt, structureren van de omgeving, stimuleren en bemoedigen van initiatieven en daar samen plezier aan beleven.
 
Hoe proberen wij de persoonlijke competentie bij kinderen te bevorderen?

  • Bij de inrichting van de groepsruimte is gekeken naar de verschillende leeftijden die gebruik maken van de ruimte.
  • Daarbij wordt steeds gezocht naar een evenwichtige balans tussen uitdagende elementen en rust om overprikkeling te voorkomen waardoor kinderen te veel afgeleid worden en tot niets meer komen. Door een gedeelte van het spelmateriaal tijdelijk op te bergen, en in 1 ruimte selectief materiaal aan te bieden ontstaat er ook ruimte en rust om daar mee te spelen en ontdekken. Als altijd alles tegelijkertijd aanwezig is ontstaat chaos en komt niemand meer tot spel.
  • In de groepsruimte zijn hoeken gecreëerd met materialen voor jongere kinderen en oudere kinderen. Denk daar aan zand, bouw en constructiemateriaal, materiaal voor imitatiespel, bewegingsmateriaal, gezelschapsspelen, expressiemateriaal.
  • Het doel van het spelen, ook met behulp van materiaal, is niet het product dat het eventueel oplevert, maar het lekker bezig zijn, het ontdekken van mogelijkheden.
  • In het spel is aandacht voor bewegingsspel, ontdekkend spel, fantasiespel, samenspel en buitenspel.
  • In het spel- en speelgoedaanbod is voldoende variatie voor verschillende leeftijden, sekses en interesses.
  • Door samen met de kinderen te spelen of activiteiten aan te bieden kunnen ze positieve ervaringen opdoen en nieuwe vaardigheden leren. Zo kan een activiteit die start met het overslaan van opgeblazen ballonnen, door invloed van een leidster veranderen in het voelen aan de ballon als je er vlakbij gaat praten. Het voelen van de trilling kan dan weer een nieuwe ervaring zijn voor het kind. Door het te stimuleren zelf geluidjes vlakbij de ballon te maken terwijl ze de ballon vasthouden wordt deze activiteit een leuk leermoment!
  • Door kinderen mee te laten helpen in dagelijkse “klusjes” ervaren de kinderen dat ze ook een echte bijdrage leveren.
  • Door kinderen te betrekken bij het bedenken van activiteiten van de dag leveren zij ook een echte bijdrage.
  • Er is aandacht van de groepsleidsters voor de spontane leerervaringen die de kinderen opdoen tijdens een activiteit. 
    Als tijdens het puzzelen een kind ineens de stukjes gaat tellen, de kleuren gaat benoemen, puzzelstukjes gaat sorteren met een vlakke kant zijn dat allemaal voorbeelden van spontane leerervaringen die het kind opdoet. De leidster kan dan het oorspronkelijke plan om te puzzelen loslaten, en inspelen op wat het kind aangeeft door bijvoorbeeld een tel-rijmpje of spelletje te gaan doen.
  • Met baby’s worden spelletjes gedaan waarbij handen en voeten herkend worden. 
    Ook spelletjes voor de spiegel en inspelen op de momenten waarop de baby spontaan zijn lichaam aan het ontdekken is dragen bij aan de persoonlijke competentie van de baby.
  • Door veel te communiceren met de baby en te bevestigen en benoemen wat hij doet laten we het kind ervaren wat het kan en wie ze zijn.
  • We willen het kind leren vertrouwen op eigen kracht en vermogen door er op een positieve manier aandacht aan te besteden. (het maken van complimenten, prijzen of belonen van positief gedrag)
  • Groepsleidsters kiezen ook bij corrigerende opmerkingen waar mogelijk voor een positieve benadering van het kind. 
    Als een kind iets afpakt van een ander kind, en er ontstaat onenigheid tussen die twee kan de leidster benoemen dat ze allebei het speelgoed erg mooi vinden en dat ze het fijn vindt dat ze er zo graag mee spelen. Wel wordt benoemd dat het ene kind het speelgoed al had. De ander moet het dus nu even terug geven, want zomaar afpakken mag niet. Samen wordt gekeken naar een andere mogelijkheid; misschien heb je een speelgoedje wat je samen kunt ruilen, misschien kun je even met iets anders spelen tot de ander klaar is of is samenspelen een mogelijkheid? De aandacht gaat dus naar het afkeuren van het gedrag wat niet mag (afpakken), benoemen van het probleem, en samen kijken naar een positieve oplossing daarvoor.
  • Door gebruik te maken van een vast dagritme en rituelen snappen kinderen wat er gaat gebeuren en zijn zij actief betrokken bij gebeurtenissen in de groep.

Sociale competentie

Onder de sociale competenties verstaan we onder andere het hebben van vertrouwen in anderen en de vaardigheden om hulp te vragen en ontvangen. We zien hier dan ook de kernbegrippen relatie en competentie sterk vertegenwoordigd. Maar ook de mogelijkheden om dit zelf te kunnen (autonomie) is hier zeer waardevol. Het op een positieve manier een bijdrage kunnen leveren aan de groep, samen spelen en meedoen in de groep en delen met anderen horen hierbij. Het kind wordt zich bewust van zijn eigen identiteit en persoonlijke kenmerken en leert problemen en conflicten oplossen. Het aanvoelen wat de ander bedoelt en daarop reageren met je eigen gedrag, het nadoen van de ander maar ook zelf initiatief nemen, zijn allemaal voorbeelden van sociale competenties. We zien hier dus de basisbehoeften op sociaal-emotioneel, moreel, cognitief en communicatief gebied bij elkaar komen in de dagelijkse praktijk. Op onze kinderdagopvang willen wij op verschillende manieren aandacht hebben voor die sociale competenties. 

Hoe proberen wij de sociale competentie bij kinderen te bevorderen?  

  • Emoties van kinderen spiegelen en benoemen. 
    Zo wordt gezegd wat de leidster ziet: lachen, en welke emotie de leidster denkt te zien (plezier). Door kinderen actief te betrekken bij deze emoties leren ze.
  • Kinderen uitdrukkelijk betrekken bij troosten en elkaar helpen en elkaar aanmoedigen om iets door te zetten. 
    Mooie voorbeelden zien we in de praktijk als de kleinsten beginnen met lopen; het kind valt en een ouder kind komt “helpen”. Samen met de leidster wordt het kind aan de hand genomen en aangemoedigd weer een paar stappen te zetten.
  • Als kinderen een conflict hebben, wat bij de normale ontwikkeling hoort en geleerd moet worden, wordt niet direct in gegrepen door de groepsleiding. Wel wordt in de gaten gehouden of ze het al zelf op kunnen lossen, en of dat niet ten koste gaat van 1 kind. Zowel de oorzaak van het conflict als de oplossing die eventueel samen met de leiding gevonden is wordt in begrijpelijke taal op het niveau van het kind besproken. 
    Een voorbeeld; als een kind van 1 jaar een ander kind slaat gaan we samen het kind de ander op een positievere manier aanraken. We laten het kind ervaren dat het met zijn handen ook iets kan doen wat de ander prettig vindt. We benoemen dat dit fijn is voor de ander. Bij een 3 jarige die een ander kind slaat omdat het graag met de auto van dat andere kind wil spelen leggen we uit dat dat niet mag. We proberen het kind zelf onder woorden te laten brengen waarom het sloeg. We proberen dan samen met de peuters een oplossing te vinden voor het probleem (samen spelen, jij mag straks,…)
  • De groepsleiding heeft oog voor wat er speelt tussen de kinderen en leeft zich in in de kinderlogica die daar achter steekt. 
    Soms zien we een kind een ander kind optillen. De bedoeling kan dan heel goed zijn: een ander kind helpen. Toch kan dit leiden tot een huilpartij of wegduwen. De leidster benoemt de goede bedoeling en legt meteen uit dat het andere kind dit toch niet prettig vindt.
  • Ze helpt waar nodig bij het vinden van een oplossing bij sociale botsingen, of benoemt de zelf gevonden oplossingen van de kinderen. 
    Twee kinderen willen allebei het liefst op de tractor rijden. Een kind geeft aan dat ze om de beurt kunnen rijden. De leidster herhaalt de oplossing en benoemt dit dat het een goede oplossing is. Ze geeft de kinderen ook een compliment dat ze er samen zo goed uit gekomen zijn en er wordt afgesproken wanneer gewisseld wordt.
  • De groepsleiding richt zich ook op het nemen van de laatste stap bij een sociale botsing: het weer vrienden maken zodat we op een gezellige, open manier samen verder kunnen spelen.
  • Het spelmateriaal wat aanwezig is biedt mogelijkheden om sociale competenties te oefenen in rollenspel, samenspel (bijvoorbeeld gezelschapsspelen) of individueel spel.
  • Soms maken we van individueel spel samenspel; zo kun je samen een puzzel maken of samen aan 1 tekening werken. 

Waarden en normen

Waarom is aandacht voor waarden en normen belangrijk?

Waarden
Waarden zijn opvattingen. Opvattingen over gedragingen en situaties over mensen en dingen, etc. Die waarden of opvattingen drukken we uit in woorden als: mooi, lelijk, fijn, vervelend, eerlijk, oneerlijk, moedig, laf, belangrijk, onbelangrijk.

Normen
Normen zijn concrete regels en voorschriften voor ons handelen in bepaalde situaties. Ze vertalen waarden in concreet gedrag.

Bij het ontwikkelen van morele competenties bij jonge kinderen hebben we te maken met het omgaan met waarden en normen in de groep. Het besef dat ze met eigen gedrag anderen kunnen beïnvloeden, de motivatie om andere kinderen te helpen en geen pijn te doen en de verschillende sociale regels in de groep moeten helder onder woorden gebracht worden door de groepsleiding. Ook is er aandacht voor het eigen gedrag en emoties, opkomen voor jezelf, omgaan met morele gevoelens als trots, schuld en schaamte. 

Hoe stimuleren wij de ontwikkeling van waarden en normen op de kinderdagopvang?

  • We proberen de kinderen, afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling, zich bewust te worden van hun handelen door erop te reflecteren. 
    Als een peuter het speelgoed in de bak gaat opruimen, benoemt de leidster dat gedrag door hem te vertellen dat ze het fijn vindt dat hij zo goed meehelpt om op te ruimen. Als we zien dat een kind een ander kind helpt door bijvoorbeeld iets te pakken, wordt dat gedrag ook gestimuleerd door te verwoorden wat hij gedaan heeft (iets pakken) en welke gevolgen dat heeft voor een ander (nu kan zij lekker verder spelen).
  • We verhelderen daar waar nodig de waarden en normen die op de kinderdagopvang gelden in begrijpelijke taal.
  • Er zijn niet teveel regels, wel duidelijke die consequent worden toegepast. Dit zijn regels die te maken hebben met samen spelen, speelgoed delen of juist zelf spelen, elkaar geen pijn doen, hoe we eten of hoe we dingen pakken en opruimen.
  • We reageren op het ‘vraagkijken’ van kinderen.
    Vaak voelen kinderen zelf aan wanneer het gedrag niet helemaal aan de haak is. Ze proberen dan van het gezicht van de leidster af te lezen wat de bedoeling is. Door hier alert op te reageren kan de leidster een ‘morele gids’ zijn in situaties die verkend worden. Het vraagkijken betekent vaak “ik weet het wel, maar help mij even want ik begrijp nog even niet helemaal hoe ik wél moet handelen”.
  • Kinderen die bij een gesprek staan worden er zoveel mogelijk bij betrokken als het kind aangeeft erbij betrokken te willen worden.
  • Als kinderen boos of overstuur zijn, blijven leidsters vriendelijk en duidelijk in hun communicatie. 
    Door te kiezen voor bijvoorbeeld een time-out kan het kind eerst even tot rust komen voor het in de groep terug keert. 
    Een voorbeeld is dat een dreumes erg moet huilen en boos is omdat hij speelgoed wil hebben waar op dat moment andere kinderen mee spelen. Dat kan nu dus even niet. De leidster legt eerst rustig uit waarom hij er nu niet mee kan spelen. Daarna neemt de leidster het kind mee naar een andere situatie zodat het speelgoed even uit zijn blikveld weg is en kijkt naar een andere spelmogelijkheid (alternatief).
  • We zijn er ons van bewust dat het kind in aanraking komt met verschillende groepen waar andere waarden en normen kunnen gelden (thuis, kinderdagopvang, bij familie of vriendjes) en gaan hier respectvol mee om. 
    Als een peuter na het eten meteen van tafel wil, omdat hij dit thuis zo gewend is, gaan we samen kijken wat er op de groep anders is dan thuis; we zitten met meer kinderen aan tafel, de leidsters moeten meer kinderen helpen met een boterham smeren, we hebben hier afgesproken dat iedereen blijft zitten tot we klaar zijn. Zonder een waarde-oordeel te geven over wat beter is (aan tafel blijven of gaan spelen als je klaar bent) wordt duidelijk gemaakt dat hier soms andere regels gelden dan thuis, en dat dat prima is.
  • We maken bij het bespreken van onze waarden en normen gebruik van alledaagse situaties in de kinderdagopvang en helpen de kinderen bij het vinden van oplossingen om beter te reageren in een situatie. 
    Als er ruzie komt omdat drie kinderen met alle blokken een toren willen bouwen en dus alle blokken voor zichzelf willen hebben, stelt de leidster voor om eerst de blokken te verdelen en allemaal een toren te bouwen. We kijken dan hoe hoog de torens worden. Daarna bouwen we met z’n allen 1 grote toren. Door elkaar goed te helpen maken we misschien wel de allerhoogste toren…
  • We streven ernaar, ondanks onderlinge persoonlijke verschillen, dezelfde waarden en normen in de groep te hanteren.
  • We gaan na waarom kinderen zich veelvuldig niet aan gestelde regels houden als zich dat voor doet en passen daar de afspraken of inrichting van een ruimte indien nodig op aan.
  • We houden ons zelf ook aan de regels.

Activiteiten baby's

Op de kinderdagopvang wordt steeds gewisseld tussen speel-leeractiviteiten en verzorging-leeractiviteiten zoals eten, drinken, naar het toilet gaan of verschoond worden. Ook is er steeds een wisseling tussen spontane, vrije activiteiten waarin de kinderen min of meer bepalen wat ze gaan doen, en momenten waarop de groepsleiding activiteiten aanbiedt. Dit samen bepaald het dagritme in de groep waarbij steeds aangesloten wordt bij de behoeften en bioritmen van het individuele kind.
In het volgende artikel beschrijven we per gebied welke activiteiten aangeboden worden of hoe we daar mee omgaan. Dit splitsen we uit in een beschrijving voor baby’s, dreumesen en peuters.
In de praktijk wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van het kind en is de splitsing in activiteiten niet precies in leeftijden te verdelen. Ontwikkeling gaat met sprongen en lopen ook niet op alle gebieden gelijk. Uitgangspunt voor de groepsleiding is steeds wat het kind aangeeft en aan kan. Globaal maken we onderscheid in de volgende 4 groepen:

  • Baby-groep (0 tot 1,5 jarigen)
  • Baby-dreumesgroep (0 tot 3 jarigen)
  • Dreumesgroep (1 tot 3 jarigen)
  • Dreumes-peutergroep (1 tot 4 jarigen) 

Activiteiten Baby’s

Eten en drinken

Naast de noodzakelijkheid van eten en drinken, is dit ook een moment om samen van te genieten. Bij baby’s die uit de fles drinken is dit een moment waarop de leidster een 1 op1 moment heeft met het kind. Bij uitstek een moment waarop gewerkt wordt aan het welbevinden en sociale contact tussen baby en leidster. Iets oudere baby’s kunnen eten in een kinderstoel en maken kennis met voedsel dat ze kunnen afhappen van een lepel of afbijten en kauwen. Baby’s verwerven steeds meer vaardigheden zoals drinken uit een beker, zelf de lepel vasthouden of fruit vasthouden. Wij geven de baby’s veel tijd en ruimte om nieuw voedsel te verkennen. Door ze het ook zintuiglijk te laten ervaren (eraan likken, proeven en voelen) raken zij vertrouwd met het eten. Met ouders van baby’s worden vooraf heldere afspraken gemaakt over de voedingsschema’s en soorten voeding die het kind krijgt. Baby’s eten en drinken in principe altijd wat u mee geeft. Meer informatie hierover vindt u onder het punt Eten en drinken door u meegegeven

Verschonen

Baby’s worden meestal 3 keer per dag op het dagverblijf verschoond. Hierbij gebruiken wij luiers en billendoekjes van het merk Pampers die door het Kindercentrum verstrekt worden. Indien nodig is op de groep ook Sudo-crème aanwezig voor geïrriteerde huid. Als u liever heeft dat producten van een ander merk gebruikt worden, dient u deze wel zelf mee te geven en dit te overleggen met de groepsleiding.
Bij de verzorging zijn herhaling en rituelen belangrijk voor de emotionele veiligheid en band tussen het kind en de leidster. Leidsters beginnen alle verzorgingsmomenten met de aandacht te vragen van het kind. Ze legt ook met woorden uit wat ze gaat doen en nodigt daarbij het kind uit om mee te doen. Door van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren kan een kind zich er mentaal en fysiek op voorbereiden. Door de volgorde van handelingen steeds hetzelfde te houden wordt het verzorgen herkenbaar en voorspelbaar voor het kind. Het kost de meeste kinderen tijd om waar te nemen wat de leidster doet en wat ze van hen vraagt. Daarom wordt het tempo mede bepaald door het kind. Zo worden ook deze momenten een moment van persoonlijke aandacht, samenspel en plezier beleven. De leidster heeft ook respect voor de autonomie van het kind en geeft ruimte voor initiatieven die het kind toont tijdens de verzorgende handelingen. Als het kind bijvoorbeeld erg bezig is met zijn voeten te ontdekken, en tijdens het verschonen dus steeds zijn benen optrekt, gaan dit even voor. De leidster zal het kind de ruimte geven om met zijn voeten te spelen en past daar haar interactie op aan.

Slapen

In het begin ziet de leidster dat de baby toe is aan slapen. Er zijn met de ouder ook afspraken gemaakt over de slaaptijden en rituelen die thuis gewend zijn zoals het gebruik van knuffels en een speentje. Kinderen slapen zoveel mogelijk in eigen bedjes, de bedden worden door meerdere kinderen gebruikt, ieder kind gebruikt een eigen onderlaken. Wij gebruiken badstofdekens om de kinderen onder te stoppen als zij geen slaapzak gebruiken. Indien uw kind in een slaapzak slaapt brengt u deze mee naar de opvang en slaapt uw kind in zijn / haar eigen slaapzak.
Het inbakeren, kinderen vastleggen zodat zij geen bewegingsvrijheid hebben in bed, wordt door ons om veiligheidsredenen niet gedaan. Indien er slaapproblemen bij uw kind zijn, wat u met inbakeren tracht te verlichten, zullen wij daar aandacht en zorg aan besteden. Hiermee willen wij het kind leren rustig te gaan slapen. Baby’s worden altijd op de rug in bed gelegd, en tijdens de slaap terug op de rug gedraaid zodra de leidster opmerkt dat het kind op de buik is gaan slapen. Ook dit is een beleidspunt waarbij gekozen wordt voor de veiligheid van uw kind in verband met adviezen rondom de voorkoming van wiegendood. Het kan echter zo zijn dat uw kind steeds in een andere houding blijft draaien, en vastleggen op de rug is geen optie. Indien uw kind gewend is op een andere manier dan op de rug in slaap te vallen, kunt u een formulier tekenen waarin u zich bekend verklaard met de verhoogde risico’s en toestemming geeft uw kind in een andere houding te laten slapen.

Samen spelen

Het samenspelen bij baby’s begint vaak met contact maken door lachen, aanraken, geluidjes maken en naar elkaar staren. Die interacties tussen baby’s onderling en baby’s met leidsters krijgen vaak een vervolg met spelletjes zoals elkaar speeltjes geven en terug pakken. Baby’s gaan ook gedrag imiteren zoals het lachen en terug lachen, met een rammelaar zwaaien om de aandacht te vragen van de ander. De leidster reageert hier op door het spelletje voort te zetten en ook een geluidje te maken.

Bewegen en zintuiglijk waarnemen

Bij baby’s is het directe contact heel belangrijk, hun beleving is voornamelijk zintuiglijk. De zintuigen van de baby staan open voor allerlei indrukken. Voor de ontwikkeling is het van groot belang dat alle zintuigen goed functioneren. Spelletjes die de ontwikkeling bevorderen zijn onder andere, kiekeboe spelen, plaatjes kijken, balspelletjes, schootspelletjes met liedjes of eenvoudige bewegingen en oefeningen om het lopen, om zitten en staan te stimuleren. Stapsgewijs leert de baby een aantal vaardigheden en krijgt het steeds meer beheersing over zijn ledematen en spieren.
Het hoofdje recht houden, zich omrollen, zich optrekken, grijpen, vastpakken en loslaten, het zijn allemaal vaardigheden die het kind in zijn latere leven vele malen per dag zal toepassen. Bovendien zijn al die bewegingen weer de basis voor verdere ontwikkelingen. Het doen van deze spelletjes is een duidelijke activiteit. Het is goed voor de ontwikkeling maar ook voor het plezier. De aard en de duur van de spelletjes hangt af van de leeftijd. Belangrijk is te weten dat elk kind zich in zijn eigen tempo ontwikkelt. Hiertoe wordt alle ruimte gegeven.
Het ontwikkelen van zintuigen begint al met het lijfelijke contact bij knuffelen, voeden en verschonen. Alles wat de baby pakt en voelt wordt verkend, aan het begin vooral via de mond; hard-zacht, ruw-glad, koud-warm, groot-klein enzovoorts. Op het dagverblijf maken we daar een activiteit van door soms bewust materialen binnen het bereik te leggen (of net iets erbuiten om de motoriek weer te prikkelen). Maar ook in alle handelingen door de dag heen zijn spontane ervaringsmomenten; eten met de handen verkennen, proeven, ruiken, spelen in de zon (warm) of schaduw (koud), spelen in het zand of op de tegels, geluidjes die ergens vandaan komen, diepte herkennen als je ergens overheen kruipt.
Wij proberen door het aanbieden van een veelheid aan materialen en mogelijkheden en een gericht aanbod van activiteitjes die passen bij wat de baby aangeeft, een meerwaarde te geven aan het bezoek van ons kinderdagopvang.

Geluid, muziek, dans en beweging

Baby’s reageren op geluiden om zich heen; je kunt aan de reactie zien of het vertrouwde of nieuwe geluidjes zijn.
De leidster sluit daar weer op aan door in een activiteit verschillende geluiden aan te bieden en te kijken wat de reactie is. Door samen met de baby op geluiden te bewegen (bijvoorbeeld de armpjes te bewegen of te wiegen op het ritme van de muziek) kan de baby die beweging voortzetten als de leidster daarmee stopt. Door jezelf te verstoppen maar wel geluidjes te blijven maken zal de baby gaan zoeken waar het vandaan komt. Door de baby zelf met materialen geluiden te laten maken leren zij het verband tussen iets laten bewegen en het geluid wat het voorwerp dan maakt. Door eenvoudige liedjes en rijmpjes aan te bieden en regelmatig te herhalen gaan ze spontaan korte stukjes nadoen en meezingen, de bewegingen die daar vaak bij horen bieden weer steun bij het nabootsen van klanken. Bewegingen die het kind bijvoorbeeld op schoot ervaart bij een paardenliedje “Damespaard, herenpaard en boerenknol” dragen op hun beurt weer bij aan de motorische ontwikkeling en evenwichtsgevoel. Zodra de mogelijkheden van bewegen toenemen zal ook de ontdekkingstocht naar geluidjes uitgebreid worden; overal wordt op getikt, aan gerammeld, verschoven en betast op zoek naar het hardste, zachtste, mooiste en onaangenaamst geluid. Zo zijn geluiden, muziek, dans en beweging al vanaf baby af aan onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling. Deze activiteiten zijn dan ook dagelijks en meerdere keren op een dag terug te vinden op het dagverblijf.

Beeldende Expressie

Beeldende expressie is in beginsel een manier van communiceren met je buitenwereld; laten zien wat je denkt, voelt, wil, of om een sfeer op te roepen. Kinderen ontdekken wie ze zelf zijn, ontwikkelen daarbij motorische en zintuiglijke competenties, hebben vaak interactie met andere kinderen of volwassenen en ontwikkelen ook cognitieve competenties zoals kennis van kleur, vormen, materialen, de ruimte waarin ze bewegen.Bij beeldende expressie komen op een speelse manier dus veel competenties bij elkaar waarbij de uitgangspunten relatie, competentie en autonomie sterk vertegenwoordigd zijn.
De activiteiten bij baby’s zijn vooral op het lichaam gericht. Ze reageren spontaan met hun hele lijf op kleuren, vormen, geuren, smaken, tast, geluid en ritme. Baby’s maken met wat zij zien, horen, voelen, ruiken en proeven een verbinding met vertrouwde mensen en situaties. Activiteiten op de kinderdagopvang lokken vooral allerlei emoties en bewegingen op bij de baby’s, een doosje met lapjes van allerlei verschillend materiaal (jute, vilt, wol, karton etc) Het ervaren van de verschillen, ervaren wat prettig voelt en wat niet roept buiten zintuiglijke waarnemingen ook expressie op.

Natuur en fysieke omgeving

Jonge kinderen zijn van nature betrokken bij hun omgeving. Deze betrokkenheid uit zich in op dingen afgaan en opgaan in wat ze beleven. Wat als baby begint met voelen wat direct en per ongeluk in je omgeving aangeraakt kan worden, wordt vervolgd door rollen, kruipen en lopen waardoor het begrip “omgeving” steeds groter wordt. Het verkennen van de omgeving is een belangrijke zaak, en hoewel de leidsters alert zijn op potentiële gevaren stimuleren zij het kind in zijn ontdekkingsdrang. Bij baby’s zijn de activiteiten vooral gericht op zintuiglijke ervaringen: het voelen van de wind langs je gezicht of kriebelen met een blaadje of gras. Als de baby’s met mooi weer buiten zijn en er zijn kleine beestjes zoals een lieveheersbeestje, kun je die over de handen laten lopen of ga je voelen aan warme en koude oppervlakten.
Ook het gericht kijken naar dingen uit de natuur zoals het ritselen van bladeren in de wind tijdens het wandelen buiten, een windmolentje, kruipende beestjes of bloemen kan een heel spel opleveren. Soms hoort het kind ineens een geluidje wat hem interesseert, door dat te herhalen en benoemen of op onderzoek uit te gaan waar het bij hoort ontstaat een nieuwe activiteit.  Het ruiken aan of proeven van dingetjes uit de directe omgeving gebeurt de hele dag door, vaak op een spontane manier. Maar het kan ook een spelletje worden wat samen gespeeld wordt. Zodra het kruipen begint wordt de wereld van de baby ineens veel groter; het ervaren van de ruimte, verstoppen, kiekeboe spelen, ergens overheen kruipen, of juist onderdoor biedt tal van kansen voor eigen ontdekkingen, maar ook in samenspel met andere baby’s of leiding!
Baby’s zijn in al deze situaties nieuwsgierig naar het effect van hun handelen. Daarom worden spelletjes eindeloos herhaald, soms met kleine variaties, juist om grip op de omgeving te krijgen.

Ordenen, meten en rekenen

Bij baby’s zal niet door iedereen meteen aan activiteiten met meten en rekenen gedacht worden. Toch zijn ook baby’s bezig met het inschatten van diepte (de ervaring van dichtbij en ver weg, bij het omrollen richting een spiegel, bij het kijken naar een speeltje boven de box). Ook het ordenen begint met kenmerken van voorwerpen leren onderscheiden; het waarnemen van kleuren, het in de mond steken van allerlei voorwerpen, het betasten van een hard en zacht speelgoedje zijn allemaal voorbeelden van leren ordenen (heel onbewust, maar wel in de groepen “prettig” en “vervelend”.)
Het ordenen van de ruimte is een van de bekendste activiteiten met een baby: het kind ziet iets wat zijn aandacht trekt, dat wordt door de leidster “weggetoverd”, het is er niet meer… maar gelukkig tovert ze het weer terug! 
Ordening in tijd wordt gestimuleerd door de vaste rituelen op vaste momenten van de dag. Een baby van 4 maanden zal al gericht naar de leidster kijken als die bij het bedje komt staan na het slapen. De armpjes gaan alvast omhoog; na het binnenkomen van de leidster volgt namelijk het optillen (ordening in tijd). Door veel waarde te hechten aan deze vaste rituelen op vaste tijden, en daarbij goed naar de signalen van baby’s te kijken, helpen we de baby met het ontwikkelen van tijdsbesef.
Het gaat dus zeker niet om het overbrengen van kennis en begrippen, maar om ervaringen die zich spontaan voordoen tijdens de verzorging en spel.

Communicatie en taal

Baby’s, dreumesen en peuters communiceren in twee talen: met hun lichaam en eerst via geluidjes en later het praten.
Leidsters spreken ook beide talen en willen begrijpen wat het kind zegt of probeert te zeggen. Door goed te kijken en luisteren naar het kind wordt belangstelling getoond, communicatie is de basis voor het welbevinden van het kind! Het delen van emoties, ervaringen, contact maken, kinderen uitdagen om activiteiten te ondernemen of helpen hun weg te vinden.
Er zijn bij kinderen grote verschillen in het tempo van de taalontwikkeling. Sommige baby’s beginnen al met 8 maanden aan de eerste woordjes, sommige pas bij 2 jaar. Sommige baby’s steken hun energie eerst in het ontwikkelen van motoriek voordat ze actief met taal aan de slag gaan. Leidsters blijven natuurlijk veel taal aanbieden, taalaanbod stimuleert de taalontwikkeling. Tijdens verzorgende handelingen wordt veel benoemd en met de baby gepraat, tijdens het spel wordt gereageerd op klanken die de baby maakt. Er wordt ook gespeeld met het maken van geluidjes zodat de baby zich richt op spraakgeluiden en deze onderscheidt van omgevingsgeluiden. Door in dat spel te reageren op de lichamelijke reacties van de baby ontstaat communicatie. Als de baby van klanken over gaat naar woorden en als ze ontdekken dat woorden ook een bepaalde betekenis hebben worden situaties uitgelokt om die taal actief te gaan gebruiken (bij het horen van “die” en wijzen naar een speelgoedje zal de leidster er een spelletje van maken)
Een rijk en gevarieerd taalaanbod wordt de groepsleiding belangrijk gevonden; praten over wat de baby aan het doen is (wil jij kijken?) praten over wat jezelf aan het doen bent (Ik ga jou optillen), praten over waar de baby naar kijkt (Oh, dat is een mooie beer). Ook in allerlei spelletjes komt dat naar voren (Waar is jouw neus?, Er komt een muisje aangekropen dat kriebelt in jouw nekje!).Het uitgangspunt is steeds dat we aansluiten bij waar de baby mee bezig is zodat de taalactiviteit interactief en betekenisvol is.

Passieve taalontwikkeling

Voordat kinderen zelf gaan praten is de taalontwikkeling al in volle gang. Hierbij wordt een passieve woordenschat aangelegd. De kinderen begrijpen de betekenis van de woorden die ze aangeboden worden door hun omgeving zonder ze zelf actief te kunnen gebruiken. We noemen dat de passieve taalontwikkeling.  Leidsters spelen in op deze ontwikkeling door ook op non-verbale signalen van het kind te reageren. Als het kind de armpjes strekt bij het zien van een bal, wordt het woordje “bal” genoemd. Na verloop van tijd is het woordje “bal” genoeg voor het kind op daarop al te reageren, daarna wordt de bal er ook weer bijgehaald om mee te spelen. Het verschil tussen begrijpen en zelf produceren van woorden blijft langer doorgaan dan alleen de baby tijd. Ook bij dreumesen en peuters is dat verschil nog groot. Door steeds de passieve woordenschat uit te breiden, wordt de actieve woordenschat ook steeds groter. Naarmate de leeftijd toeneemt wordt het voor het kind ook duidelijk dat 1 voorwerp meerdere woorden kent (plak en lijm) of  1 woord meerdere betekenissen kan hebben (blaadje ; blaadje aan de boom en blaadje waarop je tekent).
Leidsters spelen steeds in op het verwervingsniveau van het individuele kind door een rijk en gevarieerd taalaanbod aan te bieden, waardoor het kind bevestigd wordt in het gebruik van taal in zijn actieve woordenschat, maar ook gevoed blijft in de ontwikkeling van zijn passieve woordenschat.

Activiteiten Dreumesesen

Op de kinderdagopvang wordt steeds gewisseld tussen speel-leeractiviteiten en verzorging-leeractiviteiten zoals eten, drinken, naar het toilet gaan of verschoond worden. Ook is er steeds een wisseling tussen spontane, vrije activiteiten waarin de kinderen min of meer bepalen wat ze gaan doen, en momenten waarop de groepsleiding activiteiten aanbiedt. Dit samen bepaald het dagritme in de groep waarbij steeds aangesloten wordt bij de behoeften en bioritmen van het individuele kind. 
In het volgende artikel beschrijven we per gebied welke activiteiten aangeboden worden of hoe we daar mee omgaan. Dit splitsen we uit in een beschrijving voor baby’s, dreumesen en peuters. 
In de praktijk wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van het kind en is de splitsing in activiteiten niet precies in leeftijden te verdelen. Ontwikkeling gaat met sprongen en lopen ook niet op alle gebieden gelijk. Uitgangspunt voor de groepsleiding is steeds wat het kind aangeeft en aan kan. Globaal maken we onderscheid in de volgende 4 groepen:

  • Baby-groep (0 tot 1,5 jarigen)
  • Baby-dreumesgroep (0 tot 3 jarigen)
  • Dreumesgroep (1 tot 3 jarigen)
  • Dreumes-peutergroep (1 tot 4 jarigen)

Eten en drinken

Naast de noodzakelijkheid van eten en drinken, is dit ook een moment om samen van te genieten. Het is dan ook meestal een plezierig en sociaal gebeuren. Voor dreumesen is de overgang naar gezamenlijk eten een hele stap. Door tijdig aan te kondigen dat er gegeten gaat worden, helpen de leidsters de kinderen bij het omschakelen. Vaak wordt ze eerst geleerd om in kleine groepjes, met een of twee andere kinderen samen te eten. Later eten en drinken ze samen aan de tafel en ze leren gesprekken voeren met elkaar en de leidsters. Er is aandacht voor de toenemende zelfredzaamheid en het vermogen en de wens om samen met de andere kinderen het eet- en drinkritme van de groep te volgen. Tweejarigen zijn nog overwegend op zichzelf en het eten gericht. Maar voor de driejarigen wordt het samen eten en drinken steeds meer een gezellig gebeuren met liedjes, grapjes en gesprekjes met de andere kinderen en leidsters. Ook de behoefte om het eten en drinken zelf te kunnen en willen doen is belangrijk. 

In deze groep staan leren kiezen wat je op je brood wil, leren zelf je brood te smeren, beleggen en snijden centraal. Als een kind niet of weinig wil eten, kan dat verschillende oorzaken hebben. Misschien heeft hij of zij geen trek of smaakt het voorgezette eten niet lekker / anders dan (thuis) gewend. Soms moeten kinderen wennen aan een ander voedsel of een andere manier van klaarmaken. Er wordt door de groepsleiding gekeken naar de mogelijke oorzaken en overlegd met de ouders als dit zich voor doet. Wij willen niet dat het eten een strijdtoneel wordt, waar kind en leidster uitvechten wie de baas is. Het weigeren van eten is een krachtig wapen voor een kind. Wij willen voorkomen dat het eten een bron van frustratie wordt in plaats van een prettig samen zijn. Vaak wordt geprobeerd bij weigering het eten op een speelse manier anders aan te bieden, het kind opnieuw te richten op het eten in plaats van het weigeren.

Verschonen

Herhaling en rituelen zijn ook hier belangrijk voor de emotionele veiligheid. Leidsters beginnen alle verzorgingsmomenten met de aandacht te vragen van het kind. Ze legt ook met woorden uit wat ze gaat doen en nodigt daarbij het kind uit om mee te doen. Door van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren kan een kind zich er mentaal en fysiek op voorbereiden. Door de volgorde van handelingen steeds hetzelfde te houden wordt het verzorgen herkenbaar en voorspelbaar voor het kind. Het kost de meeste kinderen tijd om waar te nemen wat de leidster doet en wat ze van hen vraagt. Daarom wordt het tempo mede bepaald door het kind. Sommige dreumesen willen zo snel mogelijk verder spelen, anderen zijn echt bezig deze vaardigheden zelf te leren en nemen daar de tijd voor. Zo worden ook deze momenten een moment van persoonlijke aandacht, samenspel en plezier beleven. De leidster heeft ook respect voor de autonomie van het kind en geeft ruimte voor initiatieven die het kind toont.

Zindelijkheid

Leidsters zijn alert op signalen die kinderen aangeven op het moment dat zindelijk worden belangrijk lijkt te worden voor het kind. Een leidster benoemd het poepen of plassen als zij ziet dat het kind daar mee bezig is om het kind bewust te maken van de spieren die het om dat moment gebruikt. Ook de manier van bewegen die kinderen laten zien voordat het moet plassen of poepen wordt benoemd door de leidster, met de vraag of uitnodiging om dit samen op het potje te doen. Het kan ook zijn dat de ouder aangeeft dat ze thuis met de zindelijkheid bezig zijn. Uiteraard is in beide gevallen van belang dat thuis en in de opvang op dezelfde manier en op dezelfde tijd met zindelijkheid gestart wordt. Ook hierover wordt dus goed gecommuniceerd tussen ouders en groepsleidsters.
Als het kind er aan toe is, gaat het ook naar het (verlaagde) kindertoilet op de groep. Ook hier geldt weer dat rekening gehouden wordt met de autonomie van het kind; soms geven kinderen aan dat ze ‘alleen’ op het potje willen, soms juist liever buiten de toilet zodat oogcontact blijft, soms moet de leidster dichtbij blijven, soms willen kinderen juist wat meer privacy. Ook bij het aan en uitkleden nodigt de leidster vanaf het begin af aan het kind uit om mee te doen.

Slapen

Bij dreumesen kijkt de groepsleidster goed naar de signalen die het kind afgeeft. Soms is het slaapritme, of de behoefte aan slaap, anders dan in de thuissituatie. Het kind is steeds actiever, doet veel indrukken op en kan daardoor soms behoefte hebben aan even rust. Het kan ook voor komen dat het kind juist minder vaak gaat slapen dan thuis door alle prikkels. De slaaptijden worden steeds genoteerd en besproken bij het ophalen. Langzaam aan leren kinderen wanneer ze even moeten rusten voor ze verder spelen. Dit heeft alles te maken met het groeiende bewustzijn. Leidster anticiperen hierop. Het aan en uitkleden wordt vaak een spelletje; armpjes omhoog doen, truitje over je hoofd trekken (kiekeboe), grapjes maken zoals sokjes steeds uittrekken, armpjes verstoppen als de leidster iets aan wil trekken… Naast het meespelen en plezier beleven wordt veel aandacht besteed aan het benoemen van handelingen en woorden voor lichaamsdelen, kledingstukken etc.

Samen spelen

Bij dreumesen vormt imitatie een ware activiteit; het ene kind bedenkt iets, de ander doet het na. Soms zal de groepsleidster dit gedrag uitdagen bij de kinderen om zo tot een leuk samenspel te komen. Kinderen die bij elkaar in de buurt aan het spelen zijn zullen af en toe naar elkaar kijken en hetzelfde spel overnemen. Soms heeft een kind daarbij behoefte aan ondersteuning van de groepsleidster om zich die handeling eigen te maken. Als de kinderen wat groter worden zie je ook het kortdurende samenspel in de groep; het ene kind stapelt een blok op de toren van de ander. Ook het rollenspel krijgt vorm; eerst vaak nog alleen, later vaak met de leidster. Samen ‘een kopje thee drinken’ in de keukenhoek of doen alsof je een hondje bent. Doordat de leidster imitatiespelletjes vaker herhaalt, worden deze bekend bij de kinderen. Met nieuwe of meer teruggetrokken kinderen is het imitatiespel vaak een prima, veilige ingang voor het kind om mee te doen. Iets nadoen, herhalen, een beetje anders na te doen, zelf initiatief te tonen en dat de leidster dat weer herhaalt geeft een veilig gevoel van het spel in de hand hebben. Vaak komen andere kinderen spontaan mee doen zodat het leggen van contacten bevorderd wordt. Veel liedjes en bewegingsspelletjes zijn ook voorbeelden van imitatie-activiteiten. 

Bewegen en zintuiglijk waarnemen 

Kinderen leren op een natuurlijke weg tijdens hun dagelijkse activiteiten veel met betrekking tot bewegen en zintuiglijk waarnemen. Baby’s krijgen van leidsters de tijd om zich om te rollen tijdens het verschonen en om hun hoofdje op te tillen en te kijken. Wanneer dreumesen de ruimte en materialen krijgen om te kruipen, lopen, rennen, glijden, springen, klauteren, schommelen, fietsen, proeven, voelen en bekijken gaan ze over het algemeen positief en enthousiast op deze uitdagingen in. Een deel van de ontwikkeling komt dus uit uitdagende materialen en een uitdagende ruimte. Een ander deel komt uit de interactie met leidsters, de ruimte krijgen om dingen te ontdekken en de kansen krijgen om te oefenen. Leidsters gaan dan ook rustig om met de schrammetjes en zere billen die bij deze ontwikkeling van vallen en opstaan hoort. Hierbij is natuurlijk wel steeds oog voor gevaarlijke situaties waarin al te avontuurlijke dreumesen soms kunnen belanden. Zowel voor het binnen als buitenspel zijn uitdagende materialen beschikbaar die passen bij de ontwikkelingsfase waarin een dreumes zich bevindt. Voor de grove motoriek zijn bijvoorbeeld klim en klauter materialen, fietsjes, karretjes, glijbaantje en ballenbak aanwezig. Voor de fijne motoriek zijn ook spelmaterialen zoals blokken, puzzels, klei en verf aanwezig, maar hier moet ook gedacht worden aan de kansen die we vinden bij de dagelijkse verzorging (vasthouden van een beker, boterham smeren, helpen bij aan en uitkleden). We bieden dus ruimte en spelmateriaal aan voor spontane vrijspel activiteiten waar kinderen op een veilige en uitdagende manier zelfstandig mee aan de slag kunnen. We laten het kind doen wat het zelf kan en ondersteunen initiatieven als ze daar hulp bij nodig hebben. De dagelijkse handelingen worden als leer en oefenmoment benut; zelf op de commode klimmen via de speciaal voor kinderen aangebrachte trapjes, en zelf afklimmen, zelf naar je bedje lopen, boterhammen smeren, enzovoorts. Kinderen worden door de groepsleiding ook uitgedaagd om voor hen onbekende activiteiten te ondernemen, maar nooit gedwongen om iets te doen. Vaak wordt het spel al uitgelokt door voorbeeldgedrag van de leidster, waarna de kinderen het maar al te graag gaan imiteren. Ook voor het prikkelen van de zintuigen is bij dreumesen een scala van activiteiten waar we gebruik van maken. We stimuleren het kind eens iets anders te eten (beleg op de boterham, fruitsoorten, maar ook in spelvorm als proef-spelletje), doen ruik-spelletjes om het ruiken te verkennen (door ruiken raden wat er in een doosje zit) of spelen spelletjes waarbij voelen belangrijk is (blinddoek om en voelen, handen in een doosje doen en iets voelen). Soms biedt zich een situatie in waarin zo’n spel spontaan ontstaat (Een kind wat zegt: bah, die boterham stinkt. Ruiken aan pindakaas, een aardbei, kaas enzovoorts wat later weer een proef spelletje kan worden). Soms biedt de leidster dit soort activiteit aan in een meer geleide vorm; door een spannend doosje bij zich te hebben waar een knuffel een verhaal bij vertelt over “iets voelen in het donker”…. 

Geluid, muziek, dans en beweging 

Dreumesen raken meer en meer geïnteresseerd in het aanleren van de goede bewegingen bij de tekst van liedjes. Ze gaan ook spontaan liedjes gebruiken in hun spel. Ze leren met liedjes en bewegingen over dagelijkse dingen; liedjes over eten, aankleden, opruimen en gaan slapen. Liedjes zingen wordt steeds betekenisvoller, en leidsters springen daarop in door het juiste liedje aan te leren als ze iets waarnemen in de groep of bij een kind. Naast de liedjes, bewegingen en dansjes komen nu ook de muziek instrumenten steeds meer in zicht. Niet meer alleen om het geluidje te verkennen zoals bij de baby’s, maar om een verjaardagsliedje te ondersteunen of om instrumenten te sorteren op hard en zacht. Instrumenten worden ook door leidsters gebruikt om een spel mee te doen; hard zacht, snel langzaam, ieder geluidje met een eigen beweging. Naast de aandacht voor het zelf zingen waarbij de leidsters met de kinderen zingen, bieden allerlei peuter-liedjes op cd ook weer mogelijkheden voor zang, dans of gewoon lekker luisteren. Bij de dreumesen ligt naast de spontane ontwikkeling de nadruk bij begeleide activiteiten vooral op het combineren van alle mogelijkheden die ze ontdekken; taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Liedjes en bewegingen (dans als je wilt) ondersteunen vaak ook dagelijkse rituelen zoals het liedje “Smakelijk eten” voordat aan de lunch begonnen wordt. 

Beeldende Expressie

Beeldende expressie is in beginsel een manier van communiceren met je buitenwereld; laten zien wat je denkt, voelt, wil, of om een sfeer op te roepen. Kinderen ontdekken wie ze zelf zijn, ontwikkelen daarbij motorische en zintuiglijke competenties, hebben vaak interactie met andere kinderen of volwassenen en ontwikkelen ook cognitieve competenties zoals kennis van kleur, vormen, materialen, de ruimte waarin ze bewegen. Bij beeldende expressie komen op een speelse manier dus veel competenties bij elkaar waarbij de uitgangspunten relatie, competentie en autonomie sterk vertegenwoordigd zijn. De leidsters zijn er niet op gericht om de dreumesen te helpen bij het realiseren van een eindproduct, het gaat om het plezier in de beweging, de ervaring dat je iets kunt doen of laten zien met je lichaam, je iets mooi kunt maken. De leidsters tonen daarbij vooral vertrouwen en waardering in de mogelijkheden van het kind; ze beoordelen een krastekening niet op wat het niet is; het lijkt (nog) niet op een papa of mama. Ze beoordelen op het plezier van “iets kunnen maken”, de bewegingen maken, het ontdekken van een potlood, en de gevoelens die het kind daaraan koppelt… Daarbij nemen de leidsters net zo’n onderzoekende houding aan als het kind; samen beleven ze de verwondering, ze leven zich in in de belevingswereld van het kind. De leidsters maken gebruik van spontane voorvallen en bieden activiteiten aan. Ze laten de kinderen spelenderwijs kennis maken met de wereld om hen heen, zodat hun waarneming en creativiteit worden uitgedaagd en gestimuleerd. Ook bij dreumesen gaat het allemaal vaak nog om lichamelijke ervaringen. Ze beleven vooral plezier aan de waarnemingen: dat een kleurpotlood afgeeft, dat een papiertje kan scheuren, dat de kleur blauw als potlood kan maar ook als lapje stof en stukje plastic. Allerlei sorteerspelletjes, bewegingsliedjes waarbij iets gescheurd kan worden, grote vingerverfschilderijen maken door met handen of voeten door de verf te gaan leveren zintuiglijke competenties op, maar dragen ook bij aan de beeldende expressie. Bij de geleide activiteiten met dreumesen staat bij de leiding dus voorop dat het kind allerlei ervaringen op doet, materialen ontdekken en zintuiglijk vastleggen, en hun lichaam leren kennen (Wat kun je allemaal met je handen, voeten, gezicht, hele lijf? Een grote olifant nadoen, lopen als een reus, droevig of blij zijn, repen scheuren om schilderij mee te maken…).

Natuur en fysieke omgeving

Jonge kinderen zijn van nature betrokken bij hun omgeving. Deze betrokkenheid uit zich in op dingen afgaan en opgaan in wat ze beleven. Wat als baby begint met voelen wat direct en per ongeluk in je omgeving aangeraakt kan worden, wordt vervolgd door rollen, kruipen en lopen waardoor het begrip “omgeving” steeds groter wordt. Het verkennen van de omgeving is een belangrijke zaak, en hoewel de leidsters alert zijn op potentiële gevaren stimuleren zij het kind in zijn ontdekkingsdrang. Dreumesen leren meer en meer zelf het gevaar inschatten, door vallen en opstaan ontdekken ze hoogte verschillen in de omgeving, het effect van een schuine ondergrond, het verschil in zand, gras of tegels als ondergrond of wat er gebeurt als je ergens afrolt, loopt of rijdt. Activiteiten in de natuur, tijdens een wandeling of in de buitenspeelruimte, kunnen bijvoorbeeld klauteren uitlokken; een omgevallen boomstam of een balk die ingegraven is biedt mogelijkheden voor tal van activiteiten. Maar denk ook aan de ervaringen zoals op een warme dag tóch even naar buiten als het regent, de regen op je tong voelen, met je handen in de plas… Leidsters zijn steeds gericht op het creëren van situaties voor “spontane” ontdekkingen, maar bieden door het inbrengen van spel en / of materialen ook geleide activiteiten aan. Door variatie in het dagprogramma en gebruik te maken van verschillende ruimtes (groepsruimte, speelhal, slaapkamertje, een wandelingetje in de bolderkar, buiten op de speelplaats, in de zandbak enzovoorts) krijgen de kinderen de ruimte voor het opdoen van allerlei ervaringen. Als de natuur niet fysiek aanwezig is in de directe omgeving, wordt met activiteiten de natuur naar binnen gehaald; een voeltafel met herfstbladeren, een kleine boomstam tijdelijk in de zandbak om mee te spelen, kleine beestjes zoeken op de speelplaats. Door het stellen van vragen, verwoorden van ervaringen bij de kinderen, en het uitnodigen van kinderen om ontdekkingen te delen met andere kinderen en leidsters wordt het ontdekken van de ruimte en natuur een spannende ontdekkingstocht!

Ordenen, meten en rekenen 

Voor dreumesen en peuters zien we dat er van alles gesorteerd en geteld gaat worden; wat hoort in het winkeltje? Welke doos is te groot? Wie heeft er meer? Kan ik die bak optillen of is die te zwaar? In de zandbak worden alle schepjes verzameld, niet om mee te graven maar om alles bij elkaar te leggen… de peuters willen misschien alleen de rode schepjes. Ook het verschil tussen een grote koek en kleine koek is al snel bekend als je ze zelf laat kiezen. De bewegingsspelletjes of liedjes ondersteunen het tellen van (grote en kleine) stappen, in de handen klappen en (hoog en ver) springen. Door het vaste dagritme ontstaat ordening in tijd (“eerst eten, dan slapen en dan gaan we weer spelen hé?”) . En zo ordenen, meten en rekenen de dreumesen en peuters de hele dag. De leidsters laten naast de spontane ervaringen die kinderen opdoen dreumesen en peuters zich ook heel bewust worden van deze momenten. Door de ontdekkingen samen te delen en belangstelling te tonen voor de rekenactiviteit van het kind krijgt het steeds meer functie en wordt de situatie zinvol. Als het kind wil weten wanneer mama of papa hem op komt halen, kan het dagritme hulp bieden (“We gaan nu eerst spelen, dan fruit eten, nog een verhaal voorlezen en dan komt papa of mama”) Door te vragen naar wie de hoogste toren heeft gaan de dreumesen vergelijken, door niet zelf een speelgoedje uit de kast te pakken maar te vragen wie er bij kan zoekt de groep het “grootste kind” uit, door zand in een buis in de zandbak te scheppen en te vragen waar het zand is zal de dreumes opzoek gaan naar het antwoord, door de schoenen van alle kinderen op 1 hoop in het midden te leggen als we op het springkussen gaan hebben we daarna een leuke sorteer activiteit! Kortom: hele dagelijkse dingen nodigen uit tot het doen van leuke rekenactiviteiten en spelletjes!

Communicatie en taal

Baby’s, dreumesen en peuters communiceren in twee talen: met hun lichaam en eerst via geluidjes en later het praten. Leidsters spreken ook beide talen en willen begrijpen wat het kind zegt of probeert te zeggen. Door goed te kijken en luisteren naar het kind wordt belangstelling getoond, communicatie is de basis voor het welbevinden van het kind! Het delen van emoties, ervaringen, contact maken, kinderen uitdagen om activiteiten te ondernemen of helpen hun weg te vinden. Leidsters blijven natuurlijk veel taal aanbieden, taalaanbod stimuleert de taalontwikkeling. Bij dreumesen zien we een groot verschil tussen begrijpen van communicatie (passieve taalontwikkeling) en zelf produceren van woorden. Ook hier verloopt de ontwikkeling in sprongen en is het de taak van de leidster om zo goed mogelijk aan te sluiten bij het kind. Vaak begrijpt de dreumes al heel veel woorden en kan het zelf ook steeds beter bedenken wat hij duidelijk wil maken, maar ontbreekt het hem nog aan een actieve woordenschat om dat uit te spreken. Soms praten de kinderen nog niet veel, of minder dan thuis. We nemen altijd de tijd om het kind zelf uit zijn woorden te laten komen, en proberen te voorkomen dat we alvast met woorden invullen wat het kind bedoelt (of misschien niet bedoelde, maar dan hoeft het alleen nog maar “ja” te zeggen en gaat iets doen wat hij eigenlijk niet bedoelde….) We geven de dreumesen en peuters dus de ruimte voor eigen taalproductie, stellen als het kan open vragen en proberen het kind te stimuleren zichzelf uit te drukken. Door zelf bewust gebruik te maken van lichaamstaal, mimiek, gebaren of dingen aan te wijzen als ze benoemd worden proberen we de gesproken taal te ondersteunen. Als we merken dat een kind bezig is met een nieuw woord of begrip, proberen we dat regelmatiger terug te laten komen in “toevallige” activiteiten.
Om de kinderen te helpen bij het ontdekken van de taal, worden in grote lijnen 3 methodes door leidsters gehanteerd.

Ze herhaalt wat gezegd is in de goede vorm, vaak met een aanvulling. 
Kind: “Ik heb kusje gegeeft mama” Leidster “Wat lief, heb jij een kusje aan mama gegeven?” 
Zo weet het kind dat het begrepen is, maar ontdekt ook de structuur van de zin. 

Of we vragen na wat het kind bedoelt zonder te vullen wat je nog niet snapt.
Kind: “Mama auto eten halen toet niet” Leidster: “Ging mama met de auto weg?” Kind: “Ja, eten halen toetjes niet” Leidster: “Oh, mama ging met de auto boodschappen doen!” Kind “Mama auto boodschappen gedaan. Toetjes niet!” Leidster: “Hoefde mama geen toetjes te kopen in de winkel?” Kind: “Nee, toetjes thuis koelkast in ist!” 

De leidster kan er ook voor kiezen door te praten over het onderwerp en zo de zinnetjes op de juiste manier aan te bieden zonder herhaling. Leidster: “Kom we gaan aan tafel zitten” Kind: “Klimmen zelf doen” Leidster: “Ja, en dan gaan we een boterham eten” Kind: “Pasta opdoen” Leidster: “Ja, jij mag de boterham smeren

In deze drie zinnen was het taalaanbod steeds in een zelfde zin-structuur. De peuter zal dit op den duur ook overnemen, zonder steeds gecorrigeerd te worden in wat hij zelf inbrengt. En zo is de taal en communicatie een spel wat de hele dag door gespeeld wordt, verweven in alle activiteiten die we met de kinderen ondernemen en waar mogelijk in de belevingswereld van het kind! Dus niet alleen tijdens het voorlezen van een (prenten-)boek, het zingen van een lied, het opzeggen van een rijmpje, activiteiten die we natuurlijk ook aanbieden! Al was het alleen maar voor het plezier wat er samen met de kinderen aan beleven! 

Activiteiten Peuters

Op de kinderdagopvang wordt steeds gewisseld tussen speel-leeractiviteiten en verzorging-leeractiviteiten zoals eten, drinken, naar het toilet gaan of verschoond worden. Ook is er steeds een wisseling tussen spontane, vrije activiteiten waarin de kinderen min of meer bepalen wat ze gaan doen, en momenten waarop de groepsleiding activiteiten aanbiedt. Dit samen bepaald het dagritme in de groep waarbij steeds aangesloten wordt bij de behoeften en bioritmen van het individuele kind. Op de groepen wordt gewerkt met het voorschoolse programma Uk & Puk wat goed aansluit bij de behoeften van de kinderen, en waarbij veel ruimte is om in te spelen op het individuele kind.
In het volgende artikel beschrijven we per gebied welke activiteiten aangeboden worden of hoe we daar mee omgaan. Dit splitsen we uit in een beschrijving voor baby’s, dreumesen en peuters. 
In de praktijk wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van het kind en is de splitsing in activiteiten niet precies in leeftijden te verdelen. Ontwikkeling gaat met sprongen en lopen ook niet op alle gebieden gelijk. Uitgangspunt voor de groepsleiding is steeds wat het kind aangeeft en aan kan. Globaal maken we onderscheid in de volgende 4 groepen:

  • Baby-groep (0 tot 1,5 jarigen)
  • Baby-dreumesgroep (0 tot 3 jarigen)
  • Dreumesgroep (1 tot 3 jarigen)
  • Dreumes-peutergroep (1 tot 4 jarigen)

Eten en drinken 

Naast de noodzakelijkheid van eten en drinken, is dit ook een moment om samen van te genieten. Het is dan ook meestal een plezierig en sociaal gebeuren. Peuters eten en drinken samen aan de tafel en ze leren gesprekken voeren met elkaar en de leidsters. Peuters volgen in principe het dagritme van de groep met eten en drinken. Er is ook aandacht voor het zelfstandig eten en drinken, leren een boterham te smeren en eten met een vorkje. Ze leren ook vaardigheden om bij te dragen aan het groepsgebeuren: samen de tafel dekken, bekers uitdelen, afwassen of opruimen. Erg leuk en spannend is natuurlijk zelf eten maken: koekjes bakken of een fruitsalade maken! Het samen eten en drinken is steeds meer een gezellig gebeuren met liedjes, grapjes en gesprekjes met de andere kinderen en leidsters. Tijdens het eten, een sociaal groepsgebeuren, blijven de peuters aan tafel zitten tot we klaar zijn met eten. Hierbij wordt natuurlijk wel rekening gehouden met de tijd dat de kinderen kunnen blijven zitten. Langzame eters krijgen voldoende tijd, maar dan mag de rest wel van tafel. Als een kind niet of weinig wil eten, kan dat verschillende oorzaken hebben. Misschien heeft hij of zij geen trek of smaakt het voorgezette eten niet lekker / anders dan (thuis) gewend. Soms moeten kinderen wennen aan een ander voedsel of een andere manier van klaarmaken. Er wordt door de groepsleiding gekeken naar de mogelijke oorzaken en overlegd met de ouders als dit zich voor doet. Wij willen niet dat het eten een strijdtoneel wordt, waar kind en leidster uitvechten wie de baas is. Het weigeren van eten is een krachtig wapen voor een kind. Wij willen voorkomen dat het eten een bron van frustratie wordt in plaats van een prettig samen zijn. Vaak wordt geprobeerd bij weigering het eten op een speelse manier anders aan te bieden, het kind opnieuw te richten op het eten in plaats van het weigeren. 

Naar het toilet gaan

Nadat het begin is gemaakt met zindelijk worden, blijft de groepleiding alert op signalen die het kind aangeeft als het moet plassen en / of poepen. Soms gaan kinderen dit heel duidelijk zelf aangeven, soms zeggen ze eenmalig ‘poepen’ in de hoop dat de leidster dit oppikt, soms geven ze alleen lichamelijke signalen af. In deze fase komt het natuurlijk regelmatig voor dat het kind net te laat op het toilet aankomt met een natte broek als gevolg. De groepsleidsters zullen ook dit soort ongelukjes op een positieve manier benaderen. Er wordt geen nadruk gelegd op de natte broek, en bij het verschonen is een plezierig contact tussen kind en leidster van belang. Het doel van de leidster is dat het kind vrijwillig naar de wc gaat op het moment dat ze aandrang voelen, teveel nadruk leggen op een faalervaring passen daar niet bij. Nadat het kind verschoond is wordt de vuile kleding in een plastic tasje bewaard en meegeven op het einde van de dag. In deze fase is het dus wel van belang dat uw kind voldoende schone kleding mee krijgt.
Wanneer het kind 4 jaar is kan het meestal zelfstandig naar het toilet gaan en zelf met papier de billen schoonmaken. Een hele klus!

Slapen

Peuters leren dat bepaalde onprettige gevoelens kunnen betekenen dat ze moe zijn en dat ze zich beter even in een hoekje kunnen terugtrekken. Voor het zover is probeert de leidster deze signalen al op te pikken. Zij stemt met het kind af wanneer het naar bed gaat. Hierbij proberen we het kind wel zoveel mogelijk in een vast ritme te houden. Door bijvoorbeeld even een rustige activiteit te doen, kan het kind wel eerst eten voordat het gaat slapen. Soms is het slaapritme, of de behoefte aan slaap, anders dan in de thuissituatie. Peuters die thuis overdag al de hele dag wakker zijn, hebben soms toch de behoefte even te gaan slapen. Het kind is steeds actiever, doet veel indrukken op en kan daardoor soms behoefte hebben aan even rust. Het kan ook voor komen dat het kind juist minder vaak gaat slapen dan thuis door alle prikkels. De slaaptijden worden steeds genoteerd en besproken bij het ophalen.
Bij peuters worden de kinderen ook steeds meer gestimuleerd het aan en uitkleden bij het gaan slapen zelf te doen.

Samen spelen

De peuters zie je soms alleen en soms samen met hetzelfde speelgoed spelen. Al spelend ontstaat het spel in de groep; de kinderen reageren op elkaar en zo komen ze tot nieuwe situaties. De rol van de groepsleiding is dan vooral observerend en sturend waar nodig. Zij bieden de veilige basis waardoor kinderen onbekommerd kunnen samenspelen. Soms worden ook situaties gecreëerd om nieuwe vormen van samenspel uit te lokken, het samenspel te verbreden of verdiepen. In het rollenspel worden steeds langere verhalen gespeeld. In het keukentje wordt eten gekookt, anderen dekken de tafel, leidsters worden uitgenodigd om te komen eten, samen wordt de tafel weer opgeruimd. Soms spelen kinderen nog langs elkaar hun eigen spel, soms wordt het al echt samenspel waarbij met elkaar plannen gemaakt worden. Door te zorgen voor een uitdagend aanbod aan materialen voor rollenspel (verkleedkleren, hoeken en voorwerpen) worden rollenspelen uitgelokt. Peuters gaan vaak spontaan een spel beginnen, wat gestimuleerd wordt door de leidsters door mee te spelen. Ook het voorlezen van verhalen door een leidster lokt ‘naspelen’ uit. Soms kan een interactie van een leidster weer een nieuwe impuls aan het spel geven; ze komt even op bezoek en gaat weer weg met de mededeling dat ze nog boodschappen moet doen… de keuken wordt een winkel en een nieuw samenspel ontstaat. 

In het samenspel is ook oog voor kwetsbare kinderen; er zijn kinderen die de gangmakers zijn, hun eigen gang willen gaan en teruggetrokken kinderen. De sociale problemen die dat met zich meebrengt worden zowel voor het drukke als teruggetrokken kind op een positieve manier benaderd. Te drukke kinderen worden gestopt zonder dat de leidster zelf boos wordt. Vaak is dit kind zelf ook verward en weet niet goed met de situatie om te gaan. De leidster geeft het kind een time-out, stimuleert positief gedrag en zorgt ervoor de het kind zich weer welkom kan voelen in de groep. Ook het teruggetrokken kind kan rekenen op positieve aandacht, daarbij wordt wel de eigen identiteit van het kind gerespecteerd.

Bewegen en zintuiglijk waarnemen

Peuters gaan weer verder waar ze als dreumes al aan begonnen zijn: als ze de ruimte en materialen krijgen om te kruipen, lopen, rennen, glijden, springen, klauteren, schommelen, fietsen, proeven, voelen en bekijken gaan ze over het algemeen positief en enthousiast op deze uitdagingen in. Een deel van de ontwikkeling komt dus uit uitdagende materialen en een uitdagende ruimte die weer aangepast zijn op de verder ontwikkelde motoriek en coördinatie. Een ander deel komt uit de interactie met leidsters, de ruimte krijgen om dingen te ontdekken en de kansen krijgen om te oefenen. Leidsters gaan in deze fase vooral in op het creëren van uitdagende situaties, vaak met hetzelfde materiaal. Peuters ontdekken weer nieuwe mogelijkheden en combinaties van materialen en kunnen deze ook steeds beter toepassen in dagelijkse handelingen en spelvormen. Hierbij is natuurlijk wel steeds oog voor gevaarlijke situaties waarin al te avontuurlijke peuters soms kunnen belanden. Zowel voor het binnen als buitenspel zijn materialen beschikbaar die passen bij de ontwikkelingsfase waarin een peuter zich bevindt. Voor de grove motoriek zijn bijvoorbeeld klim en klauter materialen, fietsjes, karretjes, klimtoestellen met een glijbaantje aanwezig. Voor de fijne motoriek zijn spelmaterialen zoals blokken, constructiematerialen, puzzels, klei, verf, scharen en plak aanwezig, maar hier moet ook gedacht worden aan de kansen die we vinden bij de dagelijkse handelingen van de peuter (vasthouden van een beker, boterham smeren, helpen bij aan en uitkleden, naar het toilet gaan, hutten bouwen). We bieden dus ruimte en spelmateriaal aan voor spontane vrijspel activiteiten waar kinderen op een veilige en uitdagende manier zelfstandig mee aan de slag kunnen. We laten het kind doen wat het zelf kan en ondersteunen initiatieven als ze daar hulp bij nodig hebben. De dagelijkse handelingen worden als leer en oefenmoment benut; zelf op een stoel gaan zitten, zelf naar je bedje lopen, boterhammen smeren, enzovoorts. Kinderen worden door de groepsleiding ook uitgedaagd om voor hen onbekende activiteiten te ondernemen, maar nooit gedwongen om iets te doen. Vaak wordt het spel al uitgelokt door voorbeeldgedrag van de leidster, waarna de kinderen het maar al te graag mee doen of met eigen initiatieven komen om het spel uit te breiden.
Ook voor het prikkelen van de zintuigen is bij peuters een scala van activiteiten waar we gebruik van maken. We stimuleren het kind eens iets anders te eten (beleg op de boterham, fruitsoorten, maar ook in spelvorm als proef-spelletje), doen ruik-spelletjes om het ruiken te verkennen (door nieuwe of onbekendere geuren aan te bieden zoals lavendel, kruidnagel of speculaaskruiden) of spelen spelletjes waarbij voelen belangrijk is (blinddoek om en voelen wie er tegenover je zit). Soms biedt zich een situatie in waarin zo’n spel spontaan ontstaat (Een kind wat zegt: “het ruikt hier naar Sinterklaas” als er perpernoten gebakken worden. Ruiken aan een billendoekje roept wellicht weer een andere associatie op). Soms biedt de leidster dit soort activiteit aan in een meer geleide vorm; door een verrekijker aan te bieden en te vragen wat het kind erdoor kan zien. (Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet)

Geluid, muziek, dans en beweging

Vanaf ongeveer het derde jaar kunnen kinderen liedjes die de leidster voorzingt nazingen, maar ook zelfstandig hele liedjes zingen die ze ooit geleerd hebben. Bewegingen op de muziek en de liedteksten worden vaak gebruikt om allerlei emoties te benoemen; stampen als een grote olifant, een liedje over een verdrietige clown die zijn ballon kwijt is of Roodkapje die nergens bang voor is (…totdat de wolf er aan komt!) . Ook de cd’s met allerlei (peuter-)liedjes (van K3 tot VOF de Kunst of Bach) bieden vele mogelijkheden voor activiteiten; een dansje, een spelletje of gewoon lekker om even van te genieten en rustig te worden. Naast de nieuwe activiteiten die kunnen dankzij de ontwikkeling op alle gebieden, blijven peuters de activiteiten die ook met baby’s en dreumesen gedaan worden erg leuk vinden. Even lekker wiegen op schoot, kiekeboespelletjes, een nieuw geluidje ontdekken of een wekkertje zoeken wat ergens verstopt ligt. Oude, bekende dingen herhalen zorgen ervoor dat ze de vaardigheden goed kunnen inslijpen. Van baby tot peuter (en ook daarna als kleuter en hopelijk tot volwassene) is muziek, dans en beweging een plezierige, sociale activiteit vele ontwikkelingsdoelen kan combineren. Juist daarom is hier veel aandacht voor in het dagelijkse programma.

Beeldende Expressie

Beeldende expressie is in beginsel een manier van communiceren met je buitenwereld; laten zien wat je denkt, voelt, wil, of om een sfeer op te roepen. Kinderen ontdekken wie ze zelf zijn, ontwikkelen daarbij motorische en zintuiglijke competenties, hebben vaak interactie met andere kinderen of volwassenen en ontwikkelen ook cognitieve competenties zoals kennis van kleur, vormen, materialen, de ruimte waarin ze bewegen.
Bij beeldende expressie komen op een speelse manier dus veel competenties bij elkaar waarbij de uitgangspunten relatie, competentie en autonomie sterk vertegenwoordigd zijn. De leidsters zijn er niet op gericht om de kinderen te helpen bij het realiseren van een eindproduct, het gaat om het plezier in de beweging, de ervaring dat je iets kunt doen of laten zien met je lichaam, je iets mooi kunt maken. De leidsters tonen daarbij vooral vertrouwen en waardering in de mogelijkheden van het kind; ze beoordelen een krastekening niet op wat het niet is; het lijkt (nog) niet op een papa of mama. Ze beoordelen op het plezier van “iets kunnen maken”, de bewegingen maken, het ontdekken van een potlood…
Daarbij nemen de leidsters net zo’n onderzoekende houding aan als het kind; samen beleven ze de verwondering, ze leven zich in in de belevingswereld van het kind. De leidsters maken gebruik van spontane voorvallen en bieden activiteiten aan. Ze laten de kinderen spelenderwijs kennis maken met de wereld om hen heen, zodat hun waarneming en creativiteit worden uitgedaagd en gestimuleerd.
Draaide het in de activiteiten met baby’s en dreumesen nog vooral om de lichamelijke ervaringen die beeldende expressie oproept, zien we bij de peuters dat ze steeds meer koppelingen gaan maken met bedoelingen die ze vooraf hebben. De peuter kan in zijn hoofd een beeld oproepen van wat het wil maken, naspelen of vertellen. De giraf die ze gezien hebben in de dierentuin zit als plaatje in het hoofd; de gele streep met verf op een groot papier heeft echt de betekenis giraf. In de activiteiten gaan de leidsters ook steeds dieper in op de communicatie; welke dieren zag je nog meer, welke vond je grappig, welke eng… in het gesprek kunnen peuters ook de andere beesten gaan verven, en welke kleuren horen daar dan weer bij: allerlei expressieve competenties, maar zeker ook communicatieve en cognitieve. Groepsleidsters zullen steeds goed naar het kind kijken en zich afvragen waar de peuter op dat moment de meeste behoefte aan heeft; wil het vooral bezig zijn met de expressie (het verven) of wil het graag vertellen. Door het kind te volgen en aan te sluiten bij zijn behoefte wordt vooral aan de plezierige beleving gewerkt.
Geleide activiteiten kunnen beginnen met een verhaal wat voorgelezen wordt, dit vormt een inleiding op een thema voor een activiteit; we gaan het over het “groene dingen” hebben. Dat kan een sorteerspelletje worden, of een loopspelletje langs groene dingen, of een groen schilderij. Een liedje kan aanleiding zijn voor vrolijke of droevige bewegingen, een schilderij kan het begin zijn van een spel in de winkelhoek…

Natuur en fysieke omgeving

Jonge kinderen zijn van nature betrokken bij hun omgeving. Deze betrokkenheid uit zich in op dingen afgaan en opgaan in wat ze beleven. Wat als baby begint met voelen wat direct en per ongeluk in je omgeving aangeraakt kan worden, wordt vervolgd door rollen, kruipen en lopen waardoor het begrip “omgeving” steeds groter wordt. Het verkennen van de omgeving is een belangrijke zaak, en hoewel de leidsters alert zijn op potentiële gevaren stimuleren zij het kind in zijn ontdekkingsdrang. Peuters zijn meer en meer bezig met het ontdekken hoe dingen werken. Ze onderzoeken van alles wat ze tegen komen, proberen daar ook actief iets mee te doen en stellen vragen. Het laten bewegen van blaadjes door te blazen, een paardebloem “leeg blazen”, bellenblazen met zeepsop, kruipende beestjes volgen (waar gaan ze naar toe?) van zand modder maken door water erbij te doen, spelen met licht en schaduw,. Ze willen weten wat dingen doen, maar zeker ook wat je zélf met dingen kunt doen. Activiteiten in de natuur, tijdens een wandeling of in de buitenspeelruimte, kunnen bijvoorbeeld klauteren uitlokken; een omgevallen boomstam of een balk die ingegraven is biedt mogelijkheden voor tal van activiteiten. Maar denk ook aan de ervaringen zoals op een warme dag tóch even naar buiten als het regent, de regen op je tong voelen, met je handen in de plas… Leidsters zijn steeds gericht op het creëren van situaties voor “spontane” ontdekkingen, maar bieden door het inbrengen van spel en / of materialen ook geleide activiteiten aan. Door variatie in het dagprogramma en gebruik te maken van verschillende ruimtes (groepsruimte, speelhal, slaapkamertje, een wandelingetje in de bolderkar, buiten op de speelplaats, in de zandbak enzovoorts) krijgen de kinderen de ruimte voor het opdoen van allerlei ervaringen. Alles moet ontdekt worden! Als de natuur niet fysiek aanwezig is in de directe omgeving, wordt met activiteiten de natuur naar binnen gehaald; een voeltafel met herfstbladeren, een kleine boomstam tijdelijk in de zandbak om mee te spelen, kleine beestjes zoeken op de speelplaats. Door het stellen van vragen, verwoorden van ervaringen bij de kinderen, en het uitnodigen van kinderen om ontdekkingen te delen met andere kinderen en leidsters wordt het ontdekken van de ruimte en natuur een spannende ontdekkingstocht!

Ordenen, meten en rekenen

Voor dreumesen en peuters zien we dat er van alles gesorteerd en geteld gaat worden; wat hoort in het winkeltje? Welke doos is te groot? Wie heeft er meer? Kan ik die bak optillen of is die te zwaar? In de zandbak worden alle schepjes verzameld, niet om mee te graven maar om alles bij elkaar te leggen… de peuters willen misschien alleen de rode schepjes. Ook het verschil tussen een grote koek en kleine koek is al snel bekend als je ze zelf laat kiezen. De bewegingsspelletjes of liedjes ondersteunen het tellen van (grote en kleine) stappen, in de handen klappen en (hoog en ver) springen. Door het vaste dagritme ontstaat ordening in tijd (“eerst eten, dan slapen en dan gaan we weer spelen hé?”) . En zo ordenen, meten en rekenen de dreumesen en peuters de hele dag. De leidsters laten naast de spontane ervaringen die kinderen opdoen dreumesen en peuters zich ook heel bewust worden van deze momenten. Door de ontdekkingen samen te delen en belangstelling te tonen voor de rekenactiviteit van het kind krijgt het steeds meer functie en wordt de situatie zinvol. Als het kind wil weten wanneer mama of papa hem op komt halen, kan het dagritme hulp bieden (“We gaan nu eerst spelen, dan fruit eten, nog een verhaal voorlezen en dan komt papa of mama”). Door te vragen naar wie de hoogste toren heeft gaan de peuters vergelijken, door niet zelf een speelgoedje uit de kast te pakken maar te vragen wie er bij kan zoekt de groep het “grootste kind” uit, door zand in een buis in de zandbak te scheppen en te vragen waar het zand is zal de peuter opzoek gaan naar het antwoord, door de schoenen van alle kinderen op 1 hoop in het midden te leggen als we op het springkussen gaan hebben we daarna een leuke sorteer activiteit! Kortom: hele dagelijkse dingen nodigen uit tot het doen van leuke rekenactiviteiten en spelletjes!

Communicatie en taal

Baby’s, dreumesen en peuters communiceren in twee talen: met hun lichaam en eerst via geluidjes en later het praten. Leidsters spreken ook beide talen en willen begrijpen wat het kind zegt of probeert te zeggen. Door goed te kijken en luisteren naar het kind wordt belangstelling getoond, communicatie is de basis voor het welbevinden van het kind! Het delen van emoties, ervaringen, contact maken, kinderen uitdagen om activiteiten te ondernemen of helpen hun weg te vinden. Leidsters blijven natuurlijk veel taal aanbieden, taalaanbod stimuleert de taalontwikkeling. De peuters zijn hard bezig met het ontdekken van allemaal nieuwe woorden en zinnen. Ook ontdekken ze dat woorden soms meer betekenissen hebben. Woorden die ze al wel begrepen, maar nog niet zelf gebruikte komen er nu als een waterval uit. Soms op de goede manier gebruikt, soms juist niet.
Dat levert vaak leuke of grappige situaties op. De leidster zal altijd de achterliggende boodschap proberen te ontdekken en reageren op wat het kind bedoelt te zeggen. Samen onderzoeken ze woordjes, maar ook begrippen met bijvoorbeeld een emotionele lading. “Donker eng”, “Beetje boos”, “Kees verdrietig, beetje pijn gedaan”. We geven de dreumesen en peuters de ruimte voor eigen taalproductie, stellen als het kan open vragen en proberen het kind te stimuleren zichzelf uit te drukken. Door zelf bewust gebruik te maken van lichaamstaal, mimiek, gebaren of dingen aan te wijzen als ze benoemd worden proberen we de gesproken taal te ondersteunen. Als we merken dat een kind bezig is met een nieuw woord of begrip, proberen we dat regelmatiger terug te laten komen in “toevallige” activiteiten.
Om de kinderen te helpen bij het ontdekken van de taal, worden in grote lijnen 3 methodes door leidsters gehanteerd.

Ze herhaalt wat gezegd is in de goede vorm, vaak met een aanvulling.
Kind: “Ik heb kusje gegeeft mama” Leidster “Wat lief, heb jij een kusje aan mama gegeven?
Zo weet het kind dat het begrepen is, maar ontdekt ook de structuur van de zin.

Of we vragen na wat het kind bedoelt zonder te vullen wat je nog niet snapt.
Kind: “Mama auto eten halen toet niet” Leidster: “Ging mama met de auto weg?” Kind: “Ja, eten halen toetjes niet” Leidster: “Oh, mama ging met de auto boodschappen doen!” Kind “Mama auto boodschappen gedaan.Toetjes niet!” Leidster: “Hoefde mama geen toetjes te kopen in de winkel?” Kind: “Nee, toetjes thuis koelkast in ist!

De leidster kan er ook voor kiezen door te praten over het onderwerp en zo de zinnetjes op de juiste manier aan te bieden zonder herhaling. Leidster: “Kom we gaan aan tafel zitten” Kind: “Klimmen zelf doen” Leidster: “Ja, en dan gaan we een boterham eten” Kind: “Pasta opdoen” Leidster: “Ja, jij mag de boterham smeren

In deze drie zinnen was het taalaanbod steeds in een zelfde zinstructuur. De peuter zal dit op den duur ook overnemen, zonder steeds gecorrigeerd te worden in wat hij zelf inbrengt.

En zo is de taal en communicatie een spel wat de hele dag door gespeeld wordt, verweven in alle activiteiten die we met de kinderen ondernemen en waar mogelijk in de belevingswereld van het kind! Dus niet alleen tijdens het voorlezen van een (prenten-)boek, het zingen van een lied, het opzeggen van een rijmpje, activiteiten die we natuurlijk ook aanbieden!

Dagritme Baby / Dreumes - groep (0-3 jaar)

Vanaf ongeveer 7 maanden gaat uw kind meedraaien met de dagindeling van een dreumesgroep. In tegenstelling tot de babygroep waar het individuele ritme van het kind wordt aangehouden, wordt op de baby / dreumes groep voor de dreumesen met een vaste dagindeling gewerkt. Een leidster heeft de zorg voor de kleinste baby’s, de andere leidster(s) zorgt voor de activiteiten en verzorging van de dreumesen. Voor de allerkleinste wordt het voeding en slaapschema aangehouden zoals ’s morgens met de ouder besproken wordt. Een baby krijgt soms om 5 uur de eerste voeding en een andere dag pas om 7 uur. Naar gelang de baby de eerste voeding heeft gehad wordt de rest van de dag ingepland, zodat de baby het juiste aantal voedingen krijgt. De slaaptijden worden hier ook per kind bekeken. De baby’s krijgen veel aandacht tijdens de voeding en verschoonmomenten. Deze momenten is de leidster helemaal alleen met de baby bezig en deze waardevolle momenten worden dan ook extra gebruikt om een band met de kinderen op te bouwen. Deze gezamenlijke groepsindeling is ervoor om met elkaar dingen te leren; zoals leren wachten op elkaar, met elkaar opruimen, zelfstandig eten en drinken, zelf aan en uit leren kleden, op het potje plassen etc. Gedurende de hele dag worden er geregeld kleine activiteiten ondernomen, zoals beschreven is bij activiteiten baby en dreumesen waarbij gebruik gemaakt wordt van het voorschoolse programma Uk & Puk.

  • 07.30
    Binnenkomst / ontvangst kinderen. Kinderen kunnen kiezen uit vrij spel en activiteiten die klaargelegd zijn door de groepsleiding. Er is altijd tijd voor de overdrachtsgesprekken met ouders over de kinderen.
  • 09.30
    Fruit eten en limonade drinken.
  • 10.15
    De kinderen worden verschoond en de kleinsten gaan naar bed 
  • 11.15
    De kinderen gaan uit bed en gaan spelen. Soms een geleide activiteit, soms vrij spel. De activiteiten zijn naar gelang het weer binnen of buiten. 
  • 11.45
    We gaan lunchen met de dreumesen.
  • 12.30
    De kinderen worden verschoond en de grootste gaan naar bed.
  • 14.30
    Tijd om weer uit bed te komen en iets te ondernemen. Ook hier kijken we weer waar de dreumesen behoefte aan hebben.
  • 15.30
    Tijd voor fruit, drinken en koekje. Daarna is het voor de kleinsten tijd om even te gaan slapen. Zij worden voor het slapengaan verschoond.
  • 16.00
    Kinderen die in deze tijd wakker blijven worden nu verschoond.
  • 18.00
    Alle kinderen zijn weer opgehaald, we gaan sluiten.

Dagritme Dreumesgroep (1-3 jaar)

Bij dreumesen worden de activiteiten steeds aangeboden zolang zij daar belangstelling voor hebben. Dit is aan het begin vaak nog erg kort met veel afwisseling. De activiteiten staan beschreven in het activiteiten programma dreumesen waarbij gebruik gemaakt wordt van het voorschoolse programma Uk & Puk.

  • 07.30
    Binnenkomst / ontvangst kinderen. Kinderen kunnen kiezen uit vrij spel en activiteiten die klaargelegd zijn door de groepsleiding. Er is altijd tijd voor de overdrachtsgesprekken met ouders over de kinderen.
  • 09.30
    Fruit eten en limonade drinken.
  • 10.15
    De kinderen gaan naar de toilet en / of worden verschoond soms gaat er nog een kind naar bed indien nodig.
  • 11.00
    Soms een geleide activiteit, soms vrij spel. De activiteiten zijn naar gelang het weer binnen of buiten
  • 11.45
    We gaan lunchen met de dreumesen.
  • 12.30
    De kinderen worden verschoond en gaan naar bed.
  • 14.30
    Tijd om weer uit bed te komen en iets te ondernemen. Ook hier kijken we weer waar de dreumesen behoefte aan hebben.
  • 15.30
    Tijd voor fruit, drinken en koekje.
  • 16.00
    De kinderen gaan naar de toilet en / of worden verschoond.
  • 16.30
    Soms een geleide activiteit, soms vrij spel. De activiteiten zijn naar gelang het weer binnen of buiten.
  • 18.00
    Alle kinderen zijn weer opgehaald, we gaan sluiten.

Dagritme Dreumes - Peuter - groep (1-4 jaar)

Bij dreumesen worden de activiteiten steeds aangeboden zolang zij daar belangstelling voor hebben. Dit is aan het begin vaak nog erg kort met veel afwisseling. Bij een peuter/ dreumes groep worden al wat meer gestructureerdere activiteiten aangeboden, waarbij gebruik gemaakt wordt van het voorschoolse programma Uk & Puk. De activiteiten staan beschreven in het activiteiten programma dreumesen - peuters.

  • 07.30
    Binnenkomst / ontvangst kinderen. Kinderen kunnen kiezen uit vrij spel en activiteiten die klaargelegd zijn door de groepsleiding. Er is altijd tijd voor de overdrachtsgesprekken met ouders over de kinderen.
  • 08.30
    Kinderen die deelnemen aan het peuterarrangement gaan daar naar toe of starten hiermee in hun eigen groep (zie dagritme Peuterarrangement)
  • 09.30
    Fruit eten en limonade drinken.
  • 10.15
    De kinderen gaan naar de toilet en / of worden verschoond.
  • 11.00
    Soms een geleide activiteit, soms vrij spel. De activiteiten zijn naar gelang het weer binnen of buiten
  • 11.45
    We gaan lunchen.
  • 12.30
    De kinderen gaan naar de toilet en / of worden verschoond en de jongste gaan naar bed.
  • 14.30
    Tijd om weer uit bed te komen en iets te ondernemen. Ook hier kijken we weer waar de kinderen behoefte aan hebben.
  • 15.30
    Tijd voor fruit, drinken en koekje.
  • 16.00
    De kinderen gaan naar de toilet en / of worden verschoond.
  • 16.30
    Soms een geleide activiteit, soms vrij spel. De activiteiten zijn naar gelang het weer binnen of buiten.
  • 18.00
    Alle kinderen zijn weer opgehaald, we gaan sluiten.

Dagritme Peuterarrangement (2-4 jaar)

De invulling van de peuterochtend wordt geïntegreerd in het dagritme van een peutergroep. Het dagritme van de peuterochtend/ peutergroep is wat meer gestructureerd, maar buiten de aangeboden activiteiten is er ook veel ruimte voor vrij spel, waarbij kinderen o.a. leren samen spelen. In een peutergroep staat de groei naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid centraal, dit alles op een speelse een passende manier voor de kinderen, met ondersteuning van het programma Uk & Puk.
Op alle locaties wordt het peuterarrangement aangeboden in de bestaande peutergroepen, waarbij de kinderen van het peuterarrangement aansluiten bij de peutergroep van de kinderdagopvang. Op een aantal locaties sluiten de kinderen van de peutergroep aan bij het peuterarrangement. Voor deze kinderen loopt het peuterarrangement door tot 15.00 uur.

  • 08.30
    Binnenkomst/ontvangst Kinderen. Soms doen ouders nog een kleine activiteit met de kinderen samen.
  • 09.00
    Start geleide activiteit, vaak is dit in een kringetje om de dag samen te starten, wat gevolgd wordt door een activiteit die past in het thema. Dit kan met de hele groep of in kleinere groepen zijn.
  • 10.00
    Fruit eten en iets drinken.
  • 10.30
    De kinderen gaan naar het toilet of worden verschoond.
  • 11.00
    Een geleide activiteit. Deze kan binnen of buiten worden uitgevoerd.
  • 12.00
    Kinderen van het peuterarrangement worden opgehaald, peuters van de kinderdagopvang gaan lunchen.

Deelname aan activiteiten buiten de locatie

Regelmatig worden er wandelingen gemaakt naar leuke plaatsen in de omgeving die op loopafstand van de betreffende locatie zijn. Dit kan bij voorbeeld een bos, parkje of dierenpark in de buurt zijn. Ook kunnen er vanuit de oudercommissies uitstapjes georganiseerd worden zoals een picknick of activiteiten gekoppeld aan een thema. De politie, brandweer of boswachter… soms komt er bezoek die onze kinderen wat willen leren of gewoon een leuke dag willen bezorgen.

Voorschoolse Educatie (VVE)

Voorschoolse Educatie (VVE)

Binnen de VVE besteden wij expliciet aandacht aan de ontwikkeling van de peuters en het signaleren van eventuele achterstanden. Door het signaleren en bieden van begeleiding om achterstanden waar mogelijk te verkleinen, of om de juiste verwijzingen te geven voor hulpvragen, willen we risico kinderen een betere start geven op de basisschool. We maken daarbij gebruik van het Voorschoolse Educatie programma Uk & Puk, hebben structurele samenwerking met consultatie bureaus, fysiotherapie, logopedie, Ondersteuningseenheid Zuid van PO De Meierij en kennen een warme overdracht naar de basisschool.

Een VVE-indicatie

Soms wordt er door u als ouder, ons als leidsters of door het consultatiebureau een ontwikkelingsachterstand gesignaleerd op spraak-taal gebied. Nadat deze signalering besproken is, kan het voorkomen dat wij of het consultatiebureau een VVE-indicatie aanbieden. Bij deze indicatie is het mogelijk om het kind in totaal 16 uur in de ochtenden ( 08.30 uur -12.00 uur) op de opvang te laten komen. Dit over 48 weken, waarbij 8 uur door u als ouder wordt afgenomen en 8 uur betaald wordt door VVE gelden vanuit de gemeente. Doordat er op de groep al gewerkt wordt met het VVE-programma krijgt het kind die ochtenden nog meer herhaling, waardoor de kans op het inlopen van de achterstand vergroot wordt, en het kind een goede start zonder achterstand op de basisschool heeft. Gedurende alle ochtenden dat uw kind komt krijgt het de begeleiding die het nodig heeft, de kracht van de herhaling, of juist komen op een rustigere dag zal er vaak toe leiden dat de achterstand ingelopen wordt.
Wanneer kunt u in aanmerking komen voor een VVE-indicatie?

  • Als u inwoner bent van de gemeente Sint- Michielsgestel en Vught
  • Als uw kind al twee ochtenden/ dagdelen / dagen gebruik maakt van de kinderdagopvang
  • Als het consultatiebureau instemt met de achterstand/ indicatie
  • Als het om alleen een spraak taal achterstand gaat en de verwachting is dat het met meer herhalen en wat meer ondersteuning haalbaar is om de achterstand in te lopen.

Wat houdt een VVE-indicatie in;

  • U krijgt de 8 uur ( 3e en 4e dagdeel) aangeboden via de gemeente
  • Uw kind krijgt hetzelfde aangeboden als de andere dagen, op alle dagen daar waar het nodig is extra ondersteuning in een kleiner groepje tijdens de activiteiten. Naar gelang de samenstelling van de groep wordt gekeken hoe het extra taalaanbod vorm wordt gegeven.

Op welke groepen/ locaties wordt vve aangeboden?

In Vught:
Locatie Hoogstraat de Kroontjes. Dt is een peutergroep. We bieden hier hele dag opvang, kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten ’s ochtends aan.
Locatie Kempenlandstraat de Troubadourtjes. Dit is een 1-4 jaar ochtendgroep. Kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten deze aan.
Locatie Piramide de Koele Kikkers. Dt is een peutergroep. We bieden hier hele dag opvang, kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten ’s ochtends aan.

In St. Michielsgestel:
Locatie Ericastraat, De Bolster. Dt is een peutergroep. We bieden hier hele dag opvang, kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten ’s ochtends aan.
Locatie Wilgenstraat De Reuzen. Dt is een peutergroep. We bieden hier hele dag opvang, kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten ’s ochtends aan.
Locatie de Kleine Beer. Dt is een peutergroep. We bieden hier hele dag opvang, kinderen die een VVE-indicatie hebben sluiten ’s ochtends aan.
U kunt bij de locaties kijken voor verdere locatiespecifieke informatie.

Hoe worden de uren VVE aangeboden?

De invulling voor de VVE uren is in de gemeente Vught en Sint-Michielsgestel hetzelfde.
Als u kind in aanmerking komt voor VVE, dan heeft u kind recht op 2 dagdelen van 3, 5 uur gefinancierd door de Gemeente.
Naast dit recht neemt u zelf altijd minimaal 2 dagdelen af. Dit kan zijn met de peuteropvangvoorziening van de gemeente, of met de kinderopvangtoeslag.
Uw kind komt dan dus 4 ochtenden
.
Op het moment dat u gebruik gaat maken van de VVE, is daar vast een 48 weken contract aangekoppeld.
U krijgt voor 48 weken 2 dagdelen door de gemeente VVE gesubsidieerd.
U neemt zelf 2 dagdelen af voor 48 weken. (Heeft u zelf al een 52 weken contract dan verandert er niets, heeft u zelf een 40 weken contract, dan wordt dit omgezet naar een 48 weken contract)

Dit betekent dat uw kind naast de 40 schoolweken ook 8 vakantieweken op het dagverblijf welkom is, we bieden hiermee continuiteit in de ontwikkeling van uw kind.
Zo komt u kind in 2 jaar tijd aan 960 uur opvang, wat ook de norm is voor het VVE aanbod.
Het kan natuurlijk zijn dat de situatie van uw kind verandert waardoor er eerder gestopt kan worden met VVE.

Wat houdt Voorschoolse Educatie in?

Op al onze locaties met kinderdagopvang en het peuterarrangement bieden wij voorschoolse educatie aan gedurende 48 weken op alle ochtenden (op ma-di do-vrij van 08.30-12.00 uur en op woensdag van 08.30-12.30 uur) vanaf dat het kind 2 jaar wordt.
Dit is voor kinderen van 2 jaar tot 4 jaar. Op sommige locaties is er een peuterarrangement waarbij kinderen van de kinderdagopvang aansluiten, op de meeste locaties wordt het aangeboden in de bestaande peutergroep van de kinderdagopvang. Voor de kinderen die vanuit de kinderdagopvang aansluiten, loopt het programma door tot 18.00 uur, afhankelijk van hun contract. Kinderen die alleen gebruik maken van het peuterarrangement worden om 12.00 (of aansluitend aan de eindtijd van de basisschool op die locatie) weer opgehaald.
Er wordt gewerkt met het VVE-programma Uk & Puk. Met behulp van dit programma wordt er met de peuters gewerkt aan zelfstandigheid en zelfredzaamheid behorende bij hun leeftijd, waardoor ze op de basisschool een goede start kunnen hebben. Hieronder vallen:

  • Ontluikende geletterdheid, taalontwikkeling en tweetaligheid
  • Ontluikende gecijferdheid
  • Motorische ontwikkeling
  • Sociaal- emotionele ontwikkeling

Gedurende de ochtend worden 2 geleide activiteiten vanuit het thema aangeboden, afgewisseld met vrij spel en/of buitenspel en fruit eten en drinken.
Met het VVE-programma van Uk & Puk:

  • wordt via een duidelijk uitgewerkte methodiek gewerkt aan het bovenstaande
  • wordt veel aandacht besteed aan taalverwerving
  • wordt op een flexibele manier gewerkt; we passen thema’s aan aan de doelgroep en situatie op de kinderdagopvang zonder de doelen van de methode uit het oog te verliezen
  • worden voor pedagogisch medewerkers trainingen en begeleiding aangeboden om goed met het programma te werken
  • kunnen ouders deelnemen aan speciale activiteiten op ’t Kasteeltje zodat zij betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind en weten wat er op de opvang gedaan wordt.

Het voorschoolse programma Uk & Puk

Een goede start is vaak bepalend voor de toekomst en alle kinderen verdienen een goede start op de basisschool. In de leeftijdsfase 0-6 jaar wordt de basis gelegd voor het verdere leven. Het is belangrijk dat in deze fase elk kind de kans krijgt zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Dit gebeurt in de thuissituatie, op het kinderdagverblijf en op het peuterarrangement. Door al op jonge leeftijd (in de voorschoolse periode) activiteiten aan te bieden, wordt de kans kleiner dat een kind aan de basisschool begint met een eventuele ontwikkelingsachterstand. Om de kinderen te laten ontwikkelen zodat er een goede start op de basisschool gemaakt kan worden heeft ’t Kasteeltje gekozen voor het voorschoolse programma Uk & Puk. Bij dit programma hoort de gekleurde handpop “Puk”. Puk is voor dreumesen en peuters een echt speelkameraadje en een allemansvriendje. Puk kan de kinderen veiligheid bieden en kan soms ook de schakel zijn tussen leidster en kind. Het programma biedt de kinderen speelse activiteiten die aansluiten op het dagelijkse leven van de kinderen. Puk maakt dezelfde dingen mee als de kinderen en leeft daarom in een herkenbare wereld. Het programma bestaat uit 10 thema’s en wordt opgedeeld in blokken van 6 weken. In elk blok wordt aandacht besteed aan een thema waarin de nadruk ligt op woordenschat (en de uitbreiding daarvan), taalvaardigheden, rekenprikkels, sociaal- emotionele-, en motorische vaardigheden. Het programma biedt ruimte om de kinderen ook in het vrij spel te stimuleren in de ontwikkeling, maar ook met geleide activiteiten. Kinderen krijgen de mogelijkheid binnen het programma om op hun eigen ontwikkelingsniveau gestimuleerd / uitgedaagd te worden. De leidsters die werken op de peuterarrangementen / peutergroepen zijn geschoold en gecertificeerd om te werken met het VVE-programma Uk & Puk.

We werken met een doelgerichte planning

De thema’s van Uk & Puk staan in een themaplanning. Bij alle thema’s is aandacht voor de brede ontwikkeling van de kinderen. Kinderen worden gevolgd en gestimuleerd in sociale vaardigheden, de motorische, creatieve en cognitieve ontwikkeling. De jaarplanning dient als leidraad voor het activiteitenaanbod, we kijken steeds of een activiteit meer of minder aandacht nodig heeft en passen onze activiteiten daar op aan. Zo zijn we er zeker van dat alles aan bod komt, maar zijn hier wel flexibel in. De planning wordt steeds in het teamoverleg geëvalueerd en bijgesteld waar nodig.

Activiteiten gericht op taalontwikkeling

We sluiten steeds aan bij de belevingswereld van het kind waarbij taalontwikkeling en stimulering centraal staan. Tijdens vrijspelen stimuleren we dit door samen met de kinderen te spelen en daarbij het handelen en materialen te benoemen. Zo leren kinderen nieuwe woorden en krijgen inzicht in de zinsbouw. Daarnaast wordt voorgelezen en gezongen, stimuleren we de kinderen iets te vertellen in de kring en is er veel herhaling door vaste rituelen en bijbehorende liedjes of versjes. We kijken iedere dag even als vast ritueel naar het weer en de dag van de week. Zo is taal verweven met alle momenten zoals eten, buiten spelen, knutselen e.d. De materialen die bij het thema horen zitten in zelf samengestelde thema-kisten. Denk hierbij aan voorwerpen met een tekstlabel, wandplaten met afbeeldingen en woorden, teken-/kleurplaten rondom het thema of speelgoed om een themahoek mee in te richten.
Het taalaanbod klimt op in moeilijkheidsgraad en wordt per kind op een gepast niveau aangeboden. Per thema starten we eenvoudig, waarna de moeilijkheidsgraad langzaam oploopt. Het aanbod verschilt dus per kind omdat we steeds kijken naar het ontwikkelingsniveau. Daar sluiten we bij aan en gaan we net dat stapje verder ontdekken. De pedagogisch medewerker zorgt daarmee dat de activiteiten voor alle kinderen uitdagend, stimulerend en aantrekkelijk zijn. Soms wordt daarbij gekozen met een groepje te werken, soms richt de pedagogisch medewerker zich juist tot 1 kind.

Responsief (taal-)gedrag pedagogisch mederwerkers.

De pedagogisch medewerkers kijken steeds goed naar het kind; wat wil, bedoelt of doet de peuter. Ze kijkt daarbij goed naar de signalen die het kind geeft. We noemen dat sensitief. Daarnaast reageert ze positief of die signalen op het niveau wat de peuter begrijpt, dat noemen we responsief. De pedagogisch medewerker heeft een luisterende houding, gaat in op wat het kind vertelt en gaat mee in wat het kind aan initiatieven laat zien. Door met interesse te reageren op wat de peuter bezig houdt voelt deze zich gewaardeerd, begrepen en serieus genomen; door het taalgebruik aan te passen aan het niveau van het kind op een responsieve manier wordt de ontwikkeling verrijkt.

Niveauverschillen tussen kinderen

Hoewel gewerkt wordt met een themaplanning en de methode Uk&Puk gevolgd wordt, is er aandacht voor de verschillen in ontwikkelingsniveau van de kinderen. Ieder kind heeft zo zijn eigen ontwikkelingsbehoefte. De pedagogisch medewerker daagt de kinderen steeds uit om een stapje verder te komen ten opzichte van zichzelf; die stapjes worden genoteerd in het observatie-instrument Pravoo of in de persoonlijke rapportage van het kind. In de thema planning staan de activiteiten voor de grote groep of kleine groepjes, kinderen die extra zorg nodig hebben werken binnen het thema aan hun eigen plan van aanpak.

Samen met ouders

Goede, pedagogisch verantwoorde kinderdagopvang is veel meer dan alleen het opvangen van kinderen op die momenten dat ouders andere bezigheden hebben en daarom hun kinderen toevertrouwen aan de opvang. Wij vinden het belangrijk dat er een goede communicatie tussen ouders en ’t Kasteeltje is. Dat begint bij uitvoerige informatie uitwisseling bij de inschrijving en intake. Wij laten zien waar we voor staan via het beleidsplan en informeren de ouders graag bij een rondleiding en intake-gesprek. Maar we willen ook graag zoveel mogelijk weten over het kind en de thuissituatie om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de wensen en verwachtingen van de ouders. Door een open communicatie willen we reële verwachtingen van de mogelijkheden creëren en zo goed mogelijk aansluiten bij het kind.
Hieronder leest u hoe we ouders graag betrekken bij wat we binnen het VVE-programma aanbieden.

We stimuleren ouders om thuis en opvang op 1 lijn te zien

Voor het kind is er geen scheiding tussen thuis ontwikkelen en op de opvang; het kind is in alle situaties bezig met de hele ontwikkeling. Daarom is het goed om thuis en opvang een beetje op elkaar af te stemmen, zo wordt de opvang een verlengstuk van thuis en andersom. We stimuleren om thuis dingen te verzamelen voor een thema en dat mee te brengen naar de groep. Thuis voorlezen uit boekjes die weer aansluiten bij het thema, tips over ontwikkeling in een nieuwsbrief, een gesprekje over wat we allemaal meegemaakt hebben met Puk tijdens haalmomenten zodat de peuter thuis meer kan vertellen, of een knutsel waar veel over te vertellen valt. Ook richten we het lokaal in met een themahoekje zodat er veel te vertellen en vragen valt. Allemaal voorbeelden waarmee we thuis en opvang dichtbij elkaar willen brengen en ouders willen informeren over wat hun kind nu meemaakt en waarin de ontwikkeling zit. Op vraag van de ouders of aangeven van de pedagogisch medewerker kan ook gekozen worden voor een oudergesprek waarin uitgebreider stilgestaan wordt bij de ontwikkeling van het kind. Een paar keer per jaar nodigen we ouders uit voor thema-activiteiten of informatiebijeenkomsten over VVE.

Begeleiding en zorg

Bij de intake wordt zorgvuldig vastgelegd wat de beginsituatie van ieder kind is. We vragen de ouder naar zoveel mogelijk informatie over wat er bekend is bij het kind en hoe we het beste aan kunnen sluiten bij de ontwikkeling van het kind. Dit formulier wordt ingevuld bij de intake en is het startpunt van het kinddossier. In de periode van de eerste weken volgt de pedagogisch medewerker het kind om vanuit eigen observaties een beeld te vormen. De bevindingen worden steeds teruggekoppeld met de ouders tijdens haal en brengmomenten. Na de eerste maanden op de opvang wordt de ouders gevraagd om hun ervaringen met de pedagogisch medewerker te delen via een korte evaluatie. Zo kunnen we een beeld vormen hoe het kind de opvang ervaart en eventueel thuis en op de opvang veranderingen laat zien. Na deze eerste periode stemmen we met de ouders af wat de verwachtingen over en weer zijn en hoe we indien nodig de individuele begeleiding verder vorm gaan geven. Om op een regelmatige en systematische manier de ontwikkeling van het kind te volgen gebruiken wij als observatie-instrument de Pravoo.

Peutervolgsysteem Pravoo

Om in kaart te brengen hoe de cognitieve ontwikkeling van de peuter verloopt, gebruiken we op de kinderdagopvang in de gemeente Sint-Michielsgestel en Vught het peutervolgsysteem van Pravoo. In het kort houdt het Pravoo-peutervolgsysteem het volgende in: Elk kind heeft zijn of haar eigen ontwikkelingsboekje met daarin in één oogopslag de gehele ontwikkeling van de peuter vanaf de binnenkomst tot de overgang naar groep 1 van de basisschool.
Het peutervolgsysteem is een gerenommeerd systeem waarmee de ontwikkeling van de peuter zeer goed in kaart gebracht kan worden. Alle pedagogisch medewerkers hebben de cursus Pravoo gedaan om op de juiste wijze met dit instrument om te gaan. De score lijsten bestaan uit 9 hoofdcategorieën: Binnenkomst – Spelen – Werken – Kringactiviteiten - Sociaal-emotioneel gedrag - Taal - Motoriek - Zintuiglijke waarneming – Zelfredzaamheid. Heeft u vragen over het peutervolgsysteem dan kunt u altijd bij ons om nadere informatie vragen.
De observaties worden gedaan als uw kind 2 jaar, 3 jaar en 3 jaar en 10 maanden is. De scorelijst wordt gedurende het verblijf van uw kind door de vaste leidsters van de groep in samenspraak ingevuld.

Planmatige begeleiding en begeleidingsplan

Uk & Puk heeft aandacht voor de brede ontwikkelingsstimulering van de peuter in de
grote groep, in de kleine groep en het kind afzonderlijk. In de themaplanning staat hoe het programma binnen een bepaald thema wordt ingevuld, welke doelen worden gesteld en op welke wijze aandacht is voor de zorg en begeleiding van de kinderen. Op de dagopvang wordt gekeken naar de taalontwikkeling van de peuter en gestimuleerd. De dagopvang biedt een gevarieerd activiteitenaanbod aan, waarin aandacht is voor alle thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van het kind, taalspelletjes, voorlezen, liedjes en versjes en in kringgesprekken.
Wanneer de observaties vanuit het peutervolgsysteem Pravoo en/of de observaties in de groep daar aanleiding toe geven, passen we het activiteitenaanbod aan op de ontwikkelingsbehoefte van de betreffende peuter. Als we in vervolgobservaties geen of onvoldoende ontwikkeling zien, bespreekt de pedagogisch medewerker dit binnen het team. Daarna stelt zij een begeleidingsplan op, dat vervolgens ook met de ouders wordt besproken. Begeleidingsplannen stellen we op, voeren we uit, evaluëren we en stellen we bij.

Op indicatie van de pedagogisch medewerkers of op verzoek van de ouders/ verzorgers krijgen de peuters waar nodig en mogelijk extra ondersteuning van onze pedagogisch medewerkers. Waar eigen inspanningen onvoldoende vorderingen laten zien, of op voorhand geen mogelijkheden gezien worden, wordt in samenspraak met de ouders doorverwezen naar het consultatiebureau of maken we gebruik van de expertise van andere zorgverleners.

Kwaliteit & Opleiding van VVE

Alle kinderopvanglocaties worden geïnspecteerd door de GGD. Daarnaast legt de gemeente verantwoording af aan de onderwijsinspectie over het gevoerde VVE-beleid en de uitvoering hiervan. Waar nodig worden de verbetersuggesties van de inspecteur opgepakt en doorgevoerd. Op basis van werkoverleggen wordt gewerkt aan verbeteractiviteiten, de kwaliteit van het programma, de beschikbare en ingezette VVE-tijd en de specifieke zorg voor individuele kinderen.
Bij ’t Kasteeltje is een kwaliteitsmedewerkster aanwezig die voor alle kinderdagverblijven expliciet tijd besteedt aan het volgen en verdiepen van het VVE programma. Alle medewerkers worden door haar bijgeschoold, waardoor er aandacht is voor de professionaliteit van de pedagogisch medewerkers. Jaarlijks wordt op een teamleidsteroverleg het VVE-programma geëvalueerd. Er worden voorstellen voor verbetering en/of kwaliteitsverhoging gedaan, die het jaar daarna in het programma opgenomen worden.

Samenwerking met de basisschool & warme overdracht

Om een doorgaande lijn te borgen richting de basisschool is er binnen de educatief clusters De Kleine Beer in Berlicum, De Piramide in Vught en De Bolster in Sint-Michielsgestel regelmatig contact en afspraken over de doorgaande lijn in pedagogisch / educatief handelen, ouderbeleid / oudercontact, ontwikkeling, begeleiding en zorg.
Thema’s die binnen de school actueel zijn worden vaak ook afgestemd met de dagopvang, we gaan bij elkaar kijken als er iets georganiseerd wordt en vieren grote evenementen als Sinterklaas, Kerstmis en andere vieringen op school graag samen.
Er vindt ook een warme overdracht plaats, dit betekent dat er over ieder kind vanuit de kinderdagopvang naar de basisschool gaat een gesprek plaats vindt tussen de leidster van de kinderdagopvang en de interne begeleider van de basisschool. Het initiatief hiervoor ligt bij de basisschool. Bij inschrijving op de basisschool wordt de ouder gevraagd toestemming te geven voor de warme overdracht om zo goed mogelijk bij het kind aan te sluiten op het moment dat het kind naar de basisschool gaat. Alleen als de ouder daar toestemming voor heeft gegeven zal de informatie zoals met de ouder besproken en beschreven op het Pravoo observatie formulier overgedragen worden aan de Intern Begeleider van de basisschool. Wij melden aan de ouder wanneer bij ons bekend is dat het kind besproken gaat worden.

Handig overzicht van wat u mee moet brengen naar de kinderdagopvang

Wat brengt u mee? 

  • Een recente foto van uw kind met de naam achterop. Deze gaat in een fotolijstje wat in de groep hangt zodat we namen snel leren kennen en kinderen kunnen zien wie er allemaal komen spelen.

Handig overzicht van wat u mee moet brengen naar de kinderdagopvang voor de babygroep: 

  • Voeding. Wilt u op alle voedingsproducten de naam van uw kind zetten? 
  • Een fles (ook met naam) Een lijstje waarop voedingstijden en hoeveelheden staan genoteerd 
  • Voor het slapen eventueel een slaapzak, speentje en knuffel als uw kind dat gewend is. 
  • Jas en tas met naam erin 
  • Luiers, luierdoekjes en crème alléén meegeven als uw kind overgevoelig is voor ons merk Pampers.

Voor de peutergroep: 

  • Voor het slapen eventueel een slaapzak, speentje en knuffel als uw kind dat gewend is. 
  • Jas en tas met naam erin 

Bij het brengen kunt u de voedingsproducten in de koelkast of keuken plaatsen. De fles, slaapzak, knuffel en speentje kunt u in het mandje van uw kind in de verschoonruimte leggen. De jas en tas kunt u in de garderobe hangen. De maxi-cosi kan eventueel op de plank in de garderobe geplaatst worden. In verband met de beperkte ruimte voor maxi-cosi’s vragen wij u als dat mogelijk is deze weer mee te nemen. Mocht iemand anders uw kind komen halen, en dus de maxi-cosi nodig hebben, kunt u hem op de kinderdagopvang achter laten.